Zoekresultaten 14351-14400 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2020:82 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/674665 / DW RK 19/585
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 29-12-2020
- ECLI:NL:TGDKG:2020:82
Klaagster beklaagt zich erover dat ze geen inzichten krijgt in verrichte betalingen, er beslag is gelegd na het missen van één betalingstermijn en zij onheus wordt bejegend. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:12 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.258
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 22-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:12
.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/182
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 22-01-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:18
Klager verwijt verweerder, orthopedisch chirurg, onder meer dat hij zonder medische indicatie een knie-operatie heeft uitgevoerd en suboptimale prothese te hebben geplaatst. Verweerder voert verweer. Afgewezzen
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.113
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 22-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:19
Klacht tegen een huisarts. De beklaagde huisarts is door de rechter-commissaris benoemd tot deskundige inzake een strafrechtelijk onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag van een andere huisarts (klager). Het Regionaal Tuchtcollege overweegt dat de door de huisarts uitgebrachte rapporten aan de daar aan te stellen eisen en verklaart de klacht ongegrond. In beroep overweegt het Centraal Tuchtcollege opnieuw dat de rapporten voldoen aan de daaraan te stellen eisen, dat de huisarts niet buiten zijn deskundigheid is getreden, dat hij zijn werkzaamheden onafhankelijk heeft kunnen uitvoeren en dat de huisarts zijn geheimhoudingsplicht niet heeft geschonden. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:5 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/676318 / DW RK 19/645
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:5
Klaagster beklaagt zich onder meer over onnodige kosten, het niet beantwoorden van brieven, het misplaatsen van betalingen en onheuse bejegening. De klacht is gedeeltelijk gegrond, maatregel van waarschuwing, geen veroordeling in proceskosten.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:13 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.268
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 22-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:13
Klacht tegen psychiater. Klaagster is zorgverzekeraar. Klaagster verwijt de psychiater, kort gezegd, dat zijn administratie niet voldeed aan de professionele eisen en dat hij geen medewerking heeft verleend aan fraudeonderzoeken van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, maar aan de psychiater geen maatregel opgelegd gelet op de uitkomst in een andere tuchtzaak tegen de psychiater (doorhaling van de inschrijving in het BIG-register, en bij wijze van voorlopige voorziening schorsing van die inschrijving). Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep omdat in een op dezelfde datum uitgesproken andere beroepszaak de doorhaling van de psychiater in het register in stand blijft en klaagster, zoals zij zelf heeft opgemerkt, bij haar beroep geen belang heeft.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.288
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 22-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:14
Klacht tegen psychiater. Klaagster is zorgverzekeraar. Klaagster verwijt verweerder dat a) hij in mei 2014 bij klaagster opzettelijk declaraties heeft (laten) indienen voor zorg die in 2013 door hem zelf zou zijn verricht, terwijl die in werkelijkheid hooguit door een stichting zou zijn geleverd, b) zijn dossiers niet voldoen aan de professionele eisen zoals deze aan de beroepsgroep mogen worden gesteld, en c) in sommige dossiers niet meewerkt aan fraudeonderzoeken van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen gegrond verklaard, en de doorhaling van de inschrijving van verweerder in het BIG-register bevolen, en die inschrijving bij wijze van voorlopige voorziening geschorst. De psychiater heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.364
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 22-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:15
Klacht tegen tandarts. Klaagster heeft zich bij verweerder tijdens een spoeddienst gemeld vanwege pijn in haar linkerkaak. Verweerder heeft daarop een kies getrokken. Klaagster verwijt verweerder kort gezegd dat hij haar niet goed heeft onderzocht en zonder goede verdoving de kies te hebben getrokken, terwijl er ook geen informed consent was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:1 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/673086 / DW RK 19/527
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:1
Klaagster beklaagt zich over de inhoud en de onderbouwing van de vorderingen in de dagvaarding. Tevens beklaagt klaagster zich er over dat niet is gereageerd op haar brieven. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.239
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 22-01-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:16
Klacht tegen kaakchirurg. Klager is door zijn toenmalige tandarts naar verweerder verwezen voor een apexresectie. Na onderzoek heeft verweerder klager geadviseerd om in plaats van een apexresectie een wortelkanaalbehandeling uit te laten voeren door een endodontoloog. Drie weken later heeft klager zijn verzoek om een apexresectie herhaald waarna de behandeling alsnog heeft plaatsgevonden. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij de chirurgische behandeling onjuist heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:2 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/673609 / DW RK 19/551
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 12-01-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:2
Klagers beklagen zich erover dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte de grosse van een notariële akte heeft betekend. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2020:80 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/672959 / DW RK 19/522
- Datum publicatie: 22-01-2021
- Datum uitspraak: 29-12-2020
- ECLI:NL:TGDKG:2020:80
De overeengekomen betalingsregeling heeft het gelegde beslag gekruist. In de bevestiging van de nieuwe betalingsregeling is foutief aangegeven dat de regeling enkel is getroffen voor één dossier, terwijl uit het verweerschrift volgt en ter zitting is bevestigd dat de regeling voor twee dossiers is getroffen. Klachten vormen tezamen een tuchtrechtelijk verwijt. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing in dit geval passend.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:9 Raad van Discipline Amsterdam 20-424/A/A
- Datum publicatie: 21-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:9
Verzetbeslissing. Verzet is voor een deel gegrond, omdat de voorzitter een van de onderdelen van de klacht verkeerd heeft gelezen en er dus in redelijkheid aan de juistheid van de voorzittersbeslissing kan worden getwijfeld. De inhoudelijke beoordeling van dat onderdeel van de klacht leidt tot een ongegrondverklaring. Het verzet tegen de overige klachtonderdelen is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:6 Raad van Discipline Amsterdam 20-920/A/A
- Datum publicatie: 21-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:6
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Het is niet aan de tuchtrechter om te beoordelen of klaagster voldoende medewerking verleent aan de verkoop van de echtelijke woning. Een neutraler woordgebruik in de e-mails van verweerder was gepaster geweest, maar in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:10 Raad van Discipline Amsterdam 20-398/A/A
- Datum publicatie: 21-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:10
Verzetbeslissing. De raad heeft op grond van de dossierstukken en de verklaringen van klager en verweerder geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:7 Raad van Discipline Amsterdam 20-651/A/A
- Datum publicatie: 21-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:7
Raadsbeslissing. Klacht over dienstverlening eigen advocaat. Door producties pas op de dag van de kortgedingzitting heeft verweerder het risico genomen dat de behandelend kantonrechter de producties buiten beschouwing zou laten. Dit is tuchtrechtelijk verwijtbaar want in strijd met hetgeen een goed advocaat betaamt als het gaat om het behartigen van de belangen van zijn cliënte. Klacht gegrond. De raad ziet geen aanleiding om een maatregel op te leggen, omdat verweerder deze producties door middel van zijn pleitnotities op zodanige wijze voor het voetlicht heeft gebracht dat de kantonrechter er in het kortgedingvonnis niet aan voorbij is gegaan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:11 Raad van Discipline Amsterdam 20-959/A/A
- Datum publicatie: 21-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:11
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet valt in te zien dat verweerster een standpunt heeft ingenomen waarvan zij wist of had moeten weten dat het kennelijk onjuist is. De uitleg van het proces-verbaal is verder aan de civiele rechter en niet aan de tuchtrechter. De toon van de e-mails van verweerster is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:8 Raad van Discipline Amsterdam 20-032/A/A
- Datum publicatie: 21-01-2021
- Datum uitspraak: 11-01-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:8
Raadsbeslissing. Klacht over verweerster grotendeels niet-ontvankelijk, omdat verweerster op het moment dat de handelwijze waarover klager klaagt nog niet als advocaat was beëdigd en de norm van artikel 46 Advocatenwet niet op verweerster van toepassing was. Voor zover de klacht het handelen van verweerster na haar beëdiging als advocaat betreft, is de klacht ongegrond vanwege een gebrek aan feitelijke onderbouwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:3 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200129
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 08-01-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:3
Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder zou tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld door klagers ex-echtgenote bij te staan als advocaat, terwijl klager eerder was bijgestaan door een kantoorgenoot van verweerder in dezelfde zaak. Het hof overweegt dat verweerder voor het aannemen van de opdracht van de vrouw in het computersysteem van zijn kantoor heeft onderzocht of klager in de administratie van het kantoor voorkwam, hetgeen niet het geval was. Vervolgens heeft hij naar aanleiding van de vraag van zijn kantoorgenoot om klager als advocaat bij te staan, gevraagd naar diens relatie met klager, waarop de kantoorgenoot heeft verklaard dat klager een kennis van hem was met wie hij af en toe contact had en dat hij geen enkele bemoeienis heeft gehad met het geschil tussen klager en de vrouw. Gesteld noch gebleken is dat verweerder aan de juistheid van deze uitlatingen moest twijfelen, zodat verweerder hier naar het oordeel van het hof op mocht afgaan. Verweerder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van het feit dat hij de vrouw als advocaat heeft bijgestaan. Vernietiging van de beslissing van de raad en de proceskosten-veroordeling. Ongegrondverklaring van de klacht.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2056
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 20-01-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:7
Huisarts wordt onvoldoende onderzoek naar rugklachten en het nalaten van nader radiodiagnostisch onderzoek verweten, alsmede dat zij, toen patiënte later in palliatieve fase verkeerde, geweigerd heeft een huisbezoek af te leggen, niet conform de NHG aanbevelingen voor palliatieve zorg heeft gehandeld en deze zorg bovendien heeft uitbesteed aan een verpleegkundig specialist. Ter zake kundig onderzoek en juist beleid. Geen aanleiding voor aanvullend radiodiagnostisch onderzoek. Geen weigering van huisbezoek. Bereikbaarheid voor terminale patiënten. Deugdelijke overdracht aan huisartsenpost. NHG-standpunt “Huisarts en palliatieve zorg” en taakherschikking huisartsenzorg. Adequate terminale zorg verleend door het betrekken van verpleegkundig specialist. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:4 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200175
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 08-01-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:4
Klacht tegen eigen advocaat. Klager verwijt verweerder dat hij de belangen van een wederpartij van klager behartigt, terwijl verweerder in het verleden klager heeft bijgestaan. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder heeft opgetreden tegen klager. Dat verweerder een modelbeslagrekest in een vergelijkbare zaak aan mr. K. heeft laten opsturen en aan de ingeschakelde deurwaarder heeft gevraagd om de rekening naar zijn kantoor te sturen, is ontoereikend om te kunnen concluderen dat verweerder tegen klager is opgetreden of bijstand heeft verricht. Daarbij valt het verweerder niet aan te rekenen dat de (kandidaat)deurwaarder in zijn administratie verweerder als opdrachtgever had genoteerd in verband met de facturering en om die reden verweerder ook als opdrachtgever op het beslagexploot had genoemd. Ongegrondverklaring klacht. Vernietiging van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1987a
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 20-01-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:8
Drie kinderneurologen. Klacht: EEG’s en waarnemingen zo geïnterpreteerd dat is aangenomen dat dochter van klaagster dodelijke vorm epilepsie had. Zonder diagnose epilepsie wel daarvoor behandeld. Na tien weken overgeplaatst naar andere ziekenhuis. Daar bevestigd dat dochter geen epilepsie had. College: Dochter was bij binnenkomst in ziekenhuis ernstig ziek met medisch onbegrepen convulsies. EEG’s door daarin gespecialiseerde arts beoordeeld. Ingezette beleid is conform richtlijnen en protocollen en aangewezen o.g.v. klinische waarnemingen en EEG’s. Niet inzetten behandeling bij vermoeden epilepsie kan ernstige gevolgen hebben. Beleid regelmatig geëvalueerd en bijgesteld. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:5 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200123
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 08-01-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:5
Klacht tegen kantoorgenoot van voormalig advocaat. Na het vertrek van klaagsters voormalig advocaat zou verweerder een gemaakte prijsafspraak ontkennen en in strijd daarmee hebben gedeclareerd. Klaagster heeft tevens klachten over de communicatie, het waarnemen in haar dossier, de handhaving van een concurrentiebeding, de factuur en de inschakeling van een deurwaarder door verweerder. Naar het oordeel van het hof hebben de schriftelijke opdrachtbevestiging en de hierin opgenomen afspraken over het honorarium als uitgangspunt te gelden. Klaagster heeft deze – in de opdrachtbevestiging neergelegde - afspraken nadien niet betwist en de eerste declaratie conform deze afspraken betaald. Verweerder mocht vervolgens, naar aanleiding van het geschil met klaagster over de tweede declaratie, vertrouwen op de mededelingen van zijn toenmalige kantoorgenoot. Deze declaratie was deugdelijk gespecifieerd en niet valt in te zien welk verwijt verweerder valt te maken om een dergelijke openstaande declaratie te innen. Klacht is ook overigens ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1987b
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 20-01-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:9
Drie kinderneurologen. Klacht: EEG’s en waarnemingen zo geïnterpreteerd dat is aangenomen dat dochter van klaagster dodelijke vorm epilepsie had. Zonder diagnose epilepsie wel daarvoor behandeld. Na tien weken overgeplaatst naar andere ziekenhuis. Daar bevestigd dat dochter geen epilepsie had. College: Dochter was bij binnenkomst in ziekenhuis ernstig ziek met medisch onbegrepen convulsies. EEG’s door daarin gespecialiseerde arts beoordeeld. Ingezette beleid is conform richtlijnen en protocollen en aangewezen o.g.v. klinische waarnemingen en EEG’s. Niet inzetten behandeling bij vermoeden epilepsie kan ernstige gevolgen hebben. Beleid regelmatig geëvalueerd en bijgesteld. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:6 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200138
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 08-01-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:6
Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder zou zich schuldig hebben gemaakt aan belangenverstrengeling door eerst op te treden als advocaat van klaagster en nu als advocaat tegen klaagster, en voorafgaand aan het aannemen van de opdracht van klaagster niet hebben gemeld dat hij bevriend is met de wederpartij. Met de raad is het hof van oordeel dat klaagster onvoldoende heeft onderbouwd dat verweerder voor klaagster dan wel als gezamenlijk advocaat is opgetreden. Niet valt in te zien waaraan klaagster het vertrouwen heeft kunnen ontlenen dat verweerder (tevens) voor haar optrad. Klacht ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1987c
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 20-01-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:10
Drie kinderneurologen. Klacht: EEG’s en waarnemingen zo geïnterpreteerd dat is aangenomen dat dochter van klaagster dodelijke vorm epilepsie had. Zonder diagnose epilepsie wel daarvoor behandeld. Na tien weken overgeplaatst naar andere ziekenhuis. Daar bevestigd dat dochter geen epilepsie had. College: Dochter was bij binnenkomst in ziekenhuis ernstig ziek met medisch onbegrepen convulsies. EEG’s door daarin gespecialiseerde arts beoordeeld. Ingezette beleid is conform richtlijnen en protocollen en aangewezen o.g.v. klinische waarnemingen en EEG’s. Niet inzetten behandeling bij vermoeden epilepsie kan ernstige gevolgen hebben. Beleid regelmatig geëvalueerd en bijgesteld. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:8 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190014
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 08-01-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:8
Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder zou onbereikbaar zijn geweest voor klaagster; in de bodemprocedure geen verweer hebben gevoerd bij conclusie of akte; door klaagster aangedragen bewijs in de vorm van WhatsApp-gesprekken niet in de procedure hebben gebracht en de belangen van klaagster onvoldoende hebben behartigd, waardoor het budget bij de rechtsbijstandsverzekeraar opgebruikt zou zijn. Naar het oordeel van het hof blijkt uit het dossier niet dat verweerder niet goed heeft gecommuniceerd met klaagster, althans dat de wijze van communiceren van verweerder met klaagster structureel te wensen overliet. Voorts heeft klaagster met haar stellingen onvoldoende onderbouwd dat verweerder door de WhatsApp-berichten niet in de procedure te brengen onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld dan wel de belangen van klaagster onvoldoende heeft behartigd. Met de raad is het hof van oordeel dat verweerder een beroepsfout heeft gemaakt door in klaagsters procedure geen verweer bij conclusie of akte te voeren. Deze gedeeltelijke gegrondverklaring kan echter niet leiden tot de door klaagster gevorderde schadevergoeding, reeds omdat de door klaagster gestelde schade niet rechtstreeks in verband staat met de door het hof vastgestelde beroepsfout. Anders dan de raad heeft geoordeeld, acht het hof de maatregel van waarschuwing toereikend. Klacht deels gegrond. Gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de raad. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/223
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 20-01-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:34
De inspectie verwijt verweerder (verpleegkundige) dat hij ten opzichte van een patiënte de professionele grenzen heeft overschreden. Verweerder is na de behandelrelatie tijdens de 1e opname een persoonlijke relatie aangegaan met deze patiënte en heeft dit na de behandelrelatie tijdens de 2e opname gecontinueerd. Hij heeft geen noodzakelijke afkoelingsperiode in acht genomen. De persoonlijke relatie mondde uit in een intieme relatie. Verder wordt verweerder verweten dat hij ten tijde van deze langdurige, persoonlijke relatie met regelmaat ongeoorloofd in haar patiëntendossier heeft gekeken. Verweerder erkent dat hij gedurende jaren een vriendschap is aangegaan met deze patiënte en dat hij de grenzen, ter bescherming van de patiënt, in acht had moeten nemen. Dit heeft verweerder naar eigen zeggen nagelaten en daar heeft hij veel spijt van. Gegrond schorsing
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:9 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200141
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 08-01-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:9
Klacht over eigen advocaat. De raad heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het hof verklaart klachtonderdeel a) alsnog gegrond voor zover dit ziet op het verwijt dat verweerder klaagster ten onrechte heeft laten weten dat “zo nodig” na de comparitie nog producties in het geding gebracht konden worden. Het hof legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad ten aanzien van de ongegrondverklaring van de overige klachtonderdelen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2036
- Datum publicatie: 20-01-2021
- Datum uitspraak: 20-01-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:6
Huisarts, die is gaan samenwonen met de ex-echtgenote en de kinderen van klager, wordt verweten dat hij de behandelrelatie met de ex-echtgenote en de kinderen had moeten beëindigen, in plaats daarvan deze tot op de dag van vandaag heeft voortgezet, hier een inschrijvingstarief voor ontvangt, klager niet heeft medegedeeld niet meer zijn huisarts te kunnen zijn, heeft nagelaten klager te informeren over de medische zorg aan de kinderen en geen enkel gebaar richting klager heeft gemaakt of inzicht heeft getoond. Beroepsnorm handeling familieleden. Informatieplicht gezaghebbende ouders. Gedeeltelijk niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-067
- Datum publicatie: 19-01-2021
- Datum uitspraak: 19-01-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:18
Gegronde klacht tegen een huisarts. Het College stelt voorop dat beklaagde, nu hij zich zorgen maakte over de veiligheid van met name de oudste zoon van klaagster, op zich niet onjuist heeft gehandeld door actie te ondernemen, waarbij melding bij Veilig Thuis het sluitstuk kon zijn. Beklaagde heeft echter zonder deugdelijke reden het in de meldcode opgenomen stappenplan niet gevolgd. Zo heeft beklaagde de melding niet eerst anoniem voorgelegd (stap 2). Ook de feitenvergaring was zeer summier en niet beperkt tot de objectieve omstandigheden (stap 1). Beklaagde heeft voorts in strijd gehandeld met gehandeld met de derde stap van het stappenplan door een melding te doen bij Veilig Thuis zonder dat hij met klaagster en/of haar oudste zoon heeft gesproken, althans zonder daartoe tenminste een deugdelijke poging te hebben gedaan. Daarbij is beklaagde volledig afgegaan op de informatie die hij van de vader heeft ontvangen, terwijl hij bekend was met de conflictsituatie tussen de ouders en er dus rekening mee moest houden dat de informatie gekleurd en eenzijdig kon zijn. Het College is van oordeel dat de door beklaagde verstrekte informatie de noodzakelijke neutraliteit, professionaliteit en zorgvuldigheid mist. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-081
- Datum publicatie: 19-01-2021
- Datum uitspraak: 19-01-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:19
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft niet aangegeven met welke medische gegevens er zou zijn gesjoemeld en op welke wijze dit zou zijn gebeurd. Het College ziet in het medisch dossier geen enkele aanwijzing dat er onjuiste informatie is genoteerd. Beklaagde is al lange tijd niet meer betrokken bij de behandeling van klager. Het College begrijpt het belang van klager dat hij wil worden doorverwezen voor het verwijderen van schroeven vanwege de pijn die hij aan de schroeven heeft. Omdat beklaagde niet meer betrokken is bij klagers behandeling, is het niet aan beklaagde om klager te voorzien van een verwijzing. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-079
- Datum publicatie: 19-01-2021
- Datum uitspraak: 19-01-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:13
Gegronde klacht tegen een gz-psycholoog, psychotherapeut. Vaststaat dat beklaagde het dossier van klaagster heeft ingezien, terwijl zij geen behandelrelatie met haar had en klaagster haar daartoe ook geen toestemming had verleend. Hiermee heeft zij de privacy van klaagster geschonden. Beklaagde had geen recht op inzage in het patiëntdossier van klaagster. Door die informatie zonder toestemming van klaagster te delen met derden heeft zij haar beroepsgeheim geschonden . Het college is van oordeel dat het handelen van beklaagde alsmede de ingrijpende gevolgen ervan in het bijzonder voor klaagster, zodanig ernstig zijn, dat niet met een waarschuwing kan worden volstaan. Het college neemt daarbij ook in aanmerking dat beklaagde heeft nagelaten om na inzage in het dossier haar eigen handelen en de (persoonlijke) impact van de gevonden informatie proactief en op een passende professionele manier in het kader van (zelf)reflectie te onderkennen en actief in enig verband aan de orde te stellen. Dit had van haar in het kader van haar professionaliteit mogen worden verwacht. Klacht gegrond verklaard. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-088c
- Datum publicatie: 19-01-2021
- Datum uitspraak: 19-01-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:20
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het College wijst er allereerst op dat beklaagde in zijn verdediging is geschaad, omdat klager geen afschrift van zijn medische dossier heeft willen geven aan beklaagde. Beklaagde beschikt niet meer over een dossier, nadat het dossier aan klager is verstrekt en klager als cliënt is uitgeschreven. Daar komt bij dat klager de klachten niet heeft onderbouwd met nadere medische gegevens. Het College neemt die omstandigheid mee bij zijn beoordeling ten voordele van beklaagde. Beklaagde ontkent een zorgmachtiging te hebben aangevraagd. Klager heeft die vermeende zorgmachtiging niet overgelegd. Dat beklaagde een zorgmachtiging heeft aangevraagd, is volgens het College dan ook niet gebleken. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-116a
- Datum publicatie: 19-01-2021
- Datum uitspraak: 19-01-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:14
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verwijt beklaagde dat er meer urinecontroles zijn afgenomen dan het afgesproken aantal van twaalf per jaar. Het College stelt vast dat er – zoals klager heeft aangegeven – in totaal veertien urinecontroles hebben plaatsgevonden over periode van 16 maanden. Het College is van oordeel dat er niet meer dan twaalf urinecontroles in een jaar tijd zijn afgenomen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-088b
- Datum publicatie: 19-01-2021
- Datum uitspraak: 19-01-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:21
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Uit de door beklaagde overgelegde stukken blijkt dat voor de behandeling van klager van essentieel belang is dat hij zijn medicatie gebruikt. Ook is daarin te lezen dat het medicatiegebruik en de dosering van zijn medicatie onderwerp van gesprek is geweest tussen klager en zijn behandelaren. In de afgelopen jaren heeft beklaagde klager gemotiveerd om de medicatie (te blijven) in te nemen. Die rol past binnen de functie van beklaagde. Klager heeft niet onderbouwd, en het dossier biedt ook geen aanwijzingen, dat beklaagde buiten de taken van zijn functie is getreden, zodat van laster of een persoonlijk offensief geen sprake is. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-116b
- Datum publicatie: 19-01-2021
- Datum uitspraak: 19-01-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:15
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt beklaagde dat er meer urinecontroles zijn afgenomen dan het afgesproken aantal van twaalf per jaar. Het College stelt vast dat er – zoals klager heeft aangegeven – in totaal veertien urinecontroles hebben plaatsgevonden over periode van 16 maanden. Het College is van oordeel dat er niet meer dan twaalf urinecontroles in een jaar tijd zijn afgenomen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-089
- Datum publicatie: 19-01-2021
- Datum uitspraak: 19-01-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:16
Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het College komt op basis van de stukken en het ter zitting besprokene tot het oordeel dat beklaagde in zijn behandelbeleid heeft gehandeld overeenkomstig de instructies van de orthopeed en het ‘Fysiotherapeutenprotocol na artroscopische hechting van het bovenste deel van het labrum, Schoudernetwerken Nederland’ (hierna Protocol). Daarbij heeft hij de instructies van de orthopeed - zoals behoort - leidend laten zijn. Beklaagde heeft klaagsters pijn onderkend en heeft getracht door training en mobilisatie – dit alles binnen de kaders van de orthopeed en het Protocol – de pijn juist te doen verminderen. Al met al heeft beklaagde de pijn (en de frustraties) en de wijze hoe daarmee diende te worden omgegaan in voldoende mate met klaagster besproken. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-120
- Datum publicatie: 19-01-2021
- Datum uitspraak: 19-01-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:17
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde had zich, gelet op zijn bevindingen, ervan moeten vergewissen dat klager daadwerkelijk binnen de door hem bepaalde (korte) termijn door een uroloog zou worden beoordeeld. Dat geldt temeer nu beklaagde ter zitting heeft verklaard dat de gevonden afwijking ‘indrukwekkend’ was en dat je dit als huisarts niet vaak meemaakt. Beklaagde heeft echter geen contact opgenomen met het ziekenhuis waarnaar klager is verwezen, hij heeft geen brief aan de eigen huisarts van klager gestuurd en hij heeft evenmin met klager afgesproken dat hij contact met hem moest opnemen indien niet binnen veertien dagen een afspraak kon worden gemaakt. Beklaagde heeft daarmee nagelaten in dit geval na verwijzing een vangnet te creëren. Daarvan valt hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het College is voorts van oordeel dat beklaagde in de nazorg aan klager is tekortgeschoten. Tussen partijen bestond een langdurige arts-patiëntrelatie. Als uitgangspunt geldt dat beklaagde - ook ten aanzien van klager als consultatief patiënt - de zorg van een goed hulpverlener in acht dient te nemen. Daaronder valt ook het bieden van voldoende (adequate) nazorg. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 062/2020
- Datum publicatie: 18-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:13
Een van de klachten die klaagster heeft ingediend betreffende de zorg voor haar man in verband met TIA-achtige verschijnselen bekend onder de nummers 60/2020, 61/2020, 62/2020, 64/2020, 93/2020, 94/2020 en 95/2020 . Het verwijt is, samengevat, dat de neurologische verschijnselen niet serieus genoeg zijn genomen. Geen tekortkomingen in de zorg. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:6 Accountantskamer Zwolle 20/771 en 20/772 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:6
Klacht tegen twee accountants. Accountant 1 stond verkoper van een onderneming als adviseur bij in een verkooptraject. Accountant 2 was samenstellend accountant van de onderneming. Nieuwe behandeling klacht na vernietiging gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring klacht en terugverwijzing door het CBb. Klacht tegen accountant 1 is gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond; oplegging maatregel van berisping. Klacht tegen accountant 2 is ongegrond. Accountant 1 heeft als gemachtigde van de verkoper de koper er niet op heeft gewezen dat de daadwerkelijk in 2013 gerealiseerde omzet zonder de verschuivingen van 2014 naar december 2013 aanzienlijk lager zou zijn geweest dan tot dan toe was gecommuniceerd. Alhoewel het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid zich ertegen verzette dat accountant 1 dat uit eigen beweging aan koper communiceerde zonder toestemming van verkoper daartoe, had hij zich wel moeten realiseren dat sprake was een bedreiging voor zijn integriteit (red flag) doordat hij in verband werd gebracht met het niet-integere handelen van de verkoper. De Accountantskamer is van oordeel dat accountant 1 door de bedreiging voor zijn integriteit niet te onderkennen, geen toereikende maatregel te nemen en deze evenmin vast te leggen, heeft gehandeld in strijd met artikel 7 van de VGBA en daarmee met het fundamentele beginsel van integriteit. Accountant 2 heeft jaarrekeningtechnisch juist gehandeld door de wijze van verwerking van de in 2013 gerealiseerde omzet van de onderneming. Hij heeft gehandeld in overeenstemming met Standaard 4410.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 064/2020
- Datum publicatie: 18-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:14
Klacht tegen huisarts betreffende consult dat is uitgevoerd door zijn derde jaars AIOS. In dat stadium opleiding is AIOS bekwaam om zelfstandig consulten te doen. Klacht tegen beklaagde kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/366051 / KL RK 20-20
- Datum publicatie: 18-01-2021
- Datum uitspraak: 21-12-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:33
Klagers verwijten de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de totstandkoming van het testament van erflater. In tegenstelling tot zijn eigen advies om een arts in te schakelen, heeft de notaris het testament gepasseerd zonder dat een VIA-arts de wilsbekwaamheid van erflater heeft beoordeeld. Dit had wel gemoeten gezien de aard en het stadium van de ziekte van erflater Ook is het testament gepasseerd zonder de wettelijk noodzakelijke getuigen. Klagers stellen dat er voldoende grond is om het testament nietig te verklaren. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. De notaris kon en mocht concluderen dat erflater voldoende in staat was om zijn wil te bepalen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:7 Accountantskamer Zwolle 20/777 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:7
Betrokkene heeft in een echtscheidingsprocedure voor één van de echtelieden als partijadviseur een waardeanalyse gemaakt van aandelen in een besloten vennootschap. Volgens klager heeft hij de waarde van een deelneming vastgesteld zonder zelf onderzoek te verrichten en onterecht aan goodwill een waarde toegekend. Ook heeft betrokkene volgens klager geen rekenkundige onderbouwing gegeven hoewel klager daarom heeft gevraagd en onvoldoende oog gehad voor de belangen van klager. Voor de beoordeling van de handelwijze van betrokkene in zijn rol als zogeheten partij-accountant is de jurisprudentie die ziet op accountants die in hun zakelijke betrekkingen zelf deelnemen aan het rechtsverkeer, van overeenkomstige toepassing. Het is eveneens vaste rechtspraak van de Accountantskamer dat een accountant gegevens mag verzamelen ter onderbouwing van een partijstandpunt om daarmee het belang van die partij te dienen, mits de accountant zich daarbij houdt aan het fundamentele beginsel van objectiviteit. Verder geldt volgens vaste jurisprudentie van de Accountantskamer dat het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid met zich brengt dat conclusies die in een schriftelijk eindproduct van een accountant zijn opgenomen van een deugdelijke grondslag dienen te zijn voorzien en geldt dat in versterkte mate indien een dergelijke rapportage bedoeld is om in een gerechtelijke procedure, die is gericht op waarheidsvinding, ter ondersteuning van een partijstandpunt over te leggen. Beoordeeld tegen deze achtergrond zijn de klachtonderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:10 Accountantskamer Zwolle 20/1235 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:10
Klacht tegen accountant over de uitvoering van de dienstverlening: adviesgesprekken – onder meer over de aangiften - waarom werd gevraagd werden niet gevoerd, klager kreeg geen kopieën van de boekhouding en suppletie-aangiften zijn niet ingediend. Alle klachtonderdelen zijn gemotiveerd betwist en klager heeft ze niet onderbouwd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 093/2020
- Datum publicatie: 18-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:15
De klacht betreft de zorg van de verpleegkundige voor de echtgenoot van klaagster die opgenomen was op de Neuro Care unit. Niet is vastgesteld dat de verpleegkundige is tekortgeschoten in de zorg.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:34 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/369173 KL RK 20-48
- Datum publicatie: 18-01-2021
- Datum uitspraak: 21-12-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:34
Klaagster is getrouwd met O en had samen met hem in maatschapsvorm een melkveebedrijf. O heeft ten overstaan van de notaris het melkveebedrijf, inclusief de echtelijke woning, geleverd aan een koper. In de akte heeft een schriftelijk gevolmachtigde van klaagster de krachtens artikel 1:88 BW vereiste toestemming tot verkoop verleend. Inmiddels zijn klaagster en O in een echtscheiding verwikkeld en heeft klaagster de notaris verzocht een kopie van de eindafrekening van de verkoop te verstrekken. De notaris heeft dit geweigerd. De kamer overweegt dat klaagster als partij bij de akte dient te worden aangemerkt. Niet alleen was klaagster als echtgenote op grond van artikel 1:88 BW in de akte betrokken (de toestemming werd in de akte verleend), maar ook als maat van de maatschap. In de akte werd immers (een deel van) het maatschapsvermogen overgedragen. Uit de stukken blijkt dat de notaris ten tijde van de overdracht op de hoogte was van het feit dat sprake was van een maatschap, maar dat hij de inhoud van het maatschapscontract niet kende. Bij de aanvullende stukken die klaagster bij de kamer heeft ingediend, is alsnog een afschrift van het maatschapscontract overgelegd. Uit het maatschapscontract blijkt dat (een deel van) de overgedragen goederen tot het maatschapsvermogen behoorde(n). Naar het oordeel van de kamer had dit de notaris ertoe moeten bewegen om klaagster (alsnog) een volledige kopie van de eindafrekening te verstrekken. Zij had immers als maat recht op inzicht in de stukken, inclusief de eindafrekening, nu het ging om de overdracht van maatschapsvermogen en - zoals door klaagster onbetwist is gesteld en ook aan de notaris kenbaar is gemaakt - de eindafrekening uit maatschapsvermogen is betaald. De notaris heeft ten onrechte met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht slechts een gedeelte van de eindafrekening (alsnog) verstrekt. De kamer heeft daarom de klacht gegrond verklaard en aan de notaris een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:8 Accountantskamer Zwolle 20/1118 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:8
Klacht tegen accountant die als deskundige in civiele procedure (echtscheiding) is benoemd. Betrokkene heeft zich bij de uitvoering van de opdracht laten bijstaan door een pensioendeskundige. Nadat deze zich terugtrok heeft betrokkene de opdracht terug gegeven en zich laten uitschrijven uit het register. Klacht niet-ontvankelijk voor zover die ziet op het handelen van na de uitschrijving. Klacht voor het overige ongegrond. De tuchtprocedure dient niet voor toetsing van rapport van een door de rechter benoemde deskundige. Betrokkene heeft alleen een concept-rapport afgeleverd. Hieraan worden minder zware eisen gesteld dan aan een eindrapport. Niet gebleken dat betrokkene niet deskundig genoeg was en evenmin dat het concept-rapport verwijtbare onjuistheden bevat of misleidend is. Dat betrokkene zijn opdracht heeft teruggegeven is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar nu de rechter hem niet heeft gevraagd de opdracht af te ronden.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:11 Accountantskamer Zwolle 20/1424 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:11
Klacht tegen accountant in business na misgelopen investering. Klacht ongegrond. Niet aannemelijk is gemaakt dat betrokkene de belangen van de onderneming en van de aandeelhouders niet juist heeft behartigd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 094/2020
- Datum publicatie: 18-01-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:16
De klacht betreft de zorg van de verpleegkundige voor de echtgenoot van klaagster die opgenomen was op de Neuro Care unit. Niet is vastgesteld dat de verpleegkundige is tekortgeschoten in de zorg. Het college maakt een opmerking over de dossiervoering.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 287
- Pagina: 288
- Pagina: 289
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten