Zoekresultaten 10011-10020 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-369/DH/RO

    Klacht ingetrokken. Raad beslist tot voortzetting van de klacht om redenen van algemeen belang.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1241

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. De klacht betreft de, inmiddels overleden, tante van klaagster, hierna: patiënte. Klaagster heeft eerder een klacht over de behandeling van patiënte tegen verweerster ingediend maar de mentor van patiënte wilde die klacht destijds niet voortzetten en klaagster is daarom niet-ontvankelijk verklaard. Na het overlijden van patiënte heeft klaagster de klacht, inhoudelijk hetzelfde maar iets anders omschreven, nog een keer ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster opnieuw niet-ontvankelijk verklaard en ook het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat het uitgangspunt dat klaagster als nabestaande met haar huidige klacht de wil van patiënte uitdrukt in dit geval niet geldt. Het college verwerpt het beroep van klaagster en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:207 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-982/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Het aan verweerster gemaakte verwijt is gebaseerd op de onjuiste veronderstelling van klager dat een executeur-afwikkelingsbewindvoerder altijd alleen de belangen van de gezamenlijke erfgenamen vertegenwoordigt. Deze procedure wordt door de executeur gevoerd ten behoeve van de nalatenschap, ongeacht wie de wederpartij is. De wederpartij kan dus een mede-erfgenaam zijn, zoals in het onderhavige geval. Aangezien de executeur gerechtigd was om namens de nalatenschap een procedure te voeren tegen klager, was verweerster bevoegd de executeur in de procedure te vertegenwoordigen. Niet is gebleken dat zij onvoldoende duidelijk is geweest over haar positie en die van de executeur-afwikkelingsbewindvoerder. Alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-546/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij over het verspreiden van gevoelige informatie van klager kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:208 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-899/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Vanwege de zeer korte termijn waarbinnen verweerster het hoger beroepschrift moest indienen nadat zij de opdracht van klaagster had gekregen, is het niet klachtwaardig dat zij niet eerst het gehele dossier heeft doorgenomen. Verder heeft verweerster niet klachtwaardig gehandeld door haar e-mails niet eerst ter goedkeuring aan klaagster voor te leggen. Alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:202 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-814/AL/OV

    Klacht tegen (toenmalige) deken. Het stond de deken vrij om eerst, zonder voorafgaand gesprek met klaagster, mr. L in te schakelen voor een second opinion over de haalbaarheid van de zaak van klaagster voordat hij aan de beoordeling van haar artikel 13 Aw-verzoek toekwam. Van een gebrekkige communicatie met de medewerkers van de deken is de raad niet gebleken. Klaagster heeft mr. L verboden om zijn advies aan de deken te sturen. Als gevolg daarvan heeft de deken zelf onderzoek naar de haalbaarheid van het artikel 13 verzoek gedaan. Dat hij daarbij toch kennis heeft genomen, in zijn rol als deken in het klachtonderzoek van klaagster tegen mr. L, kan niet als onbetamelijk of onzorgvuldig worden gekwalificeerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:209 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-918/AL/MN

    Klacht over eigen advocaat. De raad is van oordeel dat verweerster haar cliënte onvoldoende (schriftelijk) heeft ingelicht over de risico’s van het hoger beroep. Voorts heeft zij ten onrechte de bewindvoerder van de wederpartij niet (mede) opgeroepen voor een zitting. De zaak van haar cliënte heeft door haar toedoen vertraging opgelopen. Gelet op de aard van deze feiten, mede gelet op de omstandigheid dat verweerster niet eerder een maatregel opgelegd heeft gekregen, is de maatregel van een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:203 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-904/AL/OV

    Naar het oordeel van de raad heeft verweerder, advocaat van de wederpartij van klaagster, in de dagvaarding geen onnodig grievende uitlatingen over klaagster gedaan. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2021/3755

    Klaagster is enkele keren in de praktijk bij de arts geweest en is niet tevreden over diens behandelingen. Zij verwijt de arts dat hij a) zegt behandelingen te hebben verricht die hij in werkelijkheid niet heeft verricht; b) geen behandelplan heeft opgesteld; c) haar onheus heeft bejegend en d) geen medisch dossier heeft bijgehouden. De arts heeft de klacht ten aanzien van de punten a, b en d (gedeeltelijk) bestreden. De arts heeft ten aanzien van klachtonderdeel c erkend dat hij in zijn emotie te ver is gegaan met zijn toon in de e-mails en het verweer. Het college heeft de klacht op zitting behandeld. Het college beslist dat de klacht in al haar onderdelen gegrond is. Het college legt aan de arts de maatregel van berisping op en acht het verder van belang dat de beslissing ter publicatie wordt aangeboden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4082

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de huisarts van haar overleden moeder. Zij verwijt de huisarts dat hij in de periode voor het overlijden heeft nagelaten adequaat onderzoek te doen naar de voortdurende pijnklachten van patiënte, tweemaal een onheuse en onterechte opmerking heeft gemaakt en geen empathische houding jegens patiënte heeft betoond, en dat hij de gezondheidsklachten en signalen van ondervoeding/lichamelijke achteruitgang niet heeft opgemerkt en heeft nagelaten een labonderzoek te doen. De huisarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht in raadkamer beoordeeld en concludeert dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is.