Zoekresultaten 51-60 van de 47372 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:94 Raad van Discipline Amsterdam 25-707/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerder steken zou hebben laten vallen bij het aanbrengen van de procedure voor een Nederlandse rechter of dat hij op dit punt op enige andere wijze onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat verweerder niet in overeenstemming heeft gehandeld met hetgeen er tussen klaagster en hem was afgesproken, is de raad evenmin gebleken. Het verwijt dat verweerder er zorg voor had moeten dragen om de auto aan klaagster ter beschikking te stellen, mist naar het oordeel van de raad feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:95 Raad van Discipline Amsterdam 25-763/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak is deels gegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door haar declaraties aan de gezamenlijke onderneming te sturen. Klaagster dreigde hierdoor (aanvankelijk) mee te betalen aan de advocaatkosten van verweerster in een procedure die tegen klaagster zelf werd gevoerd. Alles overziend acht de raad de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9098

    Gegronde klacht van de IGJ tegen een klinisch psycholoog. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:46 Accountantskamer Zwolle 25/1885 Wtra AK

    Afdoebeslissing. Klacht na zitting ingetrokken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9099

    Gegronde klacht van de IGJ tegen een psychotherapeut. Een patiënte van verweerster heeft voorafgaand aan de behandelsessie psilocybinehoudende truffels gebruikt. Verweerster heeft daarmee ingestemd en de behandelsessies door laten gaan in de wetenschap van dat voorafgaande gebruik. Het staat vast dat verweerster deze behandeling heeft gefaciliteerd en heeft geïncorporeerd de behandeling. Hiermee heeft verweerster de beroepsnorm overschreden. Ook heeft zij hierover geen collegiaal overleg gevoerd en is zij tekortgeschoten in de dossierplicht. Verweerster heeft voorts als coach een tweedaagse retreat met psilocybine aangeboden. Dit heeft een dusdanige verwevenheid met haar BIG-registratie, valt onder de tweede tuchtnorm, en is in strijd met deze norm. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden, proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 776618 / NT 25-34

    Klacht 1. De kamer is van oordeel dat de notaris tijdens de bespreking van 5 maart weliswaar heeft geprobeerd klaagster en haar moeder correct voor te lichten, maar dat de notaris niet adequaat is omgegaan met de – naar het oordeel van de kamer – duidelijk hoorbare verwarring bij klaagster. (...) Het had in de gegeven omstandigheden eerder op de weg van de notaris gelegen om klaagster en haar moeder na de bespreking schriftelijk te berichten over hetgeen besproken was en de nog door de moeder van klaagster te ondernemen stappen samen te vatten. Dit geldt vooral waar klaagster, die ook aan de notaris had duidelijk gemaakt ernstig autistisch te zijn, de notaris kort na de bespreking duidelijk heeft gemaakt een en ander niet te begrijpen en hem heeft gevraagd uit te leggen hoe de schenking van de resterende € 4.000 gerealiseerd moest worden. Dat de notaris dit heeft nagelaten, is in strijd met de op hem rustende zorgplicht en valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Dat er uit de bespreking geen opdracht is voortgevloeid en dat de notaris geen kosten in rekening heeft gebracht, zoals door de notaris ter zitting aangevoerd, doet hier niet aan af. (...) De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook gegrond verklaren. Maatregel: berisping. Klacht 2. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij geen opdracht heeft gekregen voor de notariële boedelafwikkeling. De kamer heeft geen reden hieraan te twijfelen en klaagster heeft ook niet onderbouwd dat zij de notaris hiervoor wel opdracht heeft gegeven. Dat de notaris de boedelafwikkeling niet op zich heeft genomen, is hem daarom niet tuchtrechtelijk te verwijten. De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren. Klacht 3. Uit de door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht blijkt dat klaagster en haar twee broers gedrieën gezamenlijk bevoegd zijn om de goederen die behoren tot de nalatenschap van moeder te beheren en daarover te beschikken. (...) Wat zich precies bij de bank heeft afgespeeld en om welke handtekening het ging waardoor klaagster haar broers ‘vrij spel’ zou geven, is de kamer niet duidelijk geworden. Desgevraagd heeft klaagster niet kunnen uitleggen waarvoor zij destijds haar handtekening moest zetten. Nu de inhoud van de verklaring van erfrecht geen onderwerp is van de klacht en het de kamer niet is gebleken dat de notaris klaagster hierover onjuist heeft geïnformeerd, zal de kamer ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:112 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-212/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil Verweerster mocht uitgaan van de juistheid van de informatie die zij van haar cliënte kreeg. Niet gebleken dat er onjuiste informatie is opgenomen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:140 Hof van Discipline 's Gravenhage 250283

    Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld doordat hij in een familierechterlijk geschil onjuiste en schadelijke informatie over klager heeft verspreid. Verweerder heeft in de door hem ingediende processtukken in de procedure tussen zijn cliënte en klager over een omgangsregeling diverse zeer negatieve uitlatingen en beschuldigingen over klager gedaan, onder meer over het drugsgebruik van klager. Het hof is van oordeel dat verweerder, op basis van (een gebrek aan) de informatie die verweerder op het moment van deze uitlatingen had, niet deze sterk negatieve uitspraken en beschuldigingen aan het adres van klager had mogen doen. Verweerder heeft hiermee de belangen van klager in het familierechtelijk geschil onnodig geschaad. .

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:141 Hof van Discipline 's Gravenhage 250274

    Verweerder heeft de opdracht tot het bijstaan van klager in een cassatieprocedure aanvaard. In de opdrachtbevestiging die aan klager is gestuurd, zijn de argumenten die de gemachtigde van klager naar voren gebracht wilde zien, niet opgenomen. Verweerder heeft vervolgens zonder overleg met klager of zijn gemachtigde een cassatieschriftuur ingediend bij de Hoge Raad. Ook daarin zijn de door gemachtigde van klager voorgestane argumenten niet opgenomen. Verweerder heeft verklaard dat hij dit telefonisch met klager heeft afgestemd, echter een schriftelijke bevestiging hiervan ontbreekt. Het hof is van oordeel dat het van essentieel belang is dat een advocaat belangrijke afspraken met de client schriftelijk vastlegt. In de -zeer korte- opdrachtbevestiging staan geen afspraken over de aanpak van de zaak. Indien verweerder de argumenten die klager, bij monde van zijn gemachtigde, niet aan de Hoge Raad had willen voorleggen, dan past dat enerzijds bij de vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt, maar geldt anderzijds dat verweerder daarover bij aanvaarding van de opdracht of nadien duidelijk had moeten zijn. Verweerder heeft op geen enkel moment, tijdens de aanvaarding van de opdracht noch daarna toen hij er achter kwam dat hij de argumenten die gemachtigde van klager niet wilde gebruiken, gecommuniceerd dat hij niet bereid was om deze argumenten in rechte naar voren te brengen. Verweerder heeft evenmin gevraagd of klager dan nog wel wilde dat hij in de cassatieprocedure voor hem zou optreden. Als verweerder telefonisch met klager heeft besproken dat hij de argumenten van de gemachtigde van klager niet zou opnemen, dan had verweerder dit schriftelijk moeten vastleggen. Dat heeft verweerder niet gedaan. Het verwijt van klager dat verweerder zijn werkzaamheden heeft verricht zónder acht te slaan op de specifieke wensen van klager, wordt versterkt doordat verweerder de cassatieschriftuur heeft ingediend zonder het concept aan klager voor te leggen. Als hij dat had gedaan, dan had klager -of zijn gemachtigde- gezien dat daarin niet stond wat de gemachtigde namens klager had gevraagd. Het argument van verweerder dat hij dominus litis is, maakt niet dat hij zonder meer zonder overleg met zijn client mag handelen. Als verweerder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid als advocaat bepaalde argumenten niet naar voren had willen brengen, dan had hij dit moeten communiceren en in het meest verstrekkende geval de opdracht terug moeten geven. Verweerder heeft niet juist gehandeld door de opdracht aan te nemen en vervolgens -zonder communicatie met de client- zijn eigen gang te gaan bij de uitvoering van die opdracht. Hij heeft hierbij de wensen die namens zijn waren geuit genegeerd. Dat is een taakopvatting die niet bij de advocatuur past. Gezien de aard en de ernst van de in hoger beroep gegrond verklaarde klachtonderdelen, ziet het hof aanleiding de maatregel te verzwaren en over te gaan tot de oplegging van een berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:110 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-193/AL/OV

    Voorzittersbeslissing over advocaat van de wederpartij van klaagster in een familierechtelijk geschil. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder afgaan op de van zijn cliënt verkregen informatie zonder nader onderzoek. Van misleiding van de rechter door verweerder is de voorzitter niet gebleken. Alhoewel de verwisseling van de namen van de zoons in het processtuk slordig was, is dat alleen nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.