Zoekresultaten 14351-14400 van de 47460 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:216 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200139D

    Bekrachtiging beslissing raad op dekenbezwaar. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder in strijd met de artikelen 9b, 10 en 46 Advocatenwet heeft gehandeld door de raad van de orde Overijssel en de (waarnemend) deken, te misleiden door de raad van de orde niet actief en volledig te informeren over de gewenste afwijkende constructie met de stagiaires waarbij de stagiaires fysiek op een andere kantoorlocatie in een ander arrondissement zouden gaan werken dan de patroons. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:130 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-927

    De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Hij heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:143 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-473

    Zaak betreft een advocaat in loondienst van een vereniging. Klaagster 2, die als advocaat voor klager en klaagster is opgetreden in procedures tegen die vereniging, heeft geen eigen rechtstreeks belang bij de klacht tegen verweerster en is daarin niet-ontvankelijk. Naar het oordeel van de raad is van tegenstrijdig belang in de zin van Regel 15 geen sprake geweest. De raad heeft niet kunnen vaststellen dat tussen klager en klaagster 1 aan de ene kant en verweerster aan de andere kant aan advocaat-cliënt relatie bestaat. Verweerster treedt als advocaat in loondienst van een grote landelijke vereniging alleen op voor die rechtspersoon en behartigt daarmee het collectieve belang van die vereniging. Het enkele feit dat klager en klaagster 1 door hun lidmaatschap bij de vereniging zijn betrokken, maakt niet dat zij - en alle andere individuele leden van diezelfde vereniging - ook als cliënten van verweerster worden aangemerkt. Het stond verweerster dan ook vrij om namens de vereniging op te treden tegen een door klagers als individuele leden gestarte procedure tegen die vereniging. Ook overigens zijn er geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan verweerster zich had dienen te onttrekken aan de procedure tegen klager en klaagster. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:137 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-363

    Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:217 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200135

    Klacht over de eigen advocaat. Verweerster is ernstig tekortgeschoten in de behartiging van de belangen van klaagster door in een periode van vijf jaar niet, althans onvoldoende met klaagster te communiceren en door geen aanvang te maken met het verzoekschrift voorlopig deskundigenbericht. Het hof bekrachtigt de beoordeling van de raad. Verweerster dient als professionele advocaat inzicht te geven in haar handelen en bij gebrek aan stukken is niet gebleken van voortvarend handelen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Verweerster heeft de zaak van klaagster op zijn beloop gelaten en geen regie gevoerd. Voor zover verweerster meent dat de belangen van klaagster niet zijn geschaad, bevestigt verweerster met die stelling dat zij geen inzicht heeft in wat van haar als redelijk handelend en bekwaam advocaat wordt verwacht. Ondanks een blanco tuchtrechtelijk verleden legt het hof een berisping op, nu verweerster laakbaar heeft gehandeld. Verweerster miskent met haar houding dat haar cliënten afhankelijk zijn van haar rechtsbijstand en deskundigheid en toont geen inzicht in haar handelen door steeds naar klaagster te verwijzen. Gegrond. Berisping. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/127

    Klager verwijt de psychiater (verweerder) dat hij de door de verzekeraar gestelde aanvullende vragen heeft geweigerd te beantwoorden en dat hij hierover telefonisch contact heeft opgenomen met de verzekeraar. Verweerder heeft primair aangevoerd dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Verweerder was en is, gelet op een eerdere klacht van klager en de lopende hoger beroep procedure in die zaak, niet bereid de vragen te beantwoorden. Volgens verweerder gebruikt klager het tuchtrecht als een pressiemiddel om verweerder de vragen alsnog te laten beantwoorden. Dit ziet verweerder als chantage en misbruik van tuchtrecht. Het college heeft klager ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Na inhoudelijke beoordeling van de klacht heeft het college de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:131 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-153

    Klaagster heeft ter zitting verklaard dat er sprake van een nieuw feit waar de voorzitter bij het nemen van zijn beslissing geen rekening heeft kunnen houden. Naar het oordeel van de raad heeft het verzet van klaagster tegen de beslissing van de voorzitter heeft geen nieuwe gezichtspunten opgeleverd, ook niet in het licht van hetgeen door klaagster ter zitting als nieuw feit is aangevoerd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:138 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-366

    Verzetbeslissing. Klager heeft geen nieuwe gezichtspunten aangedragen die het gestelde bedrog van verweerder aantonen. De voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en voorts acht heeft geslagen op alle relevante omstandigheden van het geval. Het verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:218 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200004 en 200005

    Klacht over eigen advocaat die via een rechtsbijstandsverzekeraar is ingeschakeld (netwerkkantoor). De bezwaren tegen de klachtomschrijving waarvan de raad is uitgegaan slagen. Het hof stelt de klachtomschrijving opnieuw vast aan de hand van de geformuleerde onderdelen in beroep voor zover die in de inleidende klachtbrief bij de deken zijn voorgelegd. Verweerders hebben op de in beroep geformuleerde klachten verweer gevoerd. In de nieuwe klachtonderdelen is klaagster niet-ontvankelijk. Het hof beoordeelt de klachten zelfstandig. De klachten betreffen het eigen financiële belang van verweerders bij de fixed fee van de verzekeraar, een informatieplicht van verweerders over de afspraken met de verzekeraar, de wijze waarop de zaak is neergelegd door verweerders, de rol van verweerder in het dossier en de toezending van dossierinhoudelijke informatie door verweerder aan de verzekeraar, te weten het procesadvies en kans van slagen over de gewenste procedure. Enkel de klacht over de toezending van de dossierinhoudelijke informatie door verweerder wordt gegrond verklaard wegens schending van de geheimhoudingsplicht. De klachten tegen verweerder voor het overige en alle klachten tegen verweerster zijn ongegrond verklaard. Waarschuwing en proceskostenveroordeling voor verweerder.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:132 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-178

    Verzetbeslissing. Verzetgronden slagen niet. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. De in het verzetschrift genoemde nieuwe grond is niet eerder aangevoerd en kan daarom niet worden meegenomen in de beoordeling. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:212 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170039H

    Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk, omdat het niet binnen een redelijke termijn is ingediend.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:139 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-370

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Klager heeft geen stukken overgelegd die zijn klacht ondersteunen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-235

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Het College kan, mede gelet op de ontkenning door klaagster, er niet van uitgaan dat beklaagde informed consent van klaagster heeft gekregen om de borstlift met ankers achterwege te laten. Uit de door klaagster overgelegde foto’s blijkt duidelijk dat haar borsten door de vergroting met de protheses niet (noemenswaardig) zijn gelift, terwijl dit wel haar wens was, zij dit met beklaagde was overeengekomen en zij ook voor deze afgesproken ingreep had betaald. Naar het oordeel van het College heeft beklaagde het liftende effect van de protheses tijdens de operatie in redelijkheid ook niet als voldoende kunnen inschatten. De conclusie is dat beklaagde ten onrechte niet de borstlift met ankers heeft uitgevoerd. Door niet de juiste operatie uit te voeren heeft beklaagde gehandeld in strijd met de zorg die hij jegens klaagster behoorde te betrachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-006

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Het is het College niet gebleken dat beklaagde foto’s van klaagster zou hebben gemanipuleerd. Het College kan zich voorstellen dat klaagster er niet gelukkig mee is dat de vervormde foto’s in haar EPD zijn opgenomen, maar gelet op de uitleg van beklaagde hierover kan dit hem niet persoonlijk worden verweten. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/36

    Klacht tegen een kinderarts. Klagers zijn de ouders van een jongen van acht jaar oud. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis met hoge koorts. In de differentiaaldiagnose wordt de ziekte van Kawasaki genoteerd. Op dag twee van de opname wordt aan alle criteria van de ziekte van Kawasaki voldaan. Ondanks herhaaldelijk aandringen door klagers wordt de diagnose ziekte van Kawasaki door beklaagde niet gesteld en daarop gerichte behandeling blijft uit. Ook wordt er geen echo van het hart gemaakt om de ziekte van Kawasaki uit te sluiten. Een gevonden enterovirus leverde (ook) een verklaring voor de klachten op. Ondanks dat beklaagde de criteria van de ziekte van Kawasaki is nagelopen en de criteria kende, persisteerde zij bij het enterovirus en mist zij bij het zoontje van klagers de aanwezige kenmerken van de (de subacute fase van de) ziekte van Kawasaki. Twee weken later overlijdt hij (elders) aan de ziekte van Kawasaki. Beklaagde heeft berouw getoond en verbetermaatregelen zijn getroffen. Beklaagde krijgt alles overziend een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-029a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Niet is gebleken dat de aios in enig opzicht tekort is geschoten in de zorg voor klaagster, en daarmee ook niet dat beklaagde nalatig is geweest in haar aansturing van de aios. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/37

    Klacht tegen kinderarts. Klagers zijn de ouders van een jongen van acht jaar oud. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis met hoge koorts. In de differentiaaldiagnose wordt de ziekte van Kawasaki genoteerd. Op dag twee van de opname wordt aan alle criteria van de ziekte van Kawasaki voldaan. Ondanks herhaaldelijk aandringen door klagers wordt de diagnose ziekte van Kawasaki door beklaagde echter dagenlang niet gesteld en behandeling blijft uit. Ook wordt er geen echo van het hart gemaakt om de ziekte van Kawasaki uit te sluiten. Door beklaagde wordt de relevante richtlijn noch werkboeken geraadpleegd. Een gevonden enterovirus leverde (ook) een verklaring voor de klachten op. Drie weken later overlijdt het zoontje van klagers (elders) aan de ziekte van Kawasaki. Beklaagde heeft berouw getoond en verbetermaatregelen zijn getroffen. Beklaagde krijgt alles overziend een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/35

    Klacht tegen een kinderarts. Klagers zijn de ouders van E, een jongen van acht jaar oud. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis met hoge koorts. In de differentiaaldiagnose wordt door beklaagde de ziekte van Kawasaki genoteerd. Op dag twee van de opname wordt aan alle criteria van de ziekte van Kawasaki voldaan. Ondanks herhaaldelijk aandringen door klagers wordt de diagnose ziekte van Kawasaki door beklaagde echter niet gesteld en daarop gerichte behandeling blijft uit. Een gevonden enterovirus leverde (ook) een verklaring voor de klachten op. Beklaagde gaat op dag vier van de opname met vakantie en draagt de behandeling over aan haar collega’s. Drie weken later overlijdt E (elders) aan de ziekte van Kawasaki. Beklaagde heeft berouw getoond en verbetermaatregelen zijn getroffen. Daarnaast is beklaagde maar kort bij de behandeling van E betrokken geweest. Beklaagde krijgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-029b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Beklaagde heeft op goede gronden enig oppervlakkig botweefsel weggefreesd om een goede wondbodem te verkrijgen. Het College overweegt dat het juist is dat bij het frezen van het bot geen representatief weefsel voor pathologisch-anatomisch onderzoek weefsel wordt verkregen. Verder is de keuze voor een minder ingrijpende behandeling in dit geval goed te verdedigen. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2020:9 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/09 VB 2020/10 VB 2020/11 VB 2020/12

    In deze uitspraak oordeelt het Veterinair Beroepscollege, anders dan het Veterinair Tuchtcollege, dat de Stichting Animal Rights ontvankelijk is in haar klachten tegen vier dierenartsen die gezondheidscontroles uitvoerden voor de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) bij varkens in verband met hun vervoer naar een slachthuis, en die daartoe een gezondheidscertificaat hebben afgegeven. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat artikel 8:15, tweede lid, aanhef en onder a van de Wet dieren waarin is bepaald wie een klacht kan indienen, ruim kan worden uitgelegd: “degene die als gevolg van dat handelen rechtstreeks in zijn belang is getroffen’ kan niet alleen de (voormalig) houder of eigenaar van een dier zijn, maar onder omstandigheden ook een rechtspersoon. Ten aanzien van de invulling van het belanghebbendenbegrip zoekt het Veterinair beroepscollege aansluiting bij het vergelijkbare begrip in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht . De stichting kan gelet op haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden in haar klachten tegen de dierenartsen worden ontvangen. Het Veterinair Beroepscollege is verder van oordeel dat het veterinaire tuchtrecht ook op de betreffende werkzaamheden van de dierenartsen van toepassing is en dat daarmee voldaan is aan het ontvankelijkheidsvereiste van artikel 8:15, eerste lid, dat de klacht is gericht “tegen een dierenarts of een andere persoon die is toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen, wegens het in strijd handelen met artikel 4.2”. Het door de stichting ingestelde beroep is gegrond. Het VTC heeft het onderzoek in deze zaak heropend en zal na een schriftelijke uitwisseling van standpunten op een nader te bepalen zitting overgaan tot de inhoudelijke behandeling van de klachten.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-009

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Uit de stukken blijkt voldoende dat de patiënte door haar geestelijke aandoeningen niet in staat kon worden geacht tot een redelijke waardering van haar belangen in dit verband. Daarom ging beklaagde er terecht van uit dat in dit geval in beginsel de toestemming van klager als curator vereist was voor de uitvoering van de onderbeenamputatie bij de patiënte (artikel 7:465, tweede lid, BW). De omstandigheden en het medisch dossier wijzen erop dat beklaagde ervan overtuigd was dat hij toestemming had van de familie voor de ingreep. In ieder geval kan het College niet vaststellen dat beklaagde daarvan ten onrechte overtuigd is geraakt en/of dat hem in dit verband een verwijt kan worden gemaakt. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-236

    Ongegronde klacht tegen een orthopeed. In het licht van de gemaakte verwijten dient de vraag te worden beantwoord of beklaagde is tekortgeschoten in het onderzoek en de zorg waartoe hij jegens klaagster gehouden was in de periode die aan de operatie voorafging. Het College is van oordeel dat er sprake is geweest van uitgebreid en zorgvuldig onderzoek door beklaagde zelf en door hem geconsulteerde andere specialisten op verschillende terreinen, voordat hij – op basis van hun rapportage in het medisch dossier en de in het EMC gestelde diagnose – tot de operatie is overgegaan. Klacht ongegrond verklaard

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:234 Raad van Discipline Amsterdam 20-075/A/ZWB

    Gegrond verzet en gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder had de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand met klager moeten bespreken op het moment dat verweerder bekend werd met de werkloosheid en daling van inkomsten aan de zijde van klager door middel van de e-mails van klager. Dat verweerder dat niet heeft gedaan valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:228 Raad van Discipline Amsterdam 20-687/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat-wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond. Vaststaat dat verweerder geen antwoord heeft gegeven op de vraag of de zuster van klagers bezwaren heeft geuit tegen de betaling aan klager sub 2. Deze omissie is, gelet op alle omstandigheden van dit geval, evenwel van onvoldoende gewicht om te kunnen leiden tot de conclusie dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Daarbij neemt de voorzitter onder meer in overweging dat verweerder niet de advocaat van klagers is, maar de advocaat van de wederpartij van klagers. Aan verzoeken en opdrachten van de eigen cliënt dient een advocaat als goed opdrachtnemer in beginsel te voldoen, voor verzoeken en opdrachten van anderen geldt dit beginsel niet zonder meer. Voorts is de voorzitter niet gebleken dat klagers door dit nalaten van verweerder in hun belangen zijn geschaad.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen V2019/03

    Klaagster had na een traumatisch ervaren eerste bevalling ten behoeve van toekomstige bevallingen een geboorteplan opgesteld. Klaagster verwijt beklaagde (tweedelijns verloskundige) dat zij bij haar vierde bevalling het geboorteplan niet heeft gevolgd. Zij verwijt haar met name het onvoldoende uitleggen van voorgenomen verrichtingen en het ontbreken van informed consent. Onvoldoende dossiervoering. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:222 Raad van Discipline Amsterdam 20-362/A/A

    Deels gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft met haar e-mail aan de rechtsbijstandsverzekeraar van klager tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. In de e-mail heeft verweerster vertrouwelijke informatie verstrekt over klager als cliënt van verweerster. Verweerster heeft zich niet beperkt tot de enkele mededeling dat zij vanwege een vertrouwensbreuk de opdrachtrelatie met klager had beëindigd, maar is in de e-mail uitgebreid ingegaan op hetgeen aan die vertrouwensbreuk ten grondslag lag. Daarmee heeft verweerster haar geheimhoudingsplicht geschonden. Dat verweerster in de e-mail geen informatie over de inhoud van de zaak die zij voor klager in behandeling had heeft verstrekt aan de rechtsbijstandsverzekeraar, doet aan het voorgaande niet af. Hetzelfde geldt voor het telefoongesprek dat verweerster met de rechtsbijstandsverzekeraar van klager heeft gehad. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:229 Raad van Discipline Amsterdam 19-852/A/NH

    Ongegronde klacht over eigen advocaat na gegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:223 Raad van Discipline Amsterdam 20-368/A/A 20-372/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-615/DB/LI

    Advocaat heeft standpunt van zijn cliënt verwoord. Stelling dat gelden van de spaarrekening waren verdwenen, betekent niet dat advocaat klaagster van verduistering heeft beticht. Juistheid van de stelling blijkt bovendien uit de klachtbrief van klaagster. Advocaat heeft belangen van klaagster niet nodeloos geschaad. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:230 Raad van Discipline Amsterdam 20-524/A/A

    Gegronde klacht over advocaat wederpartij. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij de gelden die hij op zijn derdengeldenrekening had ontvangen pas na ongeveer zes weken heeft overgemaakt naar de rechthebbende, klager. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:224 Raad van Discipline Amsterdam 20-669/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat in verband met poging tot overname strafzaak kennelijk ongegrond. Dat verweerster heeft getracht een zaak van klager over te nemen zonder dat dit de wens van de cliënt was kan niet worden vastgesteld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:231 Raad van Discipline Amsterdam 20-433/A/A

    Ongegronde klacht over advocaat vader klaagster. Verweerster heeft toegelicht dat zij de brief op verzoek van haar cliënt, die zijn kinderen wilde informeren over zijn beslissing om de echtscheiding aan te vragen, heeft verstuurd. Hoewel de raad begrip heeft voor de impact die de brief op klaagster heeft gehad, mocht verweerster een dergelijke brief sturen in het belang van haar cliënt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:225 Raad van Discipline Amsterdam 20-670/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over overname en afrekening van strafzaak kennelijk ongegrond. Het behoort niet tot de taak van de raad om te oordelen over welke wijze een toevoegingsvergoeding behoort te worden verdeeld. De raad komt een rol toe indien uit het dossier blijkt dat er een evident onredelijk standpunt is ingenomen ten aanzien van de wijze van afrekening, althans een advocaat zijn voorstel niet deugdelijk met stukken heeft onderbouwd. Naar het oordeel van de voorzitter is daarvan in dit klachtdossier geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:232 Raad van Discipline Amsterdam 20-182/A/NH

    Ongegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder is steeds kritisch geweest over de slagingskansen in hoger beroep. Dat de deurwaarder niet akkoord wilde gaan met de door verweerder namens klager voorgestelde betalingsregeling kan verweerder niet verweten worden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:226 Raad van Discipline Amsterdam 20-671/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en deels kennelijk ongegrond. Dat verweerder zich discriminerend over klaagster heeft uitgelaten heeft hij betwist en daartegenover heeft klaagster haar klacht niet onderbouwd. Uit het klachtdossier volgt verder dat er (ook door verweerder) meerdere pogingen zijn gedaan om buiten rechte tot een oplossing van het geschil te komen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:233 Raad van Discipline Amsterdam 19-803/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:227 Raad van Discipline Amsterdam 20-677/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:207 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200093

    Klacht over curator afkomstig van bestuurder gefailleerde vennootschap. Dat post is geopend die niet voor de gefailleerde was bestemd is te betreuren maar niet altijd te voorkomen. Het hof kan niet vaststellen dat dit meer dan incidenteel is voorgekomen. Verweerder was niet verplicht dit te melden aan de rechter-commissaris. Ook heeft verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld bij het opstellen van de slotuitdelingslijsten, daarbij geldt dat die gecontroleerd worden door de rechter-commissaris. Dat nadien nog kosten zijn gemaakt maakt dit niet anders. Verweerder heeft klager de stukken laten ophalen in plaats van per post verstuurd. Dit is zorgvuldig en levert geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:63 Accountantskamer Zwolle 20/538 t/m 20/541 Wtra AK

    Herhaalde klacht over handelen in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens en privacyrichtlijn EU; klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Wat klager in deze klacht aan de orde stelt komt overeen met wat hij reeds eerder aan de orde heeft gesteld. Klager kan datgene waarover de Accountantskamer reeds heeft geoordeeld niet opnieuw aan de orde stellen in een nieuwe klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/108

    Klaagster is niet tevreden over ooglidcorrectie. Ze verwijt de oogarts onder meer dat hij haar niet heeft ingelicht over de risico's van een tweede ooglidcorrectie. Ook heeft de oogarts volgens klaagster de operatie zonder haar toestemming deels door iemand anders laten uitvoeren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:64 Accountantskamer Zwolle 20/816 en 20/817 Wtra AK

    Klacht tegen twee accountants die een forensisch onderzoek hebben uitgevoerd naar mogelijke integriteitsschendingen binnen een vereniging. De klacht is gedeeltelijk gegrond, omdat het onderzoek naar de in 2017 verantwoorde kosten te beperkt is geweest. Ook hebben de accountants hun toezegging om het concept-rapport in wederhoor voor te leggen aan klager onvoldoende gestand gedaan. De klacht is voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.163

    Klacht tegen neuroloog. Klager is vroeg in de ochtend met de ambulance naar de SEH van het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is vervoerd en is daar onderzocht door een arts-assistent. Deze laatste heeft klager na overleg met verweerder naar huis gestuurd. Later die dag is klager opgenomen in verband met een cerebrale ischemie. Klager verwijt verweerder dat hij een verkeerde inschatting heeft gemaakt van de gezondheidssituatie van klager en hem naar huis heeft gestuurd zonder hem te hebben gezien. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard, aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van verweerder en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2020:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 674918/NT19-48 674919/NT19-49

    Klaagster is ontvankelijk in haar klacht. De klacht is gericht op het passeren van leveringsaktes in 2011, 2012 en 2013 van zogenaamde 'warme landbouwgrond' door de notaris en de kandidaat-notaris. De klacht is dat zij klaagster niet hebben gewezen op de aan de aankopen verbonden juridische en financiële risico's en/of dat zij zich voor het passeren ervan hadden moeten vergewissen of klaagster zich van die risico's bewust was. De kamer verklaart de klacht tegen de notaris gegrond. De klacht tegen de kandidaat-notaris wordt ongegrond verklaard. Zij heeft geen bemoeienis gehad met het dossier. Klaagster heeft onvoldoende onderbouwd waarin de kandidaat-notaris als waarnemer is tekortgeschoten. Klaagster heeft zich ook nog beklaagd over de bejegening van de notaris van het kantoor waar de kandidaat-notaris thans werkzaam is. Dat valt de kandidaat-notaris echter niet tuchtrechtelijk aan te rekenen. De gedragingen van de notaris zijn naar het oordeel van de kamer dermate tuchtrechtelijk verwijtbaar dat zij een zware maatregel rechtvaardigen. De notaris heeft immers actief medewerking verleend aan een praktijk die zich laat kenschetsen als ‘windhandel’ en waarbij hij tenminste moet hebben beseft dat onwetende particulieren hierbij ernstig benadeeld konden worden. Gelet op zijn uitlating ter zitting over de indertijd hiermee gemoeide praktijkomvang en dat hij dezelfde diensten ook nog aan een andere partij met vergelijkbare handel verleende, is dit bovendien op vrij grote schaal gebeurd. De kamer houdt echter bij de bepaling van de maatregel rekening met het feit dat de aktes (bijna) tien jaar geleden zijn gepasseerd en dat de notaris ter zitting heeft verklaard dat hij, met de kennis van nu, klaagster meer voorlichting zou hebben gegeven.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19164a

    Dermatoloog wordt verweten dat hij nalatig is geweest bij de behandeling van klaagster, het medisch dossier niet goed heeft bijgehouden en klaagster heeft behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding in plaats van als patiënte met een melanoom (high risk) verleden. Alle klachtonderdelen ongegrond. Geen sprake geweest van nalatigheid, onderzoek en behandeling toereikend, klachtonderdeel medisch dossier niet voldoende onderbouwd en niet gebleken dat klaagster ten onrechte is behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19164b

    Chirurg wordt verweten dat hij nalatig en onzorgvuldig is geweest bij de behandeling van klaagster, de verkeerde diagnose heeft gesteld, een verkeerde follow-up heeft voorgesteld, het medisch dossier niet goed heeft bijgehouden en klaagster heeft behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding in plaats van als patiënte met een melanoom (high risk) verleden. Alle klachtonderdelen ongegrond. Geen sprake van nalatigheid c.q. onzorgvuldigheid of verkeerde diagnose. Onderzoek en behandeling toereikend. Follow up conform protocol. Klachtonderdeel medisch dossier niet voldoende onderbouwd. Niet gebleken dat klaagster ten onrechte is behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19164c

    Radioloog wordt verweten dat zij nalatig is geweest, de verkeerde diagnose heeft gesteld, onzorgvuldig is geweest door bij tweede bezoek klaagster geen biopt te nemen en klaagster heeft behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding in plaats van als patiënte met een melanoom (high risk) verleden. Alle klachtonderdelen ongegrond. Uitgevoerde onderzoek was toereikend, geen sprake van verkeerde diagnose of onzorgvuldig handelen, nemen biopt was bij tweede bezoek niet geïndiceerd. Niet gebleken dat klaagster ten onrechte is behandeld als een patiënte met een toevalsbevinding.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-165/DB/ZWB

    Advocaat heeft in hoedanigheid van deken gehandeld binnen de beleidsvrijheid die hem in die hoedanigheid toekwam. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-034/DB/LI/D

    Advocaat is niet in het bezit van een adequate beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Sprake van een dusdanig zorgelijke financiële situatie waardoor advocaat in behoorlijke praktijkuitoefening wordt belemmerd. Advocaat is –mede als gevolg van die zorgelijke financiële situatie- betrokken bij een grote hoeveelheid klachtzaken en bemiddelingsverzoeken aan de deken. Bezwaar gegrond. Schrapping. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:208 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200082

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder mocht de wederpartij rechtstreeks benaderen onder de gegeven omstandigheden. Dat een dagvaarding was betekend en aangebracht en de procedure niet was geroyeerd doet daar niet aan af. De procedure lag al acht maanden stil zonder dat er contact was geweest tussen verweerder en de gemachtigde van klagers. Klagers hebben verweerder expliciet bericht van de zaak af te willen, dat zij niet meer worden bijgestaan door de gemachtigde en verzocht om een schikking. Verweerder mocht onder de gegeven omstandigheden op dit bericht vertrouwen. In de tuchtprocedure is door de gemachtigde van klagers geen verklaring van klager overgelegd waaruit blijkt dat klager terug wil(de) komen op de schikking noch dat hij een andere verklaring dan verweerder heeft over de gang van zaken rondom de schikking. Verweerder hoefde een en ander dus niet te verifiëren bij de gemachtigde van klagers. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:209 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200107

    Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft onvoldoende duidelijk gecommuniceerd in reactie op het plan van aanpak van klager, waarin klager voor de zaak essentiële vragen heeft gesteld en het voornemen heeft opgenomen het hoofdkantoor van zijn werkgever aan te schrijven wat een schending van het geheimhoudingsbeding van klager zou (kunnen) meebrengen. Verweerder had klager hierover moeten adviseren en de afspraken schriftelijk vast moeten leggen. Tevens heeft verweerder onvoldoende duidelijk gereageerd op het verzoek van klager een e-mail van de advocaat van de wederpartij over te leggen in de procedure. Als verweerder dat niet wilde doen omdat hij meende dat het confraternele correspondentie betrof, had hij dit schriftelijk moeten terugkoppelen aan klager. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard, omdat die door klager onvoldoende onderbouwd zijn. Waarschuwing.