Zoekresultaten 10361-10370 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1146
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:135
Klacht tegen een onbekende zorgverlener, die volgens klager psycholoog is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager onvoldoende heeft aangegeven wat er is gebeurd, wanneer dat is gebeurd en wat precies de klacht is tegen de psycholoog. Klager is daarom niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1180
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:129
Klacht tegen oogarts. Klagers hebben een klacht ingediend tegen de oogarts over de behandeling van de oogklachten van hun zoontje. Op het kinderspreekuur heeft een orthoptisch onderzoek plaatsgevonden en er is een vervolgafspraak gemaakt voor over drie maanden. Drie maanden later is in het ziekenhuis de diagnose retinoblastoom gesteld en is het oog verwijderd. Klagers verwijten de oogarts 1. dat hij hun zoontje niet zelf heeft onderzocht en 2. dat de vervolgafspraak veel eerder had moeten worden ingepland. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de oogarts geen openheid heeft gegeven over de omstandigheid dat alleen de orthoptist en niet de oogarts onderzoek heeft verricht. Bovendien is aan ouders noch aan de huisarts bericht dat het oogonderzoek niet volledig was, omdat er geen fundoscopie heeft plaatsgevonden. Verder heeft de oogarts in zijn praktijk geen afspraken gemaakt voor de situatie dat er tijdens het kinderspreekuur geen oogartsen in de praktijk aanwezig zijn. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van klagers gegrond, verklaart de klacht alsnog gegrond en legt aan de oogarts op de maatregel van waarschuwing. De oogarts wordt bovendien veroordeeld in de proceskosten in beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1032
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:142
Klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het onderzoek dat zij op 6 januari 2011 bij haar heeft verricht, onder meer door te concluderen dat er geen sprake was van een posttraumatische stressstoornis (PTSS), terwijl later is gebleken dat dit wel zo was. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, omdat er op 11 maart 2014 al een onherroepelijke eindbeslissing is gewezen over het bij de klacht aan de orde gestelde handelen van de psychiater. Daarom kan de klacht van klaagster niet opnieuw worden behandeld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1104
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:136
Een werkgever dient een tuchtklacht in tegen een verzekeringsarts van het UWV die een deskundigenoordeel heeft gegeven. Achtergrond is een arbeidsrechtelijk geschil tussen werkgever en werknemer over de arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Het Centraal Tuchtcollege is net als het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat de werkgever niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende, als bedoeld in art. 65, lid 1, onder a, van de Wet BIG, en dat ook geen sprake is van een opdrachtgeversrelatie, als bedoeld in art. 65, lid 1, onder b, van die wet. Dit betekent dat de werkgever niet klachtgerechtigd is en dus terecht in zijn klacht niet-ontvankelijk is verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:149 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-301/AL/OV
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 20-06-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:149
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft opgetreden namens haar kantoorgenoot in zijn hoedanigheid van faillissementscurator. Dat verweerster bewust in haar communicatie met klager heeft verzwegen dat zij advocaat is, is niet komen vast te staan. Zij heeft uitdrukkelijk namens de curator ondertekend, zodat haar rol voor klager duidelijk moet zijn geweest. Klager kon begrijpen dat de door verweerster bij klager opgevraagde stukken ter kennis zouden worden gebracht aan de curator. Niet is gebleken dat verweerster zelf, of namens de curator, geheimhouding daarvan heeft toegezegd. Van de handelwijze van verweerster als gedelegeerd curator kan haar tuchtrechtelijk geen verwijt worden gemaakt. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1181
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:130
Klacht tegen huisarts. Klager is patiënt in de huisartsenpraktijk van de beklaagde huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij niet goed naar hem heeft geluisterd, dat zij hem als patiënt en zijn buikklachten niet serieus heeft genomen en dat ze hem eerder had moeten doorverwijzen naar het ziekenhuis. De waarnemend huisarts heeft klager doorverwezen naar het ziekenhuis. De diagnose in het ziekenhuis was cholecystitis acuta en klager is opgenomen in het ziekenhuis. De volgende dag is een laparoscopische cholecystectomie (verwijdering van de galblaas) gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/269
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:143
Klacht tegen uroloog. Klagers zijn de ouders van patiënt die is overleden aan de gevolgen van een blaastumor. Klagers verwijten de uroloog dat hij (1) patiënt in 2017 onvoldoende heeft onderzocht en onvoldoende gemotiveerd is afgeweken van de toepasselijke richtlijn, (2) vóór 2017 onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klachten en de bij de eerdere cystoscopie waargenomen roodheid van de blaas, (3) tekort is geschoten in de communicatie met en informatie van patiënt en in de dossiervorming, (4) geen helicopterview of ‘niet-pluisgevoel’ heeft gehad en (5) niet met zijn opvolger over het te volgen beleid heeft overlegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in zijn geheel gegrond verklaard en aan de uroloog de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het 5e klachtonderdeel ongegrond en verwerpt het beroep van de uroloog voor het overige. De maatregel van berisping blijft gehandhaafd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1082
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:137
Klacht tegen huisarts. Klager staat sinds 2015 als patiënt ingeschreven bij de praktijk van de beklaagde huisarts. Bij klager is in 2019 prostaatkanker vastgesteld. Klager stelt dat hij in de tijd daarvoor de huisarts meerdere keren heeft gevraagd om een PSA-bepaling te laten doen. In zijn klaagschrift verwijt klager de huisarts dat hij a) nalatig is geweest door geen (half)jaarlijkse PSA-bepaling te laten doen bij klager waardoor pas in een laat stadium de diagnose prostaatkanker is gesteld; b) klager niet de keuze heeft geboden om de (half)jaarlijkse PSA-bepaling op eigen kosten te laten verrichten en c) klagers medisch dossier niet goed heeft bijgehouden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel a. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt dit beroep.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:150 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-302/AL/GLD
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 27-06-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:150
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van curator over mededelingen aan journalisten. In het licht van het door verweerder gevoerde verweer heeft klager zijn klacht, dat verweerder klagers privacy heeft geschonden en aan onrechtmatige derdenverstrekking heeft gedaan, naar het oordeel van de voorzitter onvoldoende met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd. Klager heeft ook niet gesteld dat de door verweerder aan de journalisten gedane mededelingen feitelijke onjuistheden bevatten en van dergelijke feitelijke onjuistheden is de voorzitter ook niet gebleken. De voorzitter is kortom van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder zich in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van klager zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1165
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:131
Klacht tegen tandarts. Klager heeft de tandartsenpraktijk bezocht waar verweerster werkzaam was als tandarts. Een collega-tandarts van dezelfde praktijk heeft bij klager twee verstandskiezen verwijderd (extractie). Verweerster heeft bij klager andere tandheelkundige handelingen verricht en ook met klager gecorrespondeerd. Klager verwijt verweerster dat zij fouten heeft gemaakt bij de extractie, dat zij die fouten heeft verzwegen en vervolgens daarover onjuiste informatie heeft verstrekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1036
- Pagina: 1037
- Pagina: 1038
- ...
- Pagina: 4816
- Volgende pagina zoekresultaten