We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 40301-40350 van de 47651 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2807 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3528/10.158

    Klacht dat de advocaat zich, nadat arrest was bepaald, schriftelijk tot het gerechtshof heeft gewend zonder toestemming van de andere advocaat (gedragsregel 15). De advocaat heeft, nadat het hof bij pleidooi aan hem had gevraagd het procesdossier over te leggen in verband met het feit dat uitspraak werd bepaald, het procesdossier overgelegd, begeleid door een brief, waarin de advocaat ingaat op hetgeen over de processtukken met het hof zou zijn besproken. De advocaat heeft niet enkel processtukken aan het hof overgelegd, maar deze voorzien van eigen commentaar en is in zoverre inhoudelijk ingegaan op hetgeen bij het pleidooi was voorgevallen. Er is geen sprake van louter na-fourneren. Klacht gegrond. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2858 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3796/11.198

    Verweerder heeft op zijn derdengeldenrekening gestorte bedragen ten behoeve van zijn cliënt (de saniet) , die toegelaten was tot de WSNP, doorgestort aan de saniet, althans op rekeningen gestort waar de saniet de beschikking over had. Verweerder heeft daarmee actief vermogen onttrokken aan het wettelijke beslag. De op de derdengeldenrekening ontvangen bedragen hadden aan de boedel moeten worden voldaan. Het enkele feit dat verweerder een bedrag ten behoeve van de schuldeisers heeft gereserveerd maakt de handelwijze van verweerder, die de raad aanmerkt als het niet handelen zoals een behoorlijk advocaat betaamt, niet minder tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dit in aanmerking nemende is het doen van een voorstel aan schuldeisers om akkoord te gaan met betaling van een deel van de vordering eveneens tuchtrechtelijk aan verweerder te verwijten. De klacht is gegrond. Als maatregel wordt opgelegd een schorsing in de praktijkuitoefening van drie maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2839 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3644/11.46

    Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat de advocaat de zaak onvoldoende voortvarend heeft aangepakt en excessief heeft gedeclareerd. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. Wel kan worden vastgesteld dat de advocaat klager onvoldoende heeft geïnformeerd over de stand van zaken in het dossier en bepaalde gemaakte afspraken niet schriftelijk aan klager heeft bevestigd. De advocaat heeft ook erkend dat zij in het kader van de vereiste schriftelijke vastlegging jegens klager tekort is geschoten. Dit klachtonderdeel is gegrond. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2795 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3680/11.82b

    Verweerder heeft met klager een honorariumafspraak gemaakt. In strijd met deze honorariumafspraak heeft verweerder een hoger uurtarief in rekening gebracht aan de wederpartij in verband met het betalen van de proceskosten van de advocaat in het kader van een schadevergoedingsovereenkomst. Het feit dat verweerder het hanteren van een hoger en daarmee afwijkend uurtarief dan dat van klager zoals dat in rekening wordt gebracht bij de wederpartij, niet schriftelijk heeft bevestigd, wordt tuchtrechtelijk verwijtbaar geoordeeld. Het deel van de klacht dat ziet op het niet ontvangen hebben van kopieën van de aan de wederpartij toegezonden declaraties en de daarbij behorende urenspecificaties is eveneens gegrond. Volgt maatregel van enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2820 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3764/11.148

    Verweerder heeft klaagster als zijn wederpartij in hoger beroep gedagvaard. Daarbij is een lange dagvaardingstermijn in acht genomen in verband met onderhandelingen. Na afbreken van de onderhandelingen brengt verweerder een exploot uit waarmee zijn cliënte (appellante) de zaak bij vervroeging bij het hof aanbrengt. Het exploot is rechtsgeldig, maar wordt door klaagster in verband met een verhuizing niet gezien. Het hof heeft de vervroeging toegestaan en de zaak bij vervroeging op de rol geplaatst. Aan klaagster is verstek verleend en het hof heeft circa 7 maanden later bij verstek arrest gewezen. Klacht dat verweerder in strijd met wet en gedragsregels de zaak bij vervroeging heeft opgebracht, dat verweerder heeft nagelaten klaagster en haar raadsman hierover in te lichten en dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan misbruik van het procesrecht en klaagster heeft benadeeld. De plaatsvervangend voorzitter oordeelt dat niet gebleken is dat verweerder de hem toekomende vrijheid te buiten is gegaan dan wel zich niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt, ook waar het het vervroegen van de roldatum betreft. Verweerder was niet gehouden de raadsman van klaagster separaat over het oproepingsexploot te berichten. Van misbruik van procesrecht is niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond. Het verzet is niet ingesteld binnen de in artikel 46h Advocatenwet gestelde termijn Verzet niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2801 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3649/11.51

    Door klagers zijn in het verzet geen gronden aangevoerd anders dan een uitwerking en herhaling van de eerdere klacht en dit leidt niet tot een ander oordeel dan de (plaatsvervangend) voorzitter heeft gegeven. Voorts merkt de Raad ten overvloede op dat verweerder niet tuchtrechtelijk kan worden verweten dat hij – er niet mee bekend zijnde dat er geen vruchtgebruikersrekening was geopend – niet op de consequenties van het niet openen van een vruchtgebruikersrekening heeft gewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2789 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3667/11.69

    Klacht van de wederpartij dat de advocaat in processtukken ten onrechte heeft aangegeven dat hij mede optreedt namens een aantal lastgevers en dat daardoor verweerder, de advocatuur en de rechterlijke macht schade lijden. De advocaat heeft, na de betwisting door klager, de lastgeving met stukken aangetoond. Hij heeft aldus aan zijn zorgvuldigheidsplicht voldaan. Voor het horen van getuigen, zoals door klager in het verzet verzocht, is geen grond. Klacht kennelijk ongegrond; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2852 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3944/12.78

    Het is niet aan de tuchtrechter om de vraag te beantwoorden of een vonnis rechtsgeldig is betekend. Indien aangenomen moet worden dat het vonnis rechtsongeldig is betekend, impliceert dat geenszins dat verweerster daarin de hand heeft gehad dan wel dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld door de betreffende exploiten aan klagers te laten betekenen. Voor zover de klacht inhoudt dat verweerster het vonnis zou hebben vervalst, stelt de voorzitter vast dat ter zake door klagers geen bewijs is overgelegd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2833 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3781/11.186

    Klacht dat de advocaat de rechtbank bij brief over het intrekken van een faillissementsverzoek heeft geïnformeerd, zonder klager (die advocaat is van de wederpartij) daarvan een kopie te zenden. Voorts dat de advocaat zich in een exploot, uitgebracht terzake van een vordering tegen klager, onheus over klager heeft uitgelaten. De advocaat heeft, daar hij niet met klager wenst te corresponderen, zijn procesadvocaat verzocht een kopie van de brief aan de rechtbank aan klager te zenden, hetgeen is gebeurd. In het aan klager uitgebrachte exploot heeft de advocaat onder meer opgenomen dat klager is voortgegaan met het op onrechtmatige wijze handelen voor zijn cliënt en dat de cliënt van de advocaat zal wachten met het overgaan tot dagvaarding nadat alle procedures die klager heeft gevoerd, zullen zijn beëindigd. De advocaat heeft gehandeld in strijd met de regel dat hij gehouden is, indien hij zich tot de rechter wendt, daarvan gelijktijdig een afschrift aan de advocaat van de wederpartij toe te zenden. Persoonlijke motieven om hiervan af te wijken worden niet gehonoreerd. Het laten toezenden van een kopie van de brief door de procesadvocaat is niet aan te merken als voldoening aan de gedragsregel. De advocaat heeft zich in het uitgebrachte exploot niet zodanig grievend of intimiderend over klager uitgelaten dat daarmee de grens van de hem toekomende vrijheid is overschreden. Het eerste klachtonderdeel gegrond. Geen maatregel. Tweede klachtonderdeel ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2814 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3774/11.176

    Klacht van de wederpartij en zijn advocaat dat verweerder tijdens een mondelinge behandeling van een kort geding zich meermalen heeft beroepen op een confraternele brief van verweerder aan de klagende advocaat, zonder voorafgaand overleg en zonder het inwinnen van dekenadvies; voorts dat verweerder tijdens het pleidooi is ingegaan op gevoerde schikkingsonderhandelingen; tenslotte dat verweerder zich per brief zonder toestemming van klager rechtstreeks met zijn cliënt in verbinding heeft gesteld. Door tijdens het pleidooi te verwijzen naar de confraternele brief heeft verweerder gehandeld in strijd met gedragsregel 12. In zoverre is de klacht gegrond. De verwijzing tijdens het pleidooi naar dezelfde brief onder de mededeling dat nog is voorgesteld in onderling overleg tot ontruimingsafspraken te komen maar dat daarop nooit een reactie is gevolgd, behelst geen mededeling omtrent de inhoud van schikkingsonderhandelingen. In zoverre is de klacht ongegrond. De brief die verweerder aan de cliënt van klager heeft gezonden bevat aanzeggingen met rechtsgevolg. Het feit dat verweerder zijn in die brief vervatte aanzeggingen heeft onderbouwd en met redenen omkleed maakt dat niet anders. Verweerder is gebleven binnen de vrijheid die hem toekomt in de belangenbehartiging voor zijn cliënte. In zoverre is de klacht ongegrond. Maatregel: gedeeltelijke gegrondverklaring zonder maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2846 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3675/11.77

    Klacht dat de advocaat zich tijdens een pleidooi heeft beroepen op contacten tussen hem de advocaat van de wederpartij (die samen met de wederpartij klaagt), waaronder een beroep op correspondentie tussen de advocaten. De advocaat is in de pleitnota inhoudelijk ingegaan op de tussen hem en de andere advocaat gevoerde correspondentie die voorafging aan de procedure. De advocaat heeft geen overleg met de klagende advocaat gevoerd, noch het advies van de deken ingewonnen. Een beroep van de advocaat op HvD 14 maart 2011, nummer 5808, wordt verworpen daar het in casu niet gaat om het voldoen aan het vereiste van artikel 111 lid 3 Rv. Klacht gegrond; enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2827 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3810/11.212

    Verweerder is tekortgeschoten in de belangebehartiging van klaagster. Verweerder heeft zich onvoldoende ingespannen om in klaagsters zaak de leiding te nemen en te houden. Voorts heeft verweerder ten aanzien van de opdracht aan de deurwaarder niet de nauwgezetheid en de zorgvuldigheid aan de dag gelegd, die een advocaat in financiele aangelegenheden dient te betrachten. Klacht is gegrond. Maatregel: onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van een week.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2808 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3927/12.61

    Voor zover de klacht inhoudt dat verweerster met het doorsturen van de klacht naar de Raad van Discipline onbetamelijk, onbehoorlijk en niet zuiver heeft gehandeld, omdat zij daarbij absoluut en moedwillig onzuivere argumenten heeft aangevoerd, is zde klacht kennelijk ongegrond. Niet kan worden gezegd dat verweerster bij het uitoefenen van haar functie in dit geval haar taak zodanig heeft verwaarloosd dat zij geacht moet worden zich schuldig te hebben gemaakt aan een handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2859 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3647/11.49

    Verweerster heeft door zonder overleg met klager en tegen de met hem en zijn verhuurder gemaakte afspraak in, door haar ontvangen gelden overgemaakt naar de deurwaarder, terwijl zij niet voorafgaande aan het overmaken van het bedrag geïnformeerd heeft bij de deurwaarder om te controleren of diens mededeling juist was (dat het door haar ontvangen bedrag overgemaakt diende te worden aan deze deurwaarder), niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Aan verweerster wordt de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2796 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3912/12.46

    Niet is komen vast te staan dat verweerder ondanks diverse verzoeken van klaagster geen contact met haar heeft opgenomen. Op basis van de stukken kan ook niet worden vastgesteld dat verweerder enige onduidelijkheid heeft laten bestaan over de hoedanigheid waarin hij jegens klaagster heeft op getreden Voorzover klaagster meent dat verweerder haar een schadevergoeding zou moeten betalen, wordt vooropgesteld dat de tuchtrechter niet bevoegd is hierover te oordelen. Een dergelijke vordering kan alleen aanhangig worden gemaakt bij de civiele rechter. De klacht wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2840 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3640/11.42

    Klager heeft gesteld dat de advocaat vanwege een tegenstrijdig belang tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dit klachtonderdeel is niet aannemelijk gemaakt en derhalve ongegrond. Klager heeft voorts gesteld dat de advocaat hem bij aanvang van de zaak anders heeft geadviseerd, hetgeen bij gebreke van een schriftelijke bevestiging van de opdracht niet kan worden vastgesteld. Dit laatste komt voor rekening van de advocaat. Voorts heeft de advocaat nagelaten tijdig zijn standpunt, dat hij geen althans onvoldoende juridische mogelijkheden in de zaak zag, tijdig schriftelijk aan klager te bevestigen. Dit heeft de advocaat pas achteraf gedaan. Dit klachtonderdeel is gegrond. Maatregel: een enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2802 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3639/11.41

    Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat verweerder klager onjuist heeft geadviseerd met betrekking tot het schikkingsaanbod. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Gegrond zijn de klachtonderdelen die zien op het niet vastleggen van het door verweerder gehanteerde uurtarief en de verrekening van openstaande declaraties met ontvangen derdengelden. Nu verweerder deze gestelde afspraken niet heeft vastgelegd, komt dit nalaten voor rekening en risico van verweerder. Maatregel: een enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2853 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3940/12.74

    Uit de stukken noch anderszins is gebleken dat verweerder de hem - in zijn hoedanigheid van de advocaat van de wederpartij - toekomende ruimte mate van vrijheid te buiten is gegaan dan wel zich in enig ander opzicht niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Het feit dat klager een andere visie over het voorval, betekent niet dat het verweerder niet vrij zou staan om de door zijn cliënte aangehangen visie over de feiten weer te geven. Door klager zijn geen omstandigheden gesteld die ertoe leiden dat verweerder niet op de informatie van zijn cliënte mocht afgaan. Verweerder kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor het feit dat zijn cliënte de in de beschikking vastgestelde omgangsregeling niet nakomt. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2834 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3916/12.50

    De door verweerder - in zijn hoedanigheid van deken - genoemde beslissingen ex artikel 13 Advocatenwet staan ter beoordeling van het Hof van Discipline. De klacht wordt dan ook op dit punt niet-ontvankelijk verklaard. De stukken bieden geen enkel aanknopingspunt, waaruit kan blijken dat verweerder zich bij de vervulling van zijn taak als deken zodanig heeft misdragen, dat daardoor het vertrouwen van derden in de rechtshulp door de deken of het vertrouwen in de advocatuur in het algemeen wordt geschaad. Niet kan derhalve worden vastgesteld dat verweerder in strijd heeft gehandeld met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt. Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2815 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3797/11.199

    Klacht betreft handelen van verweerster als advocaat van klagers wederpartijen. Klagers zijn bij arrest van het gerechtshof veroordeeld tot betaling van een bepaald bedrag aan de cliënten van verweerster. Verweerster is overgegaan tot executie van het arrest. De klachten betreffen de hoedanigheid waarin verweerster is opgetreden, de vermelding in het exploot van betekening van een onjuist adres van een van de cliënten van verweerster, het hanteren van een onjuiste opgave van het te vorderen bedrag, het achterhouden van het actuele woonadres, het beslagleggen door de deurwaarder onder een derde, die geen partij in het geschil is, het achterhouden van essentiële informatie die onder de mededelingsplicht van verweerster vallen, het ten onrechte incasseren van nakosten, het handelen in strijd met de Boekhoudverordening in verband met het niet-vermelden van de derdengeldenrekening op het briefpapier en het opdracht geven door verweerster tot betekening van een niet ondertekend kort geding vonnis. Op grond van artikel 6 lid 2 van de Verordening op de administratie en de financiële integriteit is vermelding van een rekeningnummer van de Stichting Derdengelden geen verplichting. De klacht wordt in alle onderdelen als kennelijk ongegrond afgewezen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2847 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3635/11.37

    Klacht dat de advocaat in haar hoedanigheid van klachtenfunctionaris van het advocatenkantoor in 2009 in het geheel niet en in 2010 niet binnen de door klaagster gestelde termijn inhoudelijk en schriftelijk heeft gereageerd op klachten tegen een kantoorgenoot. In 2009 is in overleg door de kantoorgenoot afgewikkeld, waarna deze de behandeling heeft voortgezet. Op de klacht uit 2010 heeft de advocaat binnen de gestelde termijn gereageerd en zij heeft klaagster voor een gesprek uitgenodigd (waarop klaagster niet is ingegaan). Er valt geen tuchtrechtelijk verwijt aan de advocaat te maken. Klacht kennelijk ongegrond. In het verzet oordeelt de Raad dat het functioneren van een advocaat als klachtenfunctionaris op een advocatenkantoor een activiteit is die voor advocaten behoort tot de gebruikelijke activiteiten bij de uitoefening van het advocatenberoep. Het optreden als klachtenfunctionaris is daardoor toetsbaar op grond van artikel 46 Advocatenwet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2828 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3928/12.62

    Nu klager twee keer een zelfde klacht heeft ingediend, wordt klachtenonderdeel a kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Klachtenonderdelen b en c zijn eveneens kennelijk niet-ontvankelijk, nu klager geen verschoonbare reden heeft aangevoerd waarom hij respectievelijk 12 en 10 jaar heeft gewacht om zijn klacht in te dienen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2809 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3669/11.71c

    De Raad is van oordeel dat het verweerster door middel van de door haar gevolgde weg niet vrij stond de belangen van de beoogde curandi te behartigen en hen bij te staan door namens hen de beschermingsmaatregel(en) te verzoeken. Door dat toch te doen heeft verweerster de schijn gewekt, althans in ieder geval de schijn kunnen wekken, dat zij niet (zozeer) optrad voor de beoogde curandi, maar voor stichting M.. Klacht gegrond, zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2790 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3685/11.87

    Klacht behelst meerdere verwijten, waaronder dat de advocaat heeft verzuimd deugdelijk en schriftelijk over de aanpak en voortgang van de zaak te communiceren, dat de verstrekte declaraties onvoldoende gespecificeerd zijn, ook na uitdrukkelijk verzoek, en dat de belangenbehartiging niet naar behoren is geweest. De advocaat is tekort geschoten in zijn verplichting om belangrijke afspraken en feiten schriftelijk te bevestigen. Dit had behoren plaats te vinden zeker nu de advocaat in eerste aanleg en in hoger beroep zowel in de bodemzaak als in kort geding heeft geprocedeerd. Over de stand en het verloop van de procedure is voldoende gecommuniceerd. Het niet tijdig indienen van een memorie kan de advocaat in de gegeven omstandigheden niet worden verweten; hij heeft de nog over te leggen stukken bij schriftelijk pleidooi in het geding gebracht. Ook overigens niet gebleken dat de advocaat in de belangenbehartiging tekort is geschoten. De op verzoek van klagers verstrekte specificatie van de declaraties geeft onvoldoende inzicht in de opbouw van de declaraties. Klacht in onderdelen gegrond; enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2797 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3921/12.55

    Verweerder heeft gehandeld binnen de beleidsvrijheid die hem als advocaat toekomt. De stukken geven geen aanleiding aan te nemen dat het advies van verweerder om niet over te gaan tot het uitbrengen van de dagvaarding kennelijk onjuist is. Onder deze omstandigheid kan en mag van verweerder niet worden verwacht dat hij overgaat tot het voeren van een procedure die naar zijn mening kansloos of in ieder geval te weinig kansrijk is. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2860 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3683/11.85

    Het zonder overleg met de wederpartij en consultatie van de deken overleggen van confraternele correspondentie, is niet handelen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Dat het belang van de cliënt overlegging van confraternele correspondentie bepaaldelijk vorderde, doet niet ter zake. Het klachtonderdeel is gegrond. Het klachtonderdeel dat ziet op het uitbrengen van een appeldagvaarding bij de cliënt van klager en niet op het kantooradres van de advocaat in eerste aanleg (klager)zelf is ongegrond. Anders dan verweerder stelt is het uit laten brengen van een appeldagvaarding niet gelijk te stellen met een aanzegging met rechtsgevolg. Verweerder wordt de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2841 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3632/11.34

    De advocaat heeft nagelaten klager schriftelijk te berichten dat zij de opdracht niet zou aanvaarden. Dit wordt de advocaat tuchtrechtelijk verweten, temeer nu sprake was van een vervaltermijn en er door klager stukken waren afgegeven aan verweerster. Klacht gegrond, maatregel een enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2822 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3980/12.114

    Verzoek ex artt. 60ab en 60b Advocatenwet. Verdenking van het plegen van ernstige strafbare feiten en inbreuken op de financiële integriteit. Onbehoorlijke praktijkuitoefening. Schorsing voor onbepaalde tijd. Benoeming waarnemers.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2803 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3762/11.164

    In casu is sprake van onnodig grievende opmerkingen in de brief van verweerder aan de advocaat van de wederpartij. Deze opmerkingen dienden ook geen zakelijk doel, zodat de klacht gegrond is. De stelling van verweerder dat de geuite beschuldigingen in de betreffende brief juist zijn en zijn gebaseerd op stukken van zijn client, neemt niet weg dat de wijze waarop verweerder zich heeft uitgelaten, ongepast is voor een advocaat. Maatregel: een enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2854 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3943/12.77

    Niet kan worden vastgesteld dat verweerster verantwoordelijk kan worden gehouden voor het door klagers gestelde gedrag van haar broer. Uit de door klagers overgelegde brieven van de Centrale Raad van Toezicht van de NVM van 23 november 2011 en 13 januari 2012 volgt dat de Raad van Toezicht en de Centrale Raad van Toezicht NVM beslissingen hebben genomen, die zo niet genomen hadden mogen worden, vanwege het feit dat de broer van verweerster ten tijde van deze beslissingen geen lid van de NVM was. Dit oordeel van de Centrale Raad van Toezicht van de NVM regardeert geenszins het handelen van verweerster. De klacht van klagers mist dan ook feitelijke grondslag. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2835 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3899/12.33

    De enkele vermelding van de naam van klager achter de tekst “ingediend namens partij” op het B-2 formulier impliceert niet dat de advocaat aan de Rechtbank heeft bericht dat klager hem opdracht heeft gegeven zich te onttrekken. Daaruit blijkt slechts dat verweerder voor klager optrad. De voorzitter acht de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2816 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3788/11.190

    Klacht over optreden van verweerster als advocaat van klagers wederpartij. Verwijt dat het briefpapier van verweerster niet de bankrekening van de Stichting Derdengelden vermeldt; voorts dat verweerster geen rekening en verantwoording aflegt van door klagers uit hoofde van een vonnis op de derdengeldrekening van verweerster betaald bedrag; nevenklachten. Op grond van artikel 6 lid 2 van de Verordening op de administratie en de financiële integriteit is vermelding van een rekeningnummer van de Stichting Derdengelden geen verplichting. Verweerster is niet gehouden jegens klagers om rekening en verantwoording af te leggen over betalingen die zij op de derdenrekening hebben gedaan. De vrees dat die betalingen niet op de juiste plaats terecht zijn gekomen is niet onderbouwd. Een teveel door klagers betaald bedrag is teruggestort naar hun advocaat. Deze klachten en nevenklachten kennelijk ongegrond. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2848 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3678/11.80

    Klacht dat de advocaat belangrijke informatie van de rechtbank aan klaagster heeft onthouden (in casu het voornemen van de rechtbank om de zaak naar de sector kanton te verwijzen en de gelegenheid voor de advocaat om op dat voornemen te reageren), dat de belangen van klaagsters dochter niet naar behoren zijn behartigd, dat de behandeling van de zaak onnodig is vertraagd en dat de advocaat weigert schriftelijk te reageren op een door klaagster kenbaar gemaakte klacht. De advocaat heeft verwijtbaar onzorgvuldig gehandeld door de brief van de rechtbank waarin het voornemen tot verwijzing kenbaar werd gemaakt, niet aan klaagster voor te leggen. In zoverre is de klacht gegrond. Het niet schriftelijk reageren op vragen in een door klaagster kenbaar gemaakte klacht is verwijtbaar onzorgvuldig, daar in de omstandigheden van het geval van de advocaat mocht worden verwacht dat hij eerst schriftelijk op de vragen van klaagster zou antwoorden, te meer daar die beantwoording kort en zakelijk kon zijn. De vragen hadden onder meer betrekking op de verwijzing door de rechtbank naar de sector kanton. Ook in zoverre is de klacht gegrond. De overige klachtonderdelen ongegrond. Maatregel: enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2829 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3739/11.141

    Klacht dat de advocaat in verband met een door de wederpartij geëntameerd voorlopig getuigenverhoor een gesprek heeft gehad met een door die wederpartij aangezegde getuige, die volgens klaagster niet in een bijzondere relatie tot de cliënt van verweerder stond. De betreffende getuige verrichtte door middel van zijn besloten vennootschap op regelmatige basis werkzaamheden voor de cliënte van verweerder, had met die cliënte een geheimhoudingsovereenkomst gesloten en behartigde blijkens interne stukken kennelijk het belang van die cliënte. De getuige stond daardoor in een bijzondere relatie tot de cliënt van verweerder (gedragsregel 16, lid 3). Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2791 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3911/12.45

    Op basis van de tegenstrijdige mededelingen van klagers en verweerster kan niet worden vastgesteld dat sprake was van een situatie als bedoeld in gedragsregel 15 lid 2, nu de Rechtbank aan verweerster heeft verzocht informatie te verschaffen, waarna zonodig een termijn kon worden bepaald waarop klager sub 1 nog op de verzoeken mocht reageren. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat een datum voor (eind)uitspraak was bepaald Niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een situatie waar door het doen van inhoudelijke mededelingen van verweerster een situatie is gecreëerd, waarin zij de rechter heeft kunnen beïnvloeden, zonder dat klagers daarop hebben kunnen reageren. Op basis van de ter beschikking staande gegevens blijkt niet dat sprake was van een situatie waarin om uitspraak was gevraagd, zodat gedragsregel 15 lid 2 in dit geval toepassing mist. Het stond verweerster op grond van het bovenstaande dan ook vrij om de Rechtbank, zonder toestemming van klager sub 1 te berichten, mits zij van haar brief tegelijkertijd een afschrift aan klager sub 1 heeft gezonden. Gebleken is dat zij dat heeft gedaan. De klacht wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2810 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3925/12.59

    Niet kan worden vastgesteld dat klaagster sub 1 rechtstreeks in haar belang is getroffen, zodat de klacht ten aanzien van haar kennelijk niet-ontvankelijk is. De inhoud van de faxbrief van verweerder aan de advocaat van klager sub 2 leidt niet tot de vaststelling dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht ten aanzien van klager sub 2 is door de Raad kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2798 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3924/12.58

    Het is niet de taak van de deken om de advocaat van de voormalig echtgenote van klager opdracht te geven met betrekking tot het meewerken aan de oplossing van het juridische geschil tussen klager en zijn voormalig echtgenote De deken is niet gehouden een klacht te onderzoeken indien naar zijn oordeel er geen twijfel over bestaat dat de ingediende klacht een herhaling is van een reeds eerder voorgelegde klacht. De klacht wordt kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2861 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3704/11.106

    Uit confraternele correspondentie citeren in de memorie van grieven zonder hierover overleg te hebben met klager en zonder de deken om advies te vragen is in beginsel tuchtrechtelijk verwijtbaar. Bij de toetsing van de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen kan er echter niet voorbij gegaan worden dat een advocaat ten behoeve van een cliënt genoodzaakt kan zijn, gelet op de substantiëringsplicht opgenomen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, om het standpunt van de wederpartij weer te geven. Verweerder heeft zijn beroep op de op hem rustende substantiëringsplicht niet nader geconcretiseerd en gesteld noch aannemelijk gemaakt dat verweerder slechts aan op hem rustende plicht heeft kunnen voldoen door letterlijk uit confraternele correspondentie te citeren. Verweerder heeft de grens van de aan hem toekomende beoordelingsvrijheid overschreden. Aan verweerder wordt de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2842 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3523/10.153

    De wederpartij heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn advocaat niet beschikte over de dagvaarding en overige gestelde producties. Dit klachtonderdeel is ongegrond. De overige twee klachtonderdelen zien op overtreding van gedragsregels die gelden tussen advocaten. Daargelaten dat deze klachtonderdelen onvoldoende nader zijn onderbouwd althans niet aannemelijk zijn gemaakt, zijn deze klachtonderdelen niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2823 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3529/10.159

    Klacht dat de advocaat doorgaat met het zwart maken van klager (die advocaat is van de wederpartij) en diens cliënt, terwijl iedere feitelijke grondslag voor de aantijgingen en beschuldigingen ontbreekt. In een pleitnota, voorgedragen bij het gerechtshof, heeft de advocaat klager en diens cliënt over één kam geschoren met onder meer de stelling dat het duo in procedures en daarbuiten alle regels aan zijn laars lapt en geen enkele rem meer heeft waar het gaat om het in het geding brengen van kennelijk valse documenten of het innemen van bij voorbaat onhoudbare stellingen. De stellingen van de advocaat hebben enkel betrekking op stukken die klager namens zijn cliënt in het geding heeft gebracht en hebben niet betrekking op de door de advocaat beweerde wetenschap bij klager dat het om valse stukken zou gaan. Het over één kam scheren van klager en zijn cliënt is nodeloos grievend jegens klager. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2804 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3761/11.163a

    Klager verwijt verweerster dat zij een onjuiste draagkrachtberekening heeft opgesteld, waardoor klager te veel alimentatie betaalt en derhalve schade lijdt. Het door klager gestelde verwijt ziet op een civielrechtelijk geschil. Ook de mogelijke vordering tot schadevergoeding is voorbehouden aan de civiele rechter. Verweerster heeft de gestelde beroepsfout gemeld bij de aansprakelijkheidsverzekeraar van haar kantoor. Het stond verweerster niet vrij een nieuwe draagkrachtberekening op te stellen dan wel de draagkrachtberekening aan te passen, nu de voormalig echtgenote van klager, voorheen ook cliente van het kantoor van verweerster, daarmee niet instemde. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2855 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3546/10.176

    Verweerder heeft in zijn brief aan de wederpartij ten onrechte vermeld dat hij zelf geconstateerd heeft dat er sprake is van wanbeleid. Verweerder heeft verklaard dat het geen eigen constatering betrof maar dat hij afgegaan is op informatie van zijn cliënt. Verweerder heeft voorts zonder enig voorbehoud en zonder enige nuancering gesteld dat zijn cliënt geen middel zou schuwen om zijn doel te bereiken. Deze uitlatingen acht de raad een zorgvuldig opererend advocaat onwaardig. Hetzelfde geldt voor door verweerder gebezigde bewoordingen als "aanfluiting". Verweerder heeft de aan hem toekomende vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen overschreden. Het klachtonderdeel dat betrekking heeft op de mededeling van verweerder in het dekenonderzoek dat de advocaat van klager om uitstel heeft gevraagd, acht de raad ongegrond. Hoewel de advocaat van klager niet letterlijk gevraagd heeft om uitstel, heeft verweerder onbetwist gesteld dat de advocaat van klager verzocht heeft om pas op de plaats te maken om een inhoudelijke reactie te kunnen geven. Verweerder wordt de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2836 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3900/12.34

    Het feit dat de advocaat aan klager (als wederpartij van zijn client) een gebruikelijke termijn en vervolgens een nadere termijn heeft gesteld voor het voldoen van de nakosten, met aankondiging dat verdere executiemaatregelen zouden worden ingezet zonder dat nadere vooraankondiging daarvan zou worden gedaan, valt onder de ruime mate van vrijheid die de advocaat heeft om de belangen van zijn client te behartigen. Gelet op artikel 18 van de gedragsregels is het de advocaat niet toegestaan zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij rechtsstreekts contact te onderhouden met de wederpartij. De klachtenonderdelen worden door de voorzitter als kennelijk ongegrond afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2817 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3770/11.172

    Verweerder heeft klaagster in een alimentatiezaak in hoger beroep bijgestaan op basis van een voorwaardelijke toevoeging. Na definitieve intrekking van de toevoeging heeft verweerder – geruime tijd later – klaagster aangemaand en gesommeerd om de openstaande declaraties te betalen dan wel een betalingsregeling te treffen. Over deze sommatie is een telefoongesprek gevoerd. Klacht dat verweerder in het telefonisch onderhoud onbetamelijk heeft gehandeld door te dreigen met beslaglegging en voorts dat verweerder wettelijke rente aan klaagster in rekening heeft gebracht. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Het verzet is niet ingesteld binnen de in artikel 46h Advocatenwet gestelde termijn. Klaagster stelt dat het verzetschrift op de laatste dag van de termijn aan het secretariaat van de Raad is gefaxt. Uit de door klaagster na de zitting overgelegde stukken blijkt van een mutatie op een rekening van KPN dat klaagster op die dag een fax heeft willen sturen aan de fax van de griffie van de Raad. Bij de griffie is gebleken dat getracht is door een onbekende verzender een fax aan de griffie te sturen, welke niet is ontvangen. Bij de griffie is geen fax van klaagster ontvangen. Klaagster had ter zitting een verzendbericht overgelegd waarop de vermelding “error report” staat. Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2849 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3695/11.97

    Klachten betreffende bijstand door de advocaat in een letselschadezaak en een daarmee samenhangende zaak. Klachten dat de advocaat niet heeft gewezen op de mogelijkheid van toevoeging, dat een contract is voorgelegd en getekend dat een no cure no pay afspraak inhoudt, dat klaagster niet voldoende is geïnformeerd over de inhoud van de zaken en de te nemen juridische stappen, dat de advocaat gedurende meerdere jaren niets heeft gedaan, althans geen resultaat heeft geboekt, dat de advocaat excessief heeft gedeclareerd; nevenklachten. Niet is komen vast te staan dat de advocaat heeft gewezen op de mogelijkheid van toevoeging. De enkele vermelding in de schriftelijke opdracht dat de advocaat niet op toevoegingsbasis werkt is onvoldoende. De advocaat heeft klaagster niet schriftelijk geïnformeerd over van belang zijnde stappen, zoals het royement van een procedure tegen een wederpartij. Ook de volgens de advocaat gemaakte afspraak dat hij maatregelen zou opschorten totdat hij van klaagster bepaalde stukken kreeg, is niet schriftelijk vastgelegd. De advocaat heeft niet duidelijk kunnen maken wat hij in een periode van ongeveer 4,5 jaar voor klaagster heeft gedaan. De eerste schriftelijke opdrachtbevestiging bevat een ongeoorloofde afspraak (no cure no pay). De advocaat heeft klaagster een mogelijk schadevergoedingsbedrag voorgespiegeld dat hij niet heeft onderbouwd. De declaratie van de advocaat is door de Raad van Toezicht zeer aanzienlijk gematigd, waarbij de Raad van Toezicht heeft geoordeeld dat de advocaat excessief heeft gedeclareerd. Klacht op twee onderdelen na gegrond. Maatregel: voorwaardelijke schorsing twee weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2792 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3671/11.73

    Klaagster verwijt verweerster dat zij haar een onjuiste voorstelling van zaken gegeven heeft met betrekking tot de door haar mogelijk van haar werkgever te ontvangen schadevergoeding, ten gevolge waarvan klaagster besloten heeft om verweerster de zaak te laten behandelen terwijl zij eerder haar rechtsbijstandsverzekeraar haar belangen liet behartigen. Verweerster heeft nagelaten klaagster een deugdelijke kosten-batenanalyse te verstrekken, waarin ook de kosten van rechtsbijstand zijn betrokken. Verweerster heeft nagelaten diverse scenario's te schetsen met betrekking tot hetgeen zich zou kunnen voordoen. Dientengevolge heeft klaagster geen weloverwogen keuze kunnen maken met betrekking tot de overstap van haar rechtsbijstandsverzekeraar naar klaagster. Dit klachtonderdeel is gegrond. De klachtonderdelen die betrekking hebben op het klaagster dwingen een voorstel van de wederpartij te accepteren, dan wel het zich op een ontijdig moment onttrekken aan de zaak door verweerster, worden ongegrond verklaard. Maatregel: enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2830 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3936/12.70

    Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat verweerder bewust (feitelijk) onjuiste informatie heeft verstrekt aan diverse rechterlijke instanties. Verweerder mocht afgaan op informatie die door zijn cliënt aan hem is verstrekt. Zover de klacht ziet op de inhoud van de procedures c.q. de kwalificatie van overeenkomsten, dienen klagers zich te wenden tot de civiele rechter, nu deze is belast met de juridische kwalificatie van de overeenkomsten Alle klachtenonderdelen worden kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2811 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3669/11.71a

    Niet kan worden vastgesteld dat klaagster rechtstreeks in haar belangen is getroffen. De klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2799 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3914/12.48

    Niet kan worden vastgesteld dat verweerder de zaak van klager onvoldoende heeft voorbereid dan wel dat hij onvoldoende overleg heeft gevoerd met klager. Ook kan niet worden vastgesteld dat verweerder bewust dan wel onbewust er op aan heeft gestuurd dat klager zou worden veroordeeld en zeker niet dat tbs aan hem zou worden opgelegd. De voorzitter wijst de klacht als kennelijk ongegrond af.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2862 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3708/11.110

    Het verwijt dat klager verweerder maakt dat deze onvoldoende voortvarend in haar zaak is opgetreden en in een periode van ruim een jaar slechts één brief aan de wederpartij verzonden heeft waarin hij slechts heeft meegedeeld de belangen van klaagster te zullen behartigen, wordt gegrond verklaard. Verweerder heeft niet de zorgvuldigheid ten opzichte van klaagster betracht, zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Het ontvankelijkheidsverweer wordt gepasseerd. Niet kan worden aangenomen dat klaagster in correspondentie met de deken heeft toegezegd haar klacht in te trekken indien verweerder de door klaagster betaalde eigen bijdrage zou terugbetalen. Aan verweerder wordt de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd.