Zoekresultaten 1491-1500 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7595

    Klacht tegen een GZ-psycholoog grotendeels gegrond. Maatregel: waarschuwing. Klaagster is lange tijd onder multidisciplinaire behandeling geweest voor haar psychische klachten. Verweerster was gedurende een deel van deze behandeling als regiebehandelaar hierbij betrokken. Klaagster maakt verweerster verschillende verwijten: ten onrechte behandeling beëindigen, onzorgvuldige besluitvorming, niet opstellen behandelplan, verstrekken onjuiste informatie, onheuse bejegening en geen nazorg bieden. Het college oordeelt dat verweerster tekortgeschoten is in de zorg die ze jegens klaagster diende te betrachten door onvoldoende regie te voeren over de behandeling van klaagster en het toewerken naar een zorgvuldige afsluiting en overdracht van de behandeling van klaagster. Het college heeft echter ook oog voor de complexe context waarbij sprake was van een lange wachtlijst, de zwangerschap van klaagster, wisseling van bij klaagster betrokken collega’s en rolverwarring. Het college is ervan overtuigd geraakt dat verweerster lering heeft getrokken uit de gebeurtenissen. Waarschuwing onder deze omstandigheden passend.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:253 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-335/AL/A

    Raadsbeslissing. De raad heeft geoordeeld dat verweerder heeft opgetreden tegen klaagster, die eerder in een ander zaak door de kantoorgenoot van verweerder is bijgestaan. Het optreden tegen een (voormalig) cliënte is in strijd met gedragsregel 15 en raakt aan de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid. Gelet op de aard en de ernst van dit handelen, is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is. Daarbij weegt de raad ook mee dat verweerder is doorgegaan met het behartigen van tegenstrijdige belangen, ook nadat klaagster hem verzocht heeft dat niet te doen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:240 Hof van Discipline 's Gravenhage 250384 250385

    Het indienen van een klacht door klager over verweerders is niet het geëigende middel om de aanpak of wijze van onderzoek door verweerders (in hun hoedanigheid van [voormalig] deken) in de procedure over de klacht over mr. P. ter discussie te stellen. Op grond van de artikelen 46j jo. 46h Advocatenwet kon klager tegen de voorzittersbeslissing van 10 november 2025 verzet instellen bij diezelfde raad en in die procedure naar voren brengen en toelichten op welke punten het dekenaal onderzoek van verweerders niet deugde of tekort is geschoten. Omdat klager het klachtrecht gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is bedoeld zal de voorzitter de klacht van klager over verweerders niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:254 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-363/AL/GLD

    Raadsbeslissing. De raad heeft geoordeeld dat verweerder heeft opgetreden tegen klaagster, die hij in dezelfde procedure als advocaat heeft bijgestaan. Het optreden tegen een (voormalig) cliënte is in strijd met gedragsregel 15 en raakt aan de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid. Gelet op de aard en de ernst van dit handelen, en de beperkte mate waarin verweerder zich daarvan bewust lijkt, is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:255 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-398/AL/MN

    Verweerster is als advocaat-scheidingsmediator opgetreden in de echtscheiding van klaagster en haar ex-echtgenoot. De raad concludeert op grond van de mediationovereenkomst dat verweerster voor klaagster en haar ex-partner als advocaat - en dus niet in een andere hoedanigheid - heeft opgetreden. De raad beschouwt verweerster daarom als de (voormalige) eigen advocaat van klaagster en de raad zal bij de beoordeling van het handelen van verweerster de maatstaf van de eigen advocaat hanteren. De raad verklaart vervolgens de klacht over het handelen van verweerster ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:256 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-429/AL/NN

    Raadbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster heeft haar geheimhoudingsplicht geschonden door bij de rechtbank een gespreksverslag van de praktijkondersteuner van de huisarts over te leggen, waarin door de cliënte van verweerster de houding en het gedrag van klager tijdens de mediation zijn beschreven. Het voert echter onder de door verweerster aangevoerde omstandigheden te ver om haar dit tuchtrechtelijk te verwijten. Klacht in beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:238 Hof van Discipline 's Gravenhage 240246

    Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de advocaat als patroon van de advocaat van de faillissementscurator. Verweerster heeft volgens klagers tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat de advocaat-stagiaire van verweerster in strijd heeft gehandeld met de kernwaarden van de pilot van de rechtbank Gelderland, team Insolventies, locatie Zutphen. Verweerster is volgens klagers als patroon verantwoordelijk voor dit handelen van de advocaat-stagiaire. Ten tweede heeft verweerster volgens klagers tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat de advocaat-stagiaire ten onrechte geen informatie/inlichtingen met betrekking tot de pilot aan klagers heeft verstrekt en verweerster daarmee niet heeft voldaan aan de verplichtingen die voor haar als patroon gelden. De raad heeft klager 1 niet-ontvankelijk verklaard en de beide klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klagers komen hiertegen in beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:251 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-296/AL/MN

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2585

    Klager heeft op 3 januari 2022 een ooglaserbehandeling ondergaan. Hij heeft twee maanden daarna last gekregen van droge ogen en pijn. Hij is ontevreden over het vooronderzoek, de informatievoorziening, de nazorg en (de verstrekking van) de verslaglegging. Ook klaagt hij over de behandeling door een niet-BIG-geregistreerde zorgverlener. Klager verwijt verweerder kort gezegd dat hij, al dan niet als medisch directeur, niet heeft gehandeld in overeenstemming met de verantwoordelijkheid die voor hem voortvloeit uit artikel 7:453 Burgerlijk Wetboek (BW). Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in een deel van de klacht niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat klager wél ontvankelijk is in klachtonderdeel d) i. Het Centraal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel vervolgens ongegrond. Voor het overige sluit het Centraal Tuchtcollege zich volledig aan bij de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en wordt het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:239 Hof van Discipline 's Gravenhage 250376

    Klacht tegen deken wordt niet verwezen. De klacht heeft betrekking op het onderzoek naar en het dekenstandpunt van de deken over de klacht. Deze klacht bevindt zich op dit moment in het stadium van doorgeleiding naar de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden. Uit de stukken blijkt dat de deken het door klaagster betaalde griffierecht heeft ontvangen. De aanstaande behandeling van de klacht over mr. Van der W bij de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden is de geëigende plek om ook gerezen bezwaren tegen het dekenonderzoek naar die klacht naar voren te brengen en zonodig aan te voeren dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerster.