Zoekresultaten 1851-1860 van de 3040 resultaten

  • ECLI:NL:TNORDHA:2014:25 Kamer voor het notariaat Den Haag 13-70

    De notaris heeft zich schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling en het niet goed uitvoeren en nakomen van zijn professionele verplichtingen. De notaris is tekortgeschoten in de kwaliteit van de dienstverlening, heeft ongeoorloofde druk uitgeoefend en misleid. En de declaratie was te hoog en niet gespecificeerd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2014:32 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/67

    Het mag zo zijn dat klager deze specificaties onvoldoende duidelijk vindt en dat hij niet datgene van de notaris heeft ontvangen wat hij wenste te ontvangen, de kamer is van oordeel dat de notaris de rekeningen steeds op het verzoek van klager en op de binnen het notariaat gebruikelijke wijze heeft opgemaakt en vervolgens verstrekt. De kamer is van oordeel dat de notaris haar werk consciëntieus en rekening houdend met belangen van meerdere erven heeft uitgevoerd. Bovendien heeft klager uit het oog verloren dat de volmachten die door de erven aan de notaris zijn verstrekt, de notaris een redelijke mate van vrijheid om te handelen hebben gegeven.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:28 Kamer voor het notariaat Amsterdam 558486/NT 14-30 O

    Klacht gegrond, geen maatregel. Weliswaar had de notaris de door klager gevraagde kopie van de brief eerder kunnen sturen, maar de kamer ziet geen reden voor het opleggen voor een maatregel.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2014:26 Kamer voor het notariaat Den Haag 13-68

    Klagers verwijten de notaris dat hij in opdracht van hun zuster een verklaring van erfrecht heeft ingeschreven bij het Kadaster, waardoor de tenaamstelling van de woning is gewijzigd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2014:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/68

    Voor zover klager het onethisch vindt dat de notaris een affectieve relatie met een voormalig werkneemster/cliënte is aangegaan, overweegt de kamer dat geen enkele beroepsregel zich daartegen verzet. Wat betreft de door klager dienaangaande gestelde samenhang met een onprofessionele en ongeloofwaardige handelwijze van de notaris heeft te gelden dat hij een en ander niet heeft gesubstantieerd.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:29 Kamer voor het notariaat Amsterdam 561972/NT 14-15O

    Klachtwaardig handelen, in strijd met de zorgplicht van de notaris. In plaats van uitgaan van veronderstellingen, had de notaris zelf navraag moeten doen bij de provincie of de bodemsanering was voltooid. Maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2014:27 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-40

    Klaagster verwijt de notaris dat hij zonder haar daarover te informeren, de algehele volmacht heeft gepasseerd.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:24 Kamer voor het notariaat Amsterdam 537317/NT 13-14

    5.5 Met haar eerste klachtonderdeel verwijt Klaagster de notaris dat zij in strijd met het ‘Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening’ het testament van testatrice op 29 oktober 2012 heeft gepasseerd. Klaagster heeft daartoe gesteld dat er verschillende indicatoren aanwezig waren om aan te nemen dat testatrice niet wilsbekwaam was ten tijde van het passeren van het testament en dat deze indicatoren voor de notaris aanleiding hadden moeten zijn om het Stappenplan toe te passen. Zij verwijst daartoe naar de indicatoren genoemd onder 3.1. Het tweede klachtonderdeel luidt dat de zoon van testatrice, de broer van klaagster, aanwezig was bij de voorbespreking en het passeren van het testament. De kamer zal beide klachtonderdelen tezamen bespreken en overweegt als volgt. Naar het oordeel van de kamer leidt de aanwezigheid van genoemde feiten en omstandigheden niet zonder meer tot de conclusie dat testatrice bij het wijzigen van haar testament niet wilsbekwaam was of dat dit verdergaand door de notaris moest worden onderzocht dan zij heeft gedaan door in een gesprek vragen aan testatrice te stellen. De leeftijd van testatrice noch de inhoud van de door haar voorgestelde testamentwijziging gaf op zichzelf aanleiding voor extra behoedzaamheid. De omstandigheid dat het vermogen van testatrice onder bewind is gesteld levert op zichzelf geen reden op om aan de geestelijke vermogens van testatrice te twijfelen. Hetzelfde heeft te gelden voor de omstandigheid dat testatrice haar administratie en post niet meer zelf deed. Daar komt bij dat het initiatief tot wijziging van het testament van testatrice zelf afkomstig was en de notaris niet bekend was met de inhoud van het indicatiebesluit van het CIZ d.d. 22 oktober 2012. Een testament dient in het algemeen te worden verleden buiten aanwezigheid van anderen dan eventuele getuigen. In dit geval heeft de notaris tijdens de mondelinge behandeling op 15 april 2014 verklaard dat de voorbespreking op 4 oktober 2012 niet in het bijzijn van getuigen is gevoerd omdat testatrice in de war was. Door de notaris is ter zitting tevens verklaard dat zij dat aanvankelijk wel had overwogen maar daartoe niet had besloten omwille van het bewaren van de nodige rust voor testatrice. Omdat testatrice niet goed uit haar woorden kon komen is de zoon wel bij de voorbespreking op 4 oktober 2012 en het passeren van het testament op 29 oktober 2012 aanwezig geweest. Het was noodzakelijk, aldus de notaris, dat de zoon daarbij aanwezig was zodat hij de woorden van zijn moeder kon vertalen en aanvullen op de momenten dat de notaris niet begreep wat testatrice bedoelde te antwoorden op de vragen van de notaris. De notaris heeft voorts verklaard dat zij bij de gesprekken steeds naar testatrice heeft gekeken en vooral met haar de gesprekken heeft gevoerd. De kamer acht deze handelwijze van de notaris niet begrijpelijk. Immers, ter zitting bleek dat door testatrice tijdens de voorbespreking op 4 oktober 2012 en het passeren op 29 oktober 2012 niet kon worden uitgelegd het verschil tussen het oude testament, opgemaakt op 2 november 2011, en het nieuw op te maken testament. Ook is gebleken dat op de vraag van de notaris wie testatrice als erfgenamen wenste aan te wijzen, zij “gewoon” heeft geantwoord. Ook op andere vragen van de notaris heeft testatrice steeds met “gewoon” geantwoord, waarna door de zoon of de notaris de antwoorden zijn geduid. Door de notaris is voorts niet aan testatrice gevraagd om in eigen bewoordingen het bestaande testament uit te leggen. De notaris was bekend met het bewindvoerderschap door klaagster. Zij heeft ook aan de broer geadviseerd de testamentwijziging te bespreken met klaagster. De kamer acht het opmerkelijk dat de zoon die direct belanghebbende bij de wijziging van het testament was wel aanwezig was bij de voorbespreking en het passeren en de dochter, ook direct belanghebbende en tevens bewindvoerder van het vermogen van testatrice, niet. Niet gebleken is dat de notaris ten behoeve van de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de moeder van klaagster een medische verklaring heeft gevraagd. Gelet op de hiervoor weergegeven feiten is de kamer van oordeel dat de notaris dit onder de gegeven omstandigheden niet achterwege had behoren te laten. De notaris had de huisarts van testatrice kunnen raadplegen. Zij had in ieder geval aan de broer van klaagster moeten mededelen dat op grond van de antwoorden van testatrice in de besprekingen op 4 en 29 oktober 2012 voldoende redenen aanwezig waren om uit hoofde van haar ambtsverplichtingen te verifiëren of testatrice in voldoende mate haar wil kon bepalen, en dat zij een medische verklaring wilde hebben alvorens over te gaan tot het passeren van het testament, en zij had vervolgens toestemming moeten vragen om medische informatie in te winnen. Door dit na te laten heeft zij, naar het oordeel van de kamer op onvoldoende zorgvuldige wijze de wilsbekwaamheid van testatrice beoordeeld. De kamer concludeert dan ook dat niet gebleken is dat de notaris tijdens de voorbespreking en tijdens het passeren van het testament voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van testatrice en dat zij in de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden aanleiding had moeten vinden om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Het feit dat de notaris onder deze omstandigheden het Stappenplan niet heeft toegepast acht de kamer dan ook klachtwaardig.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 551191/NT 13-71

    5.3 Met zijn klacht verwijt klager de notaris dat zij in strijd met het ‘Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening’ het testament van testatrice op 2 augustus 2012 heeft gepasseerd. Klager heeft daartoe gesteld dat er verschillende indicatoren aanwezig waren om aan te nemen dat testatrice niet wilsbekwaam was ten tijde van het passeren van het testament en dat deze indicatoren voor de notaris aanleiding hadden moeten zijn om het Stappenplan toe te passen. Hij verwijst daartoe naar de indicatoren genoemd onder 3.1. De kamer overweegt als volgt. Naar het oordeel van de kamer leidt de aanwezigheid van genoemde feiten en omstandigheden niet zonder meer tot de conclusie dat testatrice bij het wijzigen van haar testament niet wilsbekwaam was of dat dit verdergaand door de notaris moest worden onderzocht dan zij heeft gedaan door in een gesprek vragen aan testatrice te stellen. De leeftijd van testatrice noch de inhoud van de door haar voorgestelde testamentwijziging gaf op zichzelf aanleiding voor extra behoedzaamheid. De omstandigheid dat het vermogen van testatrice ruim 10 maanden later onder bewind is gesteld levert ook geen reden op om aan de geestelijke vermogens van testatrice te twijfelen. Hetzelfde heeft te gelden voor de omstandigheid dat testatrice haar administratie en post niet meer zelf deed. Daar komt bij dat de notaris niet bekend was met enige ziekte die de geestvermogens van testatrice zou kunnen beïnvloeden. Andere omstandigheden waaruit voor de notaris kenbaar zou zijn dat de geestelijke vermogens van erflaatster mogelijk waren verzwakt, zijn niet aangevoerd. De stelling dat de omstandigheden die aanleiding gaven tot de onderbewindstelling van het vermogen van testatrice reeds aanwezig waren ten tijde van het passeren van het testament, is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Een testament dient in het algemeen te worden verleden buiten aanwezigheid van anderen dan eventuele getuigen. In dit geval heeft de notaris tijdens de mondelinge behandeling op 15 april 2014 verklaard dat de laatste tien minuten van de bespreking voorafgaand aan het passeren op 2 augustus 2012 tevens [X] – op uitdrukkelijk verzoek van testatrice - aanwezig is geweest in verband met één kleine bepaling van het testament van testatrice. [X] is voorts aanwezig geweest bij het passeren van het testament, maar heeft daar niets gezegd. Door de notaris is ter zitting tevens verklaard dat zij de resterende tijd van de bespreking alleen met testatrice heeft gesproken en dat zij (de notaris) geen enkele twijfel had omtrent de wilsbekwaamheid van testatrice. Ook de aanwezigheid van de heer [X] maakte dat niet anders, aldus de notaris. De notaris heeft alle mogelijkheden met testatrice besproken waarbij zij (testatrice) goed wist wat zij wilde en zij haar wensen duidelijk te kennen heeft gegeven. Ten tijde van de bespreking en het passeren van het testament was de notaris niet bekend met het bewindvoerderschap door klager. Tenslotte heeft de notaris verklaard dat het testatrice zelf was die haar testament wenste te wijzigen. De notaris heeft naar het oordeel van de kamer genoegzaam aannemelijk gemaakt dat zij tijdens de voorbespreking en tijdens het passeren van het testament voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van testatrice en dat zij onvoldoende aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Het feit dat de notaris onder deze omstandigheden het Stappenplan niet heeft toegepast acht de kamer dan ook niet klachtwaardig, zodat de klacht ongegrond wordt geacht.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 547842/NT 13-52 J

    4.4 De kamer overweegt het volgende. De notaris heeft ter zitting van 8 mei 2014 verklaard dat hij de aantekeningen van het gesprek van 21 juni 2010 en van het gesprek van 25 juni 2010 heeft gemaakt na het passeren op die laatste dag in een zogenaamde verzamelnotitie. De notaris heeft voorts verklaard dat hij in dat gesprek vanwege de ingrijpende wijziging van het testament erflaatster verschillende alternatieven heeft voorgehouden maar dat erflaatster deze afwees. Blijkens de verklaring van [naam] van 2 december 2013, heeft zij in het kennismakingsgesprek op 8 juni 2010 met erflaatster en haar zoon uitgebreid gesproken over de wil van erflaatster en de mogelijkheden voor de uitwerking daarvan in een testament en daarbij aangegeven dat de notaris in een vervolggesprek een nader oordeel ten aanzien van de wilsbekwaamheid van erflaatster zou geven. Uit genoemde verklaring blijkt voorts dat zij in het telefonisch gesprek van 14 juni 2010 tussen [naam] en de zoon van erflaatster, heeft medegedeeld dat de notaris in een persoonlijk onderhoud met erflaatster haar beslisvaardigheid zou beoordelen. Uit de brief van de notaris van 5 maart 2013 blijkt dat de notaris op 21 juni 2010 met erflaatster heeft gesproken over de redenen, het doel en de gevolgen van het testament, waarna [naam] het vervolggesprek met erflaatster en haar zoon heeft gevoerd. Tevens blijkt uit die brief dat de notaris op 25 juni 2010 de inhoud van het concept van het testament met erflaatster heeft besproken. Uit de brief van de plaatsvervangend voorzitter d.d. 10 februari 2014 inzake de bevindingen van het vooronderzoek, blijkt dat [naam] in het eerste gespreksverslag aantekeningen heeft gemaakt op een voorgedrukte ‘handleiding wilscontrole’, waarbij zij als ‘Algemene indicatoren’ heeft ingevuld: “hoge leeftijd 93, een ander dan de cliënt (nl zoon) maakt afspraak, nota + afschr mogen niet naar cliënt” en als “Bijzondere indicatoren’ heeft ingevuld: “ingrijpende wijze tov versterferfrecht, niet duidelijk of er een bestaand testament is en wat evt. de inhoud kan zijn”. Op de vraag of nader onderzoek nodig is heeft [naam] ingevuld: “? (medisch verkl. van bijv. psychiater of geriater) toest. cliënt nodig” Voorts blijkt uit voornoemde brief van de plaatsvervangend voorzitter dat de notaris ten aanzien van het verslag van het gesprek op 25 juni 2010 aantekeningen heeft gemaakt op de achterzijde van een pagina, kennelijk afkomstig uit de ‘Handleiding wilscontrole’ van 1 september 2009. Deze pagina bevat (onder meer) paragraaf “3.4 Beoordeling beslisvaardigheid’. Bij de daarin opgenomen tekst: “ - Het vermogen een keuze uit te drukken. (…) – Het Begrijpen van informatie. (…) – Het beseffen en waarderen van de betekenis van de informatie voor de eigen situatie. (…) – Logisch redeneren en het betrekken van informatie in het overwegen van opties. (…) ” zijn achtereenvolgens met de hand cijfers 1 tot en met 4 vermeld. De plaatsvervangend voorzitter concludeert ten slotte dat uit de inhoud van de door de notaris en [naam] gemaakte aantekeningen blijkt dat erflaatster duidelijk haar wensen en motieven aan hen heeft kenbaar gemaakt en dat de notaris aan het eind van zijn verslag heeft genoteerd dat bij hem geen twijfel bestaat aan de wilsbekwaamheid van erflaatster. Uit bovenstaande feiten en omstandigheden is de kamer genoegzaam gebleken dat de notaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar de wilsbekwaamheid van erflaatster. Tevens is uit het vooronderzoek door de plaatsvervangend voorzitter gebleken dat de notaris daarbij in voldoende mate het Stappenplan heeft gevolgd. Daarbij is van belang dat zijn medewerkster [naam], erflaatster op juiste wijze naar de notaris heeft doorverwezen na het kennismakingsgesprek op 8 juni 2010. Het feit dat de notaris niet twee medewerkers als getuigen op heeft laat treden bij het passeren van de akte kan de notaris niet worden verweten aangezien dit slechts een advies van de KNB betreft en bovendien de notaris zich bij zijn uiteindelijke besluitvorming heeft laten bijstaan door een van zijn medewerkers, te weten [naam].