ECLI:NL:TADRSGR:2025:184 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-954/DH/DH 24-955/DH/DH
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2025:184 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-09-2025 |
| Datum publicatie: | 10-09-2025 |
| Zaaknummer(s): |
|
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Verzet ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 8 september 2025
in de zaken 24-954/DH/DH en 24-955/DH/DH
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad
van discipline van 5 maart 2025 op de klacht van:
[…] (klager)
en
[…] (klaagster)
gezamenlijk aangeduid als klagers
over:
1. mr. […] (24-954/DH/DH)
2. mr. […] (24-955/DH/DH)
verweersters
gemachtigde: mr. M.L. Batting
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 13 mei 2024 hebben klagers bij de deken van de Orde van Advocaten in het
arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster sub
1.
1.2 Op 15 mei 2024 hebben klagers bij de deken van de Orde van Advocaten in het
arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster sub
2.
1.3 Op 20 december 2024 heeft de raad in de zaak 24-954/DH/DH het klachtdossier
met kenmerk K105 2024 R 2025/003 en in de zaak 24-955/DH/DH het klachtdossier met
kenmerk K107 2024 van de deken ontvangen.
1.4 Bij beslissing van 5 maart 2025 heeft de voorzitter van de raad (hierna ook:
de voorzitter) de klacht in de zaak 24-954/DH/DH gedeeltelijk niet-ontvankelijk en
gedeeltelijk kennelijk ongegrond verklaard en de klacht in de zaak 24-955/DH/DH kennelijk
ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 5 maart 2025 verzonden aan partijen.
1.5 Op 12 maart 2025 hebben klagers verzet ingesteld tegen de beslissing van
de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift met bijlagen op dezelfde datum ontvangen.
1.6 Het verzet is behandeld op de hybride zitting van de raad van 7 juli 2025.
Daarbij waren klagers via een videoverbinding en verweerster sub 1 met mr. Batting
in de zittingzaal aanwezig.
1.7 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen
het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd
en van het verzetschrift met bijlagen.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat klagers zich
met de beslissing van de voorzitter en de gronden waarop deze berust, niet kunnen
verenigen.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet
niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad
naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van
een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klagers aangevoerde verzetsgronden niet
slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft
rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.
De klacht in de zaak 24-954/DH/DH is dan ook terecht en op juiste gronden deels
niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard. Daarbij merkt de raad op
dat de omstandigheid dat klagers de cassatieprocedure hebben willen afwachten alvorens
een klacht in te dienen, geen verschoonbare overschrijding van de klachttermijn oplevert.
Ook de klacht in de zaak 24-955/DH/DH is naar het oordeel van de raad terecht en
op juiste gronden kennelijk ongegrond verklaard.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe
gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De
raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. A. van Luijck, voorzitter, mrs. H. Warendorp Torringa en W.R. Arema, leden, bijgestaan door mr. M.M.C. van der Sanden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 8 september 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 8 september 2025