Zoekresultaten 1461-1470 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:202 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2684

    De ex-partner van klager heeft verloskundige zorg ontvangen in de praktijk waar de verpleegkundige op dat moment werkzaam was. Klager verwijt de verloskundige onder meer onzorgvuldige dossiervorming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:35 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443160 / KL RK 24-157

    De notaris had het stappenplan wilsbekwaamheid moeten volgen, gelet op de aanwezige indicatoren voor gerede twijfel over de vraag of erflaatster wilsbekwaam was (hoge leeftijd, onderbewindstelling en vastgestelde symptomen die kunnen wijzen op dementie). Ook onvoldoende gedaan om uit te sluiten dat erflaatster ongewenst werd beïnvloed door de zus van klaagsters bij de wijziging van haar testament. Deze zus woonde bij erflaatster in, heeft een partijverklaring overgelegd over de wilsbekwaamheid van erflaatster en zij ontving grote geldbedragen van erflaatster. De notaris heeft geen waarborg ingebouwd om te voorkomen dat erflaatster ongewenst werd beïnvloed door zus bij de wijziging van het testament, ten gunste van de zus. De kamer oordeelt de klacht gegrond en legt aan de notaris een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:197 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2678

    Klacht tegen neurochirurg. Klaagster had een zwelling in de hals waarvoor de huisarts haar heeft doorverwezen naar een ziekenhuis. Klaagster is daar neurologisch onderzocht en er is een MRI gemaakt. In verband met een verdenking van een cervicaal schwannoom (zeldzame zenuwtumor in de hals) is klaagster op haar verzoek voor een second opinion naar een ander ziekenhuis verwezen. Daar is de situatie van patiënte in een werkgroep besproken en is geadviseerd: “Vervolgen. Bij groei of klachten resectie”. De neurochirurg was als lid van deze werkgroep bij dit overleg betrokken. Klaagster is vervolgens voor verdere behandeling terugverwezen naar het eerste ziekenhuis. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar – tegen haar uitdrukkelijke wens in – heeft terugverwezen naar het eerste ziekenhuis en dat het tweede ziekenhuis haar niet als patiënt heeft overgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:203 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2685

    De ex-partner van klager heeft verloskundige zorg ontvangen in de praktijk waar de verpleegkundige medepraktijkhouder is. Klager verwijt de verloskundige onder meer onzorgvuldige dossiervorming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:245 Hof van Discipline 's Gravenhage 240240

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij in een familiezaak over de wijze waarop verweerster heeft geprocedeerd en de wijze waarop zij zich in verschillende procedures over hem heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en verweerster een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover het betreft de wijze waarop verweerster heeft geprocedeerd en met betrekking tot de opgelegde maatregel. Het hof is echter met de raad van oordeel dat verweerster zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten in verschillende processtukken en bekrachtigt de beslissing van de raad in zoverre. Het hof legt verweerster de maatregel berisping op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2679

    Klacht tegen neurochirurg. Klaagster had een zwelling in de hals waarvoor de huisarts haar heeft doorverwezen naar een ziekenhuis. Klaagster is daar neurologisch onderzocht en er is een MRI gemaakt. In verband met een verdenking van een cervicaal schwannoom (zeldzame zenuwtumor in de hals) is klaagster op haar verzoek voor een second opinion naar een ander ziekenhuis verwezen. Daar is de situatie van patiënte in een werkgroep besproken en is geadviseerd: “Vervolgen. Bij groei of klachten resectie”. De neurochirurg was als lid van deze werkgroep bij dit overleg betrokken. Klaagster is vervolgens voor verdere behandeling terugverwezen naar het eerste ziekenhuis. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar – tegen haar uitdrukkelijke wens in – heeft terugverwezen naar het eerste ziekenhuis en dat het tweede ziekenhuis haar niet als patiënt heeft overgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:204 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2762

    De gz-psycholoog was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de gz-psycholoog hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de gz-psycholoog geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de gz-psycholoog zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:246 Hof van Discipline 's Gravenhage 240357

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen haar voormalige advocaat die haar bij heeft gestaan bij een civielrechtelijke procedure bij de kantonrechter. Volgens klaagster heeft verweerder onvoldoende met haar gecommuniceerd en heeft hij zonder haar goedkeuring processtukken ingediend. De raad heeft de klacht van klaagster op deze punten gegrond verklaard en heeft aan verweerder de maatregel van berisping opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen tegen de gegrondverklaring en tegen de opgelegde maatregel. Het beroep slaagt. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover de klachtonderdelen d) en e) daarin gegrond zijn verklaard en verklaart deze klachtonderdelen alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2680

    Klacht tegen een neuroloog. Klaagster had een zwelling in de hals waarvoor de huisarts haar heeft doorverwezen naar een ziekenhuis. Klaagster is daar neurologisch onderzocht en er is een MRI gemaakt. In verband met een verdenking van een cervicaal schwannoom (zeldzame zenuwtumor in de hals) is klaagster op haar verzoek voor een second opinion naar een ander ziekenhuis verwezen. Daar is de situatie van patiënte in een werkgroep besproken en is geadviseerd: “Vervolgen. Bij groei of klachten resectie”. De neuroloog was als lid van deze werkgroep bij dit overleg betrokken. De neuroloog heeft de bevindingen van de werkgroep telefonisch met klaagster besproken en de verwijzend neuroloog van het eerste ziekenhuis schriftelijk op de hoogte gebracht. Klaagster is vervolgens voor verdere behandeling terugverwezen naar het eerste ziekenhuis. Klaagster verwijt de neuroloog dat zij a) haar – tegen haar uitdrukkelijke wens in – heeft terugverwezen naar het eerste ziekenhuis en dat het tweede ziekenhuis haar niet als patiënt heeft overgenomen en b) dat zij bij de terugverwijzing geen advies heeft gegeven over het risicoprofiel of hoe deze tumor klinisch-radiologisch te vervolgen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:205 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2763

    De psychotherapeut was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de psychotherapeut hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de psychotherapeut geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de psychotherapeut zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.