Zoekresultaten 2021-2040 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:271 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-584/AL/GLD

    voorzittersbeslissing. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder de belangen van klager onvoldoende heeft behartigd of anderszins de belangen van de wederpartij of zichzelf voorop heeft gesteld. Verweerder heeft de werkzaamheden uitgevoerd zoals afgesproken in de aangepaste opdrachtbevestiging en heeft daarna geweigerd om nog verder werkzaamheden voor klager te doen. Naar het oordeel van de voorzitter staat het een advocaat vrij om die keuze te maken. Verweerder heeft zich in dit geval op zorgvuldige wijze onttrokken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:290 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7919

    Ongegronde klacht tegen een internist-oncoloog. Bij de echtgenote van klager was triple negatief borstkanker geconstateerd. Hij verwijt de internist-oncoloog dat zij onvoldoende voorlichting aan patiënte heeft gegeven over de risico’s van de chemotherapie en dat zij ten onrechte niet van het standaard protocol is afgeweken. Het college oordeelt dat de door de internist-oncoloog gegeven schriftelijke en mondelinge informatie voldoende is geweest. Er was geen indicatie om niet te starten met een standaarddosering of (later) de dosering te verlagen. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:267 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-249/AL/MN

    gegrond verzet en deels gegronde klacht over verweerster als advocaat van de wederpartij. Uit de stukken en de verklaringen tijdens de zitting van de raad is gebleken dat cliënte G ervoor heeft gekozen om niet bij de zitting van de rechtbank aanwezig te zijn. Zij heeft een verklaring opgesteld die vervolgens door verweerster tijdens de zitting is voorgelezen. De raad is ook gebleken dat G in haar verklaring, die bij de stukken ontbreekt, niet alleen de redenen voor haar afwezigheid heeft toegelicht maar daarin ook ernstige beschuldigingen aan het adres van klager heeft geuit. Als een cliënte niet mee gaat naar een zitting maar een verklaring wil laten voorlezen door de eigen advocaat, dan heeft die advocaat daarin ook een eigen verantwoordelijkheid, ondanks de wensen van de cliënt. In een dergelijke situatie moet een advocaat kritisch zijn ten aanzien van het nut en de noodzaak van de verklaring en de inhoud daarvan in het bijzonder. Juist vanwege het grievende karakter van de verklaring van cliënte G en het ontbreken van voldoende belang bij het naar voren brengen van de gevoelige inhoud, is terughoudendheid geboden. Verweerster heeft naar het oordeel van de raad van die terughoudendheid onvoldoende blijk gegeven door de verklaring van G integraal voor te lezen. Dat was niet alleen onnodig, want niet van belang voor de zaak, maar ook schadelijk voor klager die daarvan pas tijdens de zitting kennis heeft genomen, terwijl verweerster andere keuzes had kunnen maken. Verweerster heeft aldus onvoldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager, hetgeen haar tuchtrechtelijk wordt verweten. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:291 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8188

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Patiënte, de moeder van klaagster, is overleden aan longkanker. De arts was werkzaam als zaalarts op de longafdeling. Het college stelt vast dat de arts geen diagnose heeft gesteld, ook niet dat hij klaagster niet serieus zou hebben genomen. Het door klaagster ervaren gebrek aan empathie kan het college niet in objectieve zin vaststellen. Het college komt ook niet tot het oordeel dat de arts niet adequaat heeft gehandeld op het moment dat het niet goed ging met patiënte. Er waren op dat moment geen andere handelingen mogelijk om het lijden van patiënte te verminderen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:268 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-263/AL/MN

    ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:292 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9027

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter oordeelt dat er sprake is van misbruik van recht nu klaagster een in de kern dezelfde klacht indient tegen de bedrijfsarts. Klaagster wenst kennelijk de beslissing van het CTG niet af te wachten en dient wederom een klacht in met een andere weergave en andere bewoordingen, die in de kern op hetzelfde neerkomt. In dit geval komt de voorzitter tot het oordeel dat het belang van klaagster niet opweegt tegen het belang van de bedrijfsarts om te worden beschermd tegen het opnieuw indienen van een tuchtklacht tegen haar over in de kern hetzelfde feitencomplex. Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:243 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-625/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klager heeft geen eigen, rechtstreeks belang bij de vraag of verweerster wel of geen toevoeging mocht aanvragen voor haar cliënte. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:170 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-737/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De tuchtrechter is (kennelijk) onbevoegd om kennis te nemen over AVG-klachten. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerder heeft klager mede kunnen delen dat als de Belgische belastingdienst (FOD) nog vragen had over de bankrekening van zijn cliënt, dat de FOD zich tot hem kon wenden. Niet gebleken van het verstrekken van onjuiste informatie. Verweerder mocht namens zijn cliënt standpunten innemen die afwijken van klager. Het is niet aan klager om te bepalen door welke advocaat zijn wederpartij zich laat bijstaan. Herhalen van passages uit de conclusie van antwoord in het verweerschrift op de tuchtklacht is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Benoemen van de deken als ‘confrère’ en klacht als ‘verwijt’ is niet klachtwaardig.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:269 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-272/AL/MN 25-273/AL/MN 25-274/AL/MN

    ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:256 Hof van Discipline 's Gravenhage 250324

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen van de door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:209 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2774

    Klacht tegen een chirurg. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de chirurg werkzaam is. De chirurg maakte ook deel uit van het MDO en was hoofdbehandelaar van klager. Klager verwijt de chirurg onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en misdiagnostiek na maart 2019 . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:251 Hof van Discipline 's Gravenhage 240360W

    Verzoekster heeft haar wrakingsverzoek ingediend direct na hervatting van het onderzoek ter zitting en nog voordat de behandelend kamer op haar aanhoudingsverzoek heeft kunnen beslissen. Het wrakingsverzoek is in zoverre voorbarig. Dat de behandelend kamer met de wijze van behandeling van het aanhoudingsverzoek ter zitting vooringenomen zou zijn en/of hoor en wederhoor zou hebben geschonden, is de wrakingskamer niet gebleken. Het proces-verbaal is bedoeld als een zakelijke weergave en niet als een woordelijk verslag van hetgeen ter zitting is besproken. Het feit dat niet alles wat ter zitting is besproken in het proces-verbaal is opgenomen, is daarom geen aanwijzing dat er sprake is van (een schijn van) vooringenomenheid van de behandelend kamer.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-944/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:220 Raad van Discipline Amsterdam 25-721/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Dat verweerster (ook) betrokken zou zijn geweest bij de correspondentie over de in te stellen vorderingen, wordt door klaagster niet nader onderbouwd en door verweerster nadrukkelijk betwist. Verweerster heeft daarbij terecht aangevoerd dat de voorzieningenrechter op basis van de ingestelde vorderingen ook “het minderde” (schorsing) in plaats van “het meerdere”(staking) had kunnen bevelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:210 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2775

    Klacht tegen een MDL-arts. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de MDL-arts werkzaam is. De MDL-arts maakte deel uit van het MDO en heeft klager in 2019 enkele malen gezien. Klager verwijt de MDL-arts nalatigheid en onzorgvuldig handelen. In het bijzonder verwijt hij haar enerzijds dat haar brief aan de huisarts feitelijke onjuistheden bevat en anderzijds dat zij zich na april 2019 afzijdig heeft gehouden en ten onrechte niet actief heeft uitgezocht waarom geen resultaten uit de onderzoeken kwamen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:252 Hof van Discipline 's Gravenhage 240341 240342

    Deze procedures betreffen een klacht over de eigen advocaten. Het hoger beroep in beide zaken richt zich tegen het in beide zaken door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdeel dat niet is gebleken dat verweerders zich ten onrechte en op onzorgvuldige wijze zouden hebben teruggetrokken uit de zaken van klager. Verweerder heeft gehandeld zoals van een bekwaam en zorgvuldig handelend advocaat en tevens werkgever (van verweerster) verwacht mag worden. Het hof is van oordeel dat verweerders bij het besluit om de opdracht te beëindigen voldoende zorgvuldig hebben gehandeld. Verweerder heeft – nadat verweerster hem over de met klager ontstane situatie had geïnformeerd – hoor en wederhoor toegepast door het initiatief te nemen tot een telefoongesprek met klager). Verder heeft verweerder de in dat telefoongesprek gedane mededeling dat de werkzaamheden voor klager werden beëindigd diezelfde dag in een uitvoerig gemotiveerde brief mede namens verweerster aan klager toegelicht. Ten slotte is niet gebleken dat klager (processueel) nadeel heeft ondervonden als gevolg van die beëindiging. Bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:167 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-459/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter stelt vast dat het vermeend klachtwaardig handelen van verweerder zou hebben plaatsgevonden in 2013. Verweerder stond klager toen als advocaat bij en hij heeft in die hoedanigheid namens klager een verzoek tot schadevergoeding bij het Hof ingediend. Dit verzoek is bij beschikking van 12 juli 2013 door het Hof afgewezen. Door in verband hiermee pas op 9 april 2025 een klacht in te dienen, heeft klager de in artikel 46g eerste lid onder a Advocatenwet genoemde wettelijke termijn van drie jaar ruimschoots overschreden. Omdat klager moet worden geacht op de hoogte te zijn geweest, dan wel redelijkerwijs kennis te hebben kunnen nemen, van het handelen of nalaten van verweerder waarop de klacht betrekking heeft, komt hem geen beroep toe op het bepaalde in artikel 46g lid 2 van de Advocatenwet. De klacht wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:211 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849

    Herstelbeslissing van de beslissing van 26 november 2025 ECLI:NL:TGZCTG:2025:193

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-799/AL/OV

    Toewijzing verzoek als bedoeld in artikel 60ab lid 1 Advocatenwet