Zoekresultaten 21-30 van de 46283 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:274 Hof van Discipline 's Gravenhage 240350 240351
- Datum publicatie: 29-12-2025
- Datum uitspraak: 29-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:274
Het betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. De Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat verweerder niet heeft gehandeld als een behoorlijk advocaat betaamt doordat hij de gezamenlijke woning van zijn cliënte en de wederpartij niet heeft verlaten nadat hem dat verzocht was. De raad heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder is van deze beslissing in hoger beroep gekomen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:275 Hof van Discipline 's Gravenhage 250163
- Datum publicatie: 29-12-2025
- Datum uitspraak: 29-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:275
De deken verwijt verweerder in dit dekenbezwaar dat hij in strijd met de kernwaarden (financiële) integriteit en onafhankelijkheid heeft gehandeld. Met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht heeft verweerder bij de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) geen inhoudelijk verweer gevoerd. De raad heeft geoordeeld dat er in strijd is gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en heeft aan verweerder de maatregel opgelegd van schorsing voor de duur van 26 weken. In hoger beroep heeft verweerder alleen inhoudelijk verweer gevoerd tegen het bezwaar dat hij financieel niet zorgvuldig (integer) heeft gehandeld. Het oordeel van de raad dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit staat daarmee vast. Het hof komt tot het oordeel dat verweerder niet zorgvuldig heeft gedeclareerd en ziet (mede gelet op het feit dat het tot een deels andere beslissing dan de raad komt) aanleiding om de maatregel te matigen in die zin dat aan verweerder de maatregel zal worden opgelegd van een schorsing voor de duur van 12 weken waarvan 6 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:306 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8263
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:306
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts had de vertrouwelijke informatie die klager hem had verteld, niet mogen doorgeven aan de casemanager. De informatie was zeer gevoelig en ook niet nodig voor het werk van de casemanager. Daarnaast is het college van oordeel dat de bedrijfsarts niet adequaat heeft geacteerd met betrekking tot het geschil in de arbeidsrelatie. Zeker toen klager zich emotioneler ging uiten, kon niet worden volstaan met het advies dat klager in staat was om terug te keren naar werk. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7360
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:171
Klacht tegen orthopedagoog-generalist. Klager heeft samen met zijn ex-partner een zoon. Nadat de relatie tussen klager en zijn ex-partner is beëindigd heeft verweerster als onderdeel van een team een ouderschapsonderzoek verricht. Het traject bestond uit ouderschapsdiagnostiek in het kader van de zorgverlening rond de omgangsregeling. Later werd het traject uitgebreid met perspectiefonderzoek. De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in een rapport. Klager maakt verweerster onder meer verwijten over het door haar verrichte onderzoek en het opgestelde rapport. Het college komt tot het oordeel dat de klacht grotendeels gegrond is en legt aan verweerster de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:172 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-762/DB/LI
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:172
Voorzittersbeslissing. Klacht over het niet tijdig bekendmaken van de datumbepaling door de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:117 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/768744 / DW RK 25/152 MK/SM
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:117
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder niet serieus is ingegaan op de concrete bezwaren die klager heeft aangevoerd. De gerechtsdeurwaarder heeft aangetoond (steeds) inhoudelijk te hebben gereageerd op klager. De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
-
ECLI:NL:TACAKN:2025:75 Accountantskamer Zwolle 25/55 Wtra AK
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TACAKN:2025:75
De tuchtrechtspraak is erop gericht dat in het algemeen belang een optimaal functioneren van de accountant wordt verzekerd door in individuele gevallen tegen inbreuken op wettelijke bepalingen en de beroepsethiek op te treden. In het accountantstuchtrecht geldt als uitgangspunt dat wanneer een tuchtprocedure definitief is geëindigd door een intrekking van de klacht, dat op zichzelf de mogelijkheid niet afsnijdt om een nieuwe klacht in te dienen over handelen of nalaten waarover eerder is geklaagd. Voor een inhoudelijke beoordeling van een opnieuw ingediende klacht is geen plaats, indien de klager daarmee misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot klagen. Daarvan is hier sprake.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7705
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:166
Klacht tegen een huisarts ongegrond. Verweerder is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij de organisatie. Verweerder heeft de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over de (opvolging van) zorg na het beëindigen van de behandelingsovereenkomst. Het college is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:278 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-320/AL/NN
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:278
De raad heeft vastgesteld dat verweerder een belangrijk stuk niet bij de rechtbank heeft ingediend en een vonnis van de rechtbank niet onverwijld aan klager, zijn cliënt, heeft gestuurd. Terwijl dat vonnis al was gewezen, heeft hij nog dagenlang met klager gecommuniceerd over het indienen van stukken, alsof dat nog tot de mogelijkheden behoorde. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 46 en de kernwaarde deskundigheid. In het nadeel van verweerder wordt ook rekening gehouden met een tuchtrechtelijke uitspraak uit 2020 waarin een vergelijkbare klacht tegen verweerder over gebrekkige communicatie en schending van gedragsregel 16 gegrond is verklaard. De raad heeft in die beslissing overwogen dat gelet op de ernst van het handelen in beginsel de oplegging van een (voorwaardelijke) schorsing op zijn plaats is, maar vanwege een aantal (persoonlijke) omstandigheden een berisping wordt opgelegd. De raad constateert dat deze eerdere veroordeling er niet toe heeft geleid dat verweerder in de zaak van klager wel overeenkomstig de regels heeft gehandeld. Integendeel, verweerder heeft ook klager ernstig benadeeld door zijn nalaten. De raad is in deze zaak van oordeel dat gelet op aard en de ernst van het handelen van verweerder en de eerdere veroordeling, niet kan worden volstaan met een berisping. De raad is van oordeel dat de oplegging van een voorwaardelijke schorsing van acht weken passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:118 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767103 / DW RK 25/111 MK/SM
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:118
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder oneigenlijke druk heeft uitgeoefend door beslag te leggen op twee voertuigen waarbij de dagwaarde van de auto gelijk is aan de sloopwaarde ad € 200. De gerechtsdeurwaarder weigert het beslag op te heffen. Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat er onderzoek is gedaan naar de waarde van de auto van klager. Hieruit is voor vergelijkbare auto’s waardes van € 1.490,- en € 2.300,- gekomen. Klager heeft niet aangetoond dat zijn auto slechts een (sloop)waarde van € 200,- zou hebben De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. Het verzet wordt ongegrond verklaard.