Zoekresultaten 20501-20550 van de 47491 resultaten
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:9 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/53+54
- Datum publicatie: 05-07-2018
- Datum uitspraak: 16-03-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:9
Klachten tegen twee dierenartsen. De ene dierenarts wordt verweten in een te vroeg stadium te hebben geadviseerd c.q. besloten de hond van klaagster te euthanaseren zonder eerst andere opties te onderzoeken. De andere dierenarts wordt verweten dat zij de euthanasie van de hond onzorgvuldig en niet professioneel heeft uitgevoerd. Beide klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:141 Raad van Discipline Amsterdam 18-374/A/A
- Datum publicatie: 05-07-2018
- Datum uitspraak: 25-06-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:141
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij met betrekking tot op 7 november 2017 door verweerder gestuurde e-mail aan klager bekende personen. De voorzitter acht het aannemelijk dat de cliënten van verweerder in een lastige bewijspositie verkeerden en dat verweerder met zijn e-mail van 7 november 2017 het belang van zijn cliënten heeft beoogd te dienen. Voorts zien de beschuldigingen jegens klager die in de e-mail van 7 november 2017 zijn vervat op de kern van het geschil dat partijen verdeeld houdt. De voorzitter begrijpt dat bepaalde door verweerder namens zijn cliënten ingenomen stellingen - zoals de stelling dat klager tegoeden zou hebben weggemaakt – en het feit dat verweerder contact heeft gezocht met elf klager bekende personen door klager als een ernstige schending van zijn belangen is ervaren. Verweerder dient evenwel de belangen van zijn cliënten behartigen. Partijdigheid is één van de kernwaarden waaraan een advocaat dient te voldoen. De voorzitter acht de wijze waarop verweerder heeft gehandeld en zich over klager heeft uitgelaten, niet onnodig grievend. Voorts is niet gebleken dat verweerder wist of had moeten weten dat de beschuldigingen onjuist waren. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder niet de grenzen van de hem toekomende vrijheid overschreden. Anders dan klager lijkt te veronderstellen is voor het uiten van deze beschuldigingen in de gegeven omstandigheden tot slot niet vereist dat sprake is van een onherroepelijk vonnis. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:10 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/29
- Datum publicatie: 05-07-2018
- Datum uitspraak: 16-03-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:10
Dierenarts wordt verweten dat zij ten aanzien van een hond qua behandeling tekort is geschoten, heeft geweigerd een visite aan huis af te leggen om de hond te euthanaseren en de patiëntenkaart heeft gewijzigd c.q. informatie heeft weggelaten. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1838
- Datum publicatie: 05-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:64
Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij klagers re-integratie heeft belemmerd, onjuiste rapportages heeft opgesteld en medische informatie over klager aan de werkgever heeft gelekt. De bedrijfsarts is procesbegeleider met een algemene zorgplicht en heeft zich te afwachtend opgesteld in de verzuimbegeleiding door klager ten onrechte gedurende vijf maanden aan zijn lot over te laten. Geheimhoudingsverplichting op grond van artikel 88 Wet BIG geschonden. Zie ook KNMG-code Gegevensverkeer en Leidraad bedrijfsarts en privacy. Deels gegrond. Lering getrokken. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1827
- Datum publicatie: 05-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:65
Arts maatschappij en gezondheid wordt verweten dat hij een ondeugdelijk en onzorgvuldig onderzoek heeft verricht en een ondeugdelijk sociaal medisch advies heeft opgesteld over klagers zoon voor het Regionaal Bureau Leerplicht. Arts heeft bevindingen uit rapport psycholoog anders gewaardeerd dan klager en de gehanteerde onderzoeksmethode en daarop gebaseerde conclusies gemotiveerd in twijfel getrokken. Op basis van alle door de arts ingewonnen informatie waarvan de bronnen in het advies zijn vermeld, vond de arts nader medisch onderzoek niet nodig. Geen aanknopingspunten dat de zoon gezondheidsproblemen heeft noch gaf gedrag aanleiding tot verwijdering. De arts heeft conform de criteria voor rapportages gehandeld en kon in redelijkheid tot de conclusie komen. Ongegrond. Arts maatschappij en gezondheid wordt verweten dat hij een ondeugdelijk en onzorgvuldig onderzoek heeft verricht en een ondeugdelijk sociaal medisch advies heeft opgesteld over klagers zoon voor het Regionaal Bureau Leerplicht. Arts heeft bevindingen uit rapport psycholoog anders gewaardeerd dan klager en de gehanteerde onderzoeksmethode en daarop gebaseerde conclusies gemotiveerd in twijfel getrokken. Op basis van alle door de arts ingewonnen informatie waarvan de bronnen in het advies zijn vermeld, vond de arts nader medisch onderzoek niet nodig. Geen aanknopingspunten dat de zoon gezondheidsproblemen heeft noch gaf gedrag aanleiding tot verwijdering. De arts heeft conform de criteria voor rapportages gehandeld en kon in redelijkheid tot de conclusie komen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-227/DH/DH
- Datum publicatie: 05-07-2018
- Datum uitspraak: 13-06-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:144
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/84
- Datum publicatie: 05-07-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:6
Klager verwijt de notaris dat: - hij ernstig is benadeeld door een stuk in omloop te brengen dat de schijn met zich draagt dat klager geen eigenaar van het pand is en klager mogelijk in grote problemen had kunnen brengen in het onteigeningsproces (klachtonderdeel 1); - deze niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een notaris mag worden verwacht, waarbij de notaris in ieder geval kan worden verweten dat hij klager niet heeft geïnformeerd en geen hoor en wederhoor heeft toegepast om de waarheid (althans de situatie in de gerechtelijke procedure in België) boven water te krijgen (klachtonderdeel 2); - hij opzettelijk onwaarheden in omloop heeft gebracht om zijn handelen te maskeren, welke onwaarheden nadien keihard zijn gebleken (klachtonderdeel 3); - hij klager – in zijn hele spel om zijn handelen te maskeren – moedwillig schade heeft toegebracht, onder andere door klager te verleiden om een kort geding procedure op te starten om inschrijving van een akte – waarvan de notaris al wist dat die niet ingeschreven kon worden – te voorkomen (klachtonderdeel 4); - hij door meermalen opzettelijk onjuistheden te verklaren het vertrouwen in hem en daardoor het hele notariaat ernstig heeft geschaad. En dat terwijl deze notaris nog vele jaren als rechter heeft gefungeerd (klachtonderdeel 5); - hij in deze niet onpartijdig is geweest maar willens en wetens klager buiten de deur heeft gehouden en – toen klager eenmaal op de hoogte was – heeft getracht klager met een kluitje het riet in te sturen (klachtonderdeel 6). Klachtonderdelen 1, 5 en 6 gegrond. Maatregel van berisping
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/88
- Datum publicatie: 05-07-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:7
Bepaalde nevenbetrekkingen van de notaris staan niet in het Register notariaat vermeld. Klager verzoekt de KNB om de notaris hier over aan te spreken. Notaris heeft (schijn van) samenwerking laten ontstaan (in strijd met artikel 4, zevende lid, van de Verordening interdisciplinaire samenwerking 2015) alsmede een nevenbetrekking niet doorgegeven waartoe hij gelet op artikel 11 Wna wel gehouden was. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:7 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/56
- Datum publicatie: 05-07-2018
- Datum uitspraak: 31-05-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:7
Pluimveedierenarts wordt verweten op onzorgvuldige wijze en niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften te hebben gehandeld bij de inzet van antibiotica op een vleeskuikenbedrijf. Deels gegrond, volgt geldboete van € 750, waarvan € 375 voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TSCTS:2018:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-05 "2017 V9 Achtergracht"
- Datum publicatie: 04-07-2018
- Datum uitspraak: 04-07-2018
- ECLI:NL:TSCTS:2018:5
Op zaterdag 14 november 2015 vond een dodelijk ongeval plaats aan boord van het Nederlandse zeeschip Achtergracht; bij een die dag op het luikendek gehouden Neptunus ritueel is de Filipijnse stagiair/leerling-stuurman A.F. S. (hierna: S.), geboren 20 oktober 1994, overleden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:142 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-262/DH/DH
- Datum publicatie: 04-07-2018
- Datum uitspraak: 20-06-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:142
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk wegens het verstrijken van de driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond respectievelijk kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TSCTS:2018:6 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-06 "2017.V10-Symphony Sky"
- Datum publicatie: 04-07-2018
- Datum uitspraak: 04-07-2018
- ECLI:NL:TSCTS:2018:6
Op 11 juni 2017 omstreeks 18:14 uur UTC vond na het bunkeren op "Skagen Roads" een aanvaring plaats tussen het Nederlandse zeeschip Symphony Sky en het 14 meter lange Deense vissersvaartuig Frisk Fisk (S521). Beide schepen liepen lichte schade op en konden hun reis vervolgen. Niemand raakte gewond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:143 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-231/DH/RO
- Datum publicatie: 04-07-2018
- Datum uitspraak: 13-06-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:143
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang.
-
ECLI:NL:TSCTS:2018:7 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-7 "2018.V3-Ruyter"
- Datum publicatie: 04-07-2018
- Datum uitspraak: 04-07-2018
- ECLI:NL:TSCTS:2018:7
Op 10 oktober 2017 omstreeks 23:00 uur is het Nederlandse zeeschip Ruyter aan de grond gelopen aan de noordzijde van Rathlin Island (Noord-Ierland).
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:140 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-228/DH/DH-a
- Datum publicatie: 04-07-2018
- Datum uitspraak: 13-06-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:140
Voorzittersbeslissing. Evenals de deken heeft de voorzitter gecontroleerd of via Google een verwijzing naar de in de klacht (en de aanvulling daarop) genoemde websites van verweerder te vinden is indien de naam van het kantoor van klager wordt ingevoerd als zoekterm. De voorzitter heeft geen enkele foute verwijzing kunnen vinden. Indien de door klager in zijn klacht geschetste situatie zich al heeft voorgedaan, is die situatie thans in ieder geval beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-228/DH/DH-b
- Datum publicatie: 04-07-2018
- Datum uitspraak: 13-06-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:141
Evenals de deken heeft de voorzitter gecontroleerd of via Google een verwijzing naar de in de klacht (en de aanvulling daarop) genoemde websites van verweerder te vinden is indien de naam van het kantoor van klager wordt ingevoerd als zoekterm. De voorzitter heeft geen enkele foute verwijzing kunnen vinden. Indien de door klager in zijn klacht geschetste situatie zich al heeft voorgedaan, is die situatie thans in ieder geval beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.424
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:199
Klacht tegen oogarts. Bij klaagster is een staaroperatie uitgevoerd. Klaagster verwijt verweerder dat zij onvoldoende is ingelicht, en bovendien niet door de oogarts zelf maar door de optometrist, dat er geen sprake was van informed consent en dat de oogarts de verkeerde lens heeft geplaatst terwijl hij dit laatste blijft ontkennen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.033
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:193
De politie heeft in de nacht de crisisdienst van de GGZ geconsulteerd, nadat zij was ingeschakeld vanwege het feit dat klager zijn echtgenote in hun woning had buiten gesloten. De dienstdoende aios heeft ter plaatse een psychiatrische beoordeling gemaakt en een hetero-anamnese afgenomen. De psychiater is in hoedanigheid van supervisor de situatie zelf gaan beoordelen, waarna zij heeft ingestemd met de door de aios opgestelde geneeskundige verklaring. Klager verwijt de psychiater dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door een psychiatrisch oordeel over hem te vellen zonder hem volwaardig en zorgvuldig te horen en te onderzoeken en zonder overleg te plegen met zijn huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verenigt zich met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Niet gebleken is dat de psychiater in de gegeven omstandigheden, waarin sprake was van een crisissituatie die een snelle beoordeling vergde, onzorgvuldig heeft gehandeld. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/449
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:74
Verweerster (vertrouwensarts) heeft een onderzoek gedaan naar aanleiding van een melding bij Veilig Thuis. De melding betreft een vermeende mishandeling van de dochter van klagers. Klagers verwijten verweerster een suggestieve en onvolledige rapportage. Tevens heeft verweerster dreigementen gedaan. Klagers verwijten verweerster het overschrijven van de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2018/01
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:46
Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog. In opdracht van het OM heeft verweerder getracht klager, destijds verdachte in een strafzaak, psychologisch te onderzoeken. Het lukte verweerder niet om contact met klager te krijgen om hem te kunnen onderzoeken, waarop hij besloot een ‘weigerrapportage’ op te stellen. Deze weigerrapportage bevat samenvattingen van de beschikbare gerechtelijke stukken en een uitleg van de stappen die verweerder heeft ondernomen om met klager contact te krijgen. Klager is van mening dat verweerder onvoldoende heeft gedaan om met hem in contact te komen en daardoor niet een weigerrapportage mocht opstellen. Ook zou de rapportage allerlei onjuistheden en gekleurde opvattingen over klager bevatten. Het college is met klager van oordeel dat uit verweerders rapportage onvoldoende blijkt dat hij voldoende inspanningen heeft verricht om contact met klager te krijgen. Nu dit ook niet op ander wijze blijkt, is niet gebleken dat verweerder heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting om met klager af te spreken. Dit gedeelte van de klacht is gegrond. De rapportage bevat echter geen oordelen en/of uitspraken van verweerder, maar samenvattingen van gerechtelijke stukken. Dit gedeelte van de klacht is ongegrond. Conclusie: klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.041
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:194
De zoon van klagers is bij De Waag polikliniek voor gespecialiseerde forensische zorg in behandeling geweest. De psychiater is, op verzoek van de hoofdbehandelaar van de zoon van klagers, in de periode van 22 november 2016 tot en met 24 januari 2017 bij de behandeling betrokken geweest. Klagers verwijten de psychiater, voor zover hier van belang, dat: - zij de bij hun zoon bestaande problematiek verkeerd heeft benaderd, hetgeen een negatieve uitwerking heeft gehad op de relatie met klagers; - het gevolg van haar handelen was dat hun zoon niet meer gemotiveerd was om aan zichzelf te werken; - zij de voorinformatie van klagers over hun zoon niet serieus heeft genomen; - zij een diagnose naar hun zoon heeft gecommuniceerd die op geen enkele tekst gebaseerd was en - zij slecht heeft gecommuniceerd met hen en hun zoon. Het Regionaal Tuchtcollege heeft voornoemde klachtonderdelen gegrond verklaard, aan de psychiater de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de psychiater op basis van het dossieronderzoek in redelijkheid tot de conclusie heeft kunnen komen dat er in het verleden onvoldoende aanwijzingen waren voor de diagnoses PDD-NOS en ADHD , voorts dat de psychiater niet tuchtrechtelijk kan worden verweten dat zij deze conclusie aan de zoon van klagers heeft meegedeeld en dat niet kan worden vastgesteld dat de psychiater in de wijze waarop zij met de zoon van klagers en klagers zelf heeft gecommuniceerd buiten de grenzen van een redelijke beroepsuitoefening is getreden. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt vernietigd, voor zover deze aan het oordeel van het Centraal Tuchtcollege is onderworpen. De klachtonderdelen worden alsnog ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.478
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:200
Klager verwijt verweerster: a. dat het personeel onkundig en onbeschoft is, met het gevolg dat stelselmatig verkeerde medicatie wordt geleverd, of in de verkeerde dosering of helemaal niet wordt geleverd; b. dat de afspraak dat de medicijnen in één keer worden bezorgd niet wordt nageleefd. De medicijnen worden regelmatig in etappes en bij de buren afgeleverd. Van de 20 leveringen is het zeker 17 keer fout gegaan; c. dat de hiervoor genoemde zaken fout blijven gaan, ondanks de omstandigheid dat klager al meerdere jaren klaagt over deze klachten; d. dat bij klachten regelmatig wordt verwezen naar anderen, zoals de huisarts; e. dat klager moest bijbetalen voor een zalf die volgens zijn verzekering gewoon vergoed zou worden; f. dat onnodige discussies ontstaan bijvoorbeeld over spuitjes en ampullen en dat daarbij verkeerde informatie wordt gegeven over de houdbaarheid; g. dat in het systeem ten onrechte was ingevoerd dat klager ergens “ja” op had gezegd, terwijl dit “nee” moest zijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/477
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:75
Klager dient een klacht in tegen verweerster (huisarts) vanwege het geven van valse informatie, het niet houden aan haar beroepsgeheim en dat zij de oorzaak is van zijn vrijheidsberoving. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-004
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:96
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De aan verweerster verweten gedragingen ten tijde van het separeren van klager, komen niet vast te staan. Niet kan worden vastgesteld dat de verpleegkundige zich vijandig, denigrerend of kwetsend heeft gedragen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:195 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.069
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:195
Klacht tegen chirurg. Klaagster heeft zich met een polsfractuur gemeld bij de SEH van het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is. Er volgde een repositie. Drie dagen daarna is klaagster teruggekomen op de gipspoli in verband met pijnklachten. Er volgen twee röntgencontroles met een tussenpauze van een week. De chirurg beoordeelt de conservatief gekozen behandeling – gipsmobilisatie – als juist. Nadien is bij een andere kliniek de diagnose ‘malunion distale radius links met ontregeling ernstig CTS links’ gesteld en is klaagster geopereerd. Het Regionaal Tuchtcollege verwerpt de klacht van klaagster inhoudende 1) dat de chirurg niet adequaat heeft geluisterd, 2) dat de chirurg onvoldoende heeft gehandeld nadat klaagster meerdere malen heeft aangegeven dat zij pijnklachten had sen 3) dat de chirurg klaagster niet heeft doorgestuurd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:201 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.530
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:201
Uit hetgeen vermeld op de patiëntenkaart blijkt dat de tandarts niet de verrichtingen heeft toegepast waarop de gedeclareerde code het oog heeft. Hieruit volgt naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege dat de tandarts een onjuiste code heeft gedeclareerd, hetgeen tuchtrechtelijk verwijtbaar is omdat de tandarts hiermee niet de zorgvuldigheid en nauwgezetheid heeft betracht die van hem verwacht mocht worden. Deze gedraging is naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege zodanig ernstig dat de maatregel van berisping passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.049
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:189
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-168a
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:97
Ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft juist gehandeld door het medicatievoorschrift te controleren nadat bekend werd dat klaagster teveel medicatie had gekregen. Het was niet aan de arts om onderzoek te doen naar de uitvoering van het medicatievoorschrift en zij heeft door onder andere de directeur in te lichten voldoende actie ondernomen. Niet aannemelijk geworden dat de pijnklachten van klaagster het gevolg zijn geweest van de hervatting van het medicatieschema. Ook niet vat komen te staan dat de communicatie ondermaats is geweest, verweerster is steeds met klaagster in contact gebleven. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-168b
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:98
Ongegronde klacht tegen een arts. Met de arts is het College van oordeel dat in de gegeven omstandigheden de afwijzing van het verzoek van klaagster om bij haar te kijken niet in strijd was met de zorgplicht. De arts kende klaagster goed, was op de hoogte van haar klachten en pijn en wist dat er afspraken waren gemaakt over ruime pijnmedicatie en zij had geen concrete alarmsignalen gekregen dat sprake was van een afwijkende situatie. Onder deze omstandigheden behoefde zij klaagster niet te bezoeken. Dit geldt temeer indien dat verzoek niet is gedaan of alleen betrekking had op het voorval. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.388
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:190
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-168d
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:100
Ongegronde klacht tegen een internist. Tweede tuchtnorm van toepassing, daar de internist werkzaam is als directeur somatische zorg. Was als directeur somatische zorg of als arts niet verantwoordelijk voor de wijze van verstrekking van de medicatie door de verpleging, maar was er wel van op de hoogte dat het hoofd verpleging en de vestigingsdirecteur doende waren na te gaan hoe de medicatieverstrekking was verlopen. Dat de e-mails van de gemachtigde van klaagster aanvankelijk niet werden beantwoord is onzorgvuldig, maar niet kan worden vastgesteld of dit onder de verantwoordelijkheid van de internist valt. Ook niet gebleken dat de internist enige betrokkenheid heeft gehad voor het beheer van de medicatiedeellijsten. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-168c
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:99
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft erkend dat hij drie keer een tablet uit de eigen voorraad heeft gegeven, naast de medicatie uit de baxter, waardoor klaagster een te hoge dosering heeft gekregen van de morfine retard. De verpleegkundige had moeten controleren of de verminderde dosering in het kader van de afbouw van de hoge doseringen al was verwerkt, dit had hij kunnen controleren aan de hand van de medicatieverantwoordingslijst en de hoeveelheid pillen die aan klaagster werden verstrekt. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.403
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:191
Klacht tegen gz-psycholoog. Klager en zijn toenmalige partner hebben in het kader van relatietherapie vier gesprekken gevoerd met de gz-psycholoog. Tussen het derde en het vierde gesprek in heeft de partner de relatie met klager beëindigd. Klager verwijt de gz‑psycholoog dat (a) hij onprofessioneel, inadequaat en in strijd met de zorgplicht heeft gehandeld door geen dan wel onvoldoende oog te hebben voor het belang van klager in de gevoerde gesprekken; (b) hij onzorgvuldig heeft gehandeld door klager te vertellen over het telefonische contact dat hij met klagers moeder heeft gehad; (c) hij na afloop van de gesprekken niet bereid was om zijn rol in de gesprekken met klager te bespreken; (d) hij geen aandacht had voor klagers zorgen dat de ex-partner zou lijden aan anorexia en de invloed die dit had op de relatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel d en de klacht voor het overige als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager slaagt voor wat betreft het klachtonderdeel c. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg, verklaart klachtonderdeel c gegrond en legt aan de gz-psycholoog de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.297 en C2017.298
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:198
IGZ heeft een klacht ingediend tegen een arts/GZ-psycholoog wegens het buiten de grenzen treden van wat verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en redelijk handelend arts/GZ-psycholoog door vermenging van al dan niet professionele rollen, tekortschieten in de zorgverlening, het opstellen van ondeugdelijke declaraties, het tekort schieten in de dossiervoering, schending van het beroepsgeheim en onprofessioneel omgaan met klachten over zijn zorgverlening. Bij aanvullend klaagschrift heeft IGZ een aanvullende klacht ter beoordeling voorgelegd, op basis waarvan eerder al een verzoek tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde maatregel was ingediend bij het CTG. IGZ verzoekt het RTC om ook de klachtonderdelen van deze casus in haar beoordeling mee te nemen die het CTG niet in haar beoordeling tot tenuitvoerlegging heeft betrokken, te weten: het niet bewaken van professionele grenzen, de vermenging van rollen, ondeugdelijk declareren en onvoldoende dossiervoering. Het RTC verklaart de eerste klacht in al haar onderdelen gegrond, legt de maatregel van doorhaling op van de inschrijving in het BIG-register in de hoedanigheid van arts en GZ-psycholoog en verklaart IGZ niet-ontvankelijk in haar aanvullend klaagschrift. De arts/GZ-psycholoog gaat in beroep, IGZ stelt incidenteel appel in tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het aanvullend klaagschrift. Het CTG komt in beroep niet tot andere beschouwingen en beslissingen dan het RTC en verwerpt het beroep. In het incidenteel beroep komt het CTG, zij het met een iets andere overweging dan het RTC, eveneens tot niet-ontvankelijkverklaring van het aanvullend klaagschrift op grond van eisen van een behoorlijke tuchtrechtelijke procesorde.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-234
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:101
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Niet-ontvankelijk in klachten die betrekking hebben op andere patiënten. Dat de medicatiedeellijsten zoek waren hoort niet en is zeer betreurenswaardig, maar niet duidelijk door wiens fout dat is. Dat het is gebeurd is onvoldoende om vast te stellen dat verweerster als leidinggevende tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dat de dienstdoende verpleegkundige een fout heeft gemaakt bij het geven van medicijnen brengt niet mee dat de verpleegkundige als leidinggevende voor die fout tuchtrechtelijk verantwoordelijk is. Zij heeft klaagster in de periode van het onderzoek regelmatig persoonlijk op de hoogte gehouden. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.522
- Datum publicatie: 03-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:192
Klacht tegen gz-psycholoog. Verweerster heeft bij de kinderen van klager psychodiagnostisch onderzoek verricht en tevens, ter onderbouwing van een verzoek tot uithuisplaatsing, een CARE-NL rapportage opgesteld waarbij het risico op kindermishandeling door haar is beoordeeld. Klager verwijt verweerster dat zij het CARE-NL onderzoek niet goed heeft uitgevoerd en verkeerde conclusies heeft getrokken en voorts dat zij de onderbouwing van de risicotaxatie ten onrechte niet aan de rechtbank heeft gestuurd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen; het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17235
- Datum publicatie: 02-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:63
Chirurg wordt onder meer verweten dat hij tekortgeschoten is in zijn zorgplicht jegens klager omdat a) hij niet gehandeld heeft naar de aanbevelingen van de landelijke richtlijn schildkliercarcinoom, b) de dossiervorming onvoldoende is en c) hij niet de afgesproken operatie heeft uitgevoerd. College: operatie diende in level 1 ziekenhuis plaats te vinden en het ziekenhuis voldeed daaraan. Verweerder kon tijdens de operatie in redelijkheid besluiten tot een minder vergaande operatie dan was afgesproken. Niet is komen vast te staan dat de operatie niet deskundig is uitgevoerd. Medisch dossier voldoet op essentiële punten niet aan de daaraan te stellen eisen. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:142 Raad van Discipline Amsterdam 18-377/A/A
- Datum publicatie: 02-07-2018
- Datum uitspraak: 25-06-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:142
Voorzittersbeslissing. Klacht van voormalige bewindvoerder over advocaat van voormalige onder (beschermings)bewind gestelde deels kennelijk niet-ontvankelijk (want geen belang bij klacht) en voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:50 Accountantskamer Zwolle 17/1623 Wtra AK
- Datum publicatie: 02-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:50
Klacht dat betrokkene structureel heeft nagelaten om te reageren op verzoeken van de Nba om informatie te verstrekken met het oog op een uit te voeren toetsing van zijn accountantspraktijk gegrond. Het is in het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep dat een accountant op aan hem door zijn beroepsorganisatie gerichte verzoeken om informatie of medewerking op adequate wijze en binnen redelijke termijn reageert. De NVAK-ass en standaard 4410 of standaard 4400 zijn van toepassing bij de toetsing van een accountantspraktijk niet alleen als in die praktijk samenstellingsopdrachten en opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot financiële informatie worden uitgevoerd, maar ook als de praktijk de intentie heeft uitgesproken die opdrachten uit te voeren. Betrokkene heeft verklaard dat hij aan klanten alleen een proefbalans aanlevert aan de hand waarvan de klanten zelf een jaarrekening samenstellen en dat de werkzaamheden voor deze klanten dezelfde zijn als die worden verricht bij een samenstellingsopdracht, maar dat hij bij de uitkomst van de werkzaamheden geen samenstellingsverklaring afgeeft. Daaruit volgt naar het oordeel van de Accountantskamer dat die werkzaamheden getoetst kunnen worden aan de voorschriften van de NVAK-aav en de NVCOS 4410, nu het niet afgeven van een samenstellingsverklaring niet maakt dat geen sprake is van een samenstellingsopdracht. Nu in de praktijk samenstellingsopdrachten worden uitgevoerd, moeten de onderdelen van het kantoorhandboek die daarop betrekking hebben, uiteraard geactualiseerd worden. Niet up to date houden van het kantoorhandboek levert strijd op het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Het in de aan de cliënt gestuurde opdrachtbevestiging niet opnemen van het ‑ voor een accountant ongebruikelijke ‑ achterwege laten van het samenstellen van de jaarrekening en afgeven van een samenstellingsverklaring, kan onduidelijkheid veroorzaken bij de cliënt over diens wettelijke verplichtingen en over wie er zorgt voor het nakomen daarvan en voor betrokkene het risico met zich brengen dat hij een cliënt bedient die zich niet aan de wet houdt. Het verzuim om een en ander te vermelden in de opdrachtbevestiging levert op een schending van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:22 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/331999 KL RK 18-8
- Datum publicatie: 02-07-2018
- Datum uitspraak: 19-06-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:22
Gelet op hetgeen door partijen over en weer is aangevoerd, komt de kamer tot het oordeel dat er voor de notaris voldoende aanleiding was om het Stappenplan te volgen. In de eerste plaats was het de partner die contact opnam met de notaris voor het opmaken van onder meer een testament voor erflater. In de tweede plaats diende de fysieke gesteldheid van erflater aanleiding te zijn voor de notaris om verder onderzoek te doen. Erflater had enkele weken voorafgaand aan het opstellen van het samenlevingscontract en het testament een ernstig herseninfarct gehad. Erflater verbleef ten tijde van de bespreking op 11 januari 2016 in het ziekenhuis en is de dag vóór het passeren van de akten overgeplaatst naar een revalidatiekliniek. Erflater was ernstig beperkt in zijn communicatie en kon enkel met ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. Voorts zaten er tussen de eerste bespreking en het passeren van de akten negen dagen. Er was echter geen (medische) noodzaak om de akten snel te passeren. Er was dus voldoende tijd en gelegenheid voor de notaris om de wilsbekwaamheid van erflater nader te onderzoeken. Gelet op het voorgaande komt de kamer tot het oordeel dat er voor de notaris aanleiding was om het Stappenplan te volgen. Dat zij dat ondanks voornoemde indicatoren niet heeft gedaan, maakt naar het oordeel van de kamer dat zij niet heeft gehandeld zoals dat van een redelijk handelende en redelijk bekwame notaris verwacht had mogen worden. De kamer acht de klacht daarom gegrond en legt de notaris de maatregel van waarschuwing op. De kamer ziet aanleiding om de notaris, gelet op artikel 103b lid 1 sub a en b Wna en de tijdelijke richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat, een kostenveroordeling op te leggen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 639105/NT 17-80
- Datum publicatie: 02-07-2018
- Datum uitspraak: 22-03-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:11
Klacht deels gegrond, geen maatregel. Het behoort tot het gedrag van een behoorlijk handelend notaris om (tijdig) op brieven te reageren, ook indien hij niet inhoudelijk wenst in te gaan op de inhoud ervan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:151 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-246
- Datum publicatie: 02-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:151
Voorzittersbeslissing: klacht tegen deken kennelijk ongegrond. Niet gebleken is dat verweerster bij het onderzoek naar de klacht van klaagster fouten heeft gemaakt zoals het verkeerd formuleren van de klacht en het niet tijdig en onvolledig doorsturen van het dossier aan de raad. Evenmin is gebleken van het onder druk zetten van klaagster bij het aangaan van een schikking met de beklaagde advocaat.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1823
- Datum publicatie: 02-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:61
Patiënt met longkanker bestraald wegens verdenking hersenmetastase. Waarschijnlijkheidsdiagnose omdat patiënt geen operatief ingrijpen wilde. Klacht tegen longarts wegens stellen onjuiste diagnose en niet inschakelen neuroloog ongegrond. Geen indicatie voor inschakeling neuroloog. Latere collaps van patiënt niet aan bestraling te wijten.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-816
- Datum publicatie: 02-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:152
Verweerder stelt primair dat aan klager geen klachtrecht meer toekomt omdat klager na ontdekking van de door verweerder gemaakte fout heeft meegewerkt aan het bereiken van een oplossing. Klager is ontvankelijk in zijn klacht nu de raad van een uitdrukkelijk doen van afstand van het recht om te klagen niet is gebleken. De raad stelt vast dat verweerder het pensioenvereveningsformulier niet overeenkomstig de met klager en diens ex-partner in artikel 4 van het convenant uit 2003 gemaakte afspraak binnen twee jaar na de echtscheiding heeft ingediend bij het betreffende pensioenfonds. De raad stelt daarnaast vast dat verweerder als mediator aanvankelijk voor zowel klager als diens ex-partner hun belangen heeft behartigd in de echtscheiding, wat tussen die partijen heeft geresulteerd in een echtscheidingsconvenant. Verweerder heeft ter zitting erkend dat hij gelet op die situatie niet de brief van 23 mei 2016 aan klager had mogen sturen waarin hij namens de ex-partner van klager een procedure tegen klager aankondigde onder gelijktijdige toezending van een concept-dagvaarding. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder aldus in strijd gehandeld met gedragsregel 7 (oud) jegens klager, hetgeen hem eveneens tuchtrechtelijk kan worden verweten. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1821
- Datum publicatie: 02-07-2018
- Datum uitspraak: 09-07-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:62
Chirurg wordt verweten dat hij 1) klager niet goed heeft geïnformeerd over de behandeling, 2) aan de eerder bij klager ingebrachte ‘mat’ is gekomen, ondanks toezeggingen dit niet te zullen doen en 3) klager onvoldoende nazorg heeft geboden. College: de chirurg had, gelet op het incidentiepercentage van 2 en het atypische karakter van de aandoeningen, uitdrukkelijk aandacht moeten besteden aan de kans dat er een toename van klachten zou zijn. Ten onrechte heeft hij dat niet gedaan. Niet is vast te stellen of de chirurg heeft toegezegd niet aan de mat te zullen komen. De chirurg heeft in het kader van de nazorg gesprekken met klager gehad en contact heeft gehad met de huisarts. Deels gegrond (klachtonderdeel sub 1). Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:49 Accountantskamer Zwolle 17/1923 en 17/1924 Wtra AK
- Datum publicatie: 02-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:49
Bij het feitelijk leidinggeven aan de postbehandeling is geen sprake is van (mogelijke) aanwending van vakbekwaamheid, en daardoor ook niet van een professionele dienst, als bedoeld in artikel 1 VGBA, zodat het verweten handelen alleen getoetst kan worden aan het fundamentele beginsel van professionaliteit als bedoeld in artikel 2. onder a VGBA, dat nader is uitgewerkt in de artikelen 4 en 5 VGBA. Het behoorde tot de plicht van de accountant om, na verhuizing naar een nieuw adres, bij het gebruik maken van de doorzendservice voor dat adres en de overname van de huurovereenkomst van een postbus, ervoor te zorgen dat de niet voor zijn kantoor bestemde post ongeopend bleef en dat de geadresseerden op zijn minst over de ontvangst daarvan werden geïnformeerd. Dit geldt te meer nu de accountant wist dat de op de desbetreffende poststukken vermelde geadresseerden gevestigd waren op zijn oude kantooradres en hij wist wie hij bij vragen aan moest spreken. Door dit niet te doen en bovendien de voor derden bestemde poststukken te lezen heeft de accountant het accountantsberoep in diskrediet gebracht, waarmee sprake is van schending van het fundamentele beginsel van professionaliteit als bedoeld in artikel 2 sub a jo. artikel 4 VGBA.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 038/2018
- Datum publicatie: 29-06-2018
- Datum uitspraak: 29-06-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:125
Klacht tegen arts. Klacht kennelijk ongegrond. Niet gebleken is dat verweerster bij de gebeurtenissen waarover geklaagd wordt, betrokken is geweest.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:43 Accountantskamer Zwolle 17/969 en 17/970 Wtra AK
- Datum publicatie: 29-06-2018
- Datum uitspraak: 29-06-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:43
Tuchtklacht van een getoetst kantoor tegen alle bij een kantoortoetsing betrokken accountants van de Nba (toetsers, vaktechnisch adviseur van de Raad voor Toezicht, leden van de Raad voor Toezicht, accountantslid van de bezwarencommissie Nba en (oud-) bestuursleden van de Nba) om diverse redenen ongegrond verklaard, daargelaten de ontvankelijkheid van die tuchtklacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 039/2018
- Datum publicatie: 29-06-2018
- Datum uitspraak: 29-06-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:126
Klacht tegen arts. Het college oordeelt dat de beslissing om klaagster te separeren en noodmedicatie toe te passen gerechtvaardigd was. Voorts kan niet worden vastgesteld dat Bij de separatie van klaagster door of onder verantwoordelijkheid van verweerder onnodig hardhandig is opgetreden en dat klaagster daarbij gewond is geraakt. De klacht dat verweerder een plan heeft beraamd om klaagster zo lang mogelijk opgenomen te houden is op geen enkele manier onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:44 Accountantskamer Zwolle 17/971 Wtra AK
- Datum publicatie: 29-06-2018
- Datum uitspraak: 29-06-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:44
Tuchtklacht van een getoetst kantoor tegen alle bij een kantoortoetsing betrokken accountants van de Nba (toetsers, vaktechnisch adviseur van de Raad voor Toezicht, leden van de Raad voor Toezicht, accountantslid van de bezwarencommissie Nba en (oud-) bestuursleden van de Nba) om diverse redenen ongegrond verklaard, daargelaten de ontvankelijkheid van die tuchtklacht.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 410
- Pagina: 411
- Pagina: 412
- ...
- Pagina: 950
- Volgende pagina zoekresultaten