ECLI:NL:TGZRAMS:2022:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3838

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2022:180
Datum uitspraak: 06-12-2022
Datum publicatie: 06-12-2022
Zaaknummer(s): A2022/3838
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klager wilde bewijs dat hij lijdt aan functionele hersenklachten als gevolg waarvan hij een geestelijke en verstandelijke beperking heeft. Hij verwijt de neuroloog dat zij hem met opzet geen afspraak wil geven op de polikliniek neurologie, zonder geldige reden. Het college is van oordeel dat de neuroloog in overeenstemming met de KNMG-richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’ heeft gehandeld. Uit (de stukken bij) het verweerschrift volgt dat eerdere onderzoeksgegevens van klager zijn bestudeerd om zijn hulpvraag te kunnen duiden. Er was geen indicatie voor verder onderzoek van klager binnen de afdeling neurologie van het ziekenhuis. Bovendien viel de hulpvraag van klager buiten de expertisedomeinen van de afdeling, zodat de neuroloog ook om die reden, ondanks zijn sterke wens, niet hoefde in te gaan op de hulpvraag van klager. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM


Beslissing in raadkamer van 6 december 2022 naar aanleiding van de klacht van:


A,
destijds wonende te B,
klager,


tegen


C,
neuroloog,
werkzaam te D,
verweerster, hierna ook: de neuroloog.


1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 26 januari 2022;
- het verweerschrift met de bijlagen.
De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt. Het college heeft de klacht op basis van de stukken beoordeeld.


2. Waar gaat de zaak over?
2.1 Klager, geboren in 1997, is door een huisarts (niet zijn eigen huisarts) op 29 november 2021 verwezen naar de polikliniek neurologie van het E (hierna ook: het ziekenhuis). Dit gebeurde op verzoek van klager in verband met een door hem gewenste beoordeling van hypoxische en traumatische hersenklachten. Klager wilde bewijs dat hij lijdt aan functionele hersenklachten als gevolg waarvan hij een geestelijke en verstandelijke beperking heeft.

2.2 De neuroloog heeft als afdelingshoofd van de polikliniek neurologie van het ziekenhuis op 30 november 2021 een brief gestuurd aan klager waarin zij uitlegt dat er geen afspraak met hem zal worden gemaakt:
“(…) Als afdeling van een academisch ziekenhuis hebben wij een beperkte capaciteit. Daarom hebben wij er bewust voor gekozen om ons te richten op patiënten met ziektebeelden binnen onze expertisegebieden. Wij hebben uw gegevens bestudeerd en helaas blijken uw klachten niet binnen onze expertisegebieden te vallen. Wij kunnen voor uw probleem daarom geen afspraak met u maken. Wij adviseren u te overleggen met uw verwijzend arts, die wij tegelijkertijd op de hoogte hebben gebracht (…).”


2.3 In de periode daarna heeft klager een klacht ingediend via de website van het ziekenhuis. Ook heeft hij regelmatig telefonisch contact opgenomen met en e-mails gestuurd naar de polikliniek neurologie en de neuroloog gemaild. Op 15 december 2021 is klager zonder afspraak op de polikliniek verschenen, omdat hij de neuroloog wilde spreken. Daarbij is klager door de beveiliging naar buiten begeleid.

2.4 Op 17 januari 2022 heeft de neuroloog klager via een brief nogmaals uitgelegd dat het niet in het belang van klager is om hem verder te onderzoeken, omdat eerder neurologisch onderzoek geen afwijkingen heeft aangetoond en meervoudig beeldvormend onderzoek van de hersenen normaal was.

De klacht
2.5 Klager verwijt de neuroloog dat zij hem met opzet geen afspraak wil geven op de polikliniek neurologie, zonder geldige reden.

De reactie van de neuroloog op de klacht
2.6 De neuroloog heeft naar voren gebracht dat zij in overeenstemming met de KNMG-richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’ heeft gehandeld. Zij licht toe dat eerder bij klager neurologisch onderzoek – waaronder een PET-scan – is verricht door een neuroloog in het F in G, en dat dit onderzoek geen neurologische afwijkingen aantoonde. Verder is klager eerder beoordeeld op de afdeling psychiatrie van het ziekenhuis, waarbij bleek dat sprake is van een uitgebreide psychiatrische voorgeschiedenis en het vermoeden van een psychiatrische zorgbehoefte. Daarom is verdere neurologische diagnostiek gecontra-indiceerd, aldus de neuroloog, omdat dit klager alleen maar zal stimuleren in zijn – niet op feiten gestoelde – overtuiging dat hij aan een functionele hersenaandoening lijdt.

2.7 Ten slotte heeft de neuroloog in het verweerschrift toegelicht dat de afdeling neurologie van het ziekenhuis zich concentreert op tertiaire verwijzingen ten aanzien van cerebrovasculaire ziekten, neuromusculaire ziekten, epilepsie en neuro-oncologie, omdat de expertise van de afdeling binnen deze domeinen is gelegen. Bovendien werd de capaciteit om patiënten te zien beperkt door de restricties die golden vanwege de coronapandemie.

3. Wat zijn de overwegingen van het college?
3.1 Het college komt tot het oordeel dat de neuroloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft gehandeld. Het college licht dat als volgt toe.
Welke criteria gelden bij de beoordeling?

3.2 De vraag is of de neuroloog heeft gehandeld zoals van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een ‘redelijk bekwame en redelijk handelende’ neuroloog. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de neuroloog geldende beroepsnormen en de wetenschappelijke inzichten ten tijde van het handelen.

3.3 In deze zaak is van belang of de neuroloog heeft gehandeld volgens de KNMG-richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’ (KNMG, 2021), hierna: de richtlijn. Volgens deze richtlijn mag een arts eenzijdig besluiten om een behandelingsovereenkomst niet aan te gaan wanneer (onder andere) de aard of omvang van de hulpvraag de expertise of mogelijkheden van de arts te buiten gaat en/of de arts een aanzienlijk belang heeft, meestal organisatorisch, om de behandelingsovereenkomst niet aan te gaan.
De neuroloog heeft gehandeld zoals van haar verwacht mocht worden


3.4 Het college is van oordeel dat de neuroloog in overeenstemming met de richtlijn heeft gehandeld. Uit (de stukken bij) het verweerschrift volgt dat eerdere onderzoeksgegevens van klager zijn bestudeerd om zijn hulpvraag te kunnen duiden. Uit eerder neurologisch en beeldvormend onderzoek, waaronder een PET-scan van 27 juli 2020 en een MRI-scan van 15 november 2018, is gebleken dat er geen sprake was van neurologische afwijkingen. Dat betekent dat er inderdaad geen indicatie was voor verder onderzoek van klager binnen de afdeling neurologie van het ziekenhuis. Bovendien viel de hulpvraag van klager buiten de expertisedomeinen van de afdeling, zodat de neuroloog ook om die reden, ondanks zijn sterke wens, niet hoefde in te gaan op de hulpvraag van klager. In hoeverre er vanwege de coronapandemie ook een organisatorisch belang was om geen afspraak met klager te maken, kan gelet op het voorgaande in het midden blijven. In het dossier zijn verder aanwijzingen te vinden dat er bij klager sprake is van psychiatrische problematiek. Het is heel naar dat hij ervan overtuigd is dat bij hem sprake is van een neurologische hersenaandoening, want voor de juistheid van die overtuiging ziet het college geen aanknopingspunten in de reeds verrichte onderzoeken of in de door klager verschafte informatie. De neuroloog heeft in haar brief van 17 januari 2022 aan klager voorgesteld om contact op te nemen met een psychiater van het ziekenhuis. Dit was onder de omstandigheden een passend en zorgvuldig aanbod.

3.5 De neuroloog heeft om de hiervoor genoemde redenen op de juiste gronden kunnen besluiten om geen afspraak te maken met klager binnen de afdeling neurologie. Artsen hebben een eigen verantwoordelijkheid bij het bepalen van wat zinvolle zorg is. Een collega-neuroloog van het ziekenhuis heeft nog contact opgenomen met de verwijzende huisartsenpraktijk om een verdere toelichting te geven en er is overleg gevoerd om klager zo goed mogelijk verder te kunnen helpen. Het college is dan ook van oordeel dat de neuroloog heeft gehandeld zoals van haar verwacht mocht worden en dat haar geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Conclusie
3.6 De conclusie is dat de klacht kennelijk ongegrond is.

4. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven door N.B. Verkleij, voorzitter, E.M. Deen, lid-jurist, J.A. Carpay, R.H. Boerman en M.V. Huisman, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R.C. Kruit, secretaris.