Zoekresultaten 1361-1370 van de 47599 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:268 Hof van Discipline 's Gravenhage 240369
- Datum publicatie: 22-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:268
Klacht over advocaat van de wederpartij ongegrond. Hoewel verweerster haar woorden over klager in een e-mail aan de advocaat van klager wellicht anders had kunnen kiezen, is het hof van oordeel dat verweerster met haar opmerking over de geestelijke toestand van klager de grenzen van de vrijheid die haar als advocaat van de wederpartij toekomt bij de behartiging van de belangen van haar cliënte niet heeft overschreden. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat verweerster steeds in overleg met en met instemming van haar cliënte heeft gehandeld. Daarnaast is het hof van oordeel dat de bewoordingen in de e-mail moeten worden bezien tegen de achtergrond van het tussen klager en zijn ex-echtgenote bestaande geschil over de beëindiging van hun relatie en de zorg voor de kinderen. Tegen die achtergrond zijn de door verweerster in de e-mail gekozen bewoordingen naar het oordeel van het hof niet onbetamelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:250 Hof van Discipline 's Gravenhage 240152
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:250
Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de eigen advocaat. Klager verwijt verweerder a) juridisch ondermaats te hebben gepresteerd, b) hem onvoldoende te hebben geïnformeerd en op onzorgvuldige wijze zijn werkzaamheden te hebben neergelegd, c) geen althans onvoldoende partijdigheid te hebben betracht en onvoldoende in het belang van klager te hebben gehandeld en d) niet te beschikken over een adequate klachtenregeling. Alleen klachtonderdeel b) is gegrond verklaard en aan verweerder is de maatregel van voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van zes weken opgelegd. Klager en verweerder komen hiertegen in beroep. Het hof acht klachtonderdeel a) en d) alsnog gegrond en legt verweerder de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier weken op.
-
ECLI:NL:TACAKN:2025:74 Accountantskamer Zwolle 25/2412 Wtra AK 25/2413 Wtra AK 25/2414 Wtra AK 25/2415 Wtra AK 25/2416 Wtra AK 25/2417 Wtra AK 25/2418 Wtra AK 25/2419 Wtra AK 25/2420 Wtra AK 25/2421 Wtra AK 25/2422 Wtra AK 25/2423 Wtra AK
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TACAKN:2025:74
Kennelijk ongegronde klacht. Accountants kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van een belastingadviseur en een advocaat. Zij zijn onderworpen aan eigen tuchtrecht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:263 Hof van Discipline 's Gravenhage 250338H
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:263
Herzieningsverzoek, niet-ontvankelijk. Artikel 1.3 herzieningsprotocol niet van toepassing. Geen schending van fundamentele rechtsbeginselen in de procedure voorafgaand aan de beslissing waarbij het beklag van verzoeker tegen de beslissing van de deken ongegrond is verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:264 Hof van Discipline 's Gravenhage 250236H
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:264
Herzieningsverzoek van klager kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:265 Hof van Discipline 's Gravenhage 250196H
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:265
Herzieningsverzoek stuit af op artikel 1.3 van het herzieningsprotocol. Verzoeker is geen advocaat aan wie een maatregel is opgelegd. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:266 Hof van Discipline 's Gravenhage 250299
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:266
Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Deze heeft de juiste maatstaf gehanteerd en niet is gebleken dat hij van onjuiste of onvolledige feiten is uitgegaan. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat. Daarbij hoort ook dat de deken in het algemeen niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door klager gewenste procedure te voeren. De door de (waarnemend) deken in de aanwijzingsbeslissing gestelde voorwaarde, inhoudende dat in eerste instantie enkel advies hoefde te worden uitgebracht over de juridische haalbaarheid van de zaak en dat verdere (proces)bijstand (alleen) hoefde te worden verleend als de aangewezen advocaat de zaak juridisch haalbaar zou achten, is naar het oordeel van het hof objectief gerechtvaardigd en niet in strijd met de wet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:303 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8723
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:303
Deels gegronde klacht tegen een chirurg. Voor wat betreft de aanvullende klacht betreffende het verstrekken van informatie over de seksuele geaardheid van klaagster, geldt dat deze meer dan tien jaar voor indiening van de klacht hebben plaatsgevonden. Klaagster is in dit onderdeel van de klacht (c) niet-ontvankelijk. Klachtonderdeel b over de schending van het medisch beroepsgeheim is ongegrond. Klachtonderdeel a ziet op onzorgvuldig/onjuist handelen van verweerder, omdat hij misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheid van klaagster en haar seksueel heeft misbruikt in haar woning en in de praktijk van de fysiotherapeut. Dit klachtonderdeel is gegrond. Hoewel de verklaringen van klaagster over de seksuele handelingen het college niet onaannemelijk voorkomen, kan het college niet onomstotelijk vast stellen dat deze (alle) hebben plaatsgevonden. De rechtbank heeft in de strafzaak de fysieke seksuele handelingen bewezenverklaard, tegen dit vonnis loopt thans hoger beroep. Noch daargelaten de uitkomst van het hoger beroep, is het college van oordeel dat ook zonder dat onherroepelijk komt vast te staan dat de betreffende fysieke seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, verweerder de grenzen van een professionele beroepsuitoefening ernstig heeft overschreden. Door klaagster het nummer van zijn privé-telefoon te geven, toe te laten dat het appverkeer een privékarakter met ook seksueel getinte apps kreeg en daarin ook een actieve rol te spelen, heeft verweerder volstrekt miskend dat er in de relatie tussen arts en zijn patiënt geen ruimte is om een dergelijke (intieme) relatie aan te gaan. Volgt een deels voorwaardelijke schorsing van negen maanden met oplegging van bijzondere voorwaarden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:267 Hof van Discipline 's Gravenhage 240152
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:267
Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de eigen advocaat. Klager verwijt verweerder a) juridisch ondermaats te hebben gepresteerd, b) hem onvoldoende te hebben geïnformeerd en op onzorgvuldige wijze zijn werkzaamheden te hebben neergelegd, c) geen althans onvoldoende partijdigheid te hebben betracht en onvoldoende in het belang van klager te hebben gehandeld en d) niet te beschikken over een adequate klachtenregeling. Alleen klachtonderdeel b) isgegrond verklaard en aan verweerder is de maatregel van voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van zes weken opgelegd. Klager en verweerder komen hiertegen in beroep. Het hof acht klachtonderdeel a) en d) alsnog gegrond en legt verweerder de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier weken op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:262 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161W
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:262
Het wrakingsverzoek is gedaan direct nadat de mondelinge behandeling na beraadslaging was hervat en voordat de behandeld kamer enige beslissing kon meedelen. Gelet daarop is het wrakingsverzoek voorbarig en mist wrakingsgrond 1 feitelijke grondslag. Daarbij is een beslissing over de vraag of stukken in behandeling kunnen worden genomen en aan het dossier kunnen worden toegevoegd een procesbeslissing. Op grond van vaste rechtspraak kan een onwelgevallige (processuele) beslissing van het hof geen grond vormen voor wraking. In dit geval is er echter geen sprake van een beslissing. Voor zover is bedoeld te stellen dat de behandelend kamer reeds door het aan de orde stellen van de toelaatbaarheid van de stukken blijk heeft gegeven van vooringenomenheid, is daarvan naar het oordeel van het hof niet gebleken. Verder heeft de voorzitter niet ontkend dat de gemachtigde van verzoekster e-mailberichten in kopie heeft ontvangen die namens de voorzitter door de griffie van het hof aan de verwerende advocaat in de hoofdzaak waren gestuurd. Ook wrakingsgrond 2 mist daarmee feitelijke grondslag.