We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 14181-14190 van de 47643 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:207 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-253

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder zijn cliënten heeft aangezet tot onrechtmatig handelen, noch dat hij de wettelijke dagvaardingstermijn niet in acht heeft genomen, noch dat hij ten overstaan van de rechter onwaarheden heeft verkondigd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:256 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190318

    Artikel 46g Advocatenwet: ontvankelijkheid van de klacht. De termijn van zowel artikel 46g lid 1 aanhef en onder a als de termijn van artikel 46 lid 2 Advocatenwet is overschreden. Bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:214 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-358

    Klacht over “te slap” optreden eigen advocaat. De mening van de eigen cliënt dat zij een veel steviger aanpak voorstond en het advies van de advocaat veel te genuanceerd vond maakt de aanpak en het advies van advocaat nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het werk van een advocaat dient te voldoen aan de binnen de beroepsgroep geldende professionele standaard. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Naar het oordeel van de raad voldoet de aanpak en het advies van verweerster aan de daaraan te stellen eisen. Daarnaast behoudt een advocaat altijd een eigen professionele verantwoordelijkheid. Wanneer de aanpak van de advocaat niet langer door de client wordt ondersteund, en wanneer de advocaat desondanks bij deze aanpak wenst te blijven, dienen de wegen zich te scheiden, zoals hier het geval is geweest.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:225 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.286

    Klacht tegen cardioloog. Klager is onder medische controle bij de cardioloog vanwege een mitralisklep insufficiëntie. Hij heeft hiervoor elders een operatie ondergaan. Een aantal jaren later blijkt dat een re-operatie nodig is. Klager is asymptomatisch (heeft geen klachten). Bij controle blijk dat klager een ejectie fractie (EF) heeft van 35%. De operatie wordt steeds uitgesteld. Op enig moment wordt klager met klachten opgenomen. Een aantal dagen later wordt klager uit het ziekenhuis ontslagen. Klager laat zich elders re-opereren. Klager verwijt de cardioloog dat hij te lang heeft gewacht met een controle consult nadat bleek dat de ejectie fractie nog maar 35% was en dat hij klager uit het ziekenhuis heeft ontslagen terwijl dat medisch gezien onverantwoord was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:208 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-271

    Voorzittersbeslissing. Verweerder kan noch van het feit dat hij zich als klagers advocaat heeft teruggetrokken, noch van de wijze waarop hij dit heeft gedaan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:250 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200248

    Voorzittersbeslissing. Beroepschrift buiten de appeltermijn ontvangen. Uit de overgelegde stukken rondom de verzending van het beroepschrift blijkt onvoldoende dat het beroepschrift op tijd en op correcte wijze ter verzending is aangeboden. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:257 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200094

    Klacht over de eigen cassatieadvocaat. De raad heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het hof stelt voorop dat als er geen correspondent-advocaat, als tussenschakel in het contact tussen cliënt en cassatieadvocaat, optreedt, de cassatieadvocaat zelf meer en vaker aandacht moet geven aan de voorlichting aan cliënt en aan het schriftelijk vastleggen van die voorlichting. De cassatieadvocaat dient in dat geval onder meer ervoor te zorgen dat misverstanden in de ruimste zin bij de cliënt rond de cassatieprocedure zoveel mogelijk worden voorkómen. Verder overweegt het hof dat een advocaat (in de communicatie met de cliënt) over financiële aangelegenheden rond zijn optreden nauwgezet en transparant dient te zijn. Het niet nakomen door een advocaat van de plicht tot het maken van heldere afspraken over de kosten die het dekkingsmaximum van de rechtsbijstandsverzekeraar te boven gaan, kan wellicht nog door de tuchtrechtelijke beugel wanneer duidelijk is dat de totale kosten naar redelijke verwachting het dekkingsmaximum niet te boven zullen gaan. Dit wordt echter anders als die kosten dat maximum wél blijken te overstijgen en de advocaat zonder tevoren met de cliënt gemaakte afspraken dat surplus aan hem in rekening brengt, zoals in dit geval is gebeurd. Verweerder treft in dit verband een extra tuchtrechtelijk verwijt omdat hij ruim een halfjaar na de datum van een niet aan klager verstuurde factuur betreffende bedoeld surplus aan klager een “herinneringsfactuur” verstuurt en hij pas anderhalve maand later - lopende de klachtprocedure bij de deken - klager bericht dat hij die factuur niet behoeft te betalen en hij ter zake een creditfactuur tegemoet kan zien. Dat verweerder in dat bericht ruiterlijk zijn excuses aan klager heeft aangeboden kan niet verhelen dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof acht dit onderdeel van de klacht dan ook gegrond. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:215 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-448

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Uit de dossierstukken blijkt niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:112 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-255/DB/ZWB

    Gelet op de inhoud van het door de deken aan de raad doorgezonden klachtdossier, heeft de voorzitter de klacht naar het oordeel van de raad terecht opgevat als een klacht gericht tegen verweerder en niet als een klacht (mede) gericht tegen het kantoor. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:113 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-337/DB/OB

    Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door na te laten de door klaagster aan haar toegezonden brief d.d. 27 februari 2019 in te dienen bij de rechtbank. Klacht deels gegrond. In de omstandigheden dat niet is gebleken dat klaagster van dit nalaten enig nadeel heeft ondervonden en dat verweerster niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld ziet de raad aanleiding om te zien van het opleggen van een maatregel.