We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 301-310 van de 47966 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-228/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat die in opdracht van een cliënt geen feitenonderzoek heeft verricht. De klacht dat verweerster geen duidelijkheid heeft geschept over in welke hoedanigheid zij heeft opgetreden in het onderzoek is gegrond. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster niet voldaan aan de hoge mate van duidelijkheid die de tuchtrechter op grond van genoemde vaste tuchtrechtspraak verlangt. In het boven ieder gespreksverslag opgenomen tekstblok is vermeld dat verweerster “het onderzoek uitvoert in de hoedanigheid van advocaat van [P B.V.] in het kader van een advies dat dient ter bepaling van diens juridische positie” . Daar staat echter tegenover dat (1) verweerster in datzelfde tekstblok wordt aangeduid als “onderzoeker”, dat (2) in het tekstblok wordt benadrukt dat verweerster “in de eventuele advies- en/of besluitvormingsfase niet tevens [zal] optreden als gemachtigde van de opdrachtgever” en dat (3) in de uitnodiging die verweerster voorafgaand aan het gesprek aan klager heeft gestuurd is vermeld dat het onderzoek wordt uitgevoerd conform het “Protocol feitenonderzoek”, waarmee de suggestie is gewekt dat men beoogde het onderzoek op onafhankelijke en objectieve wijze vorm te geven. De klachten dat verweerster het beginsel van hoor en wederhoor niet deugdelijk heeft toegepast en haar eigen onderzoeksprotocol niet heeft nageleefd zijn gegrond omdat klager pas na de totstandkoming van het onderzoeksrapport zijn visie heeft kunnen geven. Dit alles levert een schending van de kernwaarde integriteit op. De klachten dat het door verweerster verrichte onderzoek niet onafhankelijk, niet verkennend en geen feitenonderzoek bleek te zijn en dat zij ten onrechte verklaringen aan klager heeft toegeschreven die hij niet heeft afgelegd, zijn ongegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:187 Hof van Discipline 's Gravenhage 260088

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Niet-ontvankelijk. Klager heeft op 20 maart 2026 laten weten dat hij een advocaat heeft gevonden die hem kan bijstaan in de procedure waarvoor klager op grond van artikel 13 Advocatenwet bij de deken om aanwijzing van een advocaat heeft verzocht. Dat klager zelf een advocaat heeft gevonden maakt niet dat klager belang houdt bij de behandeling van zijn beklag, zoals klager heeft aangevoerd. Klager miskent dat de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening is, die pas in werking treedt als de rechtzoekende zelf geen advocaat kan vinden. Nu klager daar alsnog in is geslaagd, heeft klager geen belang meer bij zijn aanwijzingsverzoek.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8679

    Klacht tegen huisarts ongegrond. Klaagster is bij de waarnemend huisarts geweest met aanhoudende vaginale bloedingen bij een positieve zwangerschapstest. De vervolgens gemeten hCG-waarde zou kunnen passen bij een zwangerschapsduur van ongeveer vijf weken. Bij herhaling van de hCG-bepaling een week later bleek de waarde gedaald. Door deze daling werd vermoed dat sprake was van een miskraam. Op advies van verweerder werd klaagster door de assistente geadviseerd om een afspraak te maken voor een echo bij de verloskundige voor de week erna. Uiteindelijk heeft klaagster een aantal weken later op vakantie een spoedoperatie ondergaan vanwege een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Klaagster verwijt de huisarts – samengevat – dat hij onvoldoende alert is geweest, de zorgen van klaagster en haar partner over een mogelijke buitenbaarmoederlijke zwangerschap niet serieus heeft genomen en onjuiste informatie heeft laten verstrekken via de assistente. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts de zorgen van klaagster omtrent een buitenbaarmoederlijke zwangerschap wel degelijk serieus heeft genomen. Verder kan het college niet vaststellen dat de huisarts omtrent het verstrekken van informatie tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:182 Hof van Discipline 's Gravenhage 250422

    Gegronde klacht tegen de advocaat van de wederpartij met waarschuwing. Klaagster verwijt verweerder dat hij werkzaamheden voor twee aandeelhouders aan de vennootschap heeft gedeclareerd, waarmee hij niet heeft gezorgd voor een juiste tenaamstelling en volledige inrichting van de facturen. Klaagster is ontvankelijk. Verweerder had zich rekenschap moeten geven van de gerechtvaardigde belangen van klaagster en heeft dat niet gedaan. Als gevolg van de (mede) door verweerder bewust gekozen wijze van factureren betaalde klaagster daar als wederpartij en aandeelhouder aan mee. De klacht is gegrond voor zover het gaat om de procedure die alleen de aandeelhouders en hun belangen betreft en die slechts tot doel had een afwikkeling van de samenwerking tussen de aandeelhouders te forceren. Verweerder had zijn declaraties voor deze werkzaamheden niet (langer) aan de vennootschap in rekening mogen brengen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8660

    Klacht tegen verloskundige gegrond. Klaagster is door de verloskundige gezien omdat er een vermoeden bestond op een miskraam gezien eerder vaginaal bloedverlies en een positieve zwangerschapstest. De verloskundige heeft een echo verricht en de hCG-waarde bepaald en geconcludeerd dat sprake was van een miskraam. Enkele weken later, toen klaagster op vakantie was, bleek sprake te zijn van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, waarvoor klaagster een spoedoperatie heeft ondergaan. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij bij de echoscopie geen onderzoek heeft verricht naar een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is. Naar het oordeel van het college boden de bevindingen van het echo-onderzoek en de uitslag van de hCG-bepaling onvoldoende zekerheid om te kunnen concluderen dat sprake was van een spontane miskraam en dat een buitenbaarmoederlijke zwangerschap kon worden uitgesloten. De verloskundige had zich hierover minder stellig dienen uit te laten richting klaagster. Aan de verloskundige wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8930

    Kennelijk ongegronde klacht tegen twee cardiologen. Klager verwijt de cardiologen dat er een verkeerde diagnose is gesteld waar hij vijf jaar lang onnodig medicijnen voor heeft geslikt. Het college stelt op basis van het beschikbaar gestelde dossier college vast dat beide cardiologen hebben gehandeld volgens de geldende cardiovasculaire richtlijnen. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gepasseerd stolsel in de RCA waarbij de overige coronairen wandonregelmatigheden liet zien. Dit in combinatie met de aanwezige risicofactoren maakte dat medicamenteuze behandeling geïndiceerd was. De uitslag van een latere scan in een ander ziekenhuis zegt niets over eerdere problemen met hart-en bloedvaten.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8931

    Kennelijk ongegronde klacht tegen twee cardiologen. Klager verwijt de cardiologen dat er een verkeerde diagnose is gesteld waar hij vijf jaar lang onnodig medicijnen voor heeft geslikt. Het college stelt op basis van het beschikbaar gestelde dossier college vast dat beide cardiologen hebben gehandeld volgens de geldende cardiovasculaire richtlijnen. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gepasseerd stolsel in de RCA waarbij de overige coronairen wandonregelmatigheden liet zien. Dit in combinatie met de aanwezige risicofactoren maakte dat medicamenteuze behandeling geïndiceerd was. De uitslag van een latere scan in een ander ziekenhuis zegt niets over eerdere problemen met hart-en bloedvaten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:144 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-355/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:145 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-365/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een deken. Klacht is kennelijk ongegrond. Misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:138 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-059/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijk geschil. Verweerster heeft geen verweerschrift ingediend en heeft niet tijdig gereageerd op een hulpvraag van de cliënt. Klachten gegrond. Overige klachten onvoldoende onderbouwd en daarom ongegrond. Ondanks dat verweerster al geschrapt is, ziet de raad aanleiding een berisping op te leggen.