Zoekresultaten 9751-9800 van de 48411 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:216 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1103

    Klacht tegen een internist. Klaagster was de geregistreerde partner van patiënt. Patiënt was sinds 2017 bekend met een gemetastaseerd adenocarcinoom met een onbekende primaire tumor, met metastasen in wervels en lymfeklieren. Op enig moment is patiënt in verband met onhoudbare pijn door toediening van midazolam palliatief gesedeerd. Twee dagen later is hij overleden. Volgens klaagster heeft de internist bij de behandeling van patiënt gehandeld in strijd met de richtlijn Palliatieve sedatie van de KNMG. Volgens haar was palliatieve sedatie niet geïndiceerd en heeft de internist niet/onvoldoende overlegd met patiënt en/of diens vertegenwoordigers. Verder verwijt klaagster de internist dat hij geen/onvoldoende rekening heeft gehouden met de zeggenschap van klaagster als eerste contactpersoon en (geregistreerd) partner van patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht in alle onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3377

    Klacht tegen ambulanceverpleegkundige, inhoudende dat beklaagde teveel fentanyl heeft toegediend en daardoor een medische fout heeft gemaakt welke niet is gemeld bij de instanties. Verder verwijt klaagster beklaagde dat zij als gevolg van het toedienen van fentanyl een hartstilstand heeft gekregen en dat beklaagde niet direct is begonnen met reanimeren. Het college oordeelt dat beklaagde bij het toedienen van fentanyl het protocol pijnbestrijding in acht heeft genomen en daarbij het lichaamsgewicht en de door klaagster gemelde pijnscore heeft meegewogen. De door beklaagde gehanteerde hoeveelheid fentanyl valt binnen de maximaal toegestane hoeveelheid en op grond daarvan is van een overdosering of een medische fout geen sprake. Het college oordeelt dat sprake was van een bradycardie en niet van een hartstilstand. Dat als gevolg van een hartstilstand hart- en nierfalen is opgetreden wordt niet door klaagster onderbouwd. Verder is beklaagde direct begonnen met kapbeademing en heeft hij de afweging gemaakt door te rijden naar de SEH. Aldaar heeft beklaagde het SEH-team verzocht naar de ambulancehal te komen om ondersteuning te bieden bij de reanimatie van klaagster. Het geheel overziend heeft beklaagde adequate zorg verleend en is niet gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4052

    Klacht tegen een GZ-psycholoog kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Klager verwijt de GZ-psycholoog dat zij hem heeft beschuldigd van grensoverschrijdende handelingen (misbruik) bij zijn nichtje. De GZ-psycholoog heeft (zo blijkt uit het Formulier voor schriftelijke melding van (vermoedens) van kindermishandeling, waarnaar wordt verwezen in het klaagschrift) Veilig Thuis slechts in overweging gegeven om de uitspraken van het nichtje over haar oom nader te onderzoeken. In deze melding wordt geen beschouwing gegeven over de persoon en/of het handelen van klager. Alsdan wordt klager door deze melding niet rechtstreeks door de GZ-psycholoog getroffen in een in het kader van de individuele gezondheidszorg te respecteren belang. Het college is dan ook van oordeel dat de klager niet aangemerkt kan worden als rechtstreeks belanghebbende. De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3765

    Klacht tegen een GZ-psycholoog kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Klaagster is van opvatting dat haar ex-partner zich schuldig maakt (dan wel: heeft gemaakt) aan stalking. Zij verwijt verweerster dat zij hiervan op de hoogte was maar niets heeft gedaan. Klaagster heeft (al dan niet impliciet) de stelling ingenomen dat verweerster in de periode waar de klacht betrekking op heeft, is opgetreden als GZ-psycholoog. Echter, klaagster heeft deze stelling niet (voldoende) onderbouwd. Het college volgt dan ook verweerster in haar stelling dat zij weliswaar nog altijd geregistreerd GZ-psycholoog is, maar niet meer als zodanig werkzaam is. Er is geen sprake van handelen als GZ-psycholoog – nog daargelaten dat de (verregaande) verwijten van klaagster niet (voldoende) onderbouwd zijn. De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4254

    Gegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. Verweerder heeft klaagster kort na de beëindiging van de behandelrelatie een sms gestuurd waaruit blijkt dat hij bepaalde gevoelens had voor klaagster. Hij vroeg haar of zij die ook voor hem had en of zij vertrouwelijk met dit bericht kon omgaan. Volgens klaagster handelde verweerder grensoverschrijdend en onprofessioneel. Door haar geheimhouding te vragen belastte verweerder haar onnodig en werd haar therapie belemmerd. Verweerder erkent dat hij een misstap heeft begaan. Het college overweegt dat verweerder met het versturen van de sms de grenzen heeft overschreden van wat van een redelijk bekwame en redelijk handelende psychotherapeut mag worden verwacht. De handelwijze van verweerder acht het college ernstig verwijtbaar. Door op klaagster (minst genomen) een moreel appèl te doen om verder te zwijgen over de sms waarvan verweerder zich toen al realiseerde dat deze ongepast was, heeft hij op klaagster een onnodige en onevenredig druk gelegd. Dat klemt te meer, nu klaagster vanwege haar mentale klachten in een zeer kwetsbare positie verkeerde en daarvoor ook onder behandeling was bij verweerder. Gelet op het tijdsverloop tussen het versturen van de sms’en en de klacht, en het inzicht dat verweerder (in ieder geval ter zitting) heeft getoond in de verstrekkende gevolgen die zijn handelen heeft gehad op de gezondheid en het herstel van klaagster, volstaat het college met een berisping. Klacht gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:321 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-468/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Uit de reactie van verweerder op het wrakingsverzoek van klaagster blijkt niet dat daarbij sprake is geweest van (een poging tot) ongeoorloofde beïnvloeding van de rechter en van enige beïnvloeding van de Raad voor de Kinderbescherming is in het geheel niet gebleken. Verweerder heeft zich tegen het wrakingsverzoek mogen verweren zoals hij dat heeft gedaan. Over de gedragingen van verweerder in de andere klachtonderdelen heeft klaagster eerder geklaagd en de raad heeft daar ook al op beslist. Klacht voor een deel kennelijk ongegrond en voor een deel kennelijk niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3381

    Klacht tegen MDL-arts, inhoudende dat hij de galkoliekpijnaanvallen heeft gediagnosticeerd als psychische stoornis, dat hij het verzoek tot verwijdering van de galblaas heeft genegeerd en dat hij klaagster onheus heeft bejegend, niet serieus heeft genomen en haar dossier niet heeft willen vernietigen. Naar het oordeel van het college is de eventuele mogelijkheid van een psychische stoornis enkel door de arts-assistent neergelegd in een werknotitie en heeft beklaagde daar geen beleid op gemaakt. Voor het verwijderen van de galblaas bestond op grond van de vele onderzoeken geen indicatie of noodzaak. Verder heeft klaagster niet onderbouwd dat beklaagde haar onheus heeft bejegend en kunnen de feiten hieromtrent door het college niet worden vastgesteld. Beklaagde heeft voorts geen betrokkenheid gehad bij het verzoek tot vernietiging van het medisch dossier en het college oordeelt dat beklaagde ook niet onzorgvuldig heeft gehandeld met betrekking tot het medisch dossier. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:322 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-486/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk niet-ontvankelijk, deels vanwege ne bis in idem en deels vanwege een gebrek aan rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3380

    Klacht tegen MDL-arts, inhoudende dat beklaagde de galkoliekpijnaanvallen heeft gediagnosticeerd als psychische stoornis, het verzoek tot verwijdering van de galblaas heeft genegeerd, ten onrechte informatie heeft uitgewisseld met de afdeling MPU en het informed consent heeft geschonden en klaagster onheus heeft bejegend. Naar het oordeel van het college is de eventuele mogelijkheid van een psychische stoornis enkel door de arts-assistent neergelegd in een werknotitie en heeft beklaagde daar geen beleid op gemaakt. Voor het verwijderen van de galblaas bestond op grond van de vele onderzoeken geen indicatie of noodzaak. Voorts oordeelt het college, dat als gevolg van een moeizame relatie tussen klaagster en verschillende zorgverleners is besloten een moreel beraad te houden met behandelaren van verschillende disciplines om afspraken te maken in het geval klaagster opnieuw in dit ziekenhuis zou worden opgenomen. Besloten werd klaagster tijdens kantooruren op te nemen op de afdeling MPU. Het voorgaande geeft naar het oordeel van het college echter geenszins blijk dat beklaagde eigenhandig een plan heeft opgesteld om klaagster te laten opnemen op de afdeling MPU. Dit verwijt wordt voorts ook niet onderbouwd door klaagster. Het college oordeelt verder dat beklaagde de klachten van klaagster serieus heeft genomen, dat beklaagde geen betrokkenheid heeft gehad bij het verzoek tot verwijdering van het medisch dossier en dat beklaagde niet onzorgvuldig heeft gehandeld met betrekking tot het medisch dossier. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:323 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-436/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Het valt verweerster niet te verwijten dat zij klager heeft verboden om naar haar kantooradres (tevens woonadres) te komen en een melding bij de politie heeft gedaan. Daarbij is niet van belang of klager verweerster daadwerkelijk heeft geïntimideerd, maar of zij zich geïntimideerd voelde.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3379

    Klacht tegen MDL-arts, inhoudende dat beklaagde een verkeerde diagnose heeft gesteld, de galblaasoperatie heeft tegengehouden, klaagster heeft laten rondlopen met bloedarmoede en klaagster onnodig met koliekpijn heeft laten lijden. Naar het oordeel van het college heeft beklaagde veelvuldig onderzoek in gang gezet om achter de oorzaak van de klachten te komen. Ook is klaagster herhaaldelijk gezien door de chirurg en internist. Verder bestond er voor het verwijderen van de galblaas geen indicatie. De onderzoeken, welke door een chirurg zijn beoordeeld, gaven ook geen blijk van aanwezigheid van galstenen of gruis. Met betrekking tot de anemie heeft beklaagde meerdere onderzoeken ingesteld en naar de uitslagen gehandeld. Niet is komen vast te staan dat beklaagde klaagster heeft laten rondlopen met bloedarmoede. Voorts onderbouwt klaagster niet dat de zorgvraag van de endocrinoloog niet zou zijn opgepakt en is het college van oordeel dat beklaagde de zorg - na de opname van klaagster in het ziekenhuis in het buitenland - weer heeft opgepakt en vervolgonderzoek heeft ingezet. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:324 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-565/AL/MN

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:217 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-790/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:165 Hof van Discipline 's Gravenhage 210374

    Klacht over eigen advocaat over belangenverstrengeling. Verweerder heeft in opdracht van klager en een bestaande (vaste) cliënt een overeenkomst derdengelden opgesteld, omdat klager en die cliënt het oneens waren over de verdeling van een door hen ontvangen schadevergoeding (tbv hun samenwerking obv fusieovereenkomst). Verweerder heeft deze schadevergoeding op zijn derdengeldrekening geplaatst totdat op basis van een overeenkomst of onherroepelijke beslissing duidelijk zou zijn hoe de schadevergoeding moest worden verdeeld. Anders dan de raad vind het hof dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat klager en de cliënt al overeenstemming hadden bereikt toen zij verweerder vroegen de overeenkomst op te stellen en verweerder daarbij een afwachtende houding heeft aangenomen. Vervolgens is verweerder namens de cliënt een procedure gestart tegen klager inzake een geschil over de fusieovereenkomst tussen klager en de cliënt. Hierdoor is belangenverstrengeling ontstaan en heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbar gehandeld, omdat eerdergenoemde schadevergoeding door klager en de cliënt gezamenlijk was verkregen in de samenwerking die zij op basis van de fusieovereenkomst waren gestart. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4060

    Klacht tegen bedrijfsarts in opleiding ongegrond. Geen verschillende onverenigbare diagnoses. Second opinion ingewilligd. Geen wijziging dossier op gebied mediation. Wel andere wijziging in dossier, maar niet verwijtbaar door gebrekkige praktijkopleidingssituatie, meerdere managementlagen, ondeugdelijke taakdelegatie en ontbreken van begeleiding. Publicatie.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:166 Hof van Discipline 's Gravenhage 210387

    Klacht van advocaat (medewerker) tegen advocaat (werkgever). De klacht betreft het handelen van verweerder in de civiele procedure tussen klager en verweerder over de uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen. Het hof stelt vast dat verweerder handelde in een andere hoedanigheid maar dat vanwege voldoende aanknopingspunten met het beroep van advocaat het advocatentuchtrecht ten volle van toepassing is. Verweerder heeft aangegeven dat de inhoud van de conclusie van antwoord in de civiele procedure van hem afkomstig is en dat hij die conclusie met de bestreden bewoordingen heeft geaccordeerd. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat de grens van het toelaatbare met die bewoordingen niet is overschreden. Het hof voegt eraan toe dat de processtrategie van verweerder verdedigbaar is, namelijk met die bewoordingen aan te tonen dat het aan de bijzondere persoonlijkheid van klager lag dat klager uitdrukkelijk geen uitbetaling van zijn vakantiedagen wenste. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4466

    Klaagster is een GGZ instelling waar beklaagde in dienst was. Beklaagde heeft met een patiënte die in zorg is bij klaagster een affectieve relatie gekregen die zeven maanden heeft geduurd. Beklaagde heeft zich aan het begin van deze periode teruggetrokken als case-manager van patiënte. Hij heeft de relatie met patiënte altijd verzwegen, ook toen hier naar gevraagd werd. Beklaagde heeft de relatie met patiënte beëindigd toen zij haar zorgverleners op de hoogte had gebracht van de relatie. Hij heeft zich uitgeschreven uit het BIG-register en is in therapie gegaan. Hij is niet meer werkzaam bij klaagster.Klaagster verzoekt het college beklaagde ex artikel 48 lid 4 BIG het recht te ontzeggen zich wederom in het BIG-register in te schrijven. Beklaagde heeft de klachtonderdelen erkend en is het eens met de conclusie dat hij niet meer het recht heeft zich wederom in te schrijven in het BIG-register.Het college stelt vast dat de klacht gegrond is en legt aan beklaagde de maatregel van een verbod tot herschrijving op.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3416

    Bedrijfsarts had alleen voor ogen dat zieke werknemer en werkgever uiteen moesten. Buiten vakgebied begeven met (onjuiste) juridische adviezen over einde arbeidsovereenkomst. Geen onderzoek arbeidsongeschiktheid of pesten door collega. Tegengestelde adviezen. 2e spoor re-integratie afgedaan als onhaalbaar. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:167 Hof van Discipline 's Gravenhage 220007

    Klacht over advocaat wederpartij in familierechtelijke kwestie. Verweerder hoefde niet de grond van zijn cliënt voor niet naleving van de omgangsregeling te verifiëren. Anders dan klager stelt, is niet gebleken dat de omgangsregeling niet werd nageleefd op initiatief van zijn cliënte. Toen hij zijn cliënte ging bijstaan werd de omgangsregeling al niet nageleefd. Dat gedurende zijn bijstand instanties zoals Jeugdzorg adviseerden dat de omgangsregeling wel nageleefd moest worden, is niet van doorslaggevend belang omdat verweerder als advocaat primair partijdig moet zijn en primair de wens van zijn cliënte als uitgangspunt had. Van een uitzonderingssituatie in deze zaak is niet gebleken. Bekrachtiging: ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4364

    Huisarts (op dat moment werkzaam op huisartsenpost) betrekt onvoldoende informatie, onder meer de grote bezorgdheid van de echtgenoot van de patiënte en de voorgeschiedenis van de patiënte, bij haar oordeelsvorming om de betrokken patiënte niet naar het ziekenhuis te laten gaan. Verder is zij naar het oordeel van het college tekortgeschoten in haar communicatie. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:164 Hof van Discipline 's Gravenhage 210349

    Klacht van een advocaat over advocaat wederpartij. Verweerder heeft een signaal afgegeven bij het LSA-bestuur en een tuchtklacht ingediend tegen klager over het handelen van klager in een letselschadezaak. Dat verweerder niet is ingegaan op de suggestie van het LSA-bestuur om in gesprek te gaan met klager, is niet onbetamelijk gezien de eerdere uitlatingen van klager tegen verweerder persoonlijk en het feit dat de cliënte - namens wie hij mede dat signaal had gegeven - geen minnelijk gesprek wenste. Het hof geeft een ruimere reikwijdte van het begrip 'onnodig grievende uitlatingen' dan de raad, maar oordeelt eveneens dat verweerder niet onnodig grievend is geweest in zijn uitlatingen. Het is niet onbegrijpelijk en onzorgvuldig om op verzoek van cliënte de tuchtklacht onder de aandacht van het LSA-bestuur te brengen. De zorg van verweerder was gezien de voorwaarden uit de LSA kwaliteitsverklaring niet onjuist. Bekrachtiging, klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:243 Raad van Discipline Amsterdam 22-831/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze waarop aan haar bijstand aan klager een einde is gekomen. Er was geen vertrouwensbasis meer tussen klager en verweerster en verweerster kon klager wegens ziekte niet langer bijstaan. Toen opvolgend advocaat mr. V zich vervolgens eveneens genoodzaakt zag om de behandeling van klagers zaak neer te leggen was verweerster niet gehouden de behandeling van de zaak weer op zich te nemen, want van herstel van de eerder ontstane vertrouwensbreuk was geen sprake. Geenszins is gebleken dat verweersters bijstand ondermaats is geweest. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:41 Accountantskamer Zwolle 22/1583 Wtra PE

    Klacht over niet voldoen aan verplichte PE-training over het onderwerp Fraude(risico)factoren. Klacht gegrond; strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregelen van waarschuwing en van een geldboete van € 420 (6 PE-uren x € 70 per uur). Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de verplichte training heeft gevolgd. Daarom moet worden geconcludeerd dat betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting om de verplichte PE-activiteit te verrichten. Ook heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in het portfolio te reflecteren op het onderwerp.

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/404050 KL RK 22-58

    De kamer oordeelt uitsluitend over de tuchtrechtelijke betamelijkheid van het doen of laten van een (kandidaat-) dan wel toegevoegd notaris in de uitoefening van zijn of haar ambt. De beoordeling van de eventuele civielrechtelijke gevolgen van bedoeld doen of laten is voorbehouden aan de civiele rechter. Dit betekent dat de kamer niet bevoegd is om te oordelen in dit geval over de kwestie of de toegevoegd notaris in het testament al dan niet de werkelijk laatste wil van moeder heeft vastgelegd. De kamer kan klager daarom in dit onderdeel van zijn klacht niet ontvangen. Geluidsopname Gebrek aan toestemming voor de geluidsopname - afgezien van de wettelijke sancties die daarvoor van toepassing kunnen zijn - staat niet in de weg aan kennisname daarvan in deze tuchtrechtelijke procedure. Dit is naar analogie van het beginsel van vrije bewijsgaring van artikel 152 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in beginsel niet uitsluit. Dit is slechts anders indien en voor zover geoordeeld wordt dat bijkomende omstandigheden zwaarder wegen dan het belang van waarheidsvinding dat met de kennisname van de geluidsopname gediend is (zie onder meer ECLI:NL:GHSHE:2019:285). Zorgvuldig informeren en eigen wil(svorming) controleren. Op grond van de geluidopname, waarvan de inhoud door de toegevoegd notaris niet is betwist, wordt vastgesteld dat de toegevoegd notaris het testament destijds niet had moeten passeren aangezien bij het desbetreffende gesprek deels twee van de kinderen van erflaatster aanwezig zijn geweest die in een niet harmonieuze sfeer in tegengestelde zin op moeder hebben ingepraat. Ook is onvoldoende gebleken dat de toegevoegd notaris erflaatster voldoende zorgvuldig zou hebben geïnformeerd en haar wil gecontroleerd. Klacht deels gegrond, berisping wegens eerdere waarschuwing vergelijkbare kwestie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:244 Raad van Discipline Amsterdam 22-836/A/A

    Betreft kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat de advocaat de belangen van klaagster bij de aanpak van de aanvraag schadevergoeding bij de Commissie Werkelijke Schade onvoldoende zorgvuldig heeft behartigd. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:42 Accountantskamer Zwolle 22/1608 Wtra PE

    Klacht over niet voldoen aan verplichte PE-training over het onderwerp Fraude(risico)factoren. Klacht gegrond; strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Recidive; oplegging maatregel van berisping en van een geldboete van € 420 (6 PE-uren x € 70 per uur). Betrokkene heeft niet bestreden dat hij de verplichte training niet heeft gevolgd. Daarom moet worden geconcludeerd dat betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting om de verplichte PE-activiteit te verrichten. Ook heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in het portfolio voor het jaar 2021 te reflecteren op het onderwerp.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:245 Raad van Discipline Amsterdam 22-842/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze en het moment waarop zij aan klager heeft medegedeeld dat zij voornemens was te stoppen met haar advocatenpraktijk. Naar het oordeel van de voorzitter is voorts niet gebleken dat verweersters bijstand ondermaats is geweest. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:246 Raad van Discipline Amsterdam 22-845/A/A

    Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:247 Raad van Discipline Amsterdam 22-846/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht van een moeder over de advocaat van haar zoon. Klaagster heeft een voldoende eigen rechtstreeks belang om over verweerster een klacht in te dienen. Immers, door het handelen van verweerster heeft klaagster met haar zoon een gesprek gevoerd, dat hoorbaar was voor de andere personen in de verhoorkamer, hetgeen klaagster, naar zij stelt, niet heeft gewild. Verweerster heeft jegens klaagster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Uit het overgelegde klachtdossier volgt genoegzaam dat verweerster klaagster duidelijk heeft geïnformeerd over de wijze waarop het telefoongesprek in de verhoorkamer met haar zoon zou plaatsvinden.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3633

    Klacht tegen gynaecoloog ongegrond. Intra-uteriene-vruchtdood na 29 weken. Normaal verlopende zwangerschap zonder signalen voor aanvullend onderzoek of verwijzing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1257

    Klacht tegen huisarts. Klager is de broer van verweerster. De relatie tussen beiden is sinds enkele jaren ernstig verstoord. De klacht heeft betrekking op de inmiddels overleden vader van partijen. Beklaagde was niet de huisarts van haar vader. Zij heeft onder meer in het kader van de instelling van mentorschap ten behoeve van haar vader verklaard dat haar vader leed aan de ziekte van Alzheimer. Klager verwijt verweerster in de kern dat zij in haar rol van dochter van de patiënt valse verklaringen over de geestelijke gezondheid van haar vader heeft afgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:211 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-802/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk. De ingediende klachten zijn niet door klager persoonlijk geformuleerd, maar door ene heer M, zonder dat die laatste of klager dat kenbaar heeft gemaakt. De voorzitter kan niet vaststellen of dhr. M zijn eigen standpunten of die van klager heeft weergegeven. In het geval dhr. M zijn eigen standpunten weergeeft, geldt dat hij geen belang heeft bij de klacht. In het geval hij de standpunten van klager heeft weergegeven, geldt dat niet gebleken is dat hij daartoe gemachtigd is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1284

    Klacht van arts tegen anesthesioloog.De anesthesioloog is door de rechtbank tot deskundige benoemd in een strafzaak tegen een huisarts die wordt vervolgd voor de moord op zijn schoonmoeder en heeft in die strafzaak als deskundige een verklaring afgelegd. Over die strafzaak is in de krant een artikel verschenen met het bericht dat de anesthesioloog op de zitting had verklaard dat de palliatieve sedatie van de schoonmoeder terecht was omdat de schoonmoeder stervende was en dat er sprake was van een natuurlijke dood. Klaagster is niet praktiserend arts en docent geneeskunde. Klaagster heeft kennisgenomen van dit krantenartikel en heeft naar aanleiding daarvan een tuchtklacht tegen de anesthesioloog ingediend. Klaagster verwijt de anesthesioloog dat hij in de rechtbank een onzorgvuldige verklaring heeft afgelegd. Klaagster vindt dat zij rechtsreeks belanghebbende is bij de door haar ingediende klacht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster bij voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende rechtstreeks belang van klaagster. Het Centraal Tuchtcollege deelt dat oordeel en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:212 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-800/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief cassatieadvies weigert om cassatie in te stellen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:213 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-801/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief procesadvies heeft geweigerd om de bijstand in het pro forma ingestelde hoger beroep voort te zetten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1285

    Klacht tegen oogarts. Na een staaroperatie viel de gezichtsscherpte in het linkeroog tegen en had klaagster pijn- en irritatieklachten aan dat oog. Tijdens het controleconsult vond de TOA geen afwijkingen. De zoon van klaagster, zelf oogarts, heeft met instemming van de TOA zelf het oog bekeken en gaf aan cellen in het oog te zien. De TOA heeft deze bevindingen vervolgens met de behandelend oogarts besproken. De behandelend oogarts heeft niet zelf het oog van klaagster bekeken. De conclusie van de behandelend oogarts was dat het postoperatieve beleid en het druppelschema moesten worden afgemaakt. Klaagster verwijt de oogarts dat hij haar onheus heeft bejegend door haar niet zelf te onderzoeken, zijn eigen verantwoordelijkheid heeft miskend door af te gaan op de onderzoeksresultaten van de TOA, een onjuiste diagnose heeft gesteld en een verkeerde behandeling heeft ingezet en onvoldoende notities in het dossier heeft gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het beroep van klaagster slaagt deels. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de oogarts tuchtrechtelijk verweten kan worden dat hij niet zelf het oog van klaagster is komen onderzoeken en dat hij daarbij de slechte verstandhouding met de zoon van klaagster een rol heeft laten spelen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit deel gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:214 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-799/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief cassatieadvies weigert om cassatie in te stellen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:195 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1253

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft eerder een tuchtklacht ingediend tegen de bedrijfsarts. Toen is een mondeling vooronderzoek gehouden, waarin beide partijen verklaringen hebben afgelegd. Die tuchtklacht is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. Klager verwijt de bedrijfsarts in deze nieuwe tuchtprocedure dat zij destijds tijdens het mondeling vooronderzoek een leugenachtige, voor hem beledigende en kwetsende verklaring heeft afgeleid. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart deze klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing. Naar het oordeel van dit college is geen sprake van misbruik van tuchtrecht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:215 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-795/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening deels niet-ontvankelijk i.v.m. tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:196 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1201

    Klagers zijn de vader (klager 1) en de broer (klager 2) van patiënt. Patiënt heeft zich in juli 2020 in de praktijk van de huisarts ingeschreven en is op 16 juli 2020 voor de eerste maal op consult geweest in verband met slaapproblemen en spanningsklachten. In de opvolgende periode is de situatie van patiënt ernstig verslechterd en is hij verschillende keren, al dan niet vergezeld van (een van) zijn ouders, op consult geweest. Op 17 augustus 2020 in de middag heeft patiënt een einde aan zijn leven gemaakt. Klagers verwijten de huisarts dat hij tekort is geschoten (1) in de bejegening van patiënt en zijn ouders en (2) in de behandeling van patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager 2 in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk verklaard, de klacht voor het overige gegrond verklaard, aan de huisarts de maatregel van berisping opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing, verklaart de klacht ongegrond en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:216 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-792/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening niet-ontvankelijk i.v.m. tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:197 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1225

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is een patiënte met complexe somatische en psychische problematiek. Zij verwijt verweerder dat hij haar verkeerde medicijnen heeft voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4031

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klager brengt naar voren dat hij ernstige functionele hersenklachten heeft. Hij verwijt de neuroloog dat zij tijdens het telefonisch consult zonder nadere onderbouwing heeft gezegd dat zij de klachtenomschrijving van klager niet gelooft en er geen onderzoek (een SPECT-scan) zal worden gedaan. Het college overweegt dat omdat alleen klager en de neuroloog bij het telefonisch gesprek aanwezig waren, het voor het college niet mogelijk is om vast te stellen hoe het gesprek nu precies is verlopen. Het college kan daarom niet uitgaan van de juistheid van wat klager over dit gesprek zegt. Het college vindt verder dat de neuroloog op de juiste gronden heeft besloten om geen verdere (SPECT-) scan(s) te maken. Zij heeft de klachten van klager serieus genomen, onderzoek gedaan naar zijn voorgeschiedenis en terecht geoordeeld dat een SPECT-scan geen aanvullende waarde zou hebben ten opzichte van de eerdere resultaten van de PET-scan. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:319 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-530/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk niet-ontvankelijk. Klager heeft verzaakt om zijn klachten over het optreden van verweerder in één keer voor te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4144

    Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klager is bekend met rugklachten, in 2018 is bij hem HNP L4-L5 vastgesteld. Op 6 januari 2021 is klager met spoed per ambulance ingestuurd naar de afdeling neurologie van het ziekenhuis. Klager verwijt de neuroloog dat zij hem niet goed heeft onderzocht toen hij op de afdeling interne geneeskunde lag en hem veel te laat heeft laten opereren. Het college is van oordeel dat het volgen van de richtlijn Lumbosacraal Radiculair Syndroom (LRS) vanwege de diagnose die op 6 januari 2021 bij klager werd gesteld een verdedigbaar beleid was in deze situatie. Verder overweegt het college dat een blaasretentie een indicatie is voor het aanwezig zijn van een caudasyndroom. In geval van klager is, zodra op 8 januari 2021 de blaasretentie optrad, een spoed-MRI aangevraagd waarbij ernstige caudacompressie, als oorzaak van het caudasyndroom werd vastgesteld. Daarop is direct overlegd met een ander ziekenhuis, waar de operatie binnen 24 uur is uitgevoerd. Daarmee is adequaat gehandeld. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2022:22 Kamer voor het notariaat Amsterdam 715820 / NT 22-14

    De klachten stellen de vraag aan de orde of de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld door naar aanleiding van het verzoek van de hypotheekadviseur geen contact met klaagster op te nemen en de conceptakte alleen aan de hypotheekadviseur en niet (ook) aan de betrokken partijen toe te zenden.De kamer is van oordeel dat het verstandig is om als onderdeel van de standaard werkwijze ook in deze – veel voorkomende – gevallen alle aan de hypotheekadviseur uitgaande correspondentie cc aan de betrokken belanghebbenden toe te zenden. Dat voorkomt de ongelukkige samenloop van omstandigheden zoals die zich in deze zaak hebben voorgedaan. De notaris heeft laten weten dat hij die opvatting onderschrijft.De kamer kan echter niet komen tot het oordeel dat de notaris in de onderhavige constellatie niet heeft mogen vertrouwen op correcte afwikkeling door de hem bekende hypotheekadviseur.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3838

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klager wilde bewijs dat hij lijdt aan functionele hersenklachten als gevolg waarvan hij een geestelijke en verstandelijke beperking heeft. Hij verwijt de neuroloog dat zij hem met opzet geen afspraak wil geven op de polikliniek neurologie, zonder geldige reden. Het college is van oordeel dat de neuroloog in overeenstemming met de KNMG-richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’ heeft gehandeld. Uit (de stukken bij) het verweerschrift volgt dat eerdere onderzoeksgegevens van klager zijn bestudeerd om zijn hulpvraag te kunnen duiden. Er was geen indicatie voor verder onderzoek van klager binnen de afdeling neurologie van het ziekenhuis. Bovendien viel de hulpvraag van klager buiten de expertisedomeinen van de afdeling, zodat de neuroloog ook om die reden, ondanks zijn sterke wens, niet hoefde in te gaan op de hulpvraag van klager. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:316 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-514/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtelijke relatie kennelijk ongegrond. Van onnodig grievende uitlatingen is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:317 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-515/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster was gehouden zich als advocaat van klaagster terug te trekken omdat klaagster geen vertrouwen meer in verweerster had. Daarmee heeft verweerster zich gedragen zoals een goed advocaat betaamt. De klacht is voor een deel niet-ontvankelijk, omdat op het moment van de indiening van de klacht de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet ruimschoots was verlopen. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond, omdat het de voorzitter niet is gebleken dat verweerster klaagster niet heeft geïnformeerd en dat verweerster de letselschadezaak heeft vertraagd. Klaagster stelt dat zij verweerster niet heeft begrepen, maar uit het dossier blijkt dat bij de belangrijkste contacten tussen klaagster en verweerster een tolk in de Russische taal aanwezig was, nog daargelaten de eigen verantwoordelijkheid van klaagster op dit punt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4030

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klager brengt naar voren dat hij ernstige functionele hersenklachten heeft. Hij verwijt de neuroloog dat er geen onderzoek (een SPECT-scan) is gedaan om hem te genezen van zijn hersenklachten en dat de behandeling is stopgezet. Naar het oordeel van het college heeft de neuroloog op juiste gronden besloten om geen verdere scans te maken, gelet op de uitkomsten van de eerder bij klager verrichte PET- en MRI-scan. Er bestond geen indicatie voor verder onderzoek. Dit heeft de neuroloog ook uitgelegd aan klager. Uit de stukken blijkt verder dat de neuroloog klager heeft uitgelegd dat de afdeling neurologie van het ziekenhuis niet over de expertise beschikte om de klachten van klager verder te kunnen beoordelen. Daarom heeft hij klager – mede op diens verzoek – verwezen naar een ander ziekenhuis, waarmee er een eind kwam aan de behandelrelatie tussen de neuroloog en klager. Dat acht het college een juiste handelswijze. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.