We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 14601-14610 van de 47966 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:191 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-208

    Klacht tegen eigen (ex-)advocaat over kwaliteit dienstverlening in erfrechtelijk geschil tussen klager en de kinderen van zijn overleden echtgenote. Communicatie: ook indien de relatie tussen advocaat en cliënt is verslechterd of beëindigd, betaamt het een behoorlijk advocaat niet om niet te reageren op een verzoek van de cliënt om een kopie van haar declaraties aan hem te sturen, nodig voor zijn incassoprocedure tegen haar. Misverstand over afspraken: verweerster werkt samen met een deurwaarderskantoor met een hoger afwikkelingstarief dan standaard is. Verweerster heeft nagelaten om voorafgaand aan het verstrekken van de opdracht aan die deurwaarder klager over de gevolgen en (hoge) afwikkelingskosten te informeren (Regel 8 oud/ 16 nieuw). Vermeende fout door deurwaarder niet gebleken. De facturen van verweerster voldoen niet aan de eisen van het normale handelsverkeer, waardoor verweerster in strijd met Regel 23 oud/ 16 lid 3 heeft gehandeld. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:185 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-667

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:215 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.096

    Klacht tegen verpleegkundige die als nachtverpleegkundige thuis zorg heeft verleend aan een terminale patiënt. In die periode is een bedrag van in totaal € 14.800,00 overgemaakt van de bankrekening van de patiënt naar die van de verpleegkundige. Zij heeft dit geldbedrag geaccepteerd. Klaagster is een particulier bureau dat heeft bemiddeld in de zorg voor de patiënt en stelt dat de verpleegkundige misbruik heeft gemaakt van het in haar gestelde vertrouwen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat sprake is van is strijd met artikel 2.4 van de Beroepscode voor Verpleegkundigen & Verzorgenden en acht de klacht gegrond. Dat college legt aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG‑register op. Het Centraal Tuchtcollege acht de maatregel van schorsing van de inschrijving in het BIG-register voor de periode van één jaar passend en toereikend.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:240 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190254

    Bekrachtiging beslissing raad. Klacht over het niet opstarten van een kort geding ongegrond. Klager heeft voorts uitdrukkelijk schriftelijk ingestemd met bijstand op betalende basis.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 037/2020

    Is mededeling regiebehandelaar aan gezinsvoogd over vermeend seksueel grensoverschrijdend gedrag van klager met oudste zoon tuchtrechtelijk verwijtbaar? Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:186 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-635

    Verweerder heeft opgetreden voor een B.V. waarvan klagers 50% aandeelhouder waren. In een later stadium heeft verweerder voor de andere 50% aandeelhouder opgetreden bij de verkoop van alle aandelen in deze B.V. Klagers gingen er vanuit dat verweerder bij deze verkoop ook voor klagers optrad. Mede op grond van een vonnis van de rechtbank die over deze kwestie heeft geoordeeld meent de raad dat niet is komen vast te staan dat verweerder bij de aandelentransactie ook voor klager optrad. De raad is echter van oordeel dat verweerder toch tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld jegens klagers. De raad verwijst naar uitspraken van het Hof van Discipline (3 april 2020, ECLI:NL:TAHVD:2020:79) en de Hoge Raad van 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:61. In de lijn van deze jurisprudentie staat naar het oordeel van de raad vast dat verweerder zich bij zijn werkzaamheden in het kader van de verkoop van de aandelen de B.V. de belangen van klagers onvoldoende heeft aangetrokken. Hij was zich er immers wel degelijk van bewust dat de belangen van klagers een rol speelden in de aandelenverkoop. Verweerder heeft zelf aangegeven dat er bij de verkoop sprake was van een “free-ride” voor klagers. Daarnaast heeft hij voor en in overleg met beide aandeelhouders een geheimhoudingsovereenkomst opgesteld en laten tekenen. Ook heeft hij bemiddeld toen de aandeelhouders een geschil kregen. Daarom had het op de weg van verweerder gelegen om klagers in ieder geval expliciet en schriftelijk te adviseren een eigen adviseur in te schakelen, zeker gelet op de ogenschijnlijke onevenwichtigheid in de afspraken met betrekking tot de aandelenverkoop. Door zulks niet te doen en ook niet op andere wijze blijk te geven zich de belangen van klagers aan te trekken, heeft verweerder onbetamelijk gehandeld. De raad legt de maatregel van een voorwaardelijke schorsing van 2 maanden op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:216 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.180

    Klacht tegen internist, werkzaam als directeur van het Centrum voor Infectieziektenbestrijding (CIb) van het RIVM. De klacht gaat over het handelen van de internist in zijn functie van directeur van het CIb en in zijn rol van voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT). Klager is het niet eens met de adviezen die het OMT heeft gegeven in verband met de bestrijding van het nieuwe coronavirus. Hij vindt dat ten onrechte niet is geadviseerd om de lockdown op te heffen, toen volgens hem duidelijk werd dat door de lockdown meer levensjaren verloren gaan dan er gewonnen worden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geconcludeerd dat de klacht niet‑ontvankelijk is. Dit betekent dat de klacht niet inhoudelijk kan worden beoordeeld. Het Centraal Tuchtcollege komt in beroep tot hetzelfde oordeel. De reden daarvoor is dat het handelen van de internist waarover wordt geklaagd niet valt onder de reikwijdte van het medisch tuchtrecht. Het medisch tuchtrecht gaat over de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg. De door het OMT uitgebrachte adviezen hebben echter betrekking op de publieke gezondheidszorg. Dat wil zeggen dat zij gaan over gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit. Het handelen van de internist als directeur van het CIb en als voorzitter van het OMT heeft onvoldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg om hierover bij een medisch tuchtcollege te kunnen klagen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.269

    .

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:241 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200024

    Bekrachtiging beslissing van de raad. De bezwaren van klaagster tegen het optreden van verweerder als advocaat van de wederpartij zijn niet van dien aard dat dit optreden als onbetamelijk moet worden aangemerkt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 186/2019

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster verwijt beklaagde onder meer het achterwege laten van de sentinel node procedure. College: dit was in overeenstemming met de toentertijd geldende Richtlijn vulvacarcinoom 2.0. Het achterwege laten van adjuvante radiotherapie, zoals voorgeschreven in de richtlijn, acht het college verdedigbaar nu overleg is gevoerd met de radiotherapeut. Deze achtte de indicatie voor radiotherapie niet hard genoeg en de mogelijke baten niet opwegen tegen de nadelen en risico’s op bijwerkingen bij bestraling in die streek. Klacht ongegrond.