ECLI:NL:TACAKN:2025:74 Accountantskamer Zwolle 25/2412 Wtra AK 25/2413 Wtra AK 25/2414 Wtra AK 25/2415 Wtra AK 25/2416 Wtra AK 25/2417 Wtra AK 25/2418 Wtra AK 25/2419 Wtra AK 25/2420 Wtra AK 25/2421 Wtra AK 25/2422 Wtra AK 25/2423 Wtra AK
| ECLI: | ECLI:NL:TACAKN:2025:74 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-12-2025 |
| Datum publicatie: | 19-12-2025 |
| Zaaknummer(s): |
|
| Onderwerp: | |
| Beslissingen: | klacht kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht. Accountants kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van een belastingadviseur en een advocaat. Zij zijn onderworpen aan eigen tuchtrecht. |
ACCOUNTANTSKAMER
UITSPRAAK van 19 december 2025 van de voorzitter op grond van artikel 39 lid 1 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 10 september 2025 ontvangen klacht met de nummers 25/2412, 25/2413, 25/2414, 25/2415, 25/2416, 25/2417, 25/2418, 25/2419, 25/2420, 25/2421, 25/2422 en 25/2423 Wtra AK van
X
kantoorhoudende te [plaats1]
K L A G E R
t e g e n
Y1
registeraccountant
kantoorhoudende te [plaats2]
Y2
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende te [plaats2]
Y3
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende te [plaats2]
Y4
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende te [plaats3]
Y5
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende te [plaats4]
Y6
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende te [plaats5]
Y7
registeraccountant
Kantoorhoudende te [plaats6]
Y8
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende te [plaats6]
Y9
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende te [plaats6]
Y10
registeraccountant
kantoorhoudend te [plaats7]
Y11
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudend te [plaats8]
Y12
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudend te [plaats6]
B E T R O K K E N E N
advocaat: mr. M.G. Kelder te Utrecht
1. De procedure
1.1. De voorzitter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het klaagschrift met bijlagen
- de brief van klager van 30 september 2025 met bijlagen
- het verweerschrift van 12 november 2025 met bijlagen
- de brief van klager van 14 november 2025
- de brief van klager van 15 november 2025
- de brief van klager van 17 november 2025
2. De beoordeling
2.1. De voorzitter van de Accountantskamer stelt vast dat klager een klacht heeft ingediend naar aanleiding van werkzaamheden die zijn verricht door de belastingadviseur drs. [A] (hierna: [A]) die werkzaam is bij [accountantskantoor1] (hierna: [accountantskantoor1]). In zijn aanvullende klaagschrift van 30 september 2025 heeft klager toegelicht dat zijn klacht betrekking heeft op het niet tijdig omzetten van de pensioenvoorziening van wijlen mevrouw [B] naar een oudedagsvoorziening, het hierover geven van een verkeerde voorstelling van zaken en over een verklaring van mr. [C], als advocaat van [accountantskantoor1].
2.2. De Accountantskamer heeft betrokkenen bij brief van 9 oktober 2025 verzocht om antwoord te geven op de volgende vragen:
1. Is er naar uw mening een accountant (eind)verantwoordelijk voor de door [A] opgestelde verklaring? Zo ja, wat is de naam van deze accountant? Zo nee, waarom niet?
2. Is er naar uw mening een accountant (eind)verantwoordelijk voor de weigering om de gestelde onjuistheden in het verweerschrift van mr. [C] recht te zetten? Zo ja, wat is de naam van deze accountant? Zo nee, waarom niet?
Namens betrokkenen is toegelicht dat de gedragingen van [A] waarover klager klaagt, zijn verricht door [A]. [A] is als belastingadviseur ingeschreven in het register van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB). Hij is als zodanig onderworpen aan de ‘Code of Conduct’ van de NOB en aan het tuchtrecht van de NOB. Betrokkenen zijn niet inhoudelijk betrokken geweest bij de werkzaamheden waarover wordt geklaagd en zij zijn ook niet vaktechnisch verantwoordelijk voor deze werkzaamheden. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit anders is. Het enkele feit dat [accountantskantoor1] zich een accountantskantoor mag noemen leidt er niet toe dat betrokkenen dan wel een of meer van hen verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor werkzaamheden die zijn verricht door een collega die onderworpen is aan eigen tuchtrecht.
2.3. Voor zover klager klaagt over een verklaring van mr. [C], als advocaat van [accountantskantoor1], geldt dat hierover niet bij de Accountantskamer kan worden geklaagd. Advocaten zijn onderworpen aan eigen tuchtrecht. Over het handelen van een advocaat kan worden geklaagd bij de deken van de Orde van Advocaten van het arrondissement waar de betrokken advocaat is ingeschreven.
2.4. In zijn e-mail van 14 november 2025 heeft klager erop gewezen dat een opdrachtbevestiging voor het samenstellen van enkele jaarrekeningen van [B] B.V. door [accountantskantoor1] als accountantskantoor niet is overgelegd. De voorzitter overweegt naar aanleiding hiervan dat klager niet heeft aangegeven op welke jaarrekeningen hij in dit verband doelt en welke accountant die jaarrekeningen zou hebben samengesteld. Veeleer lijkt sprake te zijn van een ‘fishing expedition’ met het doel om informatie te krijgen over werkzaamheden die vanuit [accountantskantoor1] zijn verricht voor [B] B.V. Hiervoor is het klachtrecht niet bedoeld.
2.5. De klacht zal daarom kennelijk ongegrond worden verklaard.
3. De beslissing
De voorzitter van de Accountantskamer:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.
_________ __________
secretaris voorzitter
Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________
Op grond van artikel 39, derde lid, Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na verzending daarvan verzet worden gedaan. Het verzet kan worden gericht aan de Accountantskamer (adres: Postbus 10067, 8000 GB Zwolle).