ECLI:NL:TNORARL:2014:32 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/67
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2014:32 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 23-01-2014 |
| Datum publicatie: | 18-09-2014 |
| Zaaknummer(s): | AL/2013/67 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Het mag zo zijn dat klager deze specificaties onvoldoende duidelijk vindt en dat hij niet datgene van de notaris heeft ontvangen wat hij wenste te ontvangen, de kamer is van oordeel dat de notaris de rekeningen steeds op het verzoek van klager en op de binnen het notariaat gebruikelijke wijze heeft opgemaakt en vervolgens verstrekt. De kamer is van oordeel dat de notaris haar werk consciëntieus en rekening houdend met belangen van meerdere erven heeft uitgevoerd. Bovendien heeft klager uit het oog verloren dat de volmachten die door de erven aan de notaris zijn verstrekt, de notaris een redelijke mate van vrijheid om te handelen hebben gegeven. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT
ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: AL/2013/67
Beslissing van de Kamer voor het notariaat op de klacht van
[X] ,
wonende: [..],
hierna: klager,
tegen
[..],
kandidaat-notaris te [..],
hierna: de notaris,
gemachtigde: mr. G. van Atten.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, met bijlagen van 11 april 2013;
- het verweerschrift, met bijlagen van 5 juli 2013;
- de dupliek van 18 augustus 2013 met bijlagen;
- de repliek van de notaris van 13 september 2013 met bijlagen.
1.2 De klachtzaak is behandeld ter zitting van de Kamer voor het notariaat (hierna: kamer) van 6 december 2013. Klager en de notaris zijn verschenen. De notaris werd bijgestaan door mr. G. van Atten, advocaat te Amsterdam.
2. De feiten
2.1 Gelet op hetgeen klager en de notaris over en weer hebben aangevoerd en op basis van door hen overgelegde stukken, gaat de kamer uit van de volgende feiten.
2.2 De notaris was belast met de afwikkeling van de nalatenschap van wijlen mw. [A], overleden op 6 maart 2010, hierna te noemen erflaatster. Tot haar nalatenschap waren 16 erfgenamen gerechtigd. Klager was bij de afwikkeling van de nalatenschap gemachtigde van één van de erfgenamen, [B] (hierna: [B]), broer van erflaatster en schoonvader van klager.
2.3 De notaris heeft [B] bij brief van 10 juni 2010 laten weten dat [C] (inmiddels [D]) te [..] -in de persoon van de notaris- op 25 maart 2010 de opdracht had ontvangen om over te gaan tot de afwikkeling van de nalatenschap van [E] en [F]. Zij biedt excuses aan voor het feit dat het lang heeft geduurd voordat zij de overige erfgenamen heeft aangeschreven.
2.4 Klager heeft de notaris per e-mail van 13 juli 2010 laten weten dat hij [B] op zijn verzoek vertegenwoordigde ten aanzien van alle aspecten betreffende de nalatenschap en gevraagd wat de kosten van de afwikkeling zouden zijn. Dit verzoek heeft hij herhaald per e-mail van 28 augustus 2010. De notaris heeft hierop, onder aanbieding van excuses voor de late beantwoording, geantwoord per e-mail van 10 september 2010. In die e-mail staat onder meer:
“Het uurtarief dat door ons kantoor in rekening worden gebracht voor het afwikkelen van de nalatenschap (…) bedraagt € 165, exclusief 19 % omzetbelasting.
2.5 Op 1 oktober heeft klager per e-mail gereageerd op een brief van de notaris aan [B] van 28 september 2010. Hij heeft de notaris laten weten dat [B] hem (al) een boedelvolmacht heeft verstrekt en dat klager zijn belangen behartigt. Voorts dat de erfenis wordt aanvaard wat de notaris ook uit klagers e-mail van 13 juli en 28 augustus 2010 had kunnen afleiden. Tevens heeft hij gevraagd om toezending van een verklaring van boedelvolmacht en heeft hij gevraagd om welke reden en op grond van welk wetsartikel hij die op het kantoor van de notaris zou moeten ondertekenen. Hij heeft vraagtekens geplaatst bij de volgens hem door de notaris gehanteerde ‘koppelverkoop’ inhoudende dat een verklaring van zuivere aanvaarding wordt gekoppeld aan een volmacht van het notariskantoor en verzocht om de namen en adressen van de (vertegenwoordigers van) de andere erfgenamen.
2.6 De notaris heeft de erven een declaratie met dagtekening 29 oktober 2010 gezonden. In die declaratie zijn onder meer opgenomen:
“Notariële kosten
Tussentijdse declaratie voor werkzaamheden t.b.v de nalatenschap ( 28,36 uur à 165,-)
Leges
griffierechten rechtbank i.v.m. verwerpingen (2x)”
2.7 Op 23 november 2012 schrijft hij de notaris per e-mail dat hij zich afvraagt of de notaris de juiste persoon is om de nalatenschap af te handelen en dat hij zich stoort aan de inactiviteit van de notaris. De notaris had hem nog geen antwoord gegeven op zijn vraag over het wetsartikel en evenmin had zij een bijeenkomst met alle erfgenamen gearrangeerd waarvan zij klager op 12 oktober 2010 had medegedeeld dat in de week daaropvolgend te zullen doen.
2.8 Bij brief van 23 november 2010 informeert de notaris alle erven over de afhandeling van de nalatenschap. Daarin doet zij een voorstel over de taxatie van de woning, een mededeling over (de verdeling van) de inboedel, sieraden en kleding en vraagt zij ter zake (zo nodig) een reactie van de erfgenamen. In de brief is opgenomen dat, als een erfgenaam verhinderd is om bij de verdeling aanwezig te zijn deze, zonder kosten, een bij de brief gevoegde verklaring op het kantoor van de notaris kan tekenen zodat legalisatie van de handtekening kan plaats vinden.
2.9 Per e-mail van 25 november 2010 vraagt klager de notaris om antwoord op zijn e-mail van 23 november 2010 omdat hij dat, volgens hem nog steeds niet, heeft ontvangen en reageert hij als volgt op de brief aan de erfgenamen van 23 november 2010:
“U zult de verkoop en toedeling van de woning aan een koper of erfgenaam met mij moeten afstemmen. U bent niet gemachtigd hierover alleen te beschikken. Ik wil zo spoedig mogelijk weten welke erfgenaam belangstelling heeft om de woning te kopen.
Ik maak bezwaar tegen uw declaratie. Ik wil van u een specificatie van uw werkzaamheden en de tijd die daarmee gemoeid is. U schrijft uw tijd blijkbaar per minuut gelet op de in rekening gebrachte tijd en ik zie dit graag in een specificatie terug.
Verder ben ik bijzonder verbaasd dat u meent de kosten van het verwerpen van de nalatenschappen door twee erfgenamen in rekening te moeten brengen. Hoe komt u er bij om dat te doen?
Ik heb me al een paar keer kritisch moeten uitlaten over uw functioneren en verzoek u dringend dit aan te passen. (…)”
2.10 Per e-mail van 29 november 2010 ontvangt klager een reactie van de notaris op zijn e-mailberichten van 23 en 25 november 2010. De notaris heeft daarbij een urenspecificatie gevoegd en klager laten weten dat de kosten van het verwerpen van de nalatenschap voor rekening dienen te komen van degene die de nalatenschap heeft verworpen en dat zij dat bij de uiteindelijke verdeling van de nalatenschap recht zal zetten.
2.11 Klager bericht de notaris per e-mail van 29 november 2010 niet akkoord te kunnen gaan met de urenspecificatie bij de e-mail van 29 november 2010. Hij schrijft:
“Vooralsnog kan niet akkoord worden gegaan met uw declaratie en wel om meerdere redenen. U maakt bijvoorbeeld absoluut niet duidelijk welke werkzaamheden zijn verricht. De ‘omschrijving’ administratieve werkzaamheden’ kan niet vager en geeft geen enkel inzicht in wat is gebeurd. Verder wordt niet vermeld welke bespreking heeft plaats gevonden en waarover, noch welke aktes zijn opgemaakt.
U hanteert een eenheidstarief waarbij voor alle medewerkers hetzelfde tarief geldt. (…)
Mij is inmiddels duidelijk dat het verwerpen van de nalatenschap door twee zusters van erflaatster geheel door uw kantoor is verzorgd en ik heb vernomen dat daartoe zelfs een bespreking bij één van die verwerpers in het verzorgingstehuis heeft plaatsgevonden. Niet uitsluitend de griffierechten maar ook de door uw kantoor bestede tijd voor het opmaken van de desbetreffende verzoeken c.q. verklaringen aan de Rechtbank, alsmede uw advisering en overleg terzake aan de betrokkene verwerpers en hun plaatsvervullers, zullen voor hun rekening moeten komen. Ik vind dit een bijzonder kwalijke zaak.
2.12 De notaris reageert op de e-mail van klager per e-mail van 30 november 2010 waarin zij verwijst naar haar e-mail van 10 september 2010 waarin ze het uurtarief heeft vermeld en opmerkt dat het haar vreemd voorkomt dat klager daartegen alsnog bezwaar maakt. Ten aanzien van de kosten van verwerping meldt de notaris dat de activiteiten bestonden uit het voeren van korte gesprekken en het opstellen van een korte verklaring van verwerping en toezending daarvan aan de beide erfgenamen. Volgens de notaris wijkt de tijd die daaraan is besteed niet veel af van de tijd die zij bijvoorbeeld heeft besteed aan het aanpassen van de volmacht/verklaring van klagers schoonvader omdat klager als zijn gemachtigde optreedt.
Per e-mail van 2 december 2010 laat klager de notaris weten dat de extreem hoge tariefstelling voor elke medewerker van het kantoor de noodzaak van een uitvoerige toelichting met zich brengt.
2.13 Nadat de notaris de erven bij brief van 20 december 2010, een declaratie voor werkzaamheden tot 10 december 2010 heeft gestuurd en hen heeft geïnformeerd over de woning, de inboedel/kleren/sieraden/munten en de aangifte erfbelasting/inkomstenbelasting en legaten heeft klager haar per e-mail van 21 december 2010 laten weten van mening te zijn dat de waardering van de roerende zaken veel te hoog is geweest en dat de hoogte van de WOZ waarde van de woning in de aangifte hem wel erg hoog voorkomt. Voorts heeft hij om een specificatie gevraagd van de door het kantoor in rekening gebrachte uren.
2.14 Per e-mail van 4 januari 2011 laat klager de notaris weten het niet eens te zijn met de declaratie en urenspecificatie die de notaris hem bij brief van 24 december 2010 heeft toegezonden. Hij schrijft daarin verder:
‘Ik zal dat in een nadere fase nader toelichten en weer aan de orde stellen om de voorkomen dat u op mijn bezwaren reageert en die tijd ook weer in rekening brengt. (…)’
2.15 Bij brief van 1 februari 2011 deelt de notaris de erven mede dat het gemiddelde van de getaxeerde waarde van de woning in twee taxatierapporten, € 320.000 is en dat zij bezwaar heeft gemaakt tegen de aanslag erfbelasting omdat sieraden lager zijn gewaardeerd en omdat er een definitieve berekening zorgtoeslag en een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2009 is nagekomen. Tevens vraagt ze de erven voor 14 februari 2011 om een schriftelijke reactie op een vraag over de verkoop van de woning. Omdat de notaris van hem geen reactie had ontvangen, heeft ze [B] op 14 en 15 februari 2011 opgebeld en bij brief van 18 februari 2011 verzocht om voor 28 februari 2011 te reageren. De reactie heeft de notaris bij brief van 5 maart 2011 ontvangen.
In een brief van 27 april 2011 informeert de notaris de erven dat zij bezwaar heeft gemaakt tegen de WOZ-beschikking van de woning en tegen de erfbelasting. De WOZ waarde is (naar waardepeildatum 1-1-2010) van € 378.000 verlaagd naar € 356.000.
2.16 In de e-mail van 11 mei 2011 schrijft klager aan de notaris:
"Allereerst wil ik opmerken dat ik heel erg veel spijt heb dat de erven met uw kantoor in zee zijn gegaan. Ik vind het meer dan schandalig zoals u de belangen van de erven behartigt en het idee leeft bij wel heel erg dat u slechts probeert zoveel mogelijk uren te schrijven. De tijd die u nodig hebt om deze boedel afte werken is ronduit belachelijk en schaadt de belangen van de erven.
Uw opmerking over de "dubbele pet" van [G] en [H] is ronduit ridicuul. Het feit dat deze makelaar misschien een koper heeft is juist een reden om de opdracht te verlenen. (...).
Ik ga er niet mee akkoord dat bij een bod van meer dan de minimumverkoopprijs door twee
medewerkers van uw kantoor een voorlopige koop overeenkomst wordt gesloten. Ik wil hierbij zelf betrokken blijven omdat ik totaal geen vertrouwen heb uw kantoor.
Ik begreep dat u bezwaar heb gemaakt tegen de WOZ-beschikking omdat u hierop door één van de erven bent gewezen. ( ... ) nu is mij duidelijk dat u weer hebt zitten slapen en dat u zelf niet hebt kunnen bedenken dat de WOZ-waarde veel te hoog is vastgesteld. Het mag duidelijk zijn dat hierdoor veel te veel successierechten worden betaald. ( ... )”
2.17 Bij brief van 16 mei 2011 heeft de notaris de erven geïnformeerd inzake de (verkoop van de) woning en vraagt zij om een bijgevoegde verklaring te ondertekenen. Daarin deelt zij mede dat de WOZ waarde in de beslissing op het bezwaar is verlaagd naar € 356.000 en stuurt zij een tussentijdse declaratie voor de periode vanaf 10 december 2010 tot 15 mei 2011 waaraan ze toevoegt dat het bedrag als gevolmachtigde van de erfgenamen zal worden voldaan van één van de boedelrekeningen.
2.18 Bij brief van 30 mei 2011 schrijft klager de notaris:
“Bijgaand de machtiging plus kopie identiteitsbewijs. Het laatste hebt u echter al zodat uw verzoek wat dat betreft overbodig is lijkt mij. Reageer hier maar niet op. Wel ontvang ik graag een specificatie van uw declaratie. Bij nieuwe declaraties zou ik ook graag een specificatie ontvangen, en dat zou u inmiddels ook wel uit eigen beweging kunnen doen.”
De specificatie stuurt de notaris klager bij brief van 31 mei 2011.
2.19 Bij brief van 4 juli 2011 informeert de notaris de erven dat klager de contactpersoon wordt van alle erfgenamen met de makelaar, in de onderhandelingsfase van de verkoop van de woning.
2.20 Bij brief van 2 april 2012 laat zij de erven weten dat en waarom het sado van de bankrekeningen ontoereikend is om de reguliere betalingen te doen en verzoekt zij hen met elkaar te overleggen hoe nadien de betalingen moeten worden gedaan.
2.21 Nadat klager de notaris per e-mail van 13 juni 2012 heeft gevraagd op welk bankrekeningnummer de aanvullingen gestort kunnen worden, antwoordt de notaris per e-mail van 26 juni 2012 onder aanbieding van haar excuses voor de late beantwoording.
2.22 Bij brief van 21 augustus 2012 informeert de notaris de erven over de aanvullingen en stuurt ze een declaratie met specificatie voor werkzaamheden vanaf 16 mei 2011 tot en met juni 2012. Vanwege een nog resterend tekort op de betaalrekening verzoekt ze de erfgenamen (elk voor hun deel) de declaratie te voldoen.
2.23 De levering van de woning heeft plaatsgevonden op 2 november 2012 door notaris [I]. Een medewerker van zijn kantoor heeft de notaris laten weten dat alle erven op 2 november 2012 te kennen hadden gegeven dat de gelden naar de boedelrekening overgemaakt konden worden.
2.24 In de aan klager voorgelegde akkoordverklaring Inzake de uitbetaling van bedragen uit
de nalatenschap, gedateerd 4 april 2013 is onder meer het volgende opgenomen:
"[Ondergetekende verklaart] zich te realiseren dat indien op 4 april 20 13 niet alle erfgenamen de akkoord verklaring hebben getekend of blijkt dat naar aanleiding van opmerkingen van één of meer erfgenamen de stukken moeten worden aangepast en/of extra werkzaamheden moeten worden verricht:
- onderstaand bedrag niet op 4 april 2013 kan worden uitbetaald
- er een herberekening komt van de uit te keren bedragen
- [D] genoodzaakt is om de hiermee gepaard gaande extra kosten in rekening te
brengen"
3. De klacht
Klager verwijt de notaris dat zij in strijd heeft gehandeld met een integere beroepsuitoefening zoals is voorgeschreven in de verordening beroeps- en gedragsregels 2011 voor het ambt van de notaris. Klager heeft in dat kader de volgende tien klachtonderdelen geformuleerd.
1. het weigeren om specificaties te verstrekken;
2. het verstrekken van specificaties welke niet, of niet voldoende duidelijk maken welke werkzaamheden zijn verricht;
3. het in rekening brengen van onredelijke en niet overeengekomen kosten;
4. het verrichten van werkzaamheden waarvan de in rekening gebrachte kosten voorzienbaar niet opwegen tegen het daarmee gemoeide belang;
5. het verrichten van onnodige werkzaamheden;
6. nalatigheid bij het vaststellen van de WOZ-waarde van een tot de nalatenschap behorende onroerende zaak;
7. laksheid bij het verrichten van werkzaamheden;
8. fouten bij de verdeling van de nalatenschap;
9. het onder druk zetten van erfgenamen om akkoord te gaan met de verrichte werkzaamheden en/of declaraties onder dreiging van niet uitbetaling erfdeel en extra kosten;
10. het hanteren van één tarief voor de werkzaamheden van de notaris en van de medewerkers van het kantoor.
4. Overwegingen
4.1 Ingevolge artikel 93, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (hierna:Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.
4.2 Ingevolge artikel 99 Wna, voor zover hier van belang, kan een klacht tegen een notaris worden ingediend door een ieder met enig redelijk belang.
De Memorie van Toelichting bij dit artikel (wetsontwerp 32 250 inzake de Wet tot wijzig van onder meer de Wet op het notarisambt) luidt voor zover van belang:
“In de voorgestelde herziene tekst van het eerste lid wordt geëxpliciteerd dat de kring van degenen die een tuchtrechtelijke klacht kunnen indienen bestaat uit een ieder die enig redelijk belang heeft bij de indiening van een klacht. Dit belang kan volgen uit betrokkenheid bij een specifieke zaak of bestaan uit een belang bij de handhaving van de beroepsnormen en -regels voor het notariaat. Naast de cliënt van de notaris, de KNB en het Bureau kan hierbij, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, worden gedacht aan belangenorganisaties, het openbaar ministerie en instanties die zijn belast met het taken die raken aan werkzaamheden van de notaris, zoals gemeenten, de belastingdienst of het kadaster. Er geldt dan ook een ruim belanghebbendenbegrip: een rechtstreeks belang bij de klacht is niet zonder meer vereist, ook een indirect of afgeleid belang van de klager kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Hiermee is een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure beoogd; ter ondersteuning van de corrigerende functie van het tuchtrecht en het zelfreinigend vermogen van de beroepsgroep”.
4.2.1 Hieruit volgt naar het oordeel van de kamer dat klager, anders dan de notaris aanvoert , in zijn klacht kan worden ontvangen omdat hij als vertegenwoordiger van een van de erfgenamen nauw betrokken was bij de afhandeling van de nalatenschap en daarover (steeds) met de notaris heeft gecommuniceerd. In verband daarmee kan hij worden aangemerkt als indirect belanghebbende in bovenvermelde zin. Bovendien heeft klager voldoende aannemelijk gemaakt dat hij anderszins door zijn schoonvader eveneens is gemachtigd tot het indienen van onderhavige klacht.
4.3 De kamer overweegt voorts bevoegd te zijn tot het opleggen van de tuchtrechtelijke
maatregelen zoals waarschuwing, berisping, schorsing in de uitoefening van het ambt en
ontzetting uit het ambt. Zij is niet bevoegd de notaris te veroordelen tot het betalen van een
schadevergoeding noch tot aanpassing van de declaraties van de notaris zoals door klager is
gevraagd.
4.4 De klachtonderdelen 3 en 10 komen neer op verwijten over de hoogte van de in rekening
gebrachte bedragen voor de verrichte werkzaamheden en/of overige aan de afhandeling van
de nalatenschap verbonden kosten. Ingevolge het bepaalde in artikel 55, tweede lid Wna, in
samenhang gelezen met de door de ledenraad van de KNB vastgestelde en per 1 januari
2013 in werking getreden Verordening klachten- en geschillenregeling is de beslechting van
geschillen daarover voorbehouden aan een geschillencommissie.
Voor deze klachtonderdelen geldt evenwel voorts dat een notaris bij het indienen van declaraties de in artikel 99, eerste lid Wna neergelegde norm in acht dient te nemen en dat de tuchtrechter aan de hand van die norm dient te beoordelen of er sprake is geweest van een zodanige handelwijze van de notaris dat zulks een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert. Naar het oordeel van de kamer blijkt uit de stellingname van klager dat en waarom hij de in rekening gebrachte kosten te hoog vindt; dit is in hoofdzaak gelegen in het hanteren van een uniform tarief voor de notaris en alle medewerkers van haar kantoor, traag werken, werkzaamheden dubbel uitvoeren, onnodige werkzaamheden verrichten en het in rekening brengen van het opstellen van specificaties van de declaraties; klager heeft echter niet onderbouwd waarom zijn opvatting de conclusie zou rechtvaardigen dat de notaris met die handelwijze genoemde tuchtrechtelijke norm heeft overschreden. Klachtonderdelen 3 en 10 zijn hierom ongegrond.
4.5 Klachtonderdelen 1 en 2 zien op de aan de notaris verweten weigering om specificaties van declaraties te verstrekken en het feit dat klager van oordeel is dat de verstrekte specificaties niet of niet voldoende duidelijk maken welke werkzaamheden zijn verricht. In dat kader verwijst klager in zijn algemeenheid naar bij het klaagschrift gevoegde bijlagen en het niet specificeren van de slotdeclaraties van 18 maart 2003 waarbij is gedreigd met extra kosten en niet uitbetalen van erfdelen indien alsnog om een declaratie zou worden gevraagd en wijst hij voorts op bijlagen 11, 19, 26 en 31 bij het klaagschrift daartoe stellende dat vaak in het geheel niet wordt aangegeven welke administratieve werkzaamheden zijn verricht en onduidelijk blijft met wie er een bespreking heeft plaats gevonden, terwijl met name na de ontvangst van de eerste declaratie meerdere keren is gevraagd om een uitgebreide specificatie van de werkzaamheden.
4.5.1 Voor de beoordeling van deze verwijten is artikel 55, eerste lid Wna van belang waarin
is bepaald dat de notaris verplicht is om op verzoek van een cliënt een rekening van zijn
honorarium voor ambtelijke werkzaamheden en de overige aan de zaak verbonden kosten op
te maken, waaruit duidelijk blijkt op welke wijze het in rekening gebrachte bedrag is
berekend.
4.5.2 Uit het dossier komt naar het oordeel van de kamer naar voren, en zo heeft de notaris ter
afweer van deze verwijten ook betoogd, dat de notaris op de verzoeken van klager specificaties te verstrekken van 25 november 2010, 21 december 2010 en 16 mei 2011, op 29 november 2010, 24 december 2010 respectievelijk 31 mei 2011 specificaties van haar declaraties heeft overgelegd. Het mag zo zijn dat klager deze specificaties onvoldoende duidelijk vindt en dat hij niet datgene van de notaris heeft ontvangen wat hij wenste te ontvangen, de kamer is van oordeel dat de notaris de rekeningen steeds op het verzoek van klager en op de binnen het notariaat gebruikelijke wijze heeft opgemaakt en vervolgens verstrekt. De specificaties die de notaris gegeven heeft, kunnen als gebruikelijk worden aangemerkt. De kamer ziet geen aanleiding te beslissen dat de notaris gehouden was aan klager nog meer gespecificeerde overzichten van haar werkzaamheden te verstrekken . Wat betreft het verwijt dat van de slotdeclaratie geen specificatie is opgemaakt is de kamer niet gebleken dat klager daarom heeft verzocht zodat het verwijt geen doel treft.
4.5.3 Klachtonderdelen 1 en 2 zijn ongegrond.
4.6 Klachtonderdelen 4 en 5 zien op het verwijt dat de notaris overbodige werkzaamheden heeft verricht . In klachtonderdeel 4 verwijt klager de notaris dat de kosten die waren gemoeid met het inleveren van een biljet van 10 gulden niet opwogen tegen de opbrengst van € 4,54 en was volgens hem op voorhand duidelijk dat de kosten van de werkzaamheden ten behoeve van de sieraden en een zakje met centen en dubbeltjes, veel hoger zouden zijn dan de baten. In klachtonderdeel 5 verwijt klager de notaris verder onnodig werkzaamheden te hebben verricht. De notaris heeft volgens klager alle bankafschriften ingeboekt ten behoeve van de staat van inkomsten en uitgaven terwijl zij bij haar verantwoording eenvoudigweg had kunnen volstaan met het overleggen van kopieën van de betreffende bankafschriften. Daarnaast heeft de notaris in meerdere brieven vaak letterlijk herhaald wat reeds eerder was medegedeeld in een voorafgaande brief aan de erven, heeft de notaris uitgebreidere antwoorden gegeven dan werden gevraagd, en werden in het gehele traject meerdere keren dezelfde bijlagen naar de erven gestuurd. Volgens klager was de brief van 4 juli 2011 aan de erven tenslotte overbodig. Ter afweer hiervan heeft de notaris naar voren gebracht dat ook werkzaamheden met een gering financieel belang tot de werkzaamheden ten behoeve van de afwikkeling van de nalatenschap behoren en heeft zij betwist onnodige werkzaamheden te hebben verricht daartoe stellende dat het aan de notaris is om bankafschriften daadwerkelijk te controleren en te verwerken in een rekening en verantwoording en ook bij uitstek haar taak om alle erfgenamen volledig en zorgvuldig in te lichten over de uit te voeren handelingen, de uitgevoerde handelingen en over de onderliggende stukken. Wat betreft de brief van 4 juli 2011 gold volgens de notaris dat het verzoek tot het aanstellen van klager als contactpersoon van een aantal erfgenamen kwam waarover de notaris alle erfgenamen diende in te lichten.
4.6.1 Ofschoon de kamer begrip kan hebben voor het feit dat klager gedragingen als de omwisseling van het 10 gulden biljet als overbodig althans onevenredig kostbaar beschouwt , is de kamer niet gebleken dat de werkzaamheden, die door de notaris heeft verricht, als overbodig of onnodig aangemerkt moeten worden. De kamer is van oordeel dat de notaris haar werk consciëntieus en rekening houdend met belangen van meerdere erven heeft uitgevoerd. Bovendien heeft klager uit het oog verloren dat de volmachten die door de erven aan de notaris zijn verstrekt, de notaris een redelijke mate van vrijheid om te handelen hebben gegeven. Daarbij merkt de kamer op dat de vraag of werkzaamheden efficiënter uitgevoerd hadden kunnen worden of hadden kunnen worden uitbesteed een civielrechtelijke- en geen tuchtrechtelijke aangelegenheid betreft.
4.6.2 Klachtonderdelen 4 en 5 zijn gelet op vorenstaande ongegrond.
4.7 Het verwijt in klachtonderdeel 6 , inhoudende dat de notaris niet op eigen initiatief bezwaar tegen de WOZ waarde van de woning heeft ingesteld mist tuchtrechtelijke relevantie. Dit geldt in het verlengde daarvan ook voor het niet instellen van beroep tegen de in de beslissing op het bezwaar vastgestelde nieuwe waarde nu de notaris de erven daarover heeft geïnformeerd en van hen geen opdracht heeft gekregen tot het instellen van dat beroep.
4.7.1 Wat betreft het verwijt van klager dat de notaris heeft verzuimd om een beroep te doen op het Uitvoeringsbesluit Wet waardering onroerende zaken overweegt de kamer het volgende.
Ingevolge (de Nota van toelichting bij) die regeling kan een onherroepelijk vaststaande beschikking tot vaststelling van de waarde van onroerende zaken ingevolge de Wet waardering onroerende zaken ambtshalve worden verminderd indien achteraf (doch binnen 5 jaren na het nemen van de waardebeschikking) blijkt dat de waarde beduidend te hoog is vastgesteld. De waarde die had behoren te zijn vastgesteld, beoordeeld naar, onder meer, de waardepeildatum die hoort bij het tijdvak waarvoor de WOZ-waarde is vastgesteld, moet ten minste 20 percent (met een minimum van 10.000 gulden) lager zijn dan de oorspronkelijk bij beschikking vastgestelde waarde.
Het verlenen van een dergelijke vermindering heeft betrekking op het tijdvak waarvoor de oorspronkelijk te hoge waarde is vastgesteld.
Volgens klager is de WOZ-waarde voor het jaar 2010 van € 356.000 te hoog vastgesteld omdat de woning in 2012 is verkocht voor € 280.000. Uit deze verkoopprijs, bezien in relatie tot de WOZ-waarde naar waardepeildatum 1 januari 2009 blijkt naar het oordeel van de kamer echter niet zonder meer, zeker niet gelet op de verslechterende onroerend goed markt sedertdien, dat de waardebeschikking beduidend te hoog is geweest. De enkele rekensom die klager heeft gemaakt en die de voorgeschreven minimale waardevermindering volgens de Uitvoeringsregeling tot uitkomst heeft maakt niet dat de notaris door het achterwege laten van het indienen van een verzoek tot ambtshalve vermindering van de vastgestelde waarde naar waardepeildatum 1 januari 2009 haar zorgplicht heeft verzaakt en tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
4.8 Ter onderbouwing van klachtonderdeel 7 somt klager veertien punten op waaruit volgens
hem blijkt dat de notaris (dan wel het notariskantoor) blijk geeft van een enorme laksheid bij
het verrichten van de werkzaamheden. Samengevat is dit verwijt gebaseerd op traagheid in
het afwikkelen van formaliteiten, in het beantwoorden van e-mails, in het uitvoeren van
werkzaamheden, in het zoeken van een makelaar en in het overgaan tot de verdeling.
Daarnaast ziet de klacht op het niet op eigen initiatief verstrekken van specificaties van declaraties en op de wijze van uitvoering van werkzaamheden. Als gevolg hiervan heeft de afwikkeling langer dan drie jaar geduurd en hebben de erven schade geleden, zo heeft klager betoogd.
Kennisname van het dossier brengt de kamer echter tot het oordeel dat sneller reageren door de notaris hier en daar wellicht mogelijk en gewenst was geweest, hetgeen de notaris ook heeft erkend, doch dat anderzijds de door klager opgesomde punten, bezien tegen de achtergrond van de door de notaris gevolgde uiterst zorgvuldige werkwijze bij de afhandeling van de nalatenschap waarbij zestien erven betrokken waren , geen reden vormen voor een oordeel van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de notaris maar door klager lijken te zijn geuit tegen de achtergrond van een door hem als gebruikelijk veronderstelde notariële handelwijze en de presumptie van klager dat de notaris gedreven werd door geldelijke overwegingen, door klager getypeerd als geldklopperij. Klachtonderdeel 7 is hierom ongegrond.
4.9 De notaris heeft het verwijt in klachtonderdeel 8 erkend. Zij heeft naar voren gebracht dat
de griffierechten voor het verwerpen van de nalatenschap niet ten laste van alle erfgenamen
hadden mogen worden gebracht. Eveneens heeft zij erkend dat zij de kosten die aan de verwerping verbonden waren, zoals zij klager had toegezegd, niet bij de uiteindelijke verdeling heeft recht gezet. Het niet nakomen van deze toezegging komt naar het oordeel van de kamer op zich in strijd met de op de notaris rustende zorgplicht. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond.
Deze bedenking rechtvaardigt naar het oordeel van de kamer, gelet op het gehele kader waarin dit zich heeft voorgedaan, echter niet het opleggen van een maatregel. Redengevend daartoe is dat de notaris overigens in de uitvoering van haar werkzaamheden de benodigde zorgvuldigheid heeft betracht en heeft gedeclareerd op een wijze die als gebruikelijk geldt,
door kosten van werkzaamheden over de gehele boedel te verdelen. Voorts is niet gebleken
dat de notaris onevenredig veel tijd heeft besteed aan de erven die de nalatenschap hebben
verworpen en volgt de kamer klager niet in zijn stelling dat ook andere kosten dienaangaande niet voor rekening van alle erfgenamen kwamen wat er toe leidt dat de erfgenamen door het verzuim van de notaris voor een gering bedrag zijn benadeeld. Tenslotte betrekt de
kamer hierbij dat de notaris in haar verweerschrift heeft toegezegd dit bedrag (alsnog) te
crediteren ten gunste van de niet verwerpende erfgenamen naar rato van hun erfdeel.
4.10 In klachtonderdeel 9 verwijt klager de notaris dat zij de erfgenamen heeft gedwongen
om akkoord te gaan met een groot aantal eisen en voorwaarden. Uit de door de notaris
overgelegde akkoordverklaring blijkt volgens klager dat de erfgenamen (moreel) werden
gedwongen om akkoord te gaan met een groot aantal eisen en voorwaarden. Indien deze
verklaring niet zou worden getekend dan wel indien zou blijken dat aanpassing of verrichting van extra werkzaamheden nodig was, impliceerde dat, dat de erfdelen niet zouden worden uitbetaald en extra kosten in rekening zouden worden" gebracht. Klager vindt het in strijd met de redelijkheid en billijkheid dat de notaris haar factuur zonder overleg of afspraken
dienaangaande, waarvan volgens hem geen sprake was geweest, heeft verrekend met gelden die de notaris van de erfgenamen onder zich houdt. Onrechtmatig vindt klager voorts de verrekening door de notaris van haar slotdeclaraties met gelden welke zij 3,5 maand onder zich heeft gehouden.
De notaris heeft zich hiertegen verweerd en naar voren gebracht dat haar niet gebleken is van
akkoordverklaringen die niet in vrijheid zijn afgelegd en dat de erven akkoord hebben gegeven voor de verrekening in de akkoordverklaring.
4.10.1 Naar het oordeel van de kamer mist het verwijt van klager in dit klachtonderdeel feitelijke grondslag en is het daarom ongegrond. In de staat van de ontvangsten en uitgaven bij de (slot)declaratie van 18 maart, zijn de notariële kosten voor werkzaamheden in de periode van 1 oktober 2012 tot 18 maart 2013 opgenomen. Aan de erfgenamen is gevraagd of ze daarmee akkoord konden gaan. Het feit dat de notaris er op gewezen heeft dat bij het uitblijven van een akkoord van alle erven extra kosten in rekening gebracht zouden moeten, kan hieraan niet afdoen . Ofschoon de door de notaris gekozen bewoordingen mogelijk als dwingend ervaren kunnen worden , is duidelijk dat de notaris geen andere bedoeling had dan de erven informeren over binnen het notariaat grotendeels gebruikelijke gevolgen. De notaris treft ten dezen dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt.
4.11 Gelet op bovenstaande wordt als volgt beslist.
5. Beslissing
De Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden;
- verklaart de klachtonderdelen 1 tot en met 7 en 9 en 10 ongegrond;
- verklaart klachtonderdeel 8 gegrond en legt ter zake geen maatregel op.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, plv. voorzitter, mrs. I. van Dorp, V. Oostra en T.K. Lekkerkerker en E.J. Oostrik, plv. leden, in tegenwoordigheid van mr. G.A. Genee secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2014.
De secretaris, De plv. voorzitter,
Tegen deze beslissing van de kamer van toezicht kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam.
Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.