Zoekresultaten 21351-21400 van de 47651 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-133/DH/DH
- Datum publicatie: 19-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:81
voorzittersbeslissing, klacht over kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:82 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-134/DH/DH
- Datum publicatie: 19-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:82
voorzittersbeslissing, klacht over kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:83 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-218/DH/DH
- Datum publicatie: 19-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:83
Voorzittersbeslissing. Klacht over kwaliteit van dienstverlening is niet ontvankelijk. Klacht over opschorting van werkzaamheden wegens een geschil over een declaratie is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.190
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:104
Klacht tegen verpleegkundige. De klacht heeft betrekking op de (inmiddels overleden) moeder van klager die verbleef in de verzorgingsinstelling waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster dat zij heeft verzuimd gevolg te geven aan het behandelverbod en het team daarover onvoldoende heeft geïnstrueerd en voorts dat zij de rol van klager als wettelijk vertegenwoordiger niet heeft gerespecteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht af gewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.221
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:105
Klacht tegen psychiater. Klager, voormalig werkgever van verweerder, verwijt verweerder dat hij een persoonlijke relatie met een patiënte is aangegaan en voorts dat hij over de vele contacten met patiënte niets althans te weinig in het dossier heeft genoteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard. Aan verweerder is, vanwege het feit dat hij reeds was uitgeschreven uit het BIG-register, opgelegd de ontzegging van het recht zich wederom in dat register in te schrijven. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing uitsluitend voor wat betreft de maatregel en legt aan verweerder de maatregel van ontzegging voor de duur van een jaar van het recht wederom in het register te worden ingeschreven voor de duur van een jaar.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.275
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:106
Regionaal Tuchtcollege heeft (in twee afzonderlijke beslissingen) klachten tegen psychotherapeut / psychiater over een te ver gaande persoonlijke / vriendschappelijke relatie met klager en over de wijze van beëindiging van de behandelrelatie gegrond verklaard en aan verweerder in eerste aanleg zowel in zijn hoedanigheid van psychotherapeut als psychiater de maatregel van berisping opgelegd. Verweerder in eerste aanleg erkent dat hij als psychiater niet juist heeft gehandeld en stelt geen beroep in tegen de beslissing met betrekking tot zijn handelen als psychiater. Hij vindt echter dat aan hem ten onrechte in zijn hoedanigheid van psychotherapeut een berisping is opgelegd, omdat hij klager in de betreffende periode alleen als psychiater behandelde. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de psychotherapeut onduidelijkheid heeft laten bestaan of hij klager behandelde als psychotherapeut of als psychiater, door in zijn correspondentie geen duidelijk onderscheid te maken tussen zijn beide hoedanigheden, in die correspondentie niet duidelijk te zijn over de behandeling die hij aan klager gaf en door geen behandelingsovereenkomst(en) met klager op te stellen. Deze onduidelijkheid komt voor rekening en risico van de psychotherapeut. Het beroep wordt verworpen en de opgelegde maatregel gehandhaafd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:96 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-774
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:96
Naar het oordeel van de raad heeft verweerster geen misverstand laten ontstaan over haar hoedanigheid waarin zij voor haar cliënt is opgetreden, namelijk eerst als de adviseur van haar cliënt (executeur) en later als zijn advocaat. In haar correspondentie aan de advocaat van klager is zij daarover voldoende duidelijk geweest. Dat de inhoud van de diverse e-mails of stukken van haar cliënt, of het feit dat hij zijn e-mails regelmatig ook in cc aan verweerster heeft toegestuurd, daarover verwarring kan hebben doen ontstaan bij klager en zijn advocaat, kan verweerster niet worden toegerekend. Voorts bestond geen aanleiding voor verweerster om zich als advocaat te onttrekken in de procedures van de executeur tegen klager, tevens erfgenaam. Niet is gebleken dat verweerster op enig moment de belangen van de erfgenamen, waaronder klager, heeft behartigd. De executeur vertegenwoordigt immers de erflater, niet de erfgenamen. Dat betekent dat een executeur zich dan ook door een advocaat mag laten bijstaan in geschillen met (mede)erfgenamen, zoals in de onderhavige kwestie ook is gebeurd. Verdere klacht over uitlatingen van verweerster over schikkingsonderhandelingen eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:50 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-926/DB/LI
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:50
Van een advocaat mag worden verwacht dat hij zich professioneel gedraagt. Onvoldoende concreet aangetoond dat het verloop van een gesprek de advocaat tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. Klaagster niet-ontvankelijk in een klacht over de status van een kantoor in Duitsland, dit betreft het algemeen belang. Beëindiging werkzaamheden niet op een ontijdig moment. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.120 en C2017.128
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:100
Klacht tegen psychiater. Klager is bekend met een autistische stoornis en onder behandeling bij de GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster samengevat dat zij nalatig en onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld, onjuiste medicatie heeft voorgeschreven, de afbouw daarvan niet heeft begeleid en de behandeling niet op de juiste wijze heeft overgedragen aan de huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel dat betrekking heeft op de afbouw van de medicatie en de overdracht van de behandeling gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. De overige twee klachtonderdelen zijn door het Regionaal Tuchtcollege ongegrond verklaard. Het beroep van klager richt zich tegen de ongegrondverklaring; verweerder komt in beroep tegen de gegrondverklaring. Beide beroepen worden door het Centraal Tuchtcollege verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:107 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.439
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:107
Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is door verweerder in opdracht van de IND onderzocht om te beoordelen of door de IND bij het horen van klaagster rekening gehouden diende te worden met mogelijke beperkingen. Klaagster verwijt verweerder (1) dat het gesprek (te) kort heeft geduurd en (2) dat verweerder niet of onvoldoende onderzoek naar de psychische klachten van klaagster heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klaagster slaagt voor wat betreft het tweede klachtonderdeel. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg, verklaart het tweede klachtonderdeel gegrond en legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:97 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-553
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:97
De raad oordeelt het verzet ongegrond tegen de eigen advocaat, die in hoger beroep op een bepaald onderwerp geen grief heeft aangevoerd, ondanks verzoeken van klaagster daartoe. Voldoende zorgvuldig gehandeld jegens klaagster.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17245
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:41
Psychiater, die diende te beoordelen of klaagster geschikt is om een rijbewijs te hebben volgens de Regeling eisen geschiktheid 2000, wordt verweten dat hij een onjuiste diagnose (alcoholmisbruik in ruime zin) heeft gesteld, bij het stellen van de diagnose onzorgvuldig heeft gehandeld en dat de rapportage gebreken vertoont. Aanwijzingen zowel voor als tegen alcoholmisbruik. Rapportage en conclusie voldoen aan de maatstaf. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.119
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:99
Klacht tegen verpleegkundige. Klager is bekend met een autistische stoornis en onder behandeling bij de GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster samengevat dat zij nalatig en onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld, aangifte bij de politie heeft gedaan en daarbij haar beroepsgeheim heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager komt in principaal beroep voor zover de klacht ongegrond is verklaard; het incidenteel beroep van verweerster richt zich tegen het gegrond verklaarde deel. Beide beroepen worden door het Centraal Tuchtcollege verworpen en de maatregel van waarschuwing blijft in stand.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:51 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-011/DB/LI
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:51
Advocaat heeft de belangen van haar cliënte behartigd. Verzoek om vervangende toestemming aan de rechtbank gelet op de omstandigheden van de zaak niet onbegrijpelijk. Belangen van klager niet nodeloos geschaad. Klager heeft de dag nadat een verzoek om vervangende toestemming aan de rechtbank is gedaan toestemming verleend tot inschrijving van zijn dochter bij een middelbare school. Informatie dat die toestemming niet was verleend was op de dag van indiening van het verzoek niet onjuist. Op de klacht over mededelingen ten aanzien van de relatie tussen de advocaat en haar cliënte is reeds eerder door de tuchtrechter beslist. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk. Gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.122
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:101
De aangeklaagde arts/medisch adviseur was destijds ingeschreven als chirurg en gespecialiseerd in colectorale chirurgie. Verweerder is door de medisch adviseur van de verzekeraar van de artsen en de medisch adviseur van de klager gevraagd om als onafhankelijk arts te rapporteren. De klacht betreft het expertiserapport dat verweerder heeft opgesteld. Klager verwijt verweerder dat hij niet als een onafhankelijk deskundige te werk is gegaan. Volgens klager zijn er namelijk fouten gemaakt in de diagnostiek. Er was geen sprake van een fissuur en de fistel die er wel was is gemist. Bij de operatie is een beginnersfout gemaakt die alleen door een onervaren arts-assistent kan worden gemaakt en daardoor is klagers continentiestoornis ontstaan. De arts-assistent was te onervaren om de ingreep uit te voeren. Verder verwijt klager verweerder dat hij in zijn rapportage niet heeft gemeld dat klager niet is geïnformeerd over het risico van continentiestoornissen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.470
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:108
klaagster verwijt verweerder, werkzaam als arbo-arts, -zakelijk weergegeven - dat hij zonder aanvullende informatie op te vragen bij klaagsters huisarts en de behandelende specialisten en zonder haar te onderzoeken heeft geconcludeerd dat de oorzaak van klaagsters ziekte een gevolg is van een arbeidsconflict (pesten) in plaats van een gevolg van haar medische klachten (frequente diarree door lactose intolerantie). Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak. Klaagster wordt voorts niet-ontvankelijk verklaard in haar in beroep aangevoerde nieuwe klachten.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1799
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:42
Bedrijfsarts wordt verweten dat hij heeft nagelaten een diagnose te stellen, te informeren naar de daarvoor relevante gegevens en een gebrek heeft aan empathisch vermogen. College: arbeidsconflict. Conform STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten had de bedrijfsarts eerst moeten beoordelen of sprake was van arbeidsongeschiktheid door ziekte of gebrek. In het medisch dossier is hierover niets vermeld en de bedrijfsarts heeft niet op andere wijze aannemelijk gemaakt dat hij klagers hoofdpijnklachten naar behoren heeft uitgevraagd. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:52 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-850/DB/OB
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:52
Het staat klaagster vrij de klacht opnieuw in te dienen indien hierover door de tuchtrechter nog geen tuchtrechtelijk oordeel is gegeven, mits de klacht voldoet aan de daartoe door de wet gestelde vormvereisten en binnen de in artikel 49 lid 1 sub a Advocatenwet bedoelde gestelde termijn. De geheimhoudingsplicht van een advocaat geldt tegenover zijn cliënt niet ten opzichte van de wederpartij. Advocaat heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op verzoek van haar cliënt heeft gecorrespondeerd met een door klager daartoe aangewezen derde. Dat, zoals klaagster stelt, informatie uit de brief aan die derde bekend is geworden bij anderen dan de heer vd V valt verweerster tuchtrechtelijk niet aan te rekenen. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.148
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:102
Klaagster heeft eerder een onderbeenamputatie aan beide benen ondergaan en tevens amputatie van de vingers. Zij heeft het multidisciplinair spreekuur van de aangeklaagde revalidatiearts met de chirurg bijgewoond om te informeren naar een osseo-geïntegreerde klikprothese aan beide benen in plaats van kokerprotheses. Beide benen moesten daarvoor 20 cm worden ingekort en er zou een cutaan stoma worden aangelegd. Zij kreeg klachten van de stoma en wilde op zeker moment ook van de klikprotheses af. Later kwam klaagster op deze beslissing terug. Klaagster verwijt de revalidatiearts dat hij : 1. klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgestelde behandeling, voordelen en nadelen van de behandeling, mogelijke complicaties en vereiste nazorg. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van informed consent; 2. geen adequate oplossing voor de bij klaagster opgetreden complicaties heeft geboden en daarmee niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting; 3. een operatieve ingreep heeft uitgevoerd, terwijl hij geen chirurg is maar revalidatiearts. De revalidatiearts mist de voor deze ingreep benodigde bekwaamheid; 4. geen adequate revalidatie heeft toegepast bij de aandoening die klaagster heeft. Hierdoor is haar herstel moeizaam en langdurig verlopen en heeft zij onnodig pijn geleden; 5. niet aan zijn dossierplicht heeft voldaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt die uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17247
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:43
Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij zonder klaagsters medische gegevens en zonder enig onderzoek een foute diagnose bij klaagster heeft gesteld en heeft geweigerd klaagsters dossier op te sturen. Bedrijfsarts mocht voorlopige conclusie trekken op basis anamnese en waarneming in afwachting definitieve beoordeling belastbaarheid. Opvragen informatie bij klaagsters huisarts was zorgvuldig. Niet verwijtbaar dat bedrijfsarts onder deze omstandigheden niet zelf lichamelijk onderzoek heeft gedaan. Verplichting tot op verzoek van een werknemer tijdig toezenden van medisch dossier rust op de bedrijfsarts zelf. Hij kan zich daarbij niet verschuilen achter (onvolkomenheden van) het administratieve systeem van de organisatie waarbinnen hij werkt. Dat vijf weken verstreken zijn tussen verzoek van gemachtigde klaagster tot toezending medisch dossier en brief van arbodienst hoe klaagster medisch dossier kon opvragen, is niet tijdig en valt bedrijfsarts aan te rekenen. Bedrijfsarts had klaagsters gemachtigde bij ontbreken machtiging er direct op kunnen wijzen hoe klaagster wel haar medisch dossier kon opvragen. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:53 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-591/DB/ZWB
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:53
De voorzitter is op grond van artikel 46 lid 1 Advocatenwet bevoegd om op grond van het door de deken aan de raad toegezonden dossier en zonder partijen te horen te besluiten dat een klacht kennelijk ongegrond is. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.149
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:103
Klaagster heeft eerder een onderbeenamputatie aan beide benen ondergaan en tevens amputatie van de vingers. Zij heeft het multidisciplinair spreekuur van verweerder, chirurg, en van de revalidatiearts (C2017.148) bijgewoond om te informeren naar een osseogeïntegreerde klikprothese aan beide benen in plaats van kokerprotheses. Beide benen moesten daarvoor 20 cm worden ingekort en er werd een cutaan stoma aangelegd. Op enig moment kreeg klaagster klachten van de stoma en wilde zij ook van de klikprotheses af. Op deze beslissing is klaagster later terug gekomen. Klaagster verwijt verweerder dat hij: 1. klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgestelde behandeling; 2. klaagster nodeloos lang heeft laten wachten zonder een oplossing te bieden voor haar complicatie, als gevolg waarvan zij ernstige onnodige pijnen heeft geleden en niet in staat was om protheses te dragen; 3. klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgestelde behandeling en het behandelplan. Daarnaast werd deze behandeling telkens op korte termijn gewijzigd; 4. geen adequate oplossing voor de bij klaagster opgetreden complicaties heeft geboden en daarmee niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting; 5. heeft nagelaten om mee te werken aan een second opinion; 6. ten onrechte heeft genoteerd dat klaagster psychische klachten zou hebben; 7. niet aan zijn dossierplicht heeft voldaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt die uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/280
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:48
Klagers verwijten verweerder, kort samengevat grove nalatigheid, arrogantie en het missen van een diagnose. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/154
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:20
Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster is tijdens haar zwangerschap vanwege haar belaste obstetrische geschiedenis verwezen naar het ziekenhuis. Verweerster deed de intake en werd daarmee hoofdbehandelaar. Hierna is klaagster meemalen gezien in het ziekenhuis, echter niet meer door verweerster. Uiteindelijk is klaagster bevallen via een spoedsectio van een kindje dat na reanimatie hersendood bleek te zijn en enkele dagen later overleed. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) verwijten verweerster dat zij als hoofdbehandelaar onvoldoende de regie heeft gevoerd ten aanzien van de behandeling. Het college is van oordeel dat behandeling van klaagster door een behandelteam niet op onzorgvuldige wijze is geschied en dat niet gebleken is dat deze wijze van behandeling het beloop van de zwangerschap ongunstig heeft beïnvloed. De klacht is daardoor ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken V2017/02, G2017/153 en G2017/155.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/155
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:21
Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster is gedurende haar zwangerschap meermalen gezien, door onder meer verweerster, wegens vaginaal bloedverlies. Uiteindelijk is klaagster bevallen via een spoedsectio van een kindje dat na reanimatie hersendood bleek te zijn en enkele dagen later overleed. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) verwijten verweerster dat zij onvoldoende onderzoek heeft verricht. Het college is van oordeel dat het verwijt onterecht is. De klacht is daardoor in zijn geheel ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken V2017/02, G2017/153 en G2017/154.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/173
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:22
Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster heeft zich tot een AIOS gynaecologie gewend met vaginaal bloedverlies. Volgens klaagster heeft zij een ovariumcarcinoom en had zij onmiddellijk geholpen moeten worden. De AIOS heeft echter een vervolgafspraak gemaakt. Daarnaast heeft de AIOS verzuimd een echo te maken. De AIOS heeft een brief naar de huisarts gestuurd over het voorgaande die tevens door verweerster is ondertekend. Daarom maakt klaagster verweerster dezelfde verwijten als de betreffende AIOS (de procedure tegen de AIOS heeft kenmerk G2017/174). Het college is van oordeel dat de AIOS gezien de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hierbij speelt mee dat niet is vastgesteld dat bij klaagster sprake is van een ovariumcarcinoom en klaagster heeft geweigerd zich fysiek te laten onderzoeken. Verweerster heeft als supervisor van de AIOS evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/126T
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:39
Klaagster was tandartsassistente in de praktijk van verweerder en verwijt hem seksueel grensoverschrijdend gedrag. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/174
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:23
Klacht tegen voormalig AIOS gynaecologie. Klaagster heeft zich tot verweerster gewend met vaginaal bloedverlies. Volgens klaagster heeft zij een ovariumcarcinoom en had zij onmiddellijk geholpen moeten worden. Verweerster heeft echter een vervolgafspraak gemaakt. Daarnaast heeft verweerster verzuimd een echo te maken. Tevens verwijt klaagster verweerster dat het verslag van het consult onvolledig is. Het college is van oordeel dat verweerster gezien de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hierbij speelt mee dat niet is vastgesteld dat bij klaagster sprake is van een ovariumcarcinoom en klaagster heeft geweigerd zich fysiek te laten onderzoeken. Wat het verslag van het consult betreft, is het college van oordeel dat het aan verweerster is om te bepalen wat zij daarin vastlegt. Zij is niet gehouden de letterlijke weergave van klaagster te volgen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-205
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:48
Deels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Vast is komen te staan dat er gedurende de behandelrelatie sprake was van seksueel contact tussen klaagster en de fysiotherapeut, terwijl de fysiotherapeut wist dat klaagster onder behandeling was van een psycholoog. Het seksueel contact heeft gedurende meerdere jaren en structureel tijdens behandelcontacten plaatsgevonden en is niet door de fysiotherapeut zelf beëindigd. De fysiotherapeut toont weinig inzicht in zijn eigen handelen en zelfreflectie. Ook sprake van gebrekkige dossiervoering en onjuiste declaraties. Doorhaling van de inschrijving in het BIG-register.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen V2017/02
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:18
Klacht tegen verloskundige. Verweerster heeft een vaginaal toucher verricht bij klaagster toen zij bijna 39 weken zwanger was. Aanleiding hiervoor was vaginaal bloedverlies. Vervolgens heeft verweerster de gynaecoloog gebeld en is er een spoedsectio verricht. Het kindje dat geboren werd, bleek na reanimatie hersendood te zijn en overleed enkele dagen later. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) zijn van mening dat verweerster het vaginaal toucher niet had mogen verrichten. Zij achten het niet onwaarschijnlijk dat dit het fatale beloop heeft bespoedigd of zelfs veroorzaakt. Het college is van oordeel dat er juist een medische indicatie was voor een vaginaal toucher en dat niet gebleken is dat dit op onzorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Evenmin is gebleken dat het vaginaal toucher om een andere reden het beloop van de zwangerschap negatief heeft beïnvloed. De klacht is ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken G2017/153, G2017/154 en G2017/155.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-248
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:49
Gegronde klacht tegen een apotheker. De apotheker heeft zonder toestemming van klager zijn reisdocument en afleverhistorie van medicatie aan een derde meegegeven. Het in een gesloten enveloppe meegeven van deze medische informatie is niet voldoende om de privacy van een patiënt te waarborgen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/153
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:19
Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster is gedurende haar zwangerschap meermalen gezien, door onder andere verweerder, wegens vaginaal bloedverlies. Uiteindelijk is klaagster bevallen via een spoedsectio van een kindje dat na reanimatie hersendood bleek te zijn en enkele dagen later overleed. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) verwijten verweerder onder meer dat hij onvoldoende onderzoek heeft verricht en te lang heeft vastgehouden aan een foute diagnose. Het college is van oordeel dat de verwijten onterecht zijn. De klacht is daardoor in zijn geheel ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken V2017/02, G2017/154 en G2017/155.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:64 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170303
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:64
Dekenbezwaar.Schrapping. Verweerster is in twee instanties veroordeeld tot een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. ZIj heeft brieven en beschikkingen van gerechtelijke instanties vervalst en het tegenover haar cliënten doen voorkomen dat gigantische bedragen aan depot voor deskundigenonderzoeken, voor advieswerkzaamheden of voor waarborgsommen betaald moesten worden. Verweerster heeft facturen met hoge bedragen voor procureurswerkzaamheden vervalst en aan haar cliënten doorbelast, een aan haar door de wederpartij overgemaakt groot depotbedrag niet aan haar cliënt doorbetaald en niet teruggestort, bij een juwelier sieraden gekocht maar deze niet betaald noch teruggegeven. Schending kernwaarden. Het verweer van verweerster dat zij ofwel deze feiten niet zelf heeft gepleegd ofwel dat zij deze feiten wel zelf heeft gepleegd maar onder druk en invloed van haar overleden echtgenoot, kan verweerster tegenover het tuchtrechtelijke verwijt niet baten. Verweerster is als advocaat zeer nauw betrokken geweest bij de omvangrijke fraude op haar eigen kantoor, gedurende vier jaar. Als het verweer van verweerster opgaat, moet in tuchtrechtelijke zin de conclusie worden getrokken dat verweerster geen enkel overzicht en geen controle over haar eigen kantoor had. Het verzoek van verweerster tot aanhouding van de tuchtzaak totdat de Hoge Raad heeft beslist op het cassatieverzoek wordt afgewezen. Ook als de cassatiemiddelen slagen doet dat niet af aan de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid van de vaststaande feiten. Bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:58 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170329
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:58
Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft in een procedure gebruik gemaakt van een accountantsrapport. Nu dit rapport niet in het geding is gebracht, kan het hof evenals de raad niet vaststellen dat verweerder bewust een ongenuanceerd standpunt heeft ingenomen met als (uitsluitend) doel om de belangen van klagers te schaden. Klagers komt geen klachtrecht toe voor het gebruik van het rapport in strijd met afspraken daarover tussen verweerder en de accountant. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder de naam van zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aan klagers moet verstrekken. Art. 6:24 Verordening op de advocatuur (Voda) bepaalt dat de advocaat adequaat is verzekerd ter zake van het risico van zijn beroepsaansprakelijkheid (lid 1) en dat hij de verzekering aangaat met een verzekeraar van wie aannemelijk is dat deze voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van solvabiliteit (lid 4). Doel van deze bepaling is dat aan het publiek tot op zekere hoogte waarborg moet worden geboden dat iedere advocaat voldoende verhaal biedt in geval van schade door een beroepsfout. Om invulling te geven aan deze waarborgfunctie die naar het oordeel van het hof niet alleen beperkt is tot de cliënt van een advocaat, het gaat immers om het publiek, dient een advocaat in beginsel desgevraagd aan een benadeelde die gegevens te verstrekken die het een benadeelde mogelijk maken om in contact te treden met de verzekeraar over de kwestie waarvan de benadeelde meent dat hij een claim op de advocaat heeft. Volstaan kan worden met het verstrekken van een afschrift van de melding van de aansprakelijkstelling aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar, wat impliceert dat de benadeelde bekend wordt met de gegevens van de verzekeraar. Uit het oogpunt van transparantie en integriteit kan dit ook van de advocaat worden verlangd. Nu verweerder dit heeft geweigerd, is de klacht gegrond. In zoverre vernietigt het hof de beslissing van de raad en legt een waarschuwing op. Overigens bekrachtiging. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:88 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-768
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:88
Klacht over eigen advocaat. Niet gebleken is dat verweerder onvoldoende heeft gecommuniceerd met klagers over de strategie en aanpak van de zaak. Evenmin is gebleken dat verweerder een onjuiste procedure is gestart door een kort geding aanhangig te maken of dat zijn werkzaamheden anderszins beneden de maat waren. Het feit dat de werkzaamheden van klager door de verzekeringsmaatschappij werden vergoed, betekent niet dat klager geen belang heeft bij de hoogte van de declaratie. In dit geval was er dekking tot een bepaald maximum. Bij overschrijding daarvan zouden klagers het meerdere zelf moeten betalen. Van excessief declareren is echter niet gebleken. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:65 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170233
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:65
De beklaagde advocaat (verweerster) heeft over klaagster - als niet in de procedure betrokken derde - in een processtuk het volgende geschreven: “(Klaagster) blijkt ondertussen zélf geen cent bij te dragen aan de kosten voor de verzorging en opvoeding van haar eigen kind” en in haar reactie op de tegen haar ingediende klacht : “(….)dat klaagster een kinderalimentatie ontvangt die de behoefte van haar kind volledig dekt, wat in zijn algemeenheid erop wijst dat zij onvoldoende draagkracht heeft en dus geen ruimte heeft om haar partner te onderhouden.” Anders dan de raad, acht het hof deze passages niet onnodig grievend. De passage in het processtuk had een functie, namelijk het betwisten van de stelling van de wederpartij van verweersters cliënte dat hij door klaagster werd onderhouden. De passage is scherp en ongenuanceerd maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Wat betreft de reactie op de klacht geldt dat deze gebezigd is in een besloten setting (brief aan deken in een klachtprocedure) en dat verweerster die heeft teruggenomen in haar brief aan de deken nadat haar de onjuistheid van de mededeling duidelijk was geworden. De stelling dat klaagster kinderalimentatie voor haar kinderen ontving is niet grievend. Ongegrond. Vernietiging.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:59 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170185
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:59
Klacht tegen eigen advocaat. Verweerders hebben in huurzaak geen correcte ingebrekestelling aan de verhuurder verzonden en de cliënte onvoldoende geïnformeerd over dit risico. Klacht in zoverre gegrond, berisping. Onvoldoende aanknopingspunten voor excessief declareren.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:225 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-348
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 07-12-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:225
Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat over de rol van de advocaat in een procedure tot beëindiging van de aan klager opgelegde TBS. Niet gebleken is dat de advocaat de voortgang van de procedure onvoldoende heeft bewaakt. De advocaat hoefde zich niet met de inhoud van de door rechtbank gevraagde rapportage te bemoeien. Ook ten aanzien van de informatievoorziening en communicatie is de advocaat niet tekortgeschoten. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:20 Accountantskamer Zwolle 17/1517 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:20
De klacht is buiten de driejaarstermijn als bedoeld in artikel 22 Wtra ingediend, zodat de klacht niet-ontvankelijk is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:60 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170326
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:60
Verweerder heeft de belangen van klager als vader van de minderjarige kinderen geschaad door zonder toestemming van of overleg met (de advocaat van) de vader met de kinderen te praten. Berisping. Proceskostenveroordeling
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:54 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180006
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 06-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:54
Beklag tegen weigering tot inschrijving als advocaat. Het beklag is ongegrond. Het hof is van oordeel dat er op dit moment (nog) geen enkele waarborg is dat klager de kernwaarden van de advocatuur zal respecteren en de toepasselijke regels zal naleven bij terugkeer in de advocatuur op dit moment.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:84 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-064
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 11-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:84
Voorzittersbeslissing. Klacht van derde tegen advocaat. Klager heeft geen persoonlijk belang voor zover de klacht ziet op uitlatingen van verweerder richting de deken in een kwestie tussen verweerder en een andere advocaat. In zoverre is klager niet-ontvankelijk. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:61 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170327
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:61
Verweerder beschouwde klaagster als zijn cliënte samen met haar echtgenoot met wie hij de echtscheiding heeft besproken. Verweerder is jegens klaagster tekortgeschoten in het verstrekken van informatie over de gevolgen van de bepalingen uit het convenant, nu hij haar slechts éénmaal heeft gesproken bij de ondertekening van het convenant. Berisping. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:55 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170248
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:55
De voorzitter van de raad heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard. Het verzet van klager tegen die beslissing is door de raad ongegrond verklaard. Klager heeft hoger beroep ingesteld tegen die beslissing van de raad. De voorzitter van het hof heeft het hoger beroep afgewezen op grond van art. 46 h lid 7 Advocatenwet. Tegen die beslissing heeft klager verzet ingesteld. Het hof verklaart het verzet ongegrond: klager heeft geen gronden gesteld die aanleiding kunnen geven tot doorbreking van het appelverbod.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-063
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 11-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:85
Voorzittersbeslissing. Klacht van derde tegen advocaat. Klager heeft geen persoonlijk belang voor zover de klacht ziet op uitlatingen van verweerster richting de deken in een kwestie tussen verweerster en een andere advocaat. In zoverre is klager niet-ontvankelijk. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:62 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170295
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:62
Klacht tegen advocaat wederpartij in vervolg op berichten in de media, ongegrond. Verweerder mocht, nu zijn cliënt reeds aangifte van diefstal had gedaan en klager met de betreffende paarden was weggereden, de media inschakelen om de paarden op te sporen. Gebruikte bewoordingen gelet op de hectiek van het moment niet onnodig grievend.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:56 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170338
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:56
Grotendeels gegronde klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft niet (financieel) integer gehandeld door niet te beschikken over een deugdelijke klachtenregeling, klachten niet door te leiden aan zijn klachtenfunctionaris, na te laten klager adequaat te adviseren over zijn rechtspositie en procesrisico’s en klager onvoldoende te informeren over de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand. Verweerder heeft bovendien niet deskundig gehandeld door getuigenverhoren onvoldoende met klager voor te bereiden, na te laten op grond van het BBA de vernietiging van de opzegging in te roepen en na te laten zich op het standpunt te stellen dat de juiste opzegtermijn in acht genomen had moeten worden. Het hoger beroep beperkt zich tot de door de raad opgelegde maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de duur van één maand. Het verwijtbare handelen betreft geen incidentele schending maar een veelomvattende ernstige schending van kernwaarden van de advocatuur. De omstandigheid dat verweerder niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld, maakt dat volstaan kan worden met een voorwaardelijke schorsing. Uitsluitend omdat de periode van een maand geen standaard afgebakend aantal dagen kent, wordt de uitspraak van de raad in zoverre vernietigd en wordt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing opgelegd voor de duur van vier weken. Bekrachtiging voor het overige. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:86 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1063
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 11-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:86
Voorzittersbeslissing: advocaat wederpartij; de voorzitter is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder tijdens zijn pleidooi of in zijn pleitnota onwaarheden heeft geschreven of heeft geuit. Verweerder mocht afgaan op informatie van cliënte en op basis daarvan het partijdige standpunt innemen als door hem is gedaan onder meer over de gang van zaken bij de notaris. De klacht is dan ook kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:63 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170043
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:63
Tussen klaagster en verweerder is onenigheid ontstaan over de verdeling van de door klaagster als opvolgend advocaat van verweerder ontvangen vergoeding voor de toevoeging. Klaagster heeft een eigen belang bij haar klacht en is daarom ontvankelijk. Anders dan de raad, acht het hof de klacht - inhoudende dat verweerder werkzaamheden heeft opgevoerd die niet voor verrekening in aanmerking komen, dat hij klaagster op het verkeerde been heeft gezet door een onjuiste urenspecificatie toe te zenden en hij niet nauwgezet heeft gehandeld - ongegrond. Het is niet de taak van het hof om een oordeel te geven over het geschil tussen klaagster en verweerder. De tuchtrechter beoordeelt immers niet of de ene partij nog een bedrag verschuldigd is aan de andere partij, maar of verweerder met betrekking tot de financiële afwikkeling van de toevoeging een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Daarvan is het hof niet gebleken. Vernietiging.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:87 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-744
- Datum publicatie: 16-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:87
Klacht over eigen advocaat; Niet gebleken is dat verweerster in strijd met de afspraak een concept verweerschrift te laat aan klaagster heeft gestuurd. Ten aanzien van de klacht over de kwaliteit van de werkzaamheden, zoals de gestelde taal-en spelfouten en de bezwaren tegen de opzet en opbouw van het concept, is de raad van oordeel dat deze bezwaren niet zodanig zijn dat het concept als beneden de maat moet worden gekwalificeerd. Ten aanzien van het verwijt dat de kantoorgenoot/jurist van verweerster het telefoongesprek tussen klaagster en verweerster heeft kunnen volgen, oordeelt de raad dat zulks niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is omdat ook de kantoorgenoot een geheimhoudingsplicht heeft en verweerster verantwoordelijk is voor het handelen van deze kantoorgenoot. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 427
- Pagina: 428
- Pagina: 429
- ...
- Pagina: 954
- Volgende pagina zoekresultaten