ECLI:NL:TGZCTG:2025:203 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2685

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2025:203
Datum uitspraak: 01-12-2025
Datum publicatie: 01-12-2025
Zaaknummer(s): C2024/2685
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: De ex-partner van klager heeft verloskundige zorg ontvangen in de praktijk waar de verpleegkundige medepraktijkhouder is. Klager verwijt de verloskundige onder meer onzorgvuldige dossiervorming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2024/2685 van:

A., wonende te B.,
appellant, klager in eerste aanleg,

tegen

C., verloskundige, werkzaam te B.,
verweerster in beide instanties,
gemachtigde: mr. H.B.M. Vrieling, werkzaam te Utrecht.

1. De kern van de zaak
1.1 De ex-partner van klager heeft verloskundige zorg ontvangen in de praktijk waar de verloskundige sinds 2009 medepraktijkhouder is. Klager verwijt de verloskundige onder meer onzorgvuldige dossiervorming.

1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard en de klacht voor het overige als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

2. Verloop van de procedure in beroep
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam van 20 december 2024 met nummer A2024/7246 (ECLI:NL:TGZRAMS:2024:270). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.

2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de inhoud van het dossier bij het Regionaal Tuchtcollege, van het beroepschrift en het verweerschrift in beroep.

2.3 De zaak is op de zitting van het Centraal Tuchtcollege van 13 oktober 2025 tegelijkertijd met de zaak C2024/2684 behandeld. De zaken zijn niet gevoegd. De verloskundige was op de zitting aanwezig en werd bijgestaan door mr. Vrieling. Klager was ook aanwezig. Partijen hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen die klager daarbij heeft gebruikt zijn aan het dossier toegevoegd.

3. De feiten
3.1 Net als het Regionaal Tuchtcollege gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de volgende feiten.

3.2 De ex-partner van klager heeft verloskundige zorg ontvangen in de praktijk waar de verloskundige sinds 2009 medepraktijkhouder is.

3.3 De verloskundige heeft een huisbezoek afgelegd bij de ex-partner van klager. Daarover heeft zij in het medisch dossier van de ex-partner van klager (hierna: het medisch dossier) onder meer genoteerd (alle citaten zijn letterlijk overgenomen):

“(…) 03-11-22 (…)
Dhr nog niet op de hoogte. (…) laatste tijd was hij in [land]. hij daar ook scheiding aangevraagd. heeft daar gelogen. dat vrouw niet zwanger was , dan gaat procedure sneller. zodat hij geen alimentatie hoeft te betalen. zij heeft nu probleem, want kind is dan bastaard in [land].
(…) is helemaal overstuur (…)
hij heeft 2 gezichten. van begin gedoe, geen geld mocht niks. zij moest alles zelf betalen. zelf goede baan en goed inkomen en alles van haar afgepakt. gelukkig zij zelf ook slimme en sterke vrouw. niet bang voor hem. hij is sluw. en hij bang voor politie. wel psych mishandeling.
prima dat het er zo even uitkomt. zus zegt ook dat ze alles inhield, dus prima. ik voelde me wat schuldig dat ze nu zo overstuur werd doordat ik vroeg om situatie mbt dhr is ok”.

4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep heeft tot doel dat de klacht in volle omvang wordt beoordeeld en alsnog gegrond wordt verklaard.

4.2 De verloskundige heeft verweer gevoerd en verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van klager te verwerpen.

Inhoudelijke beoordeling
4.3 Tijdens de mondelinge behandeling is naar voren gekomen dat de kern van de klacht is de aantekeningen die de verloskundige in het medisch dossier heeft genoteerd zoals weergegeven onder 3.3. Daarom zal het Centraal Tuchtcollege eerst dit onderdeel van de klacht bespreken.

4.4 Ook het Centraal Tuchtcollege moet de vraag beantwoorden of de verloskundige voldoende zorgvuldig heeft gehandeld. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende verloskundige. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de verloskundige geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Net als het Regionaal Tuchtcollege overweegt het Centraal Tuchtcollege dat in artikel 7:454 BW is bepaald dat de hulpverlener in het dossier aantekeningen maakt van de gegevens over de gezondheid van de patiënt en de daarvoor gedane verrichtingen en dat hij andere gegevens opneemt voor zover dat voor een goede hulpverlening aan de patiënt noodzakelijk is. Naast de inhoud van het verloskundig handelen moeten ook gegevens worden opgenomen die een rol spelen bij het borgen van de continuïteit van de zorg en die bij een volgende behandeling relevant kunnen zijn. Tot deze gegevens behoren zonder meer ook gegevens over de sociale omgeving van de patiënte en het ongeboren kind.

4.5 Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de aantekeningen in het medisch dossier niet anders kunnen worden gelezen en begrepen dan de (verkorte) weergave van het subjectieve verhaal van de ex-partner van klager zoals zij dat aan de verloskundige heeft verteld. De verloskundige heeft deze informatie vervolgens genoteerd. Ze heeft daarover geen eigen oordeel opgenomen. Hoewel niet expliciet gemaakt, is uit de weergave in het dossier duidelijk dat wat is opgeschreven het verhaal is van de ex-partner. Het Centraal Tuchtcollege is het met het Regionaal Tuchtcollege eens dat het niet aan de verloskundige is om onderzoek te doen naar de juistheid van die informatie. Wel behoort het tot de taak van de verloskundige om alle informatie te noteren die relevant kan zijn voor het borgen van de continuïteit van de zorg, waaronder ook informatie over de sociale context van de situatie van de moeder en het kind. De verloskundige heeft op de zitting bevestigd dat zij met deze informatie de relevante sociale context in het medisch dossier heeft opgenomen.

4.6 De verloskundige heeft zowel in eerste aanleg als in beroep toegelicht dat het achteraf beter was geweest als uit haar bewoordingen nog duidelijker zou blijken dat het ging om de beleving van de ex-partner zelf. De verloskundige heeft ook verklaard zij van deze casus heeft geleerd en dat de praktijk tot het inzicht is gekomen dat de wijze van rapporteren voor verbetering vatbaar is. Daarom maakt de praktijk inmiddels geruime tijd gebruik van de ‘AOCB’-methode waarbij de verloskundige in de rapportage onderscheid maakt tussen anamnese, onderzoek, conclusie en beleid.

4.7 Wat betreft de klachtonderdelen die gaan over de manier van dossiervoering en het gebrek aan uitleg over aantekeningen in het medisch dossier is ook het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat klager daarbij niet als rechtstreeks belanghebbend kan worden aangemerkt.
In artikel 65 lid 1 van de Wet BIG is vermeld dat een zaak in eerste aanleg bij het bevoegde regionale tuchtcollege aanhangig wordt gemaakt door indiening van een klaagschrift door:
1. een rechtstreeks belanghebbende;
2. degene die aan de beklaagde een opdracht heeft verstrekt;
3. degene bij wie of het bestuur van een instelling waarbij de beklaagde werkzaam of voor het verlenen van individuele gezondheidszorg ingeschreven is;
4. de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Gelet op deze bepaling kan klager slechts worden ontvangen in zijn klacht als hij kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende. Dit betekent dat sprake moet zijn van een belang dat rechtstreeks bij een behandeling op het gebied van de individuele gezondheidszorg is betrokken. Hierbij moet allereerst gedacht worden aan een patiënt van een BIG-geregistreerd zorgverlener. Bij uitzondering kunnen ook anderen dan de patiënt als rechtstreeks belanghebbenden worden aangemerkt, bijvoorbeeld naaste betrekkingen van een patiënt en de nabestaanden van een overleden patiënt. Ook kan iemand onder omstandigheden klagen over een door een zorgverlener opgestelde verklaring, wanneer in die verklaring ook uitlatingen worden gedaan over die betreffende persoon en diegene daarmee in diens belangen kan worden geschaad.

4.8 Het voorgaande betekent dat klager niet namens zichzelf kan klagen over de manier waarop het dossier van zijn ex-partner is ingericht en over het gebrek aan uitleg over aantekeningen in het medisch dossier. Het recht om hierover te klagen komt namelijk alleen toe aan de patiënte zelf. In deze klachtonderdelen is klager dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie
4.9 Het voorgaande betekent dat het beroep van klager zal worden verworpen.

5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is genomen door C.H.M. van Altena, voorzitter,
B.J.M. Frederiks en M.C. Stoové, leden-juristen, en L.E. Witmond en A.J.E.M. van der Ven-van Dam, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E. van der Linde, secretaris.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2025.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.