Zoekresultaten 14601-14650 van de 47477 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:23 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/363178 KL RK 19-161

    Onder de gegeven omstandigheden heeft de notaris onvoldoende onderzoek gedaan naar de reikwijdte van de door hem te verzorgen eigendomsoverdracht en hypotheekdoorhaling. De notaris had op dit punt meer alert moeten zijn en niet zonder meer genoegen mogen nemen met de onduidelijke rechtstoestand van het over te dragen/overgedragen registergoed. Daartegenover staat de omstandigheid dat de notaris begrijpelijkerwijs erop vertrouwde dat partijen - omdat ze wel vaker zaken met elkaar deden - een en ander wel onderling zouden regelen. De kamer ziet daarom al met al geen aanleiding om een maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:67 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-305/DB/LI/D

    Advocaat volhardt, ondanks eerdere uitspraken van de tuchtrechter, waarbij aan die advocaat tuchtrechtelijke maatregelen zijn opgelegd vanwege zijn opstelling jegens de deken, in zijn weigerachtige houding jegens de deken. Voor zover dit gedrag, zoals namens die advocaat naar voren is gebracht, al gelegen is in zijn gezondheidstoestand (hiervan is geen enkel bewijs aan de raad overgelegd) maakt dit het oordeel van de raad niet anders. Van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht dat hij reageert op verzoeken van de deken om informatie en dat hij voor zover hij daartoe op grond van medische redenen niet in staat is, voor adequate vervanging zorgdraagt. Gegrond, schorsing twee weken, kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:68 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-302/DB/LI

    Advocaat heeft een fatale termijn laten verstrijken en is tekortgeschoten in zijn informatieplicht jegens klager, bij de overdracht van het dossier en tijdens de procedure van de behandeling van de klachten van en aansprakelijkstelling door klager. Verweerder heeft klager gedurende de behandeling van de zaak, maar ook in de periode daarna langdurig in het ongewisse gelaten, en is bij herhaling niet ingegaan op verzoeken van (de opvolgend) advocaat van klager. Sprake van eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen. Gegrond: schorsing van vier weken, tuchtrechtelijke veroordeling .

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:65 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-049/DB/LI

    Het recht om een klacht in te dienen is een persoonlijk recht waarvoor geen toestemming van een bewindvoerder is vereist. De zoon van klaagster heeft een machtiging van klaagster overgelegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om klaagster te vertegenwoordigen in een klachtprocedure bij de raad van discipline. Advocaat heeft de belangen van klaagster naar behoren behartigd. Voor zover de klacht betrekking heeft op de behartiging van de belangen van de kinderen is deze niet-ontvankelijk nu de klacht niet mede namens de kinderen van klaagster is ingediend. Niet gebleken dat klaagster onbekwaam is en een dergelijke machtiging niet zou kunnen verlenen. Ged. niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:66 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-294/DB/ZWB

    Advocaten hebben in hun hoedanigheid van curatoren in een faillissement een klacht tegen de advocaat van de gefailleerde ingediend. De stelling van de curatoren dat de onjuiste mededelingen en het voeren van kansloze procedures door de beklaagde advocaat hebben geleid tot nadelige financiële gevolgen hebben gehad voor de schuldeisers in het faillissement van S is door klagers niet met concrete feiten onderbouwd. Dat had wel op hun weg gelegen. De enkele stelling van klagers dat zij (door de procedure in hoger beroep) pas later hebben kunnen ingrijpen, is daartoe onvoldoende. Immers, totdat klagers tot curator in het faillissement van S werden benoemd, moet de bewindvoerder geacht worden te zijn opgekomen voor de belangen van deze schuldeisers. Klagers stellen weliswaar dat hen als curator meer middelen ter beschikking staan dan de bewindvoerder, maar zij hebben ook deze stelling op geen enkele manier nader toegelicht en onderbouwd. Klacht niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:194 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190315

    Klacht over advocaat van de wederpartij. Bekrachtiging van de beslissing van de raad. Niet valt in te zien dat en waarom de advocaat van klager de wederpartij niet had kunnen herinneren aan de eerder toegezonden brief en, in ieder geval na het uitbrengen van de dagvaarding, zelf actie had kunnen ondernemen om te komen tot een minnelijke regeling. Het had op de weg van de advocaat van klager gelegen om de wederpartij te verzoeken duidelijkheid te verschaffen en daarbij desgewenst een voorzet te geven voor een minnelijke regeling. De discussie over de geschilpunten tussen partijen maakte onderdeel uit van de civiele procedure en had daar beslecht moeten worden/is daar beslecht geworden. Bovendien is, hoewel verweerder wellicht zijn verweren en standpunten minder gekleurd en meer nauwkeurig had kunnen presenteren, niet gebleken dat hij willens en wetens de rechtbank onjuist heeft geïnformeerd of dat hij de rechtbank onjuist heeft voorgelicht. Verweerder heeft weliswaar de grenzen van de hem toekomende ruime mate van vrijheid om de belangen van zijn cliënten te behartigen opgezocht althans benaderd, maar niet is komen vast te staan dat verweerder deze grenzen heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:197 Raad van Discipline Amsterdam 20-080/A/A

    Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Het merendeel van de door klager genoemde uitspraken die volgens hem onjuist zijn, zijn gedaan in het kader van de inhoudelijke standpuntbepaling van de vrouw in het geschil met (de vennootschap van) klager. Het is niet aan de tuchtrechter om daar een inhoudelijk oordeel over te geven. Dat oordeel is voorbehouden aan de civiele rechter, die dat inmiddels heeft gedaan. Dat verweerder in de akte en/of in de pleitnota inhoudelijke stellingen heeft geponeerd die bij voorbaat kennelijk onjuist zijn, is niet gebleken. Het ter discussie stellen van de academische titels die klager voert was functioneel voor de zaak die verweerder bepleitte. Bovendien heeft verweerder de nodige distantie betracht. Ook de beschuldiging van fysieke mishandeling was functioneel voor de zaak die verweerder bepleitte en dus niet onnodig grievend.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/402

    Klager verwijt de tandarts dat hij aan klager heeft aangeraden implantaten te nemen zonder dat klager vooraf goed was geïnformeerd over de risico's daarvan - te meer gelet op de zeldzame medische aandoening van klager. Binnen twee jaar na plaatsing van de implantaten zijn deze verloren gegaan. Verweerder betreurt dit maar betwist dat er een relatie bestaat tussen het verlies van de implantaten en de medische aandoening van klager. Om die reden is klager ook niet van tevoren hieromtrent geïnformeerd. Er was volgens verweerder bij klager geen sprake van een goede mondhygiëne. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:195 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190311

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, voor zover onderworpen aan het oordeel van het hof. Waarschuwing. Optreden als advocaat of mediator? Zeker gelet op haar eerdere betrokkenheid tegenover beide partijen in het kader van een mediationtraject en gelet op de gang van zaken had het op de weg van verweerster gelegen om voor aanvang van het viergesprek uit eigen beweging duidelijkheid te verschaffen over haar rol en hoedanigheid bij dit viergesprek. Ook tijdens het viergesprek heeft verweerster, hoewel dit wel op haar weg had gelegen, niet de benodigde duidelijkheid verschaft over haar rol en hoedanigheid hierbij. Het is aan verweerster om misverstanden over haar hoedanigheid te voorkomen. Verweerster heeft in strijd met regel 9 lid 1 gedragsregels 2018 gehandeld jegens klager en heeft daardoor niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Daarbij betrekt het hof dat - anders dan de raad overweegt - de vraag of daadwerkelijk een misverstand is ontstaan, er bij de beoordeling van de vraag of tuchtrechtelijk verwijtbaar is gehandeld niet toe doet, laat staan dat sprake dient te zijn van enig nadeel aan de zijde van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:198 Raad van Discipline Amsterdam 20-581/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Het was niet aan verweerder om achter de benodigde informatie aan te gaan, temeer niet nu het ging om een advieszaak. Verweerder heeft voorts duidelijk aan klager geschreven dat hij zou overgaan tot sluiting van het dossier.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:196 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190320

    Klacht tegen advocatenkantoor, vertegenwoordigd door de advocaat-bestuurder, gevoerd door een naamloze vennootschap. Klacht, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, is ongegrond. Vernietiging beslissing van de raad, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen. Raad heeft aan onjuiste norm getoetst. Nu sprake is van een advocaat die in een andere hoedanigheid optreedt, dient te worden getoetst of de advocaat zich zodanig gedraagt dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad. Indien dat het geval is, zal in het algemeen sprake zijn van een handelen of nalaten dat in strijd is met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt waarvan hem een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Niet kan worden vastgesteld dat het advocatenkantoor, vertegenwoordigd door de advocaat-bestuurder, tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Niet kan worden vastgesteld dat de advocaat-bestuurder namens het advocatenkantoor het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is dan ook geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:199 Raad van Discipline Amsterdam 20-586/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:197 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200060

    De vrijheid van een advocaat die een minderjarige bijstaat wordt niet alleen begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van de opdracht mogen worden gesteld en die met zich brengen dat zijn werk dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt, maar vergt extra zorgvuldigheid jegens alle betrokken familieleden en bewustzijn van de wettelijke beperkingen. De advocaat dient zich van de kwetsbare positie van de minderjarige bewust te zijn en te waken voor onnodige polarisatie tussen kind en ouder(s) en tussen de ouders onderling. Een zekere terughoudendheid mag worden verwacht, rekening houdend met de wettelijke beperkingen die gelden voor het optreden voor een minderjarige. Het hof vernietigt gedeeltelijk de uitspraak van de raad (ongegrond) en verklaart één klachtonderdeel alsnog gegrond met oplegging van een waarschuwing. Verweerster heeft zich namens de zoon in een geding tussen diens ouders gemengd, zonder dat zij voldoende zekerheid had over de juistheid van haar stellingname.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:64 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-266/DB/A

    Niet gebleken dat advocaat de belangen van zijn cliënt onvoldoende heeft behartigd. De door de cliënt ondertekende ‘verkorte’ overeenkomst was gelet op de benarde positie van de cliënt het meest gunstige resultaat. Dat de gestelde voorwaarden nadien niet zijn vervuld, valt de advocaat niet te verwijten. Advocaat heeft in het kort geding tot ontruiming de standpunten van zijn cliënte uitvoerig gemotiveerd verwoord. Dat de voorzieningenrechter tot een ander oordeel komt dan door de cliënt gewenst valt de advocaat niet te verwijten. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:191 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200152

    Artikel 13 beklag. Klager wil een advocaat voor een arbeidsrechtelijke kwestie bij de kantonrechter. Hij stelt dat hij door lichamelijke en psychische klachten niet in staat is om een complexe procedure als een getuigenverhoor zonder advocaat te kunnen voeren en dat de procedure voor hem en zijn gezin van groot belang is welke situatie niet vergeleken kan worden met een andere normale zaak voor de kantonrechter. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan. De wet biedt geen ruimte voor de deken om hierin een andere keuze te maken. Het beklag wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:198 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200062

    Verweerder komt in beroep tegen de door de raad aan hem opgelegde voorwaardelijke boete van € 5.000,-. Verweerder is de voormalig advocaat van klager. Klager heeft zich erover beklaagd dat verweerder hem niet zorgvuldig heeft geïnformeerd over het feit dat de kosten van zijn voormalig advocaat, mr. O., niet zijn meegenomen in de eindafwikkeling van de procedure. Evenals de raad heeft overwogen en geoordeeld is het hof van oordeel dat verweerder is tekort geschoten in de op hem rustende zorgplicht om een cliënt helder te informeren over hetgeen is afgesproken of bedoeld als hem wordt gevraagd akkoord te gaan met een (eind)regeling (een vaststellingsovereenkomst). Het staat echter niet vast dat klager bij een juiste wijze van communicatie door verweerder de kosten van mr. O. met Univé had kunnen uit onderhandelen en geen betaling had hoeven doen aan mr. O. Het hof vernietigt dan ook de door de raad opgelegde voorwaardelijke geldboete. Voor het overige bekrachtigt het hof de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:200 Raad van Discipline Amsterdam 20-672/A/A/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:192 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190330

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Wederzijds appel. Verweerder heeft de voor klagers belangrijke informatie niet schriftelijk vastgelegd en is gesteld noch gebleken dat verweerder klagers adequaat heeft geïnformeerd over zijn eigen honorarium en de proceskosten. Ook voldeed het advies van verweerder van 9 mei 2016 niet aan de zorgvuldigheidseisen die van een redelijk bekwame en redelijke handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Verweerder heeft een uitgebreide antecedentenlijst. Het hof vernietigd de uitspraak van de raad waarin een schorsing is opgelegd in de uitoefening van de praktijk voor de duur van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof legt de volgende maatregel op. Schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van 24 weken waarvan twaalf weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:195 Raad van Discipline Amsterdam 20-298/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:193 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190304

    Klacht over eigen advocaat. Door de aanstaande ex-echtgenote van klager mee te delen dat hij haar niet bij kan staan vanwege eerder contact met klager over de echtscheidingsprocedure en mediation heeft verweerder de kernwaarde van vertrouwelijkheid en zijn geheimhoudingsplicht ten opzichte van klager geschonden en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Maatregel van een waarschuwing. Bekrachtiging van de beslissing van de Raad van Discipline.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:196 Raad van Discipline Amsterdam 20-287/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:63 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-848/DB/ZWB

    Advocaat in hoedanigheid van deken niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:137 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-417/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over afleggen meinedige verklaring door verweerder kennelijk niet-ontvankelijk. Het is in beginsel niet aan de tuchtrechter om te onderzoeken en beoordelen of sprake is geweest van strafrechtelijk ongeoorloofd handelen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:138 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-416/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond, vanwege gemotiveerde betwisting van verweerder en onvoldoende onderbouwing door klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.331

    Klacht tegen tandarts. Klaagster verwijt de tandarts dat zij niet adequaat en tijdig heeft ingegrepen nadat zij had geconstateerd dat sprake was van periapicale ontstekingen. Volgens klaagster heeft de tandarts haar in een te laat stadium ingelicht over de PA-ontstekingen en de consequenties daarvan en had zij eerder een verwijzing naar de kaakchirurg moeten krijgen. In dat geval had de extractie van twee kiezen voorkomen kunnen worden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om een schadevergoeding en de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.333

    Klager heeft een klacht ingediend tegen een tandarts, die een advies heeft uitgebracht met betrekking tot de behandeling van klagers gebit. Klager verwijt de tandarts zonder zijn toestemming zijn bevindingen en het tandheelkundig dossier van klager aan de klachtenfunctionaris van de tandarts van klager te hebben verstrekt. De tandarts voert aan dat hij hier wel degelijk (veronderstelde) toestemming voor had. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet‑ontvankelijk in het beroep, voor zover hij in beroep een nieuwe klacht heeft ingediend, en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:57 Accountantskamer Zwolle 20/209 Wtra AK

    Klacht over onzorgvuldig declareren van (extra) werkzaamheden in abonnementsfacturen en in meerwerkfacturen en over schending van de geheimhoudingsplicht. De tuchtrechtelijke- en civiele procedure over betaling van facturen kan naast elkaar gevolgd worden. Betrokkene heeft voor werkzaamheden (deels) dubbel gedeclareerd door er niet voor te zorgen dat het declaratiesysteem op orde was. Betrokkene heeft vertrouwelijke gegevens voor eigen gewin (betaling van facturen) gebruikt. Betrokkene heeft zichzelf, nadat de cliëntrelatie met klagers was geëindigd, via een boekhoudkoppeling die was blijven bestaan tussen een boekhoudprogramma van het kantoor en de bank van klagers, toegang verschaft tot de bankgegevens van klagers. Op twee bankrekeningnummers heeft hij vervolgens beslag gelegd. Het verweer van betrokkene dat klagers zelf hebben verzuimd om de koppeling te beëindigen druist in tegen het doel en de strekking van de artikelen 16 en 18 VGBA. Betrokkene heeft ook gewezen op een bepaling in de algemene voorwaarden van het kantoor op grond waarvan hij gerechtigd zou zijn de bankinformatie te gebruiken. Van deze (wettelijke) bepalingen kan bij overeenkomst niet worden afgeweken. De klacht is in beide onderdelen gegrond. Strijd met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, vertrouwelijkheid en integriteit. Maatregel berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.027

    Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is werkzaam binnen het High Intensive Care (HIC) team van een GGZ-instelling. Op enig moment heeft de verpleegkundige vanuit huis veelvuldig WhatsAppberichten gestuurd en gebeld naar een patiënte. Patiënte heeft het personeel hierover geïnformeerd waarna de verpleegkundige is opgedragen hiermee direct te stoppen. De verpleegkundige heeft hieraan geen gehoor gegeven. Klaagster (de GGZ-instelling) verwijt de verpleegkundige dat hij met zijn handelen buiten de grenzen van zijn professioneel handelen is getreden en daarmee het vertrouwen heeft geschaad dat patiënten en collega’s mogen hebben in de verpleegkundige zorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van de inschrijving van de verpleegkundige in het BIG-register op. Het beroep van de verpleegkundige ziet uitsluitend op de zwaarte van de opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat sprake is geweest van eenmalig ernstig grensoverschrijdend gedrag op het moment dat de verpleegkundige aan het re-integreren was na een burn-out, terwijl de verpleegkundige daarvoor al twintig jaar als verpleegkundige werkzaam was zonder met de tuchtrechter in aanraking te komen. De verpleegkundige heeft daarvoor direct hulpverlening ingeschakeld, is zich bewust dat dit nooit meer mag gebeuren en heeft spijt van zijn handelen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom het beroep ten aanzien van de opgelegde maatregel gegrond en legt aan de verpleegkundige de maatregel van voorwaardelijke schorsing op voor de duur van een jaar met een proeftijd van twee jaren en gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid om zijn beroep uit te oefenen, in die zin dat hij niet langer werkzaam mag zijn binnen een GGZ-instelling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:190 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200118

    Art 13 beklag. Het feit dat klager het niet eens is met de beschikking van de kantonrechter en daarin mogelijk feitelijke onjuistheden kan aanwijzen, maakt niet dat een hoger beroep juridisch ook kansrijk is. Met de deken ziet het hof geen aanleiding om te oordelen dat aan klager ten tweede male een advocaat zou moeten worden aangewezen. Het beklag is afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:184 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200112

    Klacht over eigen advocaat. Het hof stelt voorop dat verweerster met haar proceshouding miskent dat zij verantwoording heeft af te leggen aan de cliënt en aan de tuchtrechter. Het hof oordeelt dat verweerster niet heeft gehandeld zoals een redelijk handelend en bekwaam advocaat betaamt, doordat zij verzuimd heeft een vonnis te doen betekenen en daarbij klager niet heeft geïnformeerd hierover. Ook heeft verweerster verzuimd ter zitting naar voren te brengen dat de hypothecaire geldlening op dat moment volledig was afgelost. Het verzoek om een schadevergoeding, te bemiddelen bij de schadeclaim en nieuwe verwijten in beroep zijn door het hof afgewezen. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.102

    Klacht tegen arts. Klaagster is gediagnosticeerd met hyperacusis (overgevoeligheid voor normaal harde geluiden). Dit kan bij klaagster tot verlammingsverschijnselen leiden. De gemeente heeft aan klaagster een woning toegewezen. Klaagster verzoekt om woningaanpassingen i.v.m. haar aandoening. De arts is werkzaam als WMO-adviesarts en heeft op verzoek van de gemeente een sociaal medisch advies opgesteld t.b.v. de bezwaarprocedure tussen klaagster en de gemeente. De arts heeft negatief geadviseerd over het aanpassen van de woning. De klacht houdt in dat de arts: a. een onkundig en niet-onderbouwd advies heeft gegeven in zijn hoedanigheid als arts, op een gebied waarin hij niet gespecialiseerd is (wat betreft gehoorbescherming en woonaanpassing aan de hand van geluiddichte boxen alsmede maatvoering leefruimte). De arts zou volgens klaagster geweigerd hebben contact op te nemen met door klaagster aangedragen behandelaren en medisch deskundigen. Ook heeft de arts volgens klaagster ten onrechte geen bronvermelding toegevoegd van zijn research; b. ten onrechte conclusies heeft getrokken die niet overeenkomen met de bevindingen van de betrokken specialisten. Zo heeft hij volgens klaagster ten onrechte geconcludeerd tot een noodzaak van een niet nader aangegeven behandeling, zonder het doel daarvan aan te geven en in tegenstelling tot de bevindingen van de betrokken specialisten; c. gedeeltelijk niet heeft voldaan aan de onderzoeksvraag door geen programma van eisen op te stellen. Hierdoor is volgens klaagster ook voor de volgende hulpverleners en instanties niet in te vullen naar welk soort passende woning gezocht dient te worden en vreest klaagster eindeloos niet passende woningaanbiedingen te zullen krijgen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigd, de klacht (deels) gegrond verklaard en de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.108

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.235 en C2019.236

    Klachten tegen psychiater. Klager is betrokken geweest bij een ongeval. Vanwege hoofdpijnklachten en concentratieproblemen is klager ontheven uit de leerplicht en gaat hij niet meer naar school. In het kader van een letselschadeprocedure de psychiater op verzoek van (de medisch adviseurs van) klager en de verzekeraar klager onderzocht met de vraag of er bij klager als gevolg van het ongeval een psychiatrische stoornis is ontstaan die beperkingen of blijvend functieverlies tot gevolg heeft. De conclusie van de psychiater luidde dat hij bij klager geen classificeerbare psychiatrische stoornis heeft kunnen vaststellen. Klager verwijt de psychiater dat hij 1) in strijd heeft gehandeld met de geldende criteria en richtlijnen voor het opstellen van een medische specialistische rapportage doordat hij niet of onvoldoende inhoudelijk is ingegaan op een aantal vragen en commentaren van klager en verschillende betrokkenen op het conceptrapport, en 2) contact heeft opgenomen met de hiervoor genoemde verzekeraar en klager daarbij heeft benadeeld door onwaarheden te verkondigen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beroep van klager in beide zaken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:62 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-223/DB/OB

    Advies over de (on)mogelijkheden en kans van slagen schriftelijk niet schriftelijk vastgelegd en onvoldoende gecommuniceerd. de zaak voorts onvoldoende voortvarend aangepakt door in de correspondentie meerdere malen de gerechtelijke procedure ter sprake te brengen, doch deze feitelijk niet aanhangig te maken Bij klaagster bestond de indruk dat verweerder haar zaak al die tijd daadwerkelijk in behandeling had. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:59 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-200/DB/LI

    Verweerder was zich bewust van de lopende bezwaartermijn en heeft deze op basis van de onjuiste uitgangspunten ongebruikt laten verstrijken. Die handelwijze is naar het oordeel van de raad tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerders verweer, dat hij wel over voldoende kennis en kunde beschikte om de zaak van klagers aan te nemen kan niet worden gerijmd met hetgeen hij namens klagers in de voorlopige voorzieningenprocedure naar voren heeft gebracht. Klacht over gebrekkige informatie over de financiële afwikkeling met de verzekeraars is ongegrond. Deels gegrond, deels ongegrond. Berisping. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:60 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-134/DB/OB

    Klager heeft gesteld dat het verweerster niet vrij stond om als vereffenaar op te treden omdat hij, voordat zij werd benoemd, meerdere keren telefonisch had benaderd voor advies en haar daarbij vertrouwelijke informatie heeft gegeven. Verweerster heeft die gesprekken betwist. Omdat de raad geen feiten heeft kunnen vaststellen die de conclusie rechtvaardigen dat het verweerster niet vrijstond om als vereffenaar op te treden is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:55 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/687220 / DW RK 20/369 C/13/687222 / DW RK 20/370

    Schorsingsverzoek op grond van artikel 38 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw). Faillissement gerechtsdeurwaarderskantoor. Gerechtsdeurwaarder [a] heeft geen toegang tot de dossieradministratie. Koppeling financiële administratie met de dossiers is niet mogelijk. Schorsingsverzoek wordt ten aanzien van [a] toegewezen. Een gedeelte van de dossiers van [a] zijn overgedragen aan gerechtsdeurwaarder [b]. Die heeft ook enige tijd geen koppeling kunnen maken tussen de dossier- en financiële administratie. Omdat die situatie op kort termijn is opgelost en ten aanzien van [b] geen ernstig vermoeden van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is gerezen wordt het schorsingsverzoek ten aanzien van [b] afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/58

    Klager verwijt de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld rondom de totstandkoming van de verklaring van erfrecht in erflaters nalatenschap. De klacht valt uiteen in twee onderdelen. Het eerste klachtonderdeel betreft het verwijt dat de notaris er op basis van informatie van drie van erflaters erfgenamen (de zussen) en zonder ruggespraak met de overige erfgenamen ten onrechte van is uitgegaan dat alle overige erfgenamen de drie zussen volmacht wilden geven om erflaters nalatenschap af te wikkelen. Dit klachtonderdeel wordt door de kamer ongegrond verklaard. Bij het opmaken van de (concept-)verklaring van zuivere aanvaarding inclusief boedelvolmacht is de notaris in eerste instantie weliswaar afgegaan op informatie van de zussen, maar de notaris heeft deze informatie naar het oordeel van de kamer voldoende toegelicht aan en geverifieerd bij klager. Het tweede klachtonderdeel betreft het verwijt dat de notaris heeft nagelaten een opdrachtbevestiging aan klager toe te zenden, klager vooraf te infomeren over de te verrichten werkzaamheden en de daarmee gepaard gaande kosten en hem een declaratie toe te zenden. Ook dit klachtonderdeel wordt door de kamer ongegrond verklaard. Klager heeft namelijk niet weersproken dat de zus opdracht heeft gegeven aan de notaris om de verklaring van erfrecht inzake het overlijden van erflater op te maken. Dat de zus als opdrachtgever van de notaris moet worden beschouwd, volgt ook uit de door de notaris overgelegde opdrachtbevestiging. Op de notaris rustte daarom niet de verplichting de door klager gestelde informatie en stukken ongevraagd aan hem te verstrekken. Indien klager bedoelde informatie en stukken desondanks rechtstreeks van de notaris had willen ontvangen, had het op zijn weg gelegen om de notaris hiervan in kennis te stellen en haar een redelijke termijn te geven voor het verstrekken van de door hem gewenste informatie, alvorens een klacht in te dienen. Niet is gebleken dat klager dit heeft gedaan. Voor zover klager de kamer verzoekt om de notaris te veroordelen tot het betalen van een vergoeding van kosten, overweegt de kamer dat de Wna niet in deze mogelijkheden voorziet. Klager wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 006/2020

    Beklaagde werkt als verpleegkundige bij een FACT-team. Klaagster verwijt hem haar niet direct te hebben uitgeschreven toen bleek dat zij geen behandeling wilde, dat hij klaagster desondanks heeft besproken in een MDO, haar heeft proberen over te halen alsnog behandeling te accepteren en haar heeft verwezen naar een (ander) FACT-team. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 008/2020

    Klaagster is op advies van een gz-psycholoog in opleiding door de huisarts verwezen naar de GGZ. Klaagster is het met die verwijzing niet eens en verwijt beklaagde dat zij als werkbegeleider het handelen van de gz-psycholoog in opleiding niet gecontroleerd heeft. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/9

    Klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opmaken van de volmacht en (de wijziging van) het testament van moeder. Volgens klaagster heeft de kandidaat-notaris onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid en de onafhankelijke wilsvorming van moeder. De klacht van klaagster speelt tegen de achtergrond van de verstoorde relatie tussen haar en de broer. Volgens klaagster heeft de broer misbruik gemaakt van de aan hem verleende volmacht en is sprake van oudermishandeling. Het is echter niet aan de kamer om hierover een oordeel te geven. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover deze ziet op het verzoek om “de wijzigingen van het testament te ontbinden en de notariële volmacht ongeldig te verklaren” en de klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/64

    Klagers 1 tot en met 3 verwijten de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opmaken van vaders testament. De kamer begrijpt dat de klacht (kort gezegd) uiteenvalt in de volgende onderdelen. In vaders testament is een aantal overbodige bepalingen opgenomen. Vaders testament wat betreft de bepaling 4 is in strijd met de wet. De notaris heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de beoordeling van de onafhankelijke wilsvorming van vader. Het testament geeft de wil van vader niet juist weer. Hoewel klagers 2 en 3 niet rechtstreeks betrokken zijn geweest bij de handelwijze van de notaris, is de kamer van oordeel dat zij als kinderen en erfgenamen van vader een redelijk belang hebben bij hun klacht over het testament. Een dergelijk belang acht de kamer niet aanwezig ten aanzien van klager 1. Het feit dat klager 1 de stiefvader van klagers 2 en 3 is en het feit dat hij zelf notaris is geweest, brengen niet met zich dat hij een indirect of afgeleid belang heeft bij de klacht. Klager 1 wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in de klacht. De klacht van klagers 2 en 3 wordt op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 005/2020

    Klacht tegen de huisarts van klaagster naar aanleiding van een verwijzing naar de GGZ. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:55 Accountantskamer Zwolle 20/865 Wtra AK

    Voorzittersbeslissing. De meeste klachtonderdelen zien op gedragingen waarover de Accountantskamer en het CBb al een inhoudelijk oordeel hebben gegeven en zijn daarom niet-ontvankelijk (beginsel van ne bis in idem). Twee klachtonderdelen zijn niet-ontvankelijk omdat ze niet binnen de driejaarstermijn zijn ingediend. Eén klachtonderdeel is ongegrond. Niet gebleken is dat betrokkene druk op klager heeft uitgeoefend om geen klacht in te dienen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:56 Accountantskamer Zwolle 19/2341 Wtra AK

    De Accountantskamer heeft vastgesteld dat betrokkene het handelen wordt verweten dat het hof in zijn arrest van 27 oktober 2017 te zijnen laste bewezen heeft verklaard, te weten - kort gezegd - dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan het in december 2003 opzettelijk doen van een onjuiste aangifte vennootschapsbelasting door de vennootschap waarvoor hij werkzaam was. Maatregel: doorhaling met een termijn van 10 jaar waarbinnen betrokkene niet opnieuw in het accountantsregister kan worden ingeschreven

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:192 Raad van Discipline Amsterdam 20-572/A/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het kantoor van verweerder kennelijk niet-ontvankelijk, klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:193 Raad van Discipline Amsterdam 20-565/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder op een intimiderende en ongepaste wijze de belangen van zijn cliënte behartigt en dat de door hem geuite dreiging met beslaglegging disproportioneel is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:194 Raad van Discipline Amsterdam 20-568/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Geen sprake van chantage/afdreiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:189 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200075

    Klacht van vereffenaar nalatenschap tegen advocaat van een erfgenaam. De verweten gedragingen hebben plaatsgevonden voordat klager als vereffenaar is aangesteld en dus zijn voorganger nog als vereffenaar optrad. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht, omdat hij heeft geklaagd na het verstrijken van de klachttermijn in 46g Advocatenwet. De klachttermijn is gestart toen zijn voorganger als de (voormalig) vereffenaar kennis kon nemen van de handelingen van verweerder. Gesteld noch gebleken is dat de (voormalig) vereffenaar pas na het verstrijken van de termijn kennis heeft kunnen nemen van de verweten handelingen of dat hij nadien pas bekend kon zijn geworden met de gevolgen van het handelen. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:188 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200153

    Artikel 13 beklag. Klager stelt een advocaat nodig te hebben om een procedure te starten tegen zijn voormalig advocaat en de verjaring van de aansprakelijkstelling te stuiten. Het hof is met de deken van oordeel dat voor het stuiten van de verjaring van de aansprakelijkstelling van de voormalig advocaat van klager vertegenwoordiging van een advocaat niet is voorgeschreven noch kan dergelijke bijstand uitsluitend door een advocaat geschieden. Daarnaast hebben twee advocaten een negatief advies uitgebracht voor het voeren van de door klager gewenste procedure. Het beklag is ongegrond verklaard.