Zoekresultaten 10041-10050 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:103 Raad van Discipline Amsterdam 22-277/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk nu klaagster over hetzelfde feitencomplex klaagt als in een eerdere klacht die al door de tuchtrechter is beoordeeld. Voor zover klaagster in die eerdere klachtprocedure niet alle klachten ten aanzien van verweerster naar voren heeft gebracht, komt dat voor haar rekening en risico.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:90 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-264/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat gedeeltelijk niet ontvankelijk in verband met de vervaltermijn en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2030-E2021/003a

    Klacht tegen een tandarts. Verweerder heeft een reeds lopende behandeling van klaagster van een plots uit de praktijk vertrokken collega overgenomen. Klaagster verwijt verweerder (1) dat verweerder zonder overleg en toestemming de behandeling heeft uitgevoerd, (2) de behandeling onzorgvuldig heeft verricht en (3) de behandeling zo heeft uitgevoerd dat het een traumatische ervaring is geweest. Het college acht het eerste klachtonderdeel gegrond. Gezien het summiere behandelplan van de collega-tandarts dat meerdere invullingen openliet, had op de weg van verweerder gelegen om de behandeling te bespreken met klaagster om te bepalen of de verwachtingen van beiden hetzelfde waren. Het college acht de overige twee klachtonderdelen ongegrond. Dat klaagster de behandeling onzorgvuldig acht, vindt zijn grondslag in het verschil van opvatting over het te bereiken resultaat. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:110 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-321/AL/NN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:104 Raad van Discipline Amsterdam 22-214/A/A

    Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht over het handelen en/of nalaten van advocaat van de wederpartij. De reactietermijn was in de gegeven omstandigheden niet te kort. Het behoort voorts niet tot de taak van de tuchtrechter om een inhoudelijk oordeel over civielrechtelijke kwesties te geven. Dat oordeel is voorbehouden aan de civiele rechter.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:91 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-265/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over het inzetten van een juridisch medewerker kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021-2051-E2021/003b

    Klacht tegen een tandarts. Verweerder is gedurende de behandeling van klaagster vertrokken uit de praktijk. Klaagster verwijt verweerder (1) dat verweerder het medisch dossier gebrekkig heeft bijgehouden, (2) dat hij zonder enig bericht aan klaagster en zonder enige overdracht van de verdere behandeling aan een collega uit de praktijk is vertrokken en (3) dat hij er nog steeds niet voor heeft gezorgd dat zij een goed passend gebit heeft. Het college acht het eerste en tweede klachtonderdeel gegrond, het derde ongegrond. De dossiervoering is uiterst beperkt en het behandelplan erg summier. Verweerder heeft erkend dat er verschil zit in wat er in het behandelplan van klaagster staat en wat er met klaagster is besproken. Daarbij is van een adequate overdracht na zijn plotselinge vertrek geen sprake geweest. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:105 Raad van Discipline Amsterdam 22-126/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over gedragsregel 15 kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3353

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De bloedtest van het laboratoriumonderzoek wees uit dat klaagster een zeer sterk verhoogde D-dimeerwaarde had (5.373, waar de normaalwaarde minder dan 900 bedraagt). De huisarts liet klaagster weten dat deze uitslag paste bij een Pfizer-vaccinatie. Verweerder nam geen therapeutische consequenties, en deed dat volgens hem op basis van de NHG-richtlijn. De NHG-standaard bepaalt echter dat patiënten met een verhoogde risicoscore op longembolie óf een verhoogde D-dimeerwaarde direct moeten worden verwezen naar de internist of longarts voor nadere diagnostiek. Door klaagster niet meteen door te sturen heeft verweerder niet gehandeld volgens de medisch-professionele standaard ter zake. Verweerder heeft zijn eigen opvattingen over Covid-19 boven de geldende NHG-standaard gesteld. Daarmee heeft hij klaagster onnodig blootgesteld aan ernstige gezondheidsschade met het risico op een fatale afloop. Klacht gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:106 Raad van Discipline Amsterdam 22-353/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Het cassatieadvies van verweerster komt de voorzitter niet onjuist of onredelijk voor.