Zoekresultaten 19251-19300 van de 47599 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:6 Accountantskamer Zwolle 18/556 Wtra AK
- Datum publicatie: 21-01-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:6
Betrokkene heeft onvoldoende acht geslagen op de bedreigingen voor het zich houden aan de fundamentele beginselen die in het geding waren, omdat het kantoor van betrokkene werkzaam was voor entiteiten met tegengestelde belangen, geen afdoende maatregelen getroffen en haar beoordeling niet vastgelegd. Aldus is eveneens het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-149a
- Datum publicatie: 21-01-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:22
Kennelijk ongegronde klacht tegen een klinisch psycholoog. De klinisch psycholoog heeft voldoende onderbouwd dat het traject van diagnose en acceptatie van autisme was afgerond. De voortzetting van de behandeling bij het wijkteam is met klager besproken. De verwijzing is niet onzorgvuldig. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:11 Raad van Discipline Amsterdam 18-519/A/A
- Datum publicatie: 21-01-2019
- Datum uitspraak: 11-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:11
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:7 Accountantskamer Zwolle 18/276, 18/277 en 18/328 Wtra AK
- Datum publicatie: 21-01-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:7
Klachten van curatoren van een failliete vennootschap. Deze vennootschap heeft in het verleden een overeenkomst gesloten met de entiteit waaraan de accountants zijn verbonden. Daarbij heeft de vennootschap zich verbonden om geen klachten in te dienen tegen de accountants. Curatoren oefenen een eigen recht uit en zijn niet op een lijn te stellen met het bestuur van de failliete entiteit. Klachten ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-157
- Datum publicatie: 21-01-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:23
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Niet is vast komen te staan dat verweerster klager heeft gestigmatiseerd. Dat de bipolaire stoornis als niet-actuele problematiek niet aan de orde is gekomen is verdedigbaar. Dat pas na twee maanden opnieuw contact met klager is opgenomen nadat hij een afspraak had afgezegd, is een te lange termijn. Hiervoor heeft de gz-psycholoog echter haar excuses aangeboden alsmede aangeboden de behandeling weer voort te zetten. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:8 Raad van Discipline Amsterdam 18-625/A/A
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:8
Klacht over wijze van betaling griffierechtveroordeling door advocaat na tuchtrechtelijke procedure. Gelet op de beslissing van de raad van 17 januari 2017 (zaaknummer 16-832/A/A) en de beslissing van het hof van 10 juli 2017 (zaaknummer 170039) had klager recht op het griffierecht van in totaal € 100. Ondanks daartoe tot tweemaal te zijn aangemaand, heeft het meer dan zes weken geduurd vanaf de eerste aanmaning tot het moment van betaling door verweerder. Daarmee heeft verweerder te laat betaald. Dat verweerder in de betreffende periode mogelijk geheel of gedeeltelijk afwezig was wegens vakantie kan aan het voorgaande niet afdoen, nu van een advocaat mag worden verwacht dat hij tijdens zijn afwezigheid zorgt voor een adequate waarnemingsregeling. In de gegeven omstandigheden is de raad echter van oordeel dat dit klachtonderdeel van onvoldoende gewicht is. Daarvoor is in de eerste plaats van belang dat niet is gebleken van boos opzet aan de zijde van verweerder. Voorts heeft klager het bedrag, zij het met enige vertraging, van verweerder ontvangen. Daarom kan niet worden aangenomen dat klager door het handelen van verweerder in zijn belangen is geschaad. Klacht in zoverre afgewezen als zijnde van onvoldoende gewicht. Nu verweerder een en ander niet heeft betwist, zal de raad ervan uitgaan dat met het kenmerk “Jak. 1,26” in zijn brief aan klager van 3 oktober 2017 een verwijzing naar de tekst van Jakobus 1:26 van het Nieuwe Testament is bedoeld. De raad acht deze verwijzing in het kader van de historie tussen klager en verweerder weliswaar onverstandig en van weinig respect getuigen voor de mogelijke religieuze opvattingen van klager, maar oordeelt dat deze verwijzing niet als tuchtrechtelijk laakbaar is aan te merken. Klacht in zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:167 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/620750 / DW RK 16/1368
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:167
Beslissing op verzet. Niet gebleken is dat de executie geschiedt op een wijze die in strijd is met de tuchtrechtelijke norm. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 157/2018
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:13
Klacht tegen cardioloog. Verweerder heeft klaagster laten opnemen op 30 juni 2015 nadat geconstateerd was dat zij mogelijk leed aan een kleptrombose. Naar het oordeel van het college heeft verweerder adequaat gehandeld door een slokdarmecho te laten maken, de mitralisklep te laten doorlichten en vervolgens meteen een hartteam bijeen te roepen om te beslissen over een mogelijke operatie. Toen haar toestand verslechterde is in overleg met verweerder opnieuw contact gezocht met een cardio-thoracaal chirurg voor een operatie diezelfde dag. Het verwijt dat verweerder onvoldoende regie heeft gevoerd, althans onvoldoende doortastend is geweest, slaagt daarom niet.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:180 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/626539 / DW RK 17/363
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 30-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:180
De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door verdere executiemaatregelen te treffen, nu de betalingsregeling was vervallen, omdat de regeling vanwege het ontbreken van gegevens niet kon worden herzien. Dat klager de oorspronkelijke betalingsregeling eenzijdig heeft voortgezet maakt dit niet anders. Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn beantwoordt. De termijn van reageren is in dit geval niet dusdanig lang dat de gerechtsdeurwaarder hier een tuchtrechtelijk laakbaar verwijt kan worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:161 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621321 / DW RK 16/1406
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:161
Beslissing op verzet. Klager heeft onvoldoende uiteengezet op welke manier de gerechtsdeurwaarder geen rekening zou hebben gehouden met de huwelijkse voorwaarden op grond waarvan hij gehuwd is. Niet is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder zijn onderzoeksplicht zou hebben geschonden. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:174 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/632215 / DW RK 17/707
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 26-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:174
Beslissing op verzet. De klacht gaat over de tenuitvoerlegging van een aan de gerechtsdeurwaarder ter hand gestelde executoriale titel. Enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen is daarbij niet gebleken. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:155 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/627275 / DW RK 17/413
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:155
Beslissing op verzet. Klager kan zijn eigen betalingsnalatigheid niet aan de gerechtsdeurwaarder tegenwerpen. Gelet op de aantoonbaar vele mogelijkheden die klager zijn geboden ter voorkoming van hoge executiekosten, heeft de gerechtsdeurwaarder zich coulant opgesteld en is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen niet gebleken. Van schending van artikel 6 EVRM is geen sprake. De voorzitter is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:168 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/627572 / DW RK 17/432
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:168
Een beslag op het inkomen staat, in beginsel, het beslag op roerende zaken niet in de weg. Het staat de gerechtsdeurwaarder ook vrij om met klagers een betalingsregeling overeen te komen om klagers op deze manier de gelegenheid te bieden het beslag op roerende zaken te voorkomen. Uit de door klagers aangeleverde stukken is verder niet gebleken dat er sprake is geweest van dwang of oneigenlijke druk hieromtrent. Het niet afwachten van een schuldsaneringstraject door een gerechtsdeurwaarder is in het algemeen niet tuchtrechtelijk laakbaar. Anders dan klagers menen te hebben begrepen uit de aankondiging beslaglegging, heeft de gerechtsdeurwaarder klagers slechts gewezen op de mogelijkheid voor hem binnen te treden op grond van art 444 Rv. Het als zodanig opnemen in de aankondiging is niet tuchtrechtelijk laakbaar, ook al kan dit mogelijk dreigend over komen. De koelkast en wasmachine maken vooralsnog geen deel uit van de lijst van objecten waar op grond van artikelen 447 en 448 Rv beslagverbod op rust. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 156/2018
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:14
klachten tegen cardio thoracaal chirurg. Verweerder is betrokken geweest bij de operaties van 18 mei 2015 (als supervisor) en 2 juli 2015 (als operateur). Hij was op die dagen de hoofdbehandelaar van klaagster. Voor de behandeling van klaagster op het terrein van de cardiologie, de intensive care en interne is verweerder niet verantwoordelijk te achten, dus ook niet voor het gevoerde antistollingsbeleid en de dossiervoering daaromtrent. Verweerder was verantwoordelijk voor de perioperatieve communicatie en de regie daarover. Op basis van de geraadpleegde gegevens kon verweerder ervan uitgaan dat klaagster voldoende was voorgelicht en informed consent voor de operatie had gegeven, al acht het college de gang van zaken ongelukkig. Het college hecht aan persoonlijk contact voorafgaand aan en na afloop van de operatie van een patiënt met de operateur en verweerder heeft daaraan in zoverre voldaan, al was hij niet de feitelijke operateur maar de supervisor. De klacht faalt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:3 Raad van Discipline Amsterdam 18-648/A/NH
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:3
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft klager niet op de hoogte gehouden van belangrijke informatie, heeft niet gereageerd op e-mails en herhaalde verzoeken om contact van klager, en heeft zich niet gehouden aan de gemaakte afspraken. Voorwaardelijke schorsing van vier weken en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:181 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/633461 / DW RK 17/783
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 30-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:181
De gerechtsdeurwaarder erkent dat hij in de periode waarin hij de incasso medio 2015 (als herincasso) weer heeft opgepakt, tot 4 augustus 2015, het moment waarop hij loonbeslag heeft gelegd, klaagster niet heeft gevraagd naar haar bronnen van inkomsten, omdat hij dit reeds gedaan heeft in 2008, 2011 en 2012, maar dat klaagster hierop niet of volstrekt onvoldoende heeft gereageerd. De kamer overweegt dat dit geen reden is om bij een nieuw voornemen tot het leggen van beslag niet naar de inkomstengegevens van klaagster te vragen, teneinde de juiste beslagvrije voet te kunnen berekenen. De gerechtsdeurwaarder had in de onderhavige situatie niet slechts af mogen gaan op de wettelijke norm. De gerechtsdeurwaarder is vervolgens niet tegemoetgekomen aan het verzoek van klaagster om de berekening van de aanvankelijke en de aangepaste beslagvrije voet inzichtelijk te maken. De gerechtsdeurwaarder heeft klaagster tevens geen uitleg gegeven met betrekking tot de berekening van de rente, niet inzichtelijk gemaakt hoe de rente is berekend en klaagster bovendien onjuist geïnformeerd met betrekking tot de hoogte van de rente die in het vonnis van 21 juni 1996 is toegewezen. Nadat klaagster de gerechtsdeurwaarder erop gewezen had dat in het vonnis staat dat de wettelijke rente berekend moet worden, heeft de gerechtsdeurwaarder per e-mail, zonder nadere uitleg of excuses, erkend dat een onjuist rentepercentage is gehanteerd en heeft in dezelfde e-mail opnieuw opgave gedaan van het (opnieuw berekende) verschuldigde rentebedrag. Tussen partijen staat vast dat ook dit bedrag onjuist is berekend. De gerechtsdeurwaarder heeft toegelicht dat het gecorrigeerde rentebedrag te hoog is berekend, veroorzaakt door een menselijke fout bij de correctie van de rente. De kamer overweegt dat de gerechtsdeurwaarder met deze tweede misslag ernstig onzorgvuldig heeft gehandeld. Het verweer dat er is vertrouwd op de juistheid van de gegevens in het computersysteem gaat niet op. Klacht op deze onderdelen gegrond, klacht voor het overige ongegrond. Voor het gegronde deel van de klacht wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:162 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/613185 / DW RK 16/1009
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:162
Het kan niet aan de gerechtsdeurwaarder worden verweten dat DUO de door klager rechtstreeks verrichte betalingen niet eerder heeft doorgegeven. Namens klager is weliswaar eerder meermalen aangegeven dat er rechtstreekse betalingen waren verricht, maar hierbij heeft klager steeds geweigerd nadere gegevens en de door hem genoemde brief van DUO van 24 oktober 2014 te overleggen. Het kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat hij geen contact met DUO heeft opgenomen ter zake de betreffende betalingen, nu klager onvoldoende aanknopingspunten bood om met vrucht navraag te doen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:175 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/619625 / DW RK 16/1287
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 26-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:175
Volgens vaste jurisprudentie van de kamer wordt het in zijn algemeenheid niet onzorgvuldig geacht dat de gerechtsdeurwaarder een beeld schetst van de gevolgen van het uitblijven van betaling. In deze situatie is de inhoud van de betreffende brief echter zeer intimiderend met als kennelijk doel klaagster onder druk te zetten om de vermeende vordering te betalen. Bovendien wordt verzuimd duidelijk te vermelden dat een vonnis ook in het voordeel van klaagster uit kan vallen, in welk geval zij helemaal niet hoeft te betalen en er dus ook geen beslagmogelijkheden zijn. Klaagster gaf tijdens de mondelinge behandeling aan getwijfeld te hebben om alsnog te betalen om een beslag met behulp van de politie te voorkomen. Desgevraagd verklaarde de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder ter zitting dat beslag op grond van artikel 444 Rv een uiterste executiemaatregel is, die niet vaak wordt genomen. De kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder gelet op al het voorgaande met de betreffende brief in strijd met artikel 8 in de Verordening Beroeps- en Gedragsregels Gerechtsdeurwaarders heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:156 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/631704 / DW RK 17/661
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:156
Beslissing op verzet. De klacht betreft een executiegeschil waarover de kamer niet bevoegd is te oordelen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2019:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18111
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZREIN:2019:8
Klacht tegen tandarts deels gegrond met berisping. Behandeling (trekken restdentitie voor prothese) had moeten worden uitgesteld, omdat klaagster het medicijn denosumab (Xgeva) gebruikte en een open wondje in haar mond had. Het gebruik van denosumab is een risicofactor voor het ontstaan van botnecrose, welk risico zich heeft verwezenlijkt
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:169 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/637890 / DW RK 17/1073
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:169
Bij een huurachterstand van drie maanden wordt de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde naar vaste jurisprudentie door de kantonrechter toegewezen. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door klaagster te dagvaarden. Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven, daaronder ook begrepen e-mails, met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso of executie binnen een redelijke termijn beantwoordt. De reacties van de gerechtsdeurwaarders van 25 oktober 2017 die volgden op de e-mails van 2 en 3 oktober 2017 vallen ruimschoots buiten datgene wat begrepen kan worden als redelijk termijn. Dat de gerechtsdeurwaarders zich niet wilden mengen in het inhoudelijke geschil tussen klaagster en hun opdrachtgever is begrijpelijk en in die zin niet tuchtrechtelijk laakbaar, maar de gerechtsdeurwaarders hadden dit op zijn minst (eerder) kunnen mededelen aan klaagster. Dit te meer nu er al eerder problemen tussen klaagster en het gerechtsdeurwaarderskantoor hadden voorgedaan. Klacht gegrond, geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 155/2018
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:15
Klacht tegen cardioloog. Verweerder is als hoofdbehandelaar cardiologie van 23 mei 2015 tot 3 juni 2015 bij de behandeling van klaagster betrokken geweest. Hem treft geen verwijt omdat hij het antistollingsbeleid voor 3 juni 2015 niet heeft aangepast. Hoewel een tussentijdse antiXa-meting gelet op de tijdsduur wellicht ook toen aan te bevelen zou zijn geweest, kan verweerder van het afzien daarvan geen verwijt worden gemaakt. Het klachtonderdeel dat verweerder niet op de hoogte was van het feit dat het plaatsen van een pacemaker geen indicatie vormt voor het nalaten van het instellen van vitamine K antagonisten, is gebaseerd op een meta-analyse (de BRIDGE-trial) uit 2015 die in 2016 heeft geleid tot aanpassing van de richtlijn Antitrombotisch beleid van de NVVC. Dat is dus na het handelen van verweerder en kan hem niet worden tegengeworpen. Verder heeft klaagster een zeer hoog trombo-embolierisico en daarin voorzag de meta-analyse niet. Het gesprek dat verweerder op 3 juni 2015 met klaagster heeft gevoerd is aan te merken als een ontslaggesprek. Op basis van die stukken oordeelt het college dat verweerder klaagster in dat gesprek voldoende heeft geïnformeerd. Klacht is ongegrond
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:4 Raad van Discipline Amsterdam 18-925/A/A
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 04-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:4
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Klaagster deels niet-ontvankelijk in klacht wegens tijdsverloop, klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:163 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614433 / DW RK 16/937
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:163
Op grond van zijn eigen waarnemingen en overige bij hem bekende informatie heeft de gerechtsdeurwaarder naar het oordeel van de kamer gerechtvaardigd kunnen vermoeden dat de goederen in de woning (tevens) toebehoorden aan klager. Het beslag is niet gelegd in strijd met de regels van het tuchtrecht. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:176 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/624343 / DW RK 17/188
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 26-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:176
Beslissing op verzet. De klacht betreft het conservatoir gelegde beslag op roerende zaken die zich in gehuurde kluizen bevinden en het in gerechtelijke inbewaringgeving ervan. Niet in geschil is dat geen hoofdzaak is ingesteld en het gelegde conservatoire beslag tot afgifte als gevolg daarvan is komen te vervallen. Het had in dit geval in de rede gelegen dat de gerechtsdeurwaarder, in zijn hoedanigheid van bewaarder, de gelden had terug gebracht waar ze vandaan kwamen, te weten de kluizen van [ ] of in ieder geval in overleg was getreden met de bij het beslag betrokken partijen om een manier te bepalen waarop voldaan kon worden aan de inhoud van artikel 860 lid 2 Rv. De gerechtsdeurwaarder heeft zich ten onrechte laten leiden door het verzoek van zijn opdrachtgeefster, waarmee een vervallen conservatoir beslag de facto tenuitvoergelegd is. Verzet en klacht gegrond, maatregel van berisping met aanzegging.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:157 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614755 / DW RK 16/973
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:157
Klaagster stelt dat de gerechtsdeurwaarder zich niet aan de afspraak heeft gehouden dat zij de incassokosten niet hoefde te betalen indien zij de vordering op 23 november 2015 zou betalen en bezwaar tegen de incassokosten zou maken. Nu de deurwaarder gemotiveerd ontkend dat er een dergelijke afspraak zou zijn gemaakt en de brief van 16 november 2015 hierover niets bevat, is de door klaagster gestelde afspraak onvoldoende vast komen te staan, Het komt de kamer ook tegenstrijdig voor dat zou zijn afgesproken dat er enerzijds bezwaar zou moeten worden gemaakt tegen incassokosten en anderzijds zou zijn overeengekomen dat die niet verschuldigd zouden zijn. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 162/2018
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:8
Klachten tegen 10 artsen, cardiologen en cardio-thoracaal chirurgen. Klachten afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2019:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18133
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZREIN:2019:9
Advies tandarts in dienst van verzekeraar, dat behandeling niet medisch noodzakelijk was, op grond van polisvoorwaarden en door klaagster verstrekte documentatie niet onjuist. Aanvraag vergoeding serieus genomen en geen sprake van belangenverstrengeling. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:170 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/638518 / DW RK 17/1124
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:170
Beslissing op verzet. Klagers stellen dat de gerechtsdeurwaarder weigert beslag te leggen. Uit de overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarder wel degelijk heeft getracht beslag ten laste van [ ] te leggen en tevens voortvarend te werk is gegaan. De gestelde bejegening wordt door de gerechtsdeurwaarder uitdrukkelijk ontkend. Ten aanzien van de stelling van klagers dat de gerechtsdeurwaarder beslag wilde leggen op een auto met een gestolen kenteken blijkt uit de overgelegde producties dat de gerechtsdeurwaarder hier uitgebreid overleg over heeft gevoerd met de opdrachtgever en is niet gebleken van tuchtrechtelijk laakbaar handelen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 154/2018
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:16
Klachten tegen 10 artsen, cardiologen en cardio-thoracaal chirurgen. Deels gegrond, geen maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:5 Raad van Discipline Amsterdam 18-619/A/A
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:5
Klacht over advocaat wederpartij. Gedragsregel 18 (Gedragsregels 1992). De raad volgt verweerder niet in zijn standpunt dat het beoogde rechtsgevolg van de in de brief van 28 juli 2017 vervatte aanzegging niet had kunnen worden bewerkstelligd als deze aan de advocaat van klagers was gedaan. Van een andere rechtens aanvaarbare reden om de aanzegging niet aan de advocaat te doen is de raad niet gebleken. Klacht gegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:164 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/627389 / DW RK 17/420
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:164
Beslissing op verzet. Klager stelt dat de gerechtsdeurwaarder een onjuiste beslagvrije voet toepast en er ten onrechte van uit gaat dat klager een gemeenschappelijke huishouding voert met de persoon waar hij inwoont. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:177 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/638679 / DW RK 17/1136
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 30-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:177
Beslissing op verzet. De klacht is gericht tegen twee met naam genoemde gerechtsdeurwaarders. Op grond van het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 augustus 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696) dienen klachten die zijn gericht tegen met naam genoemde gerechtsdeurwaarders te worden afgehandeld als zijnde tegen hen gericht. De voorzitter heeft hier in zijn beslissing van 30 oktober 2018 ten onrechte geen rekening mee gehouden. De kamer overweegt dat uit de overgelegde producties niet gebleken is van enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen van gerechtsdeurwaarder [ ], zodat de klacht op dit onderdeel alsnog ongegrond wordt verklaard. Verzet gedeeltelijk gegrond, gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de voorzitter, klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:158 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/619953 / DW RK 16/1308
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:158
De door de gerechtsdeurwaarder gehanteerde betaaltermijn is niet tuchtrechtelijk laakbaar. Niet in geschil is dat het proces-verbaal van het gelegde bankbeslag niet binnen acht dagen aan klager is betekend. Dit is in strijd met de wettelijke bepaling. Klacht gedeeltelijk gegrond. Voor het gegronde deel van de klacht wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 161/2018
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:9
Klachten tegen 10 artsen, cardiologen en cardio-thoracaal chirurgen. Klachten afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 160/2018
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:10
Klachten tegen 10 artsen, cardiologen en cardio-thoracaal chirurgen. Klachten afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:22 Raad van Discipline Amsterdam 18-735/A/A
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 09-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:22
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:5 Accountantskamer Zwolle 18/821 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:5
Betrokkene heeft zich tegenover klaagster ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht beroepen, nu uit e-mails van (de bestuurder van) klaagster bezwaarlijk een andere conclusie getrokken kan worden dan dat klaagster in haar hoedanigheid van bestuurder van de opdrachtgever van betrokkene, en aldus namens haar, met het verstrekken van de informatie aan de vennootschap van klager heeft ingestemd. Indien betrokkene van oordeel was dat het hem desondanks niet vrijstond de informatie aan bedoelde vennootschap te verstrekken, dan had betrokkene klaagster kunnen en behoren mee te delen dat hij wel bereid was de verlangde informatie aan zijn opdrachtgever, na een van haar ontvangen verzoek, te verstrekken. Gesteld noch gebleken is dat hij dat heeft gedaan. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:171 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/615765 DW RK 16/1038
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 26-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:171
De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat niet (tijdig) op de e-mailberichten van klaagster is gereageerd, zodat dit klachtonderdeel terecht is voorgesteld. Artikel 50 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) schrijft voor dat betekening ten aanzien van andere rechtspersonen dient te geschieden aan hun kantoor of aan de persoon of de woonplaats van een van de bestuurders. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het exploot op het in het uittreksel van de Kamer van Koophandel geregistreerde bezoekadres van klaagster achter te laten. De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat een niet voor klaagster bestemd exploot abusievelijk wel bij klaagster terecht is gekomen. Dit is tuchtrechtelijk laakbaar, nu het tot de kerntaken van de gerechtsdeurwaarder behoort om exploten op een juist adres te betekenen en achter te laten. Daarbij heeft klaagster de gerechtsdeurwaarder er per e-mail op gewezen dat er een exploot op haar adres is achtergelaten wat niet voor haar bestemd was, zonder dat dit tot een snelle actie of reactie van beklaagde heeft geleid.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:152 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam /13/625507 / DW RK 17/279
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:152
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 163/2018
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:17
Klacht tegen cardioloog ongegrond. Verweerder is alleen voorafgaande aan de operatie op 18 mei 2015 betrokken geweest bij de indicatiestelling voor de operatie. Verweerder is vanaf de operatie niet meer betrokken geweest bij de behandeling van klaagster. De klachtonderdelen zien op de periode na 18 mei 2015 en verweerder kan daarvoor dus niet persoonlijk tuchtrechtelijk verantwoordelijk gehouden worden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:6 Raad van Discipline Amsterdam 18-620/A/A
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:6
Klacht over advocaat wederpartij. Uit het klachtdossier volgt dat alle gesprekspartners er tijdens de gesprekken die in november 2016 hebben plaatsgevonden mee bekend waren dat verweerder van beroep advocaat is. Aldus heeft verweerder tijdens die gesprekken geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn hoedanigheid. Vanaf januari 2017 is verweerder de heer S als advocaat gaan bijstaan. Gesteld noch gebleken is dat klagers daarmee niet bekend waren. Aldus kan niet gezegd worden dat verweerder onduidelijkheid heeft laten bestaan over de hoedanigheid waarin hij heeft opgetreden. Dat zijn rol gedurende het geschil is veranderd maakt niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De raad stelt daarbij in zijn algemeenheid voorop dat het ongewenst kan zijn dat advocaten in meer hoedanigheden bij een zaak betrokken zijn, zoals in de onderhavige kwestie het geval was. Daarin schuilt immers het gevaar van schending van de kernwaarde onafhankelijkheid. Daarnaast kan het optreden van een advocaat met meer hoedanigheden een schijn van onvoldoende integriteit opleveren. In onderhavig geval kan aan het optreden van verweerder evenwel niet de gevolgtrekking worden verbonden dat verweerder opzettelijk onduidelijkheid heeft laten bestaan over de hoedanigheid waarin hij heeft opgetreden. Naar het oordeel van de raad heeft bij klagers namelijk geen misverstand kunnen bestaan over de hoedanigheid waarin verweerder optrad in enerzijds de gesprekken in november 2016, en anderzijds de tussen partijen gevoerde procedures vanaf januari 2017. Ook is de raad niet gebleken dat verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling. Daarvan zou eerst sprake kunnen zijn indien vaststaat dat verweerder in eerste instantie (mede) namens klagers is opgetreden. Klagers hebben weliswaar gesteld dat verweerder als onpartijdig mediator is opgetreden tijdens de gesprekken die plaatsvonden in november 2016, maar klagers hebben deze stelling onvoldoende onderbouwd. Dat verweerder op enig moment als onpartijdig bemiddelaar of mediator voor zowel klager sub 2 als de heer S zou zijn opgetreden blijkt ook niet uit het klachtdossier. Van een mediationovereenkomst of overeengekomen geheimhoudingsplicht is niet gebleken. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:165 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/590543 / DW RK 15/609
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:165
Klagers verwijten beklaagde dat hij valsheid in geschrifte heeft gepleegd door het manipuleren van een bewijsstuk en dat hij heeft gelogen tegen de rechter. De kamer concludeert dat de handelswijze van beklaagde een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van artikel 34 Gerechtsdeurwaarderswet oplevert. Het feit dat hij de gedragingen niet in de uitoefening van zijn beroep als gerechtsdeurwaarder heeft verricht, doet aan dit oordeel niet af. Klacht gegrond. De enige passende maatregel is die van ontzetting uit het ambt. Aangezien beklaagde op dit moment niet meer werkzaam is als gerechtsdeurwaarder, zal die maatregel nu geen effect hebben. Mocht beklaagde echter weer als gerechtsdeurwaarder werkzaamheden willen uitvoeren, dan zal deze maatregel hem daartoe in de weg staan.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:178 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/637054 / DW RK 17/1034
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 30-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:178
Beslissing op verzet. De voorzitter acht het in dit geval begrijpelijk dat de gerechtsdeurwaarder geen gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid en deze kwestie niet aan de voorzieningenrechter heeft voorgelegd. Er lag een vonnis op tegenspraak dat voor tenuitvoerlegging vatbaar was en de gerechtsdeurwaarder had de opdracht gekregen dit vonnis te betekenen en verder ten uitvoer te leggen. Het lag op de weg van klaagster zich tegen de tenuitvoerlegging te verzetten hetgeen zij ook heeft gedaan. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:159 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/624724 / DW RK 17/216
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:159
Beslissing op verzet. Het verzet is buiten de termijn van veertien dagen door de kamer ontvangen. Omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar doen zijn, zijn door klaagster gesteld noch anderszins gebleken. Verzet niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 159/2018
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:11
Klacht tegen cardio-thoracaalchirurg ongegrond. Verweerder is betrokken geweest bij de behandeling van klaagster toen hij op 20 mei 2015 een grote visite aflegde bij klaagster. De grote visite vond twee dagen postoperatief plaats. Er was dus geen reden voor verweerder om een afwijking van het beleid aan klaagster te melden. Uit de opgemaakte aantekening van de visite valt niet af te leiden dat toen reeds gesproken is over een pacemaker. Hem kan dan ook niet worden verweten dat hij daarover niet in gesprek is gegaan met klaagster.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:172 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/617388 / DW RK 16/1135
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 26-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:172
De kamer acht het tuchtrechtelijk laakbaar dat de gerechtsdeurwaarder de uit het beslag ontvangen gelden gelijk aan de opdrachtgeefster heeft doorgestort zonder te controleren of het UWV rekening had gehouden met de nieuwe beslagvrije voet. De kamer is van oordeel dat het aan de gerechtsdeurwaarder was om het teveel geïnde bedrag direct aan klager te storten. Het heeft in dit geval te lang geduurd voordat klager het geld waar hij recht op had heeft ontvangen. Klacht gegrond, maatregel van berisping.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:153 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/636159 / DW RK 17/976
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:153
Beslissing op verzet. Het verzet is ingekomen buiten de termijn van veertien dagen. Niet is gebleken van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Verzet niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2019:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18101
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZREIN:2019:10
Klacht tegen tandarts over tekortschieten in zorgplicht, waardoor gebit in slechte staat zou zijn geraakt, onvoldoende communicatie en gebrekkig dossier ongegrond. Behandeling is door verweerster ingezet zoals van haar verwacht mocht worden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 256/2018
- Datum publicatie: 18-01-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:18
klacht tegen huisarts. Het onderzoek was zorgvuldig, maar klager is ten onrechte niet doorverwezen voor nader onderzoek. Volgt waarschuwing’
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 385
- Pagina: 386
- Pagina: 387
- ...
- Pagina: 952
- Volgende pagina zoekresultaten