Zoekresultaten 1551-1560 van de 3040 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 596353/NT 15-78 Th

    Gesteld noch gebleken is dat klager door de akte van bekrachtiging in enig belang is getroffen. Voorts heeft klager geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat zijn belang is gelegen in de handhaving van de beroepsnormen en -regels voor het notariaat. Niet is vast komen te staan dat klager enig (indirect en/of afgeleid) belang heeft bij de klacht. Klager niet-ontvankelijk. Aan een verdere inhoudelijke behandeling komt de kamer daarom niet toe.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 601551/NT 16-14 Th

    De notaris heeft naar het oordeel van de kamer onvoldoende regie gevoerd in de afhandeling van de nalatenschap van de vader van klager. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2016/3

    De door de notaris zelf geconstateerde gebrekkige borgstelling had moeten leiden tot het ophouden van de betaling en tot contact met klaagster daarover. Daarnaast had de notaris zich moeten vergewissen van de bedoeling van klaagster met betrekking tot de geldlening. Klacht gegrond. Maatregel berisping.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/81 en AL/2015/82

    Klaagster is mede-erfgenaam en maakt onder meer bezwaar tegen het feit dat de notaris zonder haar opdracht en/of toestemming de tenaamstelling van de woning van erflaatster bij het kadaster heeft gewijzigd. De kamer is van oordeel dat het inderdaad de voorkeur verdient dat de erfgenamen gaat staat voorafgaand van wijziging van de tenaamstelling in het kadaster op de hoogte gesteld worden. Voorop staat echter dat het uit een oogpunt van rechtszekerheid van belang is dat het (gewijzigd) eigendomsrecht ook voor derden kenbaar is. Feiten of omstandigheden op grond waarvan de met dit kenbaarheidsbelang strijdige belangen hier zwaarder hadden moeten wegen, zijn hier niet gesteld en niet gebleken.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:10 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/167 AL/2015/181

    Afwikkeling nalatenschap. De kandidaat-notaris was begin maart 2015 bekend met de namen van de erfgenamen. Het heeft tot begin juli 2015 geduurd voordat hij de erfgenamen heeft aangeschreven. De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris de erfgenamen niet binnen een redelijke termijn op de hoogte heeft gebracht van het overlijden van de erflater en van de werkzaamheden die hem waren opgedragen. De omstandigheid dat de kandidaat-notaris had begrepen dat er geen contact was tussen de erflater en zijn familie rechtvaardigt zijn handelwijze niet. Wat betreft het verwijt dat de notariële declaratie te hoog is, overweegt de kamer als volgt. Ingevolge artikel 55 lid 2 Wna is er een Verordening Klachten- en geschillenregeling opgesteld en is er een Geschillencommissie in het leven geroepen. Krachtens die Verordening kunnen geschillen over (de hoogte van) een declaratie van een notaris worden voorgelegd aan de Geschillencommissie. Het betreft hier een geschillenregeling waarmee cliënten van notarissen toegang hebben tot een onafhankelijke, laagdrempelige voorziening (Vgl: MvA I, 32 250, E, p. 8). Klager had/heeft de mogelijkheid de hoogte van (zijn deel van) de declaratie door deze commissie te laten beoordelen. De kamer kan de klacht slechts marginaal beoordelen, namelijk voor zover de declaratie naar haar oordeel excessief zou zijn. De kamer overweegt dat sinds de invoering van de Wet op het notarisambt in 1999 een notaris ingevolge de uitdrukkelijke wens van de wetgever een grote vrijheid heeft in het vaststellen van de tarieven voor zijn werkzaamheden. Uit de overgelegde nota van de notaris met urenspecificatie blijkt de kamer voorshands niet dat er onjuist of excessief zou zijn gedeclareerd. De notaris heeft klager geantwoord op diens bezwaren tegen de hoogte van de declaratie. De kamer vindt dat het antwoord niet getuigt van een professionele reactie zoals van een notaris mag worden verwacht. Een verwijzing naar chantage binnen de horeca respectievelijk het noemen van bedreiging behoort daarbij niet. De notaris had klager verder dienen te wijzen op de mogelijkheid om zijn bezwaar tegen de hoogte van de nota voor te leggen aan de Geschillencommissie. Bij klager is ten onrechte de indruk ontstaan dat de nalatenschap niet zal worden verdeeld en uitgekeerd als hij niet instemt met de door hem betwiste declaratie.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:9 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/171

    De kandidaat-notaris heeft ten behoeve van klaagster onder 1. een volmacht verleden. Kort nadien heeft klaagster onder 1. de volmacht weer ingetrokken. De kandidaat-notaris heeft klaagster onder 2., de gevolmachtigde, daarvan niet op de hoogte gesteld. Dit had (financieel) zeer nadelige gevolgen kunnen hebben voor klaagster onder 1. De kandidaat-notaris heeft verder de handtekening van klaagster onder 1. onder een in de Franse taal gesteld document gelegaliseerd. Het document had betrekking op de verwerping van een nalatenschap door klaagster onder 1. De kamer vindt dat, nu de kandidaat-notaris de Franse taal onvoldoende machtig is en een verwerping van een nalatenschap serieuze financiële consequenties kan hebben, de kandidaat-notaris de nodige terughoudendheid in acht had behoren te nemen bij het legaliseren van de handtekening, in die zin dat hij zich ervan had dienen te vergewissen dat klaagster onder 1. begreep wat zij tekende, alvorens hij haar handtekening legaliseerde. De kandidaat-notaris is ook in gebreke gebleven te antwoorden op de e-mails waarin hem werd verzocht klaagster onder 1. behulpzaam te zijn. Gelet op de persoon van klaagster onder 1. en de omstandigheden van het geval is de kamer van oordeel dat uit de handelwijze en houding van de kandidaat-notaris voortvloeit dat hij zich geen dan wel onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van klaagster onder 1. en dat hij aldus die belangen heeft geschaad. Aan de kandidaat-notaris wordt de maatregel van schorsing als waarnemer in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee weken opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/95

    Op verzoek van klager en zijn mede-erfgenamen heeft de notaris op 27 augustus 2010 een overeenkomst opgesteld, waarbij landbouwgronden, die in de nalatenschap vallen, worden verkocht aan een koper. Bij kort gedingvonnis van 4 december 2014 is klager veroordeeld mee te werken aan de levering van circa 20 ha. landbouwgrond aan de koper, zoals overeengekomen in de overeenkomst van 27 augustus 2010. Klager verwijt de notaris onder meer onzorgvuldig te hebben gehandeld bij het opstellen van de akte in 2010 en bij gelegenheid van de kort gedingprocedure in 2014. De kamer overweegt dat de klachten over de koopovereenkomst uit 2010 niet binnen de termijn van drie jaren, als bedoeld in artikel 99 lid 15 Wet op het notarisambt, zijn ingediend. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in die klachten. De kamer is wel van oordeel dat de notaris onjuist heeft gehandeld in het kader van de kort gedingprocedure. Op verzoek van de overige erfgenamen heeft de notaris namelijk een concept van een leveringsakte opgesteld, zodat dit in de procedure tegen klager kon worden ingebracht. De notaris heeft dit concept niet aan klager toegezonden, noch heeft hij hem daarvan op de hoogte gebracht. De kamer overweegt dat de notaris dit wel had behoren te doen. Hij was immers niet de partijadviseur van de overige erfgenamen, maar de notaris van alle erfgenamen, dus ook van klager. Door klager niet in te lichten heeft de notaris klagers belangen onvoldoende behartigd. De kamer acht het verwijt echter niet zodanig ernstig dat aan de notaris een tuchtmaatregel moet worden opgelegd. De overige verwijten acht de kamer ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/174

    Erfeniskwestie. De broer van klager heeft bij de notaris een testament laten opmaken. In het testament zijn een Hervormde Gemeente en een Protestantse Gemeente als erfgenamen benoemd. Klager verwijt de notaris zich niet ervan te hebben vergewist dat zijn broer tot het opmaken van het testament in staat was. Volgens klager was zijn broer op dat moment door medische en psychologische oorzaken niet in staat zijn wil naar behoren te bepalen en te uiten. De kamer overweegt dat de notaris genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat voor hem geen reden aanwezig was te veronderstellen dat de erflater tot het maken van een uiterste wil onbekwaam was. Klager heeft niet aangetoond of aannemelijk gemaakt dat er feiten of omstandigheden bij de notaris bekend waren of konden zijn, die de notaris hadden moeten nopen nader onderzoek te doen naar de geestesgesteldheid van de erflater. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2016:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2015/84

    Klager verwijt de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van zijn stiefmoeder toen zij in 2012 haar testament wijzigde en anderen dan klager als haar erfgenamen heeft aangewezen. Als gevolg daarvan stelt hij ernstig financieel te zijn benadeeld omdat hij voorheen wel erfgenaam was. Het meest recente (herroepen) testament van stiefmoeder dateert uit 1996. Bij tussenbeslissing is klager in de gelegenheid gesteld een afschrift/kopie over te leggen van dat testament. Niet is echter komen vast te staan dat stiefmoeder klager in 1996 als erfgenaam had aangewezen. De notaris heeft zich naar het oordeel van de kamer jegens klager dan ook terecht op zijn geheimhoudingsplicht beroepen. Bij eindbeslissing wordt de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2016:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-103

    Klager stelt dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld door zijn dienstverlening te weigeren. Klager wordt door de dienstweigering bemoeilijkt in de uitoefening van zijn beroep; hij kan namelijk niet verder met het opstellen van de aangifte inkomstenbelasting.