Zoekresultaten 10041-10050 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:182 Raad van Discipline Amsterdam 22-423/A/NH/D

    Gegrond dekenbezwaar. Verweerster heeft belangrijke afspraken, informatie en feiten niet schriftelijk vastgelegd, excessief gedeclareerd en de klacht van haar cliënt over haar declaratie niet goed afgewikkeld. Dit raakt aan de kernwaarden deskundigheid en financiële integriteit. Daarmee wil de raad overigens niet zeggen dat verweerster geen integer persoon is. Het baart de raad zorgen dat verweerster weinig inzicht heeft getoond in haar eigen handelen. Het baart de raad ook zorgen dat verweerster op de zitting heeft verklaard dat zij het moeilijk heeft als er op de persoon wordt gespeeld en dat zij daarom het geschil over de declaraties heeft weggeschoven, alsof het niet bestond. De raad begrijpt dat verweerster zich, gelet op de nog lopende strafzaak, in een moeilijke situatie bevindt maar dat is geen reden om een zakelijk geschil over declaraties terzijde te schuiven. Hetgeen verweerster in deze zaak verweten wordt, raakt aan de gewone praktijkvoering en niet uitgesloten is dat deze zaak niet op zichzelf staat. Gelet op dit alles, en gelet op haar tuchtrechtelijke verleden, zal de raad aan verweerster een voorwaardelijke schorsing opleggen voor de duur van vier weken. De raad hoopt hiermee een duidelijk signaal aan verweerster te geven dat zij haar praktijkvoering moet gaan veranderen, ook om herhaling te voorkomen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:183 Raad van Discipline Amsterdam 22-333/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3779

    Klacht tegen een huisarts kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster is de wijkverpleegkundige van een voormalig patiënte van de huisarts. De huisarts besloot een melding te doen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd over de zorg die klaagster bood aan de patiënte. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar privacy en goede naam heeft geschonden door deze melding te maken. Het college is van oordeel dat klaagster als collega-zorgverlener geen concreet aan de individuele gezondheidszorg gerelateerd eigen belang heeft bij het indienen van de klacht. Er is geen sprake van dat de huisarts zich in het openbaar over klaagster heeft uitgelaten. Daarbij komt dat het college van oordeel is dat hij met het doen van deze melding juist zorgvuldig heeft gehandeld binnen de mogelijkheden die er op dat moment voor hem waren. Hij heeft zich op voorhand door deskundigen laten adviseren en heeft in zijn melding aangegeven wat hem bekend is geworden over de situatie van zijn voormalig patiënte en de mogelijke rol van klaagster daarbij. Naar het oordeel van het college heeft verweerder daarbij geen onnodig diskwalificerende of oncollegiale bewoordingen gebruikt. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:184 Raad van Discipline Amsterdam 22-096/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3427

    Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen een huisarts. Verweerder is de huisarts van de ouders van klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat hij in een e-mail aan haar vader een oordeel heeft gegeven over haar mentale gesteldheid zonder haar gezien te hebben. Klaagster is niet klachtgerechtigd als patiënt. Hoewel klaagster familierechtelijk bezien ‘naaste’ is van haar vader, kan zij naar het oordeel van het college niet worden aangemerkt als een naaste betrekking in de zin van artikel 47 lid 1 onder a Wet BIG, omdat niet is gebleken dat klaagster als naaste op enige wijze betrokken was bij de behandeling van haar vader. Ook de tweede tuchtnorm is niet van toepassing. De e-mail van de huisarts kan naar het oordeel van het college niet worden gezien als een geneeskundige verklaring. Er zijn geen aanwijzingen dat de huisarts wist of kon weten dat zijn e-mail zou worden verspreid en/of ingebracht zou worden in de echtscheidingsprocedure van klaagster. Niet is gebleken dat de huisarts enig ander doel had dan zijn eigen patiënt desgevraagd te informeren over het contact dat hij met de dochter had gehad en hem gerust te stellen. Klaagster is niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:140 Hof van Discipline 's Gravenhage 220236H

    Herziening van beslissing op artikel 13 beklag (beklag tegen beslissing van de deken géén advocaat aan te wijzen op verzoek van klager). Ondanks dat herziening van een beslissing van het hof alleen mogelijk is op verzoek van een advocaat aan wie een maatregel is opgelegd, wijst de herzieningskamer het verzoek van verzoekster (particulier) toe. Het hof van discipline heeft namelijk het beginsel van hoor en wederhoor geschonden door niet alle processtukken te betrekken bij de beoordeling van het beklag. De herzieningskamer ziet aanleiding direct opnieuw te beslissen op het artikel 13-beklag, omdat het beklag ziet op een zaak waarin verzoekster verzocht om een cassatieadvocaat in de procedure waarin een cassatietermijn afloopt op 28 september 2022 (2 dagen na deze beslissing). De herzieningskamer verklaart het beklag gegrond. De deken had het verzoek ten eerste afgewezen, omdat verzoekster niet voldoende afwijzingsreacties van andere cassatieadvocaten had , maar verzoekster heeft die afwijzingen later alsnog aangeleverd. De tweede grond voor de afwijzende beslissing van de deken was dat het aan verzoekster was te wijten dat haar eerdere cassatieadvocaat zich teruggetrokken heeft uit de zaak. Uit de stukken blijkt echter dat verzoekster de lezing rondom de beëindiging van zijn dienstverlening gemotiveerd heeft betwist en dus de stellingen van die eerdere cassatieadvocaat niet gevolgd konden worden door de deken. De deken had dan ook geen grond tot afwijzing van het art. 13-verzoek van verzoekster. Het beklag is gegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:141 Hof van Discipline 's Gravenhage 220237H

    Herziening van beslissing op artikel 13 beklag (beklag tegen beslissing van de deken géén advocaat aan te wijzen op verzoek van klager). Ondanks dat herziening van een beslissing van het hof alleen mogelijk is op verzoek van een advocaat aan wie een maatregel is opgelegd, wijst de herzieningskamer het verzoek van verzoekster (particulier) toe. Het hof van discipline heeft namelijk het beginsel van hoor en wederhoor geschonden door niet alle processtukken te betrekken bij de beoordeling van het beklag. De herzieningskamer ziet aanleiding direct opnieuw te beslissen op het artikel 13-beklag, omdat het beklag ziet op een zaak waarin verzoekster verzocht om een cassatieadvocaat in de procedure waarin een cassatietermijn afloopt op 28 september 2022 (2 dagen na deze beslissing). De herzieningskamer verklaart het beklag gegrond. De deken had het verzoek ten eerste afgewezen, omdat verzoekster niet voldoende afwijzingsreacties van andere cassatieadvocaten had , maar verzoekster heeft die afwijzingen later alsnog aangeleverd. De tweede grond voor de afwijzende beslissing van de deken was dat het aan verzoekster was te wijten dat haar eerdere cassatieadvocaat zich teruggetrokken heeft uit de zaak. Uit de stukken blijkt echter dat verzoekster de lezing rondom de beëindiging van zijn dienstverlening gemotiveerd heeft betwist en dus de stellingen van die eerdere cassatieadvocaat niet gevolgd konden worden door de deken. De deken had dan ook geen grond tot afwijzing van het art. 13-verzoek van verzoekster. Het beklag is gegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:136 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-025/DB/OB

    Verzetzaak. Gegrond. Klacht tegen deken. Aanwijzen advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet. Onzorgvuldig.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4152

    Ongegronde klacht tegen een verloskundige. Na plaatsing van een spiraal door de verloskundige is de baarmoederwand van klaagster geperforeerd. De verloskundige kan niet worden verweten dat klaagster niet is gewezen op complicaties bij een spiraalplaatsing aangezien zij de telefonische voorlichting niet zelf heeft gedaan. Klaagster is voorts geïnformeerd met een bijsluiter. De verloskundige was op de hoogte van het verhoogde risico bij plaatsing, is voorzichtig te werk gegaan en er waren geen contra-indicaties. Hoewel de verloskundige voortaan beter het voelen van weerstand voor het plaatsen van de spiraal explicieter kan noteren, gaat het college met het medisch dossier ervanuit dat de verloskundige vóór de spiraalplaatsing wel weerstand heeft gevoeld. Het enkele ervaren van pijn tijdens een spiraalplaatsing is op zichzelf geen aanwijzing voor een perforatie. De verloskundige heeft nadat zij op de echo’s het spiraaltje onvoldoende in beeld kreeg, binnen een half uur nadat klaagster de praktijk had verlaten overleg gehad met haar collega. Zij heeft klaagster hierop gevraagd direct terug te komen en vervolgens adequate vervolgacties ingezet. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-723/DH/NH/W

    Wraking kennelijk ongegrond. Aan verzoeker is gecommuniceerd dat op zijn klacht bij voorzittersbeslissing zal worden beslist. Dit is slechts een voorlopig besluit en daarmee staat nog niet vast dat daadwerkelijk bij voorzittersbeslissing zal worden beslist Nu het slechts om een voorlopig besluit gaat, biedt dit geen grond voor gerechtvaardigde twijfel aan de onpartijdigheid van de tuchtrechter.