Zoekresultaten 14301-14310 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:16 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200156

    Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Klaagster heeft onvoldoende onderbouwd dat verweerder haar belangen niet goed heeft behartigd. Verkorte bekrachtiging van de uitspraak van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:10 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200180

    Beklag tegen de weigering van de Raad van de Orde van Advocaten het verzoek tot inschrijving op het tableau in behandeling te nemen (art. 5). De Raad van de Orde heeft op goede gronden het verzoek tot inschrijving geweigerd, omdat sprake is van gegronde vrees dat klager inbreuk zal maken op bestaande wet- en regelgeving dan wel zal handelen zoals een behoorlijk advocaat niet betaamt. In het verleden heeft klager zich uitgeschreven van het tableau nadat de Raad voor Rechtsbijstand hem uitgeschreven heeft en de raad van discipline hem geschorst had (en zijn beroep daartegen ingetrokken). Destijds achtte de Raad voor de Rechtsbijstand de kwaliteit van de rechtsbijstand van klager onvoldoende en is de begeleiding van klager gedurende een jaar door een ervaren advocaat in het asielrecht mislukt. Daarbij heeft een door de orde ingeschakelde deskundige in een onderzoeksrapport over de praktijk van klager geconcludeerd dat sprake is van diverse tekortkomingen in de praktijk van klager betreffende de kwaliteit van de dienstverlening. Klager heeft in zijn beklag bij het hof onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door de deskundige vastgestelde tekortkomingen zijn aangepakt, klager heeft onvoldoende invulling gegeven aan de toekomstige begeleiding door gemachtigde en er ontbreekt een financieel ondernemingsplan. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:17 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200121

    Klacht over advocaat wederpartij in een familierechtelijke zaak. Voor zover klager de klacht namens de minderjarige kinderen heeft ingediend, is hij grotendeels niet-ontvankelijk verklaard omdat de kinderen geen eigen rechtstreeks belang hebben bij de klacht. Voor zover de klacht ziet op het door verweerster gelegde beslag op de bankrekeningen van de kinderen, hebben zij wel een eigen rechtstreeks belang. Hierin wordt klager als wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen ontvankelijk verklaard. Voor zover klager klaagt dat verweerster onvoldoende geprobeerd heeft tot een schikking te komen met klager, terwijl zij dat op basis van de vFAS-gedragscode behoort te doen, oordeelt het hof dat de raad dit op goede gronden ongegrond heeft verklaard. De kwaliteitsstandaarden in de gedragscode brengen geen afdwingbare rechten mee voor de wederpartij en verweerster had voldoende aanleiding om de belangen van haar cliënte te behartigen door middel van procedures. Ook de klacht dat verweerster grievende uitlatingen zou hebben gedaan, is door de raad terecht ongegrond verklaard. Dat klager de verklaring van zijn partner over het telefoongesprek met verweerster in een notariële akte heeft laten neerleggen, doet daar niet aan af nu dit formele bewijskracht oplevert en geen materiële bewijskracht van de inhoud van die verklaring. Ook de klachtonderdelen dat verweerster zou hebben gelogen tijdens het telefoongesprek en klager door de procedures onnodig op kosten heeft gejaagd, heeft de raad op goede gronden ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door een kort gedingvonnis te executeren, terwijl zij ter zitting van het gerechtshof in hoofdzaak heeft toegezegd hangende de procedure niet te executeren en vervolgens uit de beschikking van het gerechtshof bleek dat het kort gedingvonnis inhoudelijk was achterhaald. Verweerster heeft de kernwaarde onafhankelijkheid geschonden door de opdracht van haar cliënte uit te voeren zonder daarbij een eigen weloverwogen afweging te maken tussen het belang van haar cliënte tegenover het belang van voorkoming van onnodige polarisatie tussen de ex-partners waarbij het belang van de kinderen een doorslaggevende rol had moeten spelen. Het hof legt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:11 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200164

    Klacht over de eigen advocaat. De raad heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de raad. Gezien de wens van klager om zo min mogelijk proces- en griffiekosten te betalen, valt te billijken dat verweerster koos voor het aanhangig maken van een procedure bij de kantonrechter in plaats van bij de sector handel van de rechtbank.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/139

    Klager verwijt verweerder, commandant van de Defensie Gezondheidszorgorganisatie, (onder meer) dat hij heeft nagelaten (correct) te voldoen aan zijn verzoek het volledige loggingsbestand van zijn medisch dossier over te dragen en hem te informeren over ontbrekende loggingsgegevens. Klachtonderdelen zijn kennelijk niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.240

    Klacht tegen tandarts. Verweerder heeft een wortelkanaalbehandeling bij klager verricht. Klager verwijt verweerder dat hij deze behandeling onjuist heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:3 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/674767 / DW RK 19/590

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet voldaan aan zijn ministerieplicht. Klacht gegrond, maatregel van berisping en veroordeling in proceskosten.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:81 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/674052 / DW RK 19/571

    Tussenbeslissing. De klacht is gericht tegen een bij naam genoemde gerechtsdeurwaarder, dan wel de voor het dossier verantwoordelijke deurwaarder. Alleen de bij naam genoemde gerechtsdeurwaarder heeft verweer ingediend en is voor de behandeling van de zitting opgeroepen. De kamer kan echter niet op de klacht beslissen zonder ook de directie van het kantoor in de klacht te betrekken. Beide directieleden krijgen de gelegenheid een verweerschrift in te dienen, waarna een nieuwe zittingsdatum zal worden bepaald.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/194

    Klaagster verwijt de chirurg dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld waardoor complicaties zijn ontstaan. De klacht ziet met name op de voorbereiding van de operatie, onder meer dat er geen onderzoek naar bacteriën is gedaan. Daarnaast wordt de chirurg verweten dat de opgetreden CVA's niet tijdig zijn geconstateerd en ten onrechte is gestopt met de bloedverdunnende medicijnen. De chirurg heeft aangevoerd dat klaagster in de periode vóór de operatie onder behandeling was van een andere arts en verder dat hij vanaf een bepaalde datum vanwege vakantie niet meer betrokken is geweest bij de behandeling van klaagster en dat zij om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair heeft de chirurg aangevoerd dat er steeds adequaat en tijdig is gereageerd op en onderzoek is gedaan naar de klachten van klaagster. Het college heeft klaagster op drie klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en heeft twee klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:18 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.033

    Klacht tegen kaakchirurg. Klaagster heeft in 2006 een facelift en in 2009 een wenkbrauwlift ondergaan. In 2016 is zij vanwege pijnklachten geopereerd door verweerder. De operatie leidde niet tot vermindering van de klachten. Daarop heeft verweerder een verwijsbrief geschreven voor de neuroloog. Klaagster verwijt verweerder – zakelijk weergegeven – dat hij in de verwijsbrief gekleurde en ongefundeerde uitspraken heeft gedaan, waarmee hij de suggestie heeft gewekt dat klaagster psychische problemen heeft. Ook verwijt klaagster verweerder dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden en dat hij de operatie in 2016 heeft laten uitvoeren door een arts-assistent zonder dit aan klaagster mee te delen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.