ECLI:NL:TNORARL:2014:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/68

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2014:33
Datum uitspraak: 23-01-2014
Datum publicatie: 18-09-2014
Zaaknummer(s): AL/2013/68
Onderwerp: Overig
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Voor zover klager het onethisch vindt dat de notaris een affectieve relatie met een voormalig werkneemster/cliënte is aangegaan, overweegt de kamer dat geen enkele beroepsregel zich daartegen verzet. Wat betreft de door klager dienaangaande gestelde samenhang met een onprofessionele en ongeloofwaardige handelwijze van de notaris heeft te gelden dat hij een en ander niet heeft gesubstantieerd. 

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT

ARNHEM-LEEUWARDEN                              

Kenmerk: AL/2013/68

Beslissing van de Kamer voor het notariaat op de klacht van

[X] ,  

wonende te [..],

hierna: klager,

tegen

[..],

notaris te [..],

hierna: de notaris,

gemachtigde: mr. G.J. van Oosten.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het klaagschrift van 6 mei 2013;

- het verweerschrift van 10 juni 2013;

- een e-mail van klager van 13 november 2013.

1.2 De klachtzaak is behandeld ter zitting van de Kamer voor het notariaat (hierna: kamer)  van 6 december 2013.  Klager is na een voorafgaand bericht van afwezigheid  niet ter zitting verschenen.  De notaris is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. G.J. van Oosten, advocaat te Amsterdam.

2. De feiten

2.1 Gelet op hetgeen klager en de notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van door hen overgelegde stukken, gaat de kamer uit van de volgende feiten.

2.2 Op 16 maart 2001 is ten behoeve van klager en diens partner, mevrouw [A] (hierna: [A]) een samenlevingscontract notarieel verleden.  

2.3 Van 15 november 2010 tot maart 2012 is [A] werkzaam geweest als secretaresse op het kantoor van de notaris. In juli 2011 hebben klager en [A] de notaris verzocht om een aanvulling te maken op eerder genoemd samenlevingscontract. Voorafgaand aan het passeren van de door de notaris opgestelde aanvulling, hebben klager en [A] ten overstaan van de notaris een uitvoerige bespreking gehad over de inhoud van de aanvulling en over de consequenties en risico’s ervan. De aanvulling op het samenlevingscontract is door de waarnemer van de notaris, [B], op 22 juli 2011 gepasseerd.

2.4 De notaris en [A] hebben na het passeren van de akte een affectieve relatie gekregen.  Deze heeft geduurd van maart 2012 tot oktober 2012. In april 2013 is klager van die relatie op de hoogte geraakt.

3.  De klacht

3.1 Klager verwijt de notaris dat hij bij de opstelling van de aanvulling en de advisering daarover aan klager en [A] niet onafhankelijk heeft gehandeld. Hij vindt dat de notaris onethisch gehandeld heeft en acht zijn handelen onprofessioneel en ongeloofwaardig.

4. Overwegingen

4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de  Wet op het notarisambt (hierna:Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

4.2 Het voorgaande brengt met zich dat de kamer zich dient te beperken tot de vraag of sprake is van tuchtrechtelijk gezien laakbaar handelen van de notaris. Het behoort derhalve niet tot haar bevoegdheid om de aanvulling op het samenlevingscontract nietig te verklaren zoals klager in zijn klaagschrift heeft verzocht.

4.3 Voorts is in onderhavige klachtzaak artikel 17 Wna van belang. In dit artikel is bepaald dat de notaris zijn ambt in onafhankelijkheid uitoefent en de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken partijen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behartigt.

4.4  De notaris heeft volgens klager niet onafhankelijk gehandeld bij het opstellen van de aanvulling op het samenlevingscontract en de bespreking daarvan met klager en [A] omdat [A] een buitenechtelijke relatie met de notaris onderhield. 

4.5 Volgens de notaris heeft bedoelde relatie bestaan in de periode van maart 2012 tot oktober 2012. Eerder was er zelfs geen uitzicht op een relatie, zo heeft de notaris naar voren gebracht.  Dit heeft klager niet betwist. De kamer concludeert dan ook dat ten tijde van de opstelling van de aanvulling op het samenlevingscontract door de notaris en zijn bespreking daarvan met klager en [A] geen sprake was van een affectieve relatie tussen de notaris en mevrouw [A]. Gelet hierop ontbeert het verwijt naar het oordeel van de kamer feitelijke grondslag en is de klacht ongegrond.

4.6 Voor zover klager het onethisch vindt dat de notaris een affectieve relatie met een voormalig werkneemster/cliënte is aangegaan, overweegt de kamer dat geen enkele beroepsregel zich daartegen verzet. Wat betreft de door klager dienaangaande gestelde samenhang met een onprofessionele en ongeloofwaardige handelwijze van de notaris heeft te gelden dat hij een en ander niet heeft gesubstantieerd.  Om deze reden faalt ook deze klacht.

4.7 Gelet op het vorenstaande wordt als volgt beslist.

5. Beslissing

De Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;

-          verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, plv. voorzitter, mrs. I. van Dorp, V. Oostra en T.K. Lekkerkerker en E.J. Oostrik, plv. leden,  in tegenwoordigheid van mr. G.A. Genee, secretaris en uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2014.

De secretaris,                                                                                  De plv. voorzitter,

Tegen deze beslissing van de kamer van toezicht kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam.

Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.