Zoekresultaten 14051-14100 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:304 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-819
- Datum publicatie: 10-03-2021
- Datum uitspraak: 30-03-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:304
Voorzittersbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2020:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 19-85
- Datum publicatie: 10-03-2021
- Datum uitspraak: 28-10-2020
- ECLI:NL:TNORDHA:2020:13
Klager verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door klager onvoldoende voor te lichten over de strekking van zijn werkzaamheden en de gevolgen daarvan. De notaris is onvoldoende waakzaam geweest ten aanzien van het behoud van de nalatenschap en in het beheer van die nalatenschap is hij tekort geschoten. Klager en zijn broers zijn ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld om de omvang van de nalatenschap te verifiëren.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:19 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-819
- Datum publicatie: 10-03-2021
- Datum uitspraak: 01-02-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:19
Verzet ongegrond. De voorzitter heeft terecht en op juiste wijze het handelen van verweerder afgezet tegen de mate van vrijheid die een advocaat van de wederpartij heeft bij het behartigen van de belangen van zijn cliënte en de daarbij in acht te nemen grenzen. De voorzitter heeft met recht overwogen dat het verweerder vrijstond de gewraakte standpunten namens zijn cliënte naar voren te brengen. Dat klager deze als onnodig grievend ervaart betekent nog niet dat dit naar objectieve maatstaven het geval is. Bovendien kon klager zich in de procedure verweren en tegen de standpunten van zijn werkgever zijn eigen argumenten inbrengen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:20 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-027
- Datum publicatie: 10-03-2021
- Datum uitspraak: 25-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:20
Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft bij de behandeling van het arbeidsgeschil van klager onvoldoende met hem gecommuniceerd over de door klager gewenste acties en te volgen strategie na diens ontslag op staande voet. Sprake van een tegenstrijdig verweer van verweerder dat ook lijnrecht tegenover het standpunt van klager staat. Verweerder heeft van de vermeende met klager gemaakte afspraken niets schriftelijk vastgelegd, wat voor zijn risico is. Daarnaast heeft verweerder verwachtingen bij klager gewekt die hij niet is nagekomen en heeft daarmee klager, die in een urgente situatie zat, bovendien aan het lijntje gehouden. De raad geeft met oplegging van een onvoorwaardelijke schorsing voor 9 weken een duidelijk signaal af aan verweerder. Verweerder is niet alleen onduidelijk richting zijn cliënt geweest maar ook bij de raad heeft hij geen duidelijkheid kunnen geven. Dat hij inmiddels zijn praktijkorganisatie op dat punt beter op orde heeft, zoals namens hem ter zitting is betoogd, is naar het oordeel van de raad hoopvol, maar gezien zijn eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, te laat.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099b
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:37
Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Dat, zoals klagers aanvoeren, beklaagde aanvullende diagnostiek in de vorm van een transvaginale echo met doppler had moeten verrichten, volgt niet uit de toepasselijke richtlijnen van de NVOG, waaronder de (destijds geldende) richtlijn ‘Bloedverlies in de tweede helft van de zwangerschap’ uit 2008. Er was geen sprake van de daarin genoemde situaties (zoals een placenta bilobata, laagliggende placenta of placenta previa) waarin dergelijk aanvullend onderzoek wordt aanbevolen, zodat een indicatie daarvoor op dat moment ontbrak. Het College voegt daaraan toe dat het onvoldoende aanwijzingen ziet dat sprake was van vasa praevia, nu dit echografisch al was uitgesloten, het ruime bloedverlies optrad alvorens de vliezen waren gebroken en de conditie van de baby op grond van het CTG als goed beoordeeld werd. Geconcludeerd wordt dat het door beklaagde bepaalde expectatieve behandelbeleid verdedigbaar is, te meer nu de zwangerschap nog niet de 37 weken had bereikt. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:18 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-797
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 15-02-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:18
Klacht tegen advocaat wederpartij. Gelet op Gedragsregel 9 mag van een advocaat verwacht worden dat, indien hij per e-mail met derden communiceert, uit zijn e-mail duidelijk blijkt in welke hoedanigheid hij deze derden benadert en dat de kantoorgegevens in de e-mail vermeld staan. Gezien de omstandigheden van het onderhavige geval had voor klager hierover geen verwarring behoeven te ontstaan. Ten aanzien van het klachtonderdeel over schending van de persoonlijke levenssfeer, oordeelt de raad dat niet valt in te zien hoe een beperking van de kring van geadresseerden ten opzichte van de kring van geadresseerden in de eerdere e-mail van klager een schending van de persoonlijke levenssfeer van klager zou kunnen opleveren. Beide klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099a
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:38
Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klagers verwijten beklaagde dat hij gedurende de opname van klaagster in het ziekenhuis is tekortgeschoten in de zorg voor klaagster en de diagnose velamenteuze navelstrenginsertie en/of vasa previa heeft gemist. Bij klaagster was bij een zwangerschap van 31 weken en vier dagen sprake van vaginaal bloedverlies en contracties. Er waren voor beklaagde geen medische redenen om af te wijken van de eerder gestelde werkdiagnose en/of om de zwangerschap direct te beëindigen. Gedurende de dienst van beklaagde heeft hij zelf in de avond het CTG als goed beoordeeld en in de nacht, bij de beoordeling door een aios, was het CTG ook in orde. Er was voor beklaagde ook geen (andere) aanleiding om gericht onderzoek te doen naar velamenteuze navelstrenginsertie of vasa previa. Verder is er geen aanleiding om beklaagde in dit verband als hoofdbehandelaar of regiebehandelaar extra verantwoordelijkheid voor het beleid van zijn collega’s toe te kennen. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 104-2020
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:34
Klacht tegen longarts. Bij patiënt wordt op PET-scan tumor in long gezien, mogelijk een uitzaaiing van eerdere darmkanker, hetgeen bij lobectomie ook blijkt. Het verslag van de PET-SCAN vermeldt voorts: Aspecifieke klier kaakhoek rechts, advies: target echografie en evt punctie. Beklaagde doet geen nader onderzoek naar de aspecifieke klier omdat dit vaker voorkomt en de kans dat sprake is van kwaadaardigheid klein is. College: op zich komt een a-specifieke klier op die plek vaker voor en wijst zelden op een uitzaaiing van een long- of darmtumor. Daar staat tegenover dat de klier wel een behoorlijke omvang had en ook heel duidelijk oplichtte op de PET-scan. Daarbij komt dat analyse van een dergelijke bevinding niet tijdrovend of bijzonder belastend voor een patiënt is, terwijl de mogelijkheid altijd bestaat dat een nevenbevinding op andere problematiek wijst. Tegen deze achtergrond had het op de weg van beklaagde gelegen op enigerlei wijze vervolg te geven aan het advies van de nucleair geneeskundige. Hij had bijvoorbeeld met de nucleair deskundige de achtergrond van het gegeven advies kunnen bespreken, een KNO-arts om input kunnen vragen of het advies tijdens een MDO kunnen bespreken. Beklaagde heeft het advies wel gewogen, maar verder slechts als PM genoteerd. Er is nadien nergens genoteerd dat er aan de follow up van de klier aandacht zou moeten worden besteed of waarom hiervan afgezien zou kunnen worden. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2020:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 681589 / NT 20-10
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 18-06-2020
- ECLI:NL:TNORAMS:2020:10
Aan tuchtrechtelijke beoordeling kan pas worden toegekomen indien het onderhavige handelen van de notaris als partner van [X] voldoende verband houdt met zijn hoedanigheid van notaris in relatie tot het daarbij passende gedragsniveau. Dat is naar het oordeel van de voorzitter hier niet het geval. Naast dat, zoals reeds overwogen, geen sprake is van notariële werkzaamheden, is bij het onderhavige handelen in strikt besloten kring ook geen sprake van enig naar buiten toe optreden ten behoeve van het publiek, of andere voor derden waarneembare gedragingen waardoor de eer en het aanzien van het notarisambt kunnen worden geschaad. Zoals klager zelf stelt, komt het aan op schending van maatschappelijk vertrouwen in de notaris, maar niet valt in te zien dat dit hier in het geding is geweest. Anders dan klager stelt, is evenmin sprake van mogelijke verwarring over de rol en de hoedanigheid waarin de notaris optrad. De voorzitter zal daarom de klacht niet-ontvankelijk verklaren. Daarbij wordt ten overvloede opgemerkt, dat ook indien de klacht wel ontvankelijk zou zijn, klager onvoldoende concreet heeft duidelijk gemaakt in welk(e) opzicht(en) de notaris zich met zijn optreden tijdens de AVL heeft gedragen zoals het een behoorlijk notaris niet betaamt of dat hij daardoor de eer en de aanzien van het notariaat heeft geschonden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 305-2019
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:35
Klacht tegen gynaecoloog. Bij patiënt wordt na NovaSure-procedure thermisch letsel geconstateerd, waarvan patiënte ernstige gevolgen ondervindt. Klaagster verwijt beklaagde o.a. dat hij haar niet had geïnformeerd over de risico’s van de ingreep, hij ten onrechte vol hield dat de procedure probleemloos was verlopen en probeerde te verhullen dat een eerste poging door de arts-assistent om het apparaat uit te vouwen, was mislukt. Tevens verwijt zij hem dat hij ondanks haar uitdrukkelijke verzoek de ingreep niet zelf heeft gedaan maar aan de arts-assistent had overgelaten. College: Procedure zorgvuldig gevolgd. Fouten zijn niet gebleken. Beklaagde hoefde patiënt niet specifiek vooraf te informeren over risico op deze zeldzame complicatie, bij een beproefde en gangbare methode. Beklaagde had inderdaad toegezegd de procedure zelf te doen. Beklaagde mocht de afspraak zo begrijpen dat hij persoonlijk (en niet een collega) bij de ingreep aanwezig was. Rol arts-assistent daarbij is niet in strijd met deze toezegging. Beklaagde heeft de procedure overgenomen toen de arts assistent er niet in een keer in slaagde het apparaat voldoende uit te vouwen. Dit gebeurt vaker, was geen oorzaak van het thermisch letsel en hoefde beklaagde niet als complicatie te beschouwen. De NovaSure-procedure als zodanig verliep ogenschijnlijk probleemloos. Dat daarna thermisch letsel werd geconstateerd, doet aan het vlotte verloop van die procedure op zich niet af. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 133-2020
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:36
Klacht tegen KNO-arts. Klager verwijt beklaagde onzorgvuldig en slordig te hebben gehandeld. Ook zou beklaagde een foutieve diagnose hebben gesteld en een verkeerde behandeling hebben uitgevoerd. Daarnaast zou klager onheus bejegend zijn. Het college oordeelt dat beklaagde een gedegen endoscopisch onderzoek heeft uitgevoerd waaruit geen bij een sinusitis passende objectiveerbare afwijkingen naar voren kwamen. Beklaagde kon volstaan met voortzetting van het reeds ingezette beleid. Niet is aannemelijk geworden dat er sprake is van een onjuiste diagnose of een foutieve behandeling ten tijde van het handelen van beklaagde. Het klachtonderdeel faalt. Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel oordeelt het college dat klager geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit een gebrek aan communicatie blijkt. Het college kan de gang van zaken omtrent hetgeen is voorgevallen gedurende het spreekuur niet vaststellen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099e
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:34
Ongegronde klacht tegen een arts. Klagers verwijten beklaagde dat hij gedurende de opname van klaagster in het ziekenhuis is tekortgeschoten in de zorg voor klaagster en de diagnose velamenteuze navelstrenginsertie en/of vasa previa heeft gemist. Beklaagde was destijds in het ziekenhuis werkzaam als arts in opleiding tot specialist (aios) in het tweede jaar van zijn opleiding. Dat betekent dat hij het beleid in overleg met de dienstdoende gynaecoloog als zijn supervisor bepaalde en bij bijzonderheden de supervisor diende te raadplegen. Dat heeft hij gedaan. Het door beklaagde in overleg met zijn supervisor uitgezette beleid was verdedigbaar en in overeenstemming met de geldende richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Er waren geen medische redenen om af te wijken van de eerder gestelde werkdiagnose en/of om de zwangerschap direct te beëindigen. Er is een CTG aangelegd, dat door beklaagde is beoordeeld als normaal. Daarbij werden tevens kindsbewegingen geregistreerd. Er was daarom voor beklaagde geen aanleiding om nader onderzoek te doen, ook niet naar velamenteuze navelstrenginsertie of vasa previa, of om daarover met zijn supervisor van die dag te overleggen. Ook waren er geen contra-indicaties voor een bepaalde manier van inleiden. Uit het dossier blijkt verder dat beklaagde adequaat overleg met zijn supervisor heeft gepleegd. Verder heeft hij klagers voldoende voorgelicht over het beleid en de voorgenomen manier van inleiding, zoals blijkt uit het dossier en wat klagers ter zitting hebben verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:39 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-135/DB/LI
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:39
Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich onnodig grievend over klaagster uit te laten en door zonder voorafgaand deugdelijk onderzoek en zonder enig voorbehoud zware beschuldigingen aan klaagsters adres te uiten. . Verweerder heeft in een beslagrekest gesteld dat klaagster heeft samengespannen met mevrouw S en dat zij mevrouw S behulpzaam is geweest bij malafide praktijken. Ook heeft verweerder gesteld dat klaagster het zwarte vermogen van mevrouw S bewaart of onder zich heeft en de mensen levert voor uitvoering van gijzeling en afpersing. Tot slot heeft verweerder gesteld dat klaagster werkzaam was in de illegale prostitutie, betrokken is geweest bij gijzeling, afpersing, diefstal, verduistering en witwassen. Waarschuwing proceskostenveroordeling
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099d
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:35
Ongegronde klacht tegen een arts. Beklaagde was nog maar enkele maanden als anios werkzaam in het ziekenhuis. Indien de anios geen of weinig ervaring heeft, geldt dat het gemis aan ervaring moet worden gecompenseerd door toezicht of tussenkomst van de supervisor. In het begin van de opleiding rust daarom een aanzienlijk deel van de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor het handelen van de anios op de schouders van de supervisor. Voor zover al zou moeten worden geoordeeld dat onvoldoende onderzoek is verricht, dan geldt dat de supervisor daarvoor grotendeels verantwoordelijk zou zijn.. Beklaagde heeft het door de supervisor ingezette expectatieve beleid gehandhaafd en onder de omstandigheden mocht zij dit ook doen. Er waren geen signalen die aanleiding gaven tot nader overleg of om op een andere manier actie te ondernemen. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099c
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 09-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:36
Ongegronde klacht tegen een arts. Het College overweegt dat klaagster blijkens het dossier bij de opname onder de zorg van de verloskundige is gekomen. Bij vaginaal bloedverlies en contracties dienen volgens de geldende richtlijnen de volgende onderzoeken te worden uitgevoerd: een CTG, echoscopie en onderzoek van de zwangere buik, eventueel aangevuld met een inwendig onderzoek. De verloskundige heeft genoteerd dat al deze onderzoeken zijn verricht en gelet op wat beide partijen hebben opgemerkt, is het aannemelijk dat beklaagde alleen aanwezig is geweest om bij het opslaan van de echobeelden te assisteren. Bij de echo was een goed beeld te zien, de placenta was goed beoordeelbaar en eventuele ernstige problemen waren door de onderzoeken uitgesloten. Op basis van de bevindingen was de – verdedigbare – inschatting van de verloskundige dat er sprake was van een beginnende bevalling en dat andere onderzoeken voor dat moment niet aangewezen waren. Er was geen aanleiding voor beklaagde om in te grijpen of om op dat moment de dienstdoende gynaecoloog te raadplegen. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2020:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 686757/NT 20-29
- Datum publicatie: 09-03-2021
- Datum uitspraak: 01-12-2020
- ECLI:NL:TNORAMS:2020:9
De conclusie is dat, uitgaande van de onder 5.2. genoemde maatstaf, het handelen van de notaris op de ALV onvoldoende verband houdt met zijn hoedanigheid als notaris om te kunnen leiden tot tuchtrechtelijke aansprakelijkheid. Voor zover dat al anders zou zijn, geldt dat, zoals de voorzitter ook heeft overwogen, klager onvoldoende concreet heeft gemaakt in welk(e) opzicht(en) de notaris verwijtbaar heeft gehandeld. Daarmee is niet voldaan aan het criterium dat het optreden van de notaris op de ALV van zodanige ernst moet zijn dat dit handelen nog de conclusie rechtvaardigt dat de notaris daardoor de eer en het aanzien van het notarisambt heeft geschaad of dat zijn handelen een notaris niet betaamt. De kamer is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de verwijten die klager aan de notaris maken, niet onder het notarieel tuchtrecht vallen, zodat klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/136
- Datum publicatie: 08-03-2021
- Datum uitspraak: 08-03-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:29
klaagster verwijt de oogarts (verweerder) dat hij - zonder overleg met klaagster - de operatie heeft uitgevoerd in plaats van zijn collega en dat de operatie onzorgvuldig is uitgevoerd. Voorts verwijt klaagster dat het dossier niet volledig is en dat zij niet volledig is ingelicht over de operatie. Verweerder heeft onder meer aangevoerd dat hij klaagster niet heeft geopereerd. Tijdens het consult waarop hij klaagster wel heeft gezien, heeft hij haar klachten onderzocht en daar zorgvuldig beleid op ingesteld. Het college heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht. Het college heeft geen aanwijzing gezien voor betrokkenheid van verweerder bij de operatie van klaagster. De verstrekking van het dossier aan klaagster is niet vlekkeloos verlopen maar hiervan kan verweerder geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het college heeft de klacht op alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/137
- Datum publicatie: 08-03-2021
- Datum uitspraak: 08-03-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:30
Klaagster verwijt de oogarts (verweerder) dat hij - zonder overleg met klaagster - de operatie niet zelf heeft uitgevoerd en dat de operatie onzorgvuldig is uitgevoerd. Voorts verwijt klaagster dat het dossier niet volledig is en dat zij niet volledig is ingelicht over de operatie. Verweerder heeft onder meer aangevoerd dat de stelling van klaagster, dat zij niet door verweerder is geopereerd, feitelijk onjuist is en dat dit ook niet uit het dossier blijkt. Tijdens het consult na de operatie heeft verweerder duidelijk met klaagster besproken wat er tijdens de operatie is gebeurd. Het college heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht. Het college heeft geoordeeld dat het dossier geen enkel aanknopingspunt biedt voor de juistheid van de stelling van klaagster dat klaagster door een collega van verweerder is geopereerd. De complicatie die tijdens de operatie is opgetreden is niet het gevolg van onzorgvuldig handelen. Verweerder kan hiervan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De verstrekking van het dossier aan klaagster is niet vlekkeloos verlopen maar hiervan kan verweerder geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het college heeft de klacht op alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/183
- Datum publicatie: 08-03-2021
- Datum uitspraak: 08-03-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:31
Klager verwijt verweerster, kinderarts, dat zij hem onder valse voorwenselen (van onder andere overplaatsing) akkoord heeft laten gaan met sondevoeding. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:52 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.002
- Datum publicatie: 08-03-2021
- Datum uitspraak: 05-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:52
Verweerder, arts, is vanaf adolescentie bekend met klachten passend bij een depressieve stoornis Na medicinale behandeling door de huisarts is hij onder behandeling gekomen van een psycholoog en een psychiater. Verweerder is in aanraking gekomen met cocaïne en bij hem is een bipolaire stoornis vastgesteld. Na diverse incidenten en meldingen heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (verder: IGJ) verweerder uitgenodigd voor een gesprek. Dat gesprek is na vele pogingen tot stand gekomen en verweerder heeft zich bereid verklaard mee te werken aan een expertiseonderzoek. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft IGJ besloten dat er op dat moment geen nadere maatregelen nodig waren. Meerdere gesprekken tussen IGJ en verweerder volgen en verweerder gaat aan de slag als keuringsarts. Afgesproken wordt dat verweerder een ABS programma gaat volgen maar dit komt twee jaar lang niet van de grond zodat IGJ verweerder verzocht mee te werken aan een onderzoek door een extern deskundige. Toen verweerder hiertoe niet bereid was heeft IGJ een voordracht ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege (verder: RTG) en het RTG gevraagd verweerder te verzoeken zijn medewerking te verlenen aan een geneeskundig onderzoek en aan hem afhankelijk van de uitkomst daarvan eventueel een passende maatregel op te leggen. Voor het geval verweerder aan een dergelijk onderzoek geen medewerking zou verlenen heeft IGJ het RTG verzocht de inschrijving van verweerder in het BIG-register door te halen en hem bij wijze van voorlopige voorziening met onmiddellijke ingang te schorsen. Het RTG heeft de voordracht van IGJ toegewezen en de subsidiair gevraagde maatregel van doorhaling opgelegd, omdat – kort gezegd – bij het college het vertrouwen ontbrak dat verweerder aan een geneeskundig onderzoek mee zou werken en door het RTG niet kon worden vastgesteld dat hij geschikt is om zijn beroep uit te oefenen. Daarbij speelde mee dat de arts nauwelijks verweer had gevoerd en afwezig was tijdens de rechtszitting van het Regionaal Tuchtcollege. Het Centraal Tuchtcollege heeft, nadat de arts inhoudelijk verweer heeft gevoerd, IGJ bij tussenbeslissing in de gelegenheid gesteld om een deskundigenrapport over de geschiktheid van verweerder om zijn beroep uit te oefenen te overleggen. Naar aanleiding van dit rapport heeft IGJ haar voordracht veranderd en het Centraal Tuchtcollege verzocht de beroepsuitoefening van verweerder aan voorwaarden te verbinden dan wel hem de bevoegdheid om het in het register ingeschreven staande beroep uit te oefenen gedeeltelijk te ontzeggen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het RTG voor zover de inschrijving van verweerder daarbij is doorgehaald en wijst het door IGJ gevorderde toe wat betekent dat aan verweerder enkele aan de uitoefening van het beroep van arts verbonden bevoegdheden worden ontzegd en dat aan de beroepsuitoefening van verweerder enkele voorwaarden worden verbonden. Tenslotte gelast het Centraal Tuchtcollege publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:20 Accountantskamer Zwolle 20/1685 Wtra AK
- Datum publicatie: 08-03-2021
- Datum uitspraak: 08-03-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:20
Klacht tegen accountant die ook werkzaam is als advocaat. Klager heeft niet toegelicht welke in de producties genoemde feiten er specifiek toe hebben geleid dat betrokkene de beroepsregels voor accountants heeft overtreden (doordat hij standpunten te kwader trouw of in sterke mate bewust onjuist of misleidend heeft ingenomen). Het is niet aan de Accountantskamer om uit overgelegde producties die feiten te destilleren die dienstig kunnen worden geacht aan de onderbouwing van een klacht. Meerdere tuchtrechtelijke beslissingen (van Raden- en Hoven van Discipline) zijn genomen jegens betrokkene in zijn hoedanigheid van advocaat op in die beslissingen vastgestelde feiten. De in die beslissingen vastgestelde feiten staan voor een andere tuchtrechter, en dus voor de Accountantskamer nog niet vast. Een tuchtrechtelijke veroordeling als advocaat impliceert niet zonder meer dat beroepsregels van accountants zijn geschonden. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 053/2020
- Datum publicatie: 05-03-2021
- Datum uitspraak: 05-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:32
· klacht tegen internist-oncoloog. Patiënt wordt behandeld voor urotheelcelcarcinoom. Onverwacht snel recidief met agressief verloop. Patiënt overlijdt. Klaagster, partner van patiënt, klaagt onder andere erover dat hij ongeïnteresseerd was in patiënt en geen empathie heeft getoond. Patiënt en klaagster zouden onjuist zijn voorgelicht en aan het lijntje zijn gehouden. Beklaagde zou niet met klaagster een nagesprek hebben willen voeren. Het college overweegt dat uit het medisch dossier blijkt dat beklaagde zich goed heeft vergewist van de inhoud van het dossier en van de behandeling die patiënt onderging. Dat patiënt en klaagster mogelijk meer hadden verwacht van beklaagde op het gebied van empathie is op zichzelf genomen nog onvoldoende om aan te nemen dat beklaagde daarmee klachtwaardig heeft gehandeld. Van onjuiste voorlichting of aan het lijntje houden is niet gebleken. Beklaagde heeft niet kunnen voorzien dat er zo snel een agressief recidief zou ontstaan. Dat beklaagde patiënt en klaagster in de waan hebben gelaten dat er hoop was op volledige genezing blijkt niet uit het dossier. Klaagster wilde na het overlijden van patiënt aanvankelijk haar op schrift gestelde beleving aan de artsen voorleggen zonder dat dezen daarop mochten reageren. Na overleg heeft het ziekenhuis aangeboden dat klaagster eerst met een collega-internist-oncoloog en een uroloog zou spreken. In een later stadium kon dan beklaagde aanschuiven. Klaagster heeft toen aangegeven dat zij dat niet wilde. Beklaagde kan niet worden aangerekend dat hij in eerste instantie terughoudend heeft gereageerd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.185
- Datum publicatie: 05-03-2021
- Datum uitspraak: 05-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:55
Klacht tegen huisarts. Klaagster is gescheiden en moeder van twee kinderen waarvoor een omgangsregeling met vader is getroffen. Klaagster was patiënt bij de beklaagde huisarts. Op enig moment heeft de huisarts na een aantal bezorgde meldingen van derden advies gevraagd van een zorginstelling over hoe om te gaan met de situatie van klaagster. De klachten van klaagster richten zich daartegen. Ook beklaagt klaagster zich over de manier waarop de huisarts is omgegaan met haar PTSS, dat zij is beticht van het hebben van een persoonlijkheidsstoornis en is klaagster van mening dat de huisarts haar positie als moeder heeft beschadigd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 054/2020
- Datum publicatie: 05-03-2021
- Datum uitspraak: 05-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:33
· klacht tegen uroloog. Patiënt wordt behandeld voor urotheelcelcarcinoom. Onverwacht snel recidief met agressief verloop. Patiënt overlijdt. Klaagster, partner van patiënt, klaagt onder andere erover dat zij en patiënt onjuist zijn voorgelicht, aan het lijntje werden gehouden en dat beklaagde niet met haar een nagesprek wenste te voeren. Het college overweegt dat b eklaagde gelet op de zeldzaam agressieve ontwikkeling van de kanker niet heeft kunnen voorzien dat patiënt op het moment van de eerste bestraling zo snel achteruitging dat bestraling niet meer reëel was. Niet gebleken is dat beklaagde informatie achter heeft gehouden. Dat beklaagde patiënt en klaagster in de waan heeft gelaten dat er hoop was op volledige genezing blijkt niet uit het dossier. Klaagster wilde na het overlijden van patiënt aanvankelijk haar op schrift gestelde beleving aan de artsen voorleggen zonder dat dezen daarop mochten reageren. Na overleg heeft het ziekenhuis aangeboden dat klaagster eerst met een collega-uroloog en een internist-oncoloog zou spreken. In een later stadium kon dan beklaagde aanschuiven. Klaagster heeft toen aangegeven dat zij dat niet wilde. Beklaagde kan niet worden aangerekend dat hij in eerste instantie terughoudend heeft gereageerd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:56 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.137
- Datum publicatie: 05-03-2021
- Datum uitspraak: 05-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:56
Klacht tegen een KNO-arts. Klaagster klaagt over de behandeling van haar minderjarige dochter (patiënte). Patiënte is wegens oorklachten door de huisarts verwezen naar de KNO-arts. De KNO-arts is gedurende bijna drie jaar de behandelaar van patiënte geweest. Volgens klaagster had veel ellende kunnen worden voorkomen als de KNO-arts pro-actiever had gehandeld. Klaagster verwijt de KNO-arts 1. ten aanzien van de diagnostiek; dat hij tekort is geschoten in zijn zorgplicht door niet of veel te laat onderzoek te doen naar de doofheidsklachten van patiënte dan wel dat hij heeft nagelaten patiënte door te verwijzen, 2. dat zijn dossiervoering te summier was en 3. dat hij te weinig en soms onjuiste informatie heeft verstrekt, dat hij zijn excuses niet heeft aangeboden en dat hij de zorgen van klaagster niet serieus heeft genomen en de klachten van patiënte heeft gebagatelliseerd. Het Regionaal Tuchtcollege stelt vast dat er een lang beloop is geweest in de behandeling van patiënte. De KNO-arts heeft gemotiveerd toegelicht wat zijn bevindingen waren. De afwegingen en beslissingen van de KNO-arts zijn naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege navolgbaar en verdedigbaar. Uit het dossier rijst een beeld van zorgvuldige, veelvuldige en uitvoerige communicatie tussen de KNO-arts en klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:51 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.112
- Datum publicatie: 05-03-2021
- Datum uitspraak: 05-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:51
Klacht tegen internist. Bij klaagster is in 2016 in het ziekenhuis waar de internist werkte de diagnose gemetastaseerd kleincellig carcinoom gesteld. De plaats van de primaire tumor was niet bekend. Klaagster werd hiervoor behandeld met chemotherapie. Later werd de diagnose gewijzigd en bleek dat op de rechterknie van klaagster sprake was van een naar de klieren gemetastaseerd merkelcelcarcinoom. Klaagster werd hiervoor vervolgens met immunotherapie behandeld. Klaagster verwijt de internist onder meer dat hij geen onderzoek heeft gedaan naar de bult op klaagsters rechterknie, dat zij door de onnodige chemobehandelingen restverschijnselen heeft overgehouden en dat zij pas negen maanden later met toegepaste behandelingen kon beginnen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in beroep, voor zover dit een nieuwe klacht betreft, en verwerpt het beroep van klaagster voor het overige.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:19 Accountantskamer Zwolle 20/432 Wtra AK
- Datum publicatie: 05-03-2021
- Datum uitspraak: 05-03-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:19
Klacht tegen accountant n.a.v. controle meerdere jaarrekeningen. Klacht deels gegrond, deels ongegrond; oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving in de registers voor de duur van één maand. B etrokkene heeft als controlerend accountant in meerdere opzichten en meerdere keren gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Betrokkene heeft ook onvoldoende afstand tot zijn cliënten gehouden en zich intensief bemoeid met hun wel en wee, hoewel zijn positie als controlerend accountant hem daarvan had behoren te weerhouden. Betrokkene had kunnen en behoren in te zien dat zijn betrokkenheid als controlerend accountant vanaf 2000 op enig moment tot een wisseling van de wacht had moeten leiden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 051/2020
- Datum publicatie: 05-03-2021
- Datum uitspraak: 05-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:30
· klacht tegen internist-oncoloog. Patiënt wordt behandeld voor urotheelcelcarcinoom. Onverwacht snel recidief met agressief verloop. Patiënt overlijdt. Klaagster, partner van patiënt, klaagt onder andere erover dat beklaagde zich diverse keren heeft versproken en geen eerlijke informatie heeft verstrekt. Beklaagde heeft over long- en leverkanker gesproken en later over long- en huidkanker. Bovendien heeft hij gezegd dat er geen uitzaaiingen waren terwijl later sprake was van onrustige cellen in de bekkenbodem. Patiënt en klaagster zouden onjuist zijn voorgelicht en aan het lijntje zijn gehouden. Het college overweegt dat beklaagde aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij het geven van uitleg over studies waar patiënt aan mee kon doen over andere kankersoorten heeft gesproken en heeft aangegeven dat voor urinewegkanker mogelijk geleerd kan worden van de behandeling van andere kankersoorten. Uitzaaiingen zijn bij patiënt blijkens het medisch dossier niet gevonden, wel was sprake van een recidief. Ook ‘onrustige cellen in het bekkenbodem’ zijn niet gevonden. Van onjuiste voorlichting of aan het lijntje houden is niet gebleken. Beklaagde heeft niet kunnen voorzien dat er zo snel een agressief recidief zou ontstaan. Dat beklaagde patiënt en klaagster in de waan hebben gelaten dat er hoop was op volledige genezing blijkt niet uit het dossier. Klaagster wilde na het overlijden van patiënt aanvankelijk haar op schrift gestelde beleving aan de artsen voorleggen zonder dat dezen daarop mochten reageren. Na overleg heeft het ziekenhuis aangeboden dat klaagster eerst met beklaagde en een uroloog zou spreken. Klaagster heeft toen aangegeven dat zij dat niet wilde. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:53 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.095
- Datum publicatie: 05-03-2021
- Datum uitspraak: 05-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:53
Klacht tegen internist over de wijze waarop hij klager en diens dochter tijdens een consult over het reanimatiebeleid heeft bejegend. Volgens klager rolde de internist met zijn bureaustoel naar klager toe en schreeuwde hij in het gezicht van klager om zijn mening duidelijk te maken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, onder meer omdat de internist er tijdens dat consult niet in is geslaagd om een goede communicatie tot stand te brengen, en legt een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege concludeert dat de wijze van communiceren niet optimaal is geweest. Onvoldoende aannemelijk is echter dat de internist klager daadwerkelijk onheus heeft bejegend dan wel in zijn wijze van communiceren dusdanig is tekortgeschoten dat hem hiervan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog ongegrond en vernietigt de waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 052/2020
- Datum publicatie: 05-03-2021
- Datum uitspraak: 05-03-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:31
· klacht tegen uroloog. Patiënt wordt behandeld voor urotheelcelcarcinoom. Onverwacht snel recidief met agressief verloop. Patiënt overlijdt. Klaagster, partner van patiënt, klaagt onder andere erover dat beklaagde te lang heeft gewacht met doorverwijzing na pijnklachten die patiënt ervoer voor de eerste controle-afspraak, dat zij eerder actie had moeten ondernemen om de blaas te verwijderen, zelf had moeten opereren en dat beklaagde en patiënt onjuist zijn voorgelicht, aan het lijntje werden gehouden niet met haar een nagesprek wenste te voeren. Het college overweegt dat de na de operatie ondervonden pijnklachten wezen op teelbalontsteking of een bijbalontsteking en geen reden waren de controle-afspraak te vervroegen. Voor verwijdering van de blaas bestond bij deze vorm van tumor aanvankelijk geen reden. De latere cystectomie is door een collega-uroloog gedaan met een specifieke deskundigheid, daarvan treft beklaagde geen verwijt. Van onjuiste voorlichting of aan het lijntje houden is niet gebleken. Beklaagde heeft niet kunnen voorzien dat er zo snel een agressief recidief zou ontstaan. Dat beklaagde patiënt en klaagster in de waan hebben gelaten dat er hoop was op volledige genezing blijkt niet uit het dossier. Klaagster wilde na het overlijden van patiënt aanvankelijk haar op schrift gestelde beleving aan de artsen voorleggen zonder dat dezen daarop mochten reageren. Na overleg heeft het ziekenhuis aangeboden dat klaagster eerst met beklaagde en een internist-oncoloog zou spreken. Klaagster heeft toen aangegeven dat zij dat niet wilde. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.171
- Datum publicatie: 05-03-2021
- Datum uitspraak: 05-03-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:54
Klacht tegen huisarts. Klaagster kwam met klachten van een brandend rode huiduitslag bij de huisarts. Hij diagnosticeerde een allergische reactie en schreef cetirizine voor. Nadien werden de klachten erger. De huisarts verwees klaagster vervolgens voor een allergietest, die echter geen uitsluitsel gaf. Later meldde klaagster aan de huisartsenpraktijk dat zij van de apotheek een andere anticonceptiepil had gekregen en dat de uitslag op dat moment begonnen was. Klaagster verwijt de huisarts dat hij op de hoogte had moeten zijn van de leveringsproblemen met de anticonceptiepil, waarvoor destijds uitgebreid media-aandacht is geweest. Als de huisarts meteen naar een wijziging van anticonceptie had gevraagd, had klaagster geen onnodige kosten voor een allergietest hoeven maken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/254
- Datum publicatie: 04-03-2021
- Datum uitspraak: 04-03-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:32
Klager heeft verweerder gevraagd een expertise te maken over de gevolgen voor klager van een scooterongeluk in verband met een geschil over de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. Klager stelt dat hij aan het ongeluk een whiplash heeft overgehouden. Klager verwijt verweerder onder meer dat hij de opdracht niet had mogen aannemen en dat de door verweerder uitgebrachte expertise niet aan de eisen voldoet. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:39 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-008/DH/DH/W
- Datum publicatie: 04-03-2021
- Datum uitspraak: 22-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:39
Wrakingsverzoek afgewezen. Wrakingsverbod opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:33 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-760/DH/RO
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 25-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:33
Verweerster heeft in een echtscheidingszaak opgetreden voor de man en de vrouw. Zij heeft de aan de man toegezegde vertrouwelijkheid van een e-mail geschonden. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van twee weken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:34 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-594/DH/DH
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 25-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:34
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TSCTS:2021:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2021-04 (2020.V6-Zealand Rotterdam)
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 03-03-2021
- ECLI:NL:TSCTS:2021:3
Op 23 november 2019 is aan boord van het vrachtschip Zealand Rotterdam een ernstig ongeval gebeurd. Als gevolg van dat ongeval is A/B (able bodied seaman) F. Jr. B. C. (hierna: de matroos) komen te overlijden. Het ongeval gebeurde toen de bemanning bezig was met voorbereidingen om met eigen losgerei van de Zealand Rotterdam lading uit dat schip te lossen. De matroos is daarbij op een ladinggrijper van een laad-/loskraan van de Zealand Rotterdam geklommen. Dat deed hij om de haak van die kraan vast te maken aan de O-ring bovenaan de grijper. Nadat hij aansluitend de O-ring en/of grijperkabel had losgekoppeld is de kraanhaak met een zwaaiende beweging tegen hem aangekomen, waarschijnlijk/mogelijk door een slingerbeweging van de Zealand Rotterdam, welk schip op dat moment op de rede van Mumbai, India, lag. Door die aanraking verloor de matroos zijn evenwicht en maakte hij een val van ongeveer 5 meter. Hij kwam terecht op het hoofddek. Door de val is hij zwaargewond geraakt. Kort daarna is hij aan zijn verwondingen overleden. Het ongeval is op 24 november 2019 door de reder aan de ILT gemeld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:35 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-417/DH/RO
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 25-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:35
Verzet gegrond; de voorzitter heeft een onjuist toetsingskader gehanteerd. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TSCTS:2021:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2021-03 (2020.V7-Zealand Rotterdam)
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 03-03-2021
- ECLI:NL:TSCTS:2021:4
Op 23 november 2019 is aan boord van het vrachtschip Zealand Rotterdam een ernstig ongeval gebeurd. Als gevolg van dat ongeval is A/B (able bodied seaman) F. Jr. B. C. (hierna: de matroos) komen te overlijden. Het ongeval gebeurde toen de bemanning bezig was met voorbereidingen om met eigen losgerei van de Zealand Rotterdam lading uit dat schip te lossen. De matroos is daarbij op een ladinggrijper van een laad-/loskraan van de Zealand Rotterdam geklommen. Dat deed hij om de haak van die kraan vast te maken aan de O-ring bovenaan de grijper. Nadat hij aansluitend de O-ring en/of grijperkabel had losgekoppeld is de kraanhaak met een zwaaiende beweging tegen hem aangekomen, waarschijnlijk/mogelijk door een slingerbeweging van de Zealand Rotterdam, welk schip op dat moment op de rede van Mumbai, India, lag. Door die aanraking verloor de matroos zijn evenwicht en maakte hij een val van ongeveer 5 meter. Hij kwam terecht op het hoofddek. Door de val is hij zwaargewond geraakt. Kort daarna is hij aan zijn verwondingen overleden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:36 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-416/DH/RO
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 25-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:36
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:37 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-380/DH/DH
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 25-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:37
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2058
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 03-03-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:16
Medisch adviseur wordt verweten dat hij in het kader van een wilsbekwaamheidsbeoordeling 1) de term ‘mentaal kwetsbaar’ heeft gebruikt terwijl dit geen onderdeel is van het protocol en verweerder zelf heeft aangegeven dat klager wilsbekwaam zou zijn, 2) zijn beroepsgeheim heeft geschonden, 3) onvoldoende informatie heeft verstrekt en 4) onjuist/onterecht heeft gedeclareerd door klager vooraf geen informatie of specificatie te verstrekken met betrekking tot de kosten van de beoordeling. College: verweerder heeft gehandeld als een zorgvuldig en redelijk handelend beroepsbeoefenaar. Klacht in zijn geheel ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:31 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-902/DH/DH
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 27-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:31
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerster is de grenzen van haar vrijheid om de belangen van haar cliënten te behartigen niet te buiten gegaan.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:38 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-283/DH/RO
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 25-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:38
Verzetbeslissing. Verzet tegen één klachtonderdeel gegrond, omdat de voorzitter een onvolledig toetsingskader heeft gehanteerd. De klacht die opnieuw beoordeeld moet worden ziet erop dat verweerder eerst tegen een onderneming, daarna in een enquêteprocedure voor die onderneming en vervolgens weer tegen de onderneming heeft opgetreden. Voor dat laatste had verweerder echter toestemming van de door de Ondernemingskamer benoemde onafhankelijk bestuurder. De raad is daarom van oordeel dat verweerder niet onbetamelijk heeft gehandeld, de klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2083
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 03-03-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:17
Verwijt aan neuroloog dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie en onprofessioneel heeft gehandeld door klaagster te vragen zich geheel uit te kleden terwijl daar geen reden voor was en grensoverschrijdend heeft gehandeld door zijn hand in klaagsters slip te steken terwijl onderzoek in die regio niet nodig was. Het college oordeelt dat het door verweerder verrichte onderzoek naar het hart, de longen en het pulseren van de perifere arteriën in de liezen van klaagster geen onderdeel diende te zijn van de door hem verrichte neurologische expertise. Is sprake van grensoverschrijdend handelen en misbruik maken van positie. Tuchtrechtelijk verwijtbaar. Gegrond. Dat verweerder hand in onderbroek van klaagster heeft gestoken kan niet worden vastgesteld; dat klachtonderdeel is gedeeltelijk ongegrond. Maatregel. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:32 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-493/DH/DH 20-810/DH/DH
- Datum publicatie: 03-03-2021
- Datum uitspraak: 27-01-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:32
Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder (20-810) deels niet-ontvankelijk ivm tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond. Klacht over verweersters (20-493) kennelijk ongegrond nu niet gebleken is van klachtwaardig handelen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-129
- Datum publicatie: 02-03-2021
- Datum uitspraak: 02-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:30
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Beklaagde heeft erkend dat hij vooraf te weinig informatie over de toegepaste mobilisatie- en manipulatietechnieken heeft gegeven en klaagster niet expliciet om toestemming heeft gevraagd. In het dossier is ook geen notitie te vinden over de specifieke uitleg aan en de daaraan gekoppelde verstrekte toestemming van klaagster. Het college wijst er op dat een fysiotherapeut in het algemeen er zorg voor moet dragen dat er sprake is van informed consent voordat hij met behandelen begint. Bij een ‘bijzondere handeling’ als een mobilisatie met HVT rust op de fysiotherapeut, ingevolge de in 5.6 genoemde brochure, bovendien een zwaardere verplichting tot uitleg en instemming, gelet op de risico’s van een dergelijke behandeling. Het college stelt vast dat beklaagde niet heeft voldaan aan de eis van een informed consent. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing .
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:13 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/672638 / DW RK 19/513
- Datum publicatie: 02-03-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:13
Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft terecht toepassing gegeven aan artikel 475e Rv en de beslagvrije voet op op nihil gesteld. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-086
- Datum publicatie: 02-03-2021
- Datum uitspraak: 02-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:31
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Uit het huisartsenjournaal blijkt dat beklaagde patiënt veelvuldig heeft gezien en behandeld in zijn praktijk. De medische (en psychosociale) klachten waarmee patiënt zich bij beklaagde presenteerde, waren uiteenlopend van aard. Dat beklaagde patiënt onvoldoende zorg zou hebben gegeven en onvoldoende serieus zou hebben genomen, is het College niet gebleken uit het medisch dossier/huisartsenjournaal. Bij bestudering van het journaal van beklaagde komt juist het beeld naar voren van een arts die serieus ingaat op (en onderzoek doet naar) de klachten die de patiënt met hem deelt, die diens (familie)geschiedenis bij de beoordeling betrekt en die ook informatie van artsen uit het buitenland in ogenschouw neemt. Dat beklaagde in deze complexe casus – die zich kenmerkt door een scala aan weinig eenduidige, deels psychosomatische klachten – signalen zou hebben gemist die wijzen op hartproblemen, blijkt niet uit het medisch dossier. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:14 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/677041 / DW RK 19/667
- Datum publicatie: 02-03-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:14
Beslissing op verzet. Het meebetekenen van een proces-verhaal is niet wettelijk vereist en in de beschikking is eveneens niet opgenomen dat een proces-verbaal bij de betekening moet worden aangehecht. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-130
- Datum publicatie: 02-03-2021
- Datum uitspraak: 02-03-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:32
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft in het verweerschrift en ter zitting uitgelegd dat hij patiënte wilsbekwaam achtte, omdat zij inzicht had in haar gezondheidssituatie, inzicht in haar zorgbehoefte en inzicht in de mogelijkheden en onmogelijkheden. Het College is van oordeel dat beklaagde in redelijkheid tot die beslissing heeft kunnen komen. De omstandigheid dat patiënte onder invloed van (zware) medicatie verkeerde maakt niet dat het oordeel van beklaagde anders had moeten uitvallen. Dat betekent dat beklaagde de wens van patiënte om naar een hospice te gaan, moest respecteren en zich daarvoor ook moest inzetten in het kader van een goede zorgverlening. Dat dit tegen de wens van klager was is heel verdrietig in deze situatie, maar de (laatste) wens van patiënte gaat daarop voor. Klacht ongegrond verklaard.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 281
- Pagina: 282
- Pagina: 283
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten