Zoekresultaten 9821-9830 van de 48283 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3554
- Datum publicatie: 11-11-2022
- Datum uitspraak: 11-11-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:160
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is sinds 2001 bekend bij een GGZ instelling waar de psychiater werkzaam is. Sinds 2009 heeft klager onafgebroken een rechterlijke machtiging opgelegd gekregen (sinds 2020 heet dit een zorgmachtiging). De psychiater heeft klager een aantal keren beoordeeld voor de verlenging van de rechterlijk machtiging. Klager verwijt de psychiater dat zij geen onafhankelijk psychiater is en dat zij bij de rechter dingen beweert over het ziektebeeld van klager zonder hem te zien of te spreken. Ook verwijt hij haar dat ze zich schuldig heeft gemaakt aan insluiping en dat zij zonder toestemming bijna in zijn woning stond. Het college is van oordeel dat de psychiater, die in het geheel niet betrokken is geweest bij de behandeling van klager, onafhankelijk een oordeel kon geven over de verlenging van de zorgmachtiging, ook al was zij in dienst bij de instelling waar klager onder behandeling staat. Op basis van de stukken bestaat er geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en de juistheid van de beoordeling van de psychiater ook al heeft zij bij niet alle beoordelingen voorafgaand met klager gesproken. Voorts is het handelen van de psychiater waarbij zij tot aan de voordeur van klager kwam zodat zij hem- door de deur heen- van informatie kon voorzien niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TSCTS:2022:2 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam Uitspraak 2022-03 (zaak 2022.V2-BEAUMAIDEN)
- Datum publicatie: 11-11-2022
- Datum uitspraak: 11-11-2022
- ECLI:NL:TSCTS:2022:2
Op maandag 18 oktober 2021, om circa 3:27 uur LT is het schip Beaumaiden aan de grond gelopen nabij het Deense eiland Bornholm. Deze gronding is dezelfde dag door de rederij aan de Inspectie gemeld (bijlage 5 bij het verzoekschrift). Het schip was volledig beladen met kunstmest en had een maximale diepgang van 5.50 m. Betrokkene had op 17 oktober 2021 de wacht van 20:00 tot 24:00 uur. Er was in deze periode geen uitkijk op de brug aanwezig. Tussen 19:00 en 21:00 uur heeft betrokkene circa een liter wijn gedronken. Rond 23:40 uur is hij in zijn hut naar het toilet gegaan. Daarna is hij op zijn bed gaan liggen en in slaap gevallen. Hij heeft de 3de stuurman niet gebeld om hem te wekken voor diens wacht van 00:00 tot 4:00 uur. Het schip heeft circa vier uur met een onbemande brug gevaren, op de automatische piloot, voordat het schip bij Bornholm, met een snelheid van tien knopen, aan de grond gelopen is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:225 Raad van Discipline Amsterdam 22-764/A/A 22-765/A/A 22-766/A/A 22-767/A/A
- Datum publicatie: 11-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:225
Voorzittersbeslissing; kennelijk-ongegronde klacht van een advocaat over een advocaat. Betreft een conflict over de financiële afwikkeling bij vertrek van verweerder naar een ander kantoor.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4088
- Datum publicatie: 11-11-2022
- Datum uitspraak: 11-11-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:161
Kennelijk niet ontvankelijke klacht. Klaagster verwijt de psychiater dat zij uit naam van een cliënte van klaagster een bezwaar op een indicatiebesluit CIZ heeft opgesteld, en dat zij deze cliënte gedwongen heeft dit bezwaar te ondertekenen. Klaagster stelt dat zij en haar organisatie in dit bezwaar vals beschuldigd zijn en zij wil dat haar naam wordt gewijzigd bij het CIZ. De psychiater verzoekt de klacht niet ontvankelijk te verklaren, omdat het verwijt de individuele gezondheidszorg niet raakt. Het college is van oordeel dat de klaagster, als professional, geen concreet belang heeft dat verband houdt met de individuele gezondheidszorg. Zonder verder toelichting- die klaagster niet heeft gegeven- valt echter niet in te zien hoe haar klacht verband houdt met de individuele gezondheidszorg. De klacht is kennelijk niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:226 Raad van Discipline Amsterdam 22-763/A/A
- Datum publicatie: 11-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:226
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een kort geding jegens klager aan te kondigen (en ook daadwerkelijk aanhangig te maken) nadat klager een nieuwe tuchtklacht over hem had ingediend. Het stond verweerder vrij om in kort geding nakoming van de schikkingsovereenkomst van 7 augustus 2019 en dus intrekking van de nieuwe tuchtklacht te vorderen
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4051
- Datum publicatie: 11-11-2022
- Datum uitspraak: 11-11-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:162
Klacht tegen psychiater gegrond, het college legt op de maatregel van berisping. Klager verwijt de psychiater dat hij onzorgvuldig en nalatig is geweest bij de uitvoering van de keuring (op last van het CBR is klager onderworpen aan een psychiatrische expertise ten behoeve van het verkrijgen van een verklaring van geschiktheid in het in het kader van een mededelingenprocedure). In dit verband heeft de psychiater klager gezien en nadien een rapport uitgebracht. Voorts verwijt klager de psychiater dat hij hem onvoldoende heeft gewezen op het correctierecht. De psychiater heeft de klacht bestreden. Het college is van oordeel dat het onderzoek van de psychiater en de rapportage niet voldoen aan de daaraan te stellen eisen. Het rapport is onvoldoende inzichtelijk, consistent en zorgvuldig en vertoont op een aantal belangrijke punten verschrijvingen. Met betrekking tot het correctierecht is het college van oordeel dat de uitleg van de psychiater als ontoereikend moet worden beschouwd. Het college beveelt de psychiater aan in het vervolg gebruik te maken van het CBR-formulier ‘Toepassing correctie- en blokkeringsrecht’. De klacht is in beide onderdelen gegrond. Het college is met betrekking tot de op te leggen maatregel van oordeel dat zowel de keurling als de samenleving erop moeten kunnen vertrouwen dat een deskundigenrapport in het kader van een rijvaardigheidskeuring op een vakkundige en zorgvuldige tot stand komt. Er staan immers grote belangen op het spel, voor zowel de keurling (mogelijk verlies van het rijbewijs) als de samenleving als geheel (verkeersveiligheid). De psychiater heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid. Klacht in al haar onderdelen gegrond, berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:227 Raad van Discipline Amsterdam 22-175/A/A
- Datum publicatie: 11-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:227
Deels gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft onvoldoende distantie betracht ten opzichte van zijn cliënt en is onvoldoende terughoudend geweest in het doen van uitlatingen over klaagster en hij heeft zonder medeweten en toestemming van klaagster met de minderjarige zoon van klaagster gesproken. Dat valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Gelet op het blanco tuchtrechtelijke verleden van verweerder zal de raad in dit geval volstaan met het opleggen van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4036
- Datum publicatie: 11-11-2022
- Datum uitspraak: 11-11-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:163
Klacht tegen psychiater gedeeltelijk gegrond, zonder oplegging van maatregel.De psychiater is door de Centrale Raad van Beroep benoemd om, in verband met een door klager aangevraagde arbeidsongeschiktheidsuitkering, psychiatrisch onderzoek te doen. Klager meent dat het onderzoek onzorgvuldig is uitgevoerd, dat de psychiater zijn ziektebeeld en de daaruit voortvloeiende beperkingen heeft onderschat en dat hij onvoldoende onafhankelijk is van de instantie die aan klager de uitkering heeft geweigerd, het UWV. Ook heeft de psychiater volgens klager uitlatingen gedaan waarmee hij buiten de grenzen van zijn opdracht is getreden. Het college toetst het expertiserapportrapport aan vijf bekend veronderstelde criteria (vaste jurisprudentie van het CTG). Het college betreurt het dat de psychiater, hoewel met de beste bedoelingen, geen tweede gesprek heeft gevoerd met klager. Als er wel een tweede gesprek was gevoerd, zou de psychiater er mogelijk beter in geslaagd zijn inzichtelijk te maken wat zijn werkwijze was geweest. Op dit onderdeel is de klacht gegrond. Op onderdelen van het rapport mist het college meer explicietere uitleg en motivering. Ook dit klachtonderdeel is gegrond. Het klachtonderdeel over belangenverstrengeling wordt ongegrond verklaard. Incidentele werkzaamheden van de psychiater voor het UWV worden niet als een belemmering gezien voor zijn benoembaarheid als onafhankelijk gerechtelijk deskundige. Met betrekking tot de uitlatingen van de psychiater kan het college niet vaststellen wat er destijds precies is gezegd. Dit leest u terug in 6.12 t/m 6.14 van de beslissing. De klacht wordt daarom op dit onderdeel ongegrond verklaard. De conclusie is dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en het college alles overwegend (zie 6.17 van de beslissing) aan de psychiater geen maatregel oplegt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:228 Raad van Discipline Amsterdam 22-520/A/A
- Datum publicatie: 11-11-2022
- Datum uitspraak: 07-11-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:228
Klacht over de eigen advocaat ongegrond. Niet gebleken dat verweerder klager onjuist heeft geadviseerd. Dat verweerder geen bodemprocedure voor klager aanhangig heeft gemaakt omdat hij daar (nog) geen heil in zag is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klager heeft niet toegelicht van welke belangrijke informatie hij door verweerder niet op de hoogte is gebracht. Klager heeft ermee ingestemd dat verweerder hem eerst op betalende basis zou bijstaan.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4194
- Datum publicatie: 11-11-2022
- Datum uitspraak: 08-11-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:149
Klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft tijdens een consult bij haar behandelend psychiater deze om hulp gevraagd voor haar zus die op dat moment met psychische problemen kampte. Klaagster verwijt beklaagde dat hij is tekortgeschoten in zijn informatievoorziening over het aanvragen van een zorgmachtiging voor haar zus. Volgens klaagster had hij moeten doorvragen over de situatie van haar zus en had hij voortvarender moeten handelen. Ook meent klaagster dat beklaagdes rapportage van het consult op dit punt gebrekkig is. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het was niet beklaagdes verantwoordelijkheid om tijdens het consult met klaagster nader te informeren naar de situatie van haar zus dan wel met klaagster de procedure omtrent de aanvraag van een zorgmachtiging voor haar zus door te nemen. Ook hoefde beklaagde het besprokene hierover niet in het dossier van klaagster vast te leggen.