Zoekresultaten 20931-20940 van de 47536 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:93 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180028
- Datum publicatie: 25-05-2018
- Datum uitspraak: 14-05-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:93
Artikel 13-beklag afgewezen. Het hof is van oordeel dat de deken wegens gegronde redenen het verzoek tot aanwijzing van een advocaat van klager heeft afgewezen. Het verzoek van klager ziet op dezelfde kwestie, die heeft geleid tot een eerdere beslissing van het hof van 8 december 2017, gewezen onder nummer 170725. Er is in het voorliggende verzoek geen reden de zaak anders te beoordelen. De stelling van klager dat hij in een andere hoedanigheid het verzoek doet om een bodemprocedure te starten, leidt niet tot een ander oordeel. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.172
- Datum publicatie: 25-05-2018
- Datum uitspraak: 24-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:146
Klacht tegen kaakchirurg. Klaagster heeft een vaste brug linksonder. Zij kreeg ontstekingsklachten en is door haar tandarts verschillende keren verwezen naar de aangeklaagde kaakchirurg. De kaakchirurg heeft onder meer implantaten in de onderkaak van klaagster rechts onder geïmplanteerd. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat hij: 1. klaagster onjuist heeft geïnformeerd; 2.geen behandelplan heeft opgesteld; 3. de behandeling op een bepaalde datum niet op de juiste wijze heeft uitgevoerd met blijvend letsel tot gevolg; 4.onvoldoende nazorg heeft verricht; 5. klaagster niet heeft verwezen naar een meer deskundig persoon; 6. het medisch dossier niet heeft verstrekt; 7. privé informatie heeft verstrekt aan het incassobureau. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart gegrond de klachten t.a.v. het schenden van de bewaarplicht (6), het ontbreken van een deugdelijk behandelplan (2) en het niet voeren van de regie rondom de plaatsing van de implantaten (deels 3), legt de kaakchirurg de maatregel van waarschuwing op en wijst de klacht voor het overige af. Zowel de klaagster als de kaakchirurg komen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het principaal beroep van klaagster en verklaart het incidenteel beroep van de kaakchirurg gegrond. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard en de aan de kaakchirurg opgelegde waarschuwing komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:87 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180005
- Datum publicatie: 25-05-2018
- Datum uitspraak: 14-05-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:87
Verzoek om aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Beklag. Klager heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat voor het voeren van een civiele procedure tegen de Staat. De deken heeft een advocaat aangewezen. Deze advocaat heeft de bijstand beëindigd vanwege het ontbreken van vertrouwen van klager in haar. Daarop heeft klager de deken verzocht zijn beslissing om de advocaat aan te wijzen te herroepen en een nieuw, vervangend besluit te nemen en aan hem een advocaat aan te wijzen. De deken heeft het verzoek afgewezen. Klager is niet-ontvankelijk in zijn beklag tegen de toewijzende beslissing van de deken omdat de Advocatenwet niet voorziet in de mogelijkheid om hier tegen op te komen. Van een verkapte afwijzing is geen sprake. Het beklag tegen de afwijzende beslissing van de deken is ongegrond. Door zijn ondoordachte handelwijze heeft klager zichzelf in de situatie gebracht dat hij geen advocaat heeft. Het beroep van klager op het Unierecht gaat niet op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 275/2017
- Datum publicatie: 25-05-2018
- Datum uitspraak: 25-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:104
Klacht tegen verzekeringsarts met betrekking tot een beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van klaagster in het kader van de Ziektewet. Verweerster was als praktijkopleider bij de zaak betrokken. Niet kan worden aangenomen dat verweerster kan worden verweten dat bij klaagster aanwezige suicidaliteit niet is onderkend of in verband hiermee meer beperkingen had moeten aannemen dan bij de eerdere WIA-beoordeling al waren vastgesteld. Klacht in al zijn onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:108 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-695
- Datum publicatie: 25-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:108
Klacht tegen advocaat wederpartij in echtscheidingsprocedure deels gegrond. Verweerster heeft klager geen redelijke termijn gegund om aan het arrest te voldoen door al na zes dagen na het arrest beslag te (laten) leggen, terwijl klager volgens het arrest binnen één maand na betekening daarvan bij pensioenfondsen informatie diende in te winnen om daarna tot betaling over te gaan. Het beslag is te snel (ontijdig) gelegd en heeft een escalerende werking gehad. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:94 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170297
- Datum publicatie: 25-05-2018
- Datum uitspraak: 14-05-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:94
Niet is gebleken dat advocaat zich onvoldoende voor zijn cliënt heeft ingespannen. Advocaat heeft zijn cliënte herhaaldelijk voorgehouden dat de verleende toevoeging na verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap kon worden ingetrokken. Toezending van de declaratie bij afwikkeling van de zaak, maar nog voordat de toevoeging definitief is ingetrokken is niet wenselijk, maar onder vermelde omstandigheden niet dusdanig verwijtbaar dat dit de advocaat tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. Klacht ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.175
- Datum publicatie: 25-05-2018
- Datum uitspraak: 24-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:147
Klacht tegen tandarts. Klaagster kwam bij verweerder (tandarts) voor een second opinion omdat bij haar de hoektanden niet waren doorgekomen en zij daar pijnklachten van ondervond. Bij klaagster zijn door verweerder in samenwerking met een kaakchirurg twee tanden getrokken teneinde de hoektanden vrij te leggen en door te laten komen. Hoektand 23 stond na enkele maanden in de juiste positie. Hoektand 13 kwam niet door waarna met verschillende technieken is getracht deze alsnog door te laten komen. Later bleek dat deze ankylotisch was en dat het zeer moeilijk zou zijn om die tand verder te laten doorkomen. Na een woordenwisseling met verweerder is klaagster overgestapt naar een andere orthodontist. De klacht van klaagster houdt in dat verweerder: I. geen duidelijk behandelplan met klaagster heeft besproken of dit niet heeft opgesteld; II. zijn orthodontische team en de bij de behandeling betrokken specialisten onvoldoende heeft gecoördineerd; III. klaagster niet overeenkomstig de professionele standaard heeft behandeld IV. klaagster niet heeft geïnformeerd over de risico’s en de duur van de behandeling en onvoldoende heeft gedaan om haar schade te besparen; V. klaagster onheus heeft bejegend; VI. niet heeft meegewerkt aan klaagsters verzoek om naar een andere orthodontist over te stappen. Het RTG wijst de klacht af. Klaagster komt van klachtonderdelen I t/m IV in beroep. Het CTG verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:88 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180111
- Datum publicatie: 25-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:88
Verzoek om aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Beklag. Klager heeft de deken verzocht om een cassatieadvocaat aan te wijzen om het door klager zelf bij de Hoge Raad ingediende cassatieverzoek te ondertekenen en via het web-portaal van de Hoge Raad in te dienen. De deken heeft het verzoek afgewezen op de grond dat klager twee advocaten bereid heeft gevonden hem bij te staan in de cassatiezaak door hem te adviseren, maar dat hij de uitkomst van de bijstand in de vorm van de verstrekte adviezen niet wenst te aanvaarden. Klager heeft geen, althans onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld, waaruit blijkt dat de adviezen onjuist zijn en dat is de deken ook op andere wijze niet gebleken. Het beklag is ongegrond, aangezien klagers doel (een rechtsmiddel instellen tegen de uitspraak van het gerechtshof) vanwege het verstrijken van de door de Hoge Raad verleende termijn niet meer bereikt kan worden en de deken het verzoek van klager op juiste gronden heeft afgewezen. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 274/2017
- Datum publicatie: 25-05-2018
- Datum uitspraak: 25-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:105
Klacht tegen arts met betrekking tot een beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van klaagster in het kader van de Ziektewet. Verweerster heeft het spreekuur gedaan en de zaak voorafgaand en na afloop van het spreekuur met haar praktijkopleider doorgenomen. Niet kan worden aangenomen dat verweerster kan worden verweten dat zij bij klaagster aanwezige suicidaliteit niet heeft onderkend of in verband hiermee meer beperkingen had moeten aannemen dan bij de eerdere WIA-beoordeling al waren vastgesteld. Klacht in al zijn onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2015:331 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170328
- Datum publicatie: 25-05-2018
- Datum uitspraak: 14-05-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2015:331
De beoordeling van de raad sluit volgend het hof niet aan op de klachtonderdelen. Klaagster verwijt verweerder in de kern dat verweerder klaagster niet heeft gewezen op de noodzaak om een deskundige in te schakelen. Verweerder heeft zich volgens klaagster in een procedure begeven, waarvan hij niet alle finesses doorzag en aldus een bepaald component niet heeft meegenomen in hoger beroep. Het hof is van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich in appel te beperken tot hetgeen door de kantonrechter was vastgesteld (aan de subsidiaire vordering kwam de kantonrechter niet toe). Klaagster heeft niet weersproken dat voor haar het onderwerp van de primaire vordering het belangrijkst was. Voorts staat voor het hof genoegzaam vast dat klaagster door verweerder voldoende is gewezen om een deskundige te raadplegen. Het valt verweerder echter te verwijten dat hij zijn cliënte niet de vereiste duidelijkheid heeft verschaft dat een eventuele deskundige opinie gereed moest zijn vóór de memorie van grieven, om een en ander in appel nog aan de orde te kunnen stellen. Dat klaagster heeft ingestemd met de memorie van grieven maakt zulks niet anders. Klacht deels gegrond. Geen maatregel.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2093
- Pagina: 2094
- Pagina: 2095
- ...
- Pagina: 4754
- Volgende pagina zoekresultaten