Zoekresultaten 14291-14300 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:279 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-571

    In een echtscheidingszaak heeft verweerder zowel klaagster als haar toenmalige echtgenoot bijgestaan. Op enig moment werd duidelijk dat de belangen van klaagster en haar toenmalige echtgenoot niet meer parallel liepen. Vanaf dat moment had verweerder klaagster dienen te adviseren om een eigen advocaat in de arm te nemen. Dat heeft verweerder niet gedaan. Hij is verder gegaan met het opstellen van het convenant dat uiteindelijk pas vier jaar later door beide partijen is ondertekend. Door op deze wijze te handelen, heeft verweerder Regel 15 gedragsregels 2018 geschonden en tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De raad overweegt ook dat verweerder in strijd met de Voda en de gedragsregels klaagster geen opdrachtbevestiging heeft gestuurd en niet gesubsidieerde rechtsbijstand voor haar heeft aangevraagd. De raad is ten slotte van oordeel dat verweerder ook tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld omdat hij heeft verzuimd om klaagster een getekend exemplaar van het echtscheidingsconvenant te verstrekken, hij het echtscheidingsverzoek niet bij de echtbank heeft ingediend, terwijl hij dat wel had toegezegd en hij in strijd met de wens van klaagster geen enkele alimentatieberekening heeft gemaakt. De raad is van oordeel dat verweerder ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en houdt er rekening mee dat verweerder al vaker door de tuchtrechter is veroordeeld. De raad legt verweerder een schorsing van drie maanden op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-038

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klager stelt dat de complicaties vermijdbaar waren en het gevolg zijn van onjuist en niet volgens de professionele standaard handelen bij het inbrengen van de vena jugularislijn. Uit het medisch dossier blijkt echter niet dat er van de destijds geldende norm is afgeweken of dat zich een bijzondere situatie heeft voorgedaan. Het College is het niet eens met klager dat beklaagde ten onrechte geen echografie heeft gebruikt. Het overige klachtonderdeel is ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/145

    Klager verwijt verweerder, verzekeringsarts, dat zijn rapport op onzorgvuldige en onjuiste wijze tot stand is gekomen. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-084

    Gegronde klacht tegen een arts. De klacht dat beklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld, valt uiteen in twee delen. Ten eerste stelt klaagster dat zij onvoldoende is voorgelicht over de risico’s van de ingreep, en dat dus informed consent ontbrak. Ten tweede moet de vraag beantwoord worden of beklaagde met zijn keuze de ingreep uit te voeren op de wijze waarop hij dat heeft gedaan, is gebleven binnen de grenzen van de redelijk bekwame beroepsuitoefening. Het College merkt op dat het doen van een uitspraak over een causaal verband tussen het handelen van beklaagde en de schade aan de hand van klaagster niet behoort tot de taak van het College. Het College overweegt dat bij een normaal gelegen Implanon de kans op neurologische schade inderdaad zo klein is dat die niet per se besproken hoeft te worden met de patiënt. Bij een diep gelegen, moeilijk lokaliseerbare Implanon die in poliklinische setting wordt verwijderd is echter duidelijker voorlichting geboden. Bij slanke patiënten zoals klaagster is, in tegenstelling tot waar beklaagde vanuit gaat, het risico op schade groter dan bij patiënten met dikke bovenarmen. Wat betreft de uitvoering van de ingreep overweegt het College het volgende. De keuze om op de polikliniek onder lokale analgesie een Implanon staafje uit een arm te verwijderen is in overeenstemming met wat in de beroepsgroep van beklaagde gebruikelijk is. De wijze waarop beklaagde in dit geval de ingreep heeft uitgevoerd acht het College echter niet zorgvuldig. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:278 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-209

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder wordt verweten dat hij gedragsregel 25 heeft overtreden door in de gehuurde woning van zijn cliënten te verschijnen en contact te hebben met klager, zonder dat de advocaat van klager daarbij aanwezig was en terwijl verweerder wist dat klager door een advocaat werd bijgestaan. De raad is gelet op de omstandigheden van oordeel dat verweerder in de onderhavige zaak wel in strijd met de letter van artikel 25 Gedragsregels heeft gehandeld maar niet in strijd met de geest daarvan. De raad is van oordeel dat verweerder dan ook niet onbetamelijk heeft gehandeld zoals bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en dat zijn handelen daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 085/2020

    Klacht over de verleende zorg door de Gz- psycholoog. Beklaagde zou geen goede zorg hebben verleend, het kwaliteitsstatuut niet hebben nageleefd en zonder opgaaf van redenen de behandelovereenkomst stopgezet hebben. Ook zou beklaagde behandelplannen- en evaluaties niet hebben afgegeven aan klaagster. Het college oordeelt, dat beklaagde zich voldoende heeft ingespannen om de behandelplannen te overleggen en dat beklaagde voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe zij vorm heeft gegeven aan de naleving van het kwaliteitsstatuut. Aan de behandeling van klaagster heeft continu een gedegen behandelplan ten grondslag gelegen. Daarnaast oordeelt het college dat een regiebehandelaar als regulier behandelaar kan optreden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:12 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200001

    Klacht over eigen advocaat. De raad heeft de klachtonderdelen a) en b) gegrond verklaard en de klachtonderdelen c) tot en met g) ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klagers zullen, waar het gaat om hun beroep gericht tegen de klachtonderdelen a) en b), niet ontvankelijk worden verklaard. Voor het overige bekrachtigd het hof de uitspraak van de raad. Niet is gebleken dat verweerder de grenzen van de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van zijn opdracht mogen worden gesteld heeft overschreden en dat zijn werkzaamheden niet voldoen aan datgene wat binnen zijn beroepsgroep als professionele standaard geldt. Evenmin is gebleken dat de door verweerder bestede tijd ondoelmatig en disproportioneel is geweest en dat de zaak bij voorbaat kansloos was. Tot slot kan niet worden vastgesteld dat verweerder het dossier na de beëindiging van de werkzaamheden heeft achtergehouden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:13 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200011

    Klacht over de eigen advocaat gegrond. Het hof bekrachtigd de beslissing van de raad. Het is juist dat verweerder heeft duidelijk gemaakt geen enkel brood in de zaak te zien, maar de klacht is in essentie dat verweerder de zaak niet serieus heeft beoordeeld. Daaronder vallen ook een behoorlijke en voor klaagster kenbare analyse over de vraag naar de positie van klaagster als rechtsopvolgster van haar vader en het nagaan of een verjaringstermijn loopt en het wijzen op de eventueel nog bestaande mogelijkheid deze termijn te stuiten. Daaraan heeft het ontbroken. Op grond hiervan deelt het hof het oordeel van de raad dat de klacht in alle onderdelen gegrond is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:14 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200190D

    Dekenbezwaar. De raad heeft verweerder een voorwaardelijke schorsing van vier weken opgelegd. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door als advocaat een cliënt bij te staan in een zaak tegen klager, terwijl hij eerder klager als advocaat had bijgestaan in een zaak waaraan hetzelfde feitencomplex ten grondslag lag. Verweerder is na eerdere door de raad opgelegde berisping doorgegaan met (opnieuw) optreden tegen klager. Verweerder heeft bovendien het klachtonderzoek door de deken belemmerd en in strijd gehandeld met Regel 29. Het hof acht het geboden om verweerder, die in de samenhangende klachtzaak een maatregel is opgelegd, ook in onderhavige zaak een maatregel op te leggen en deze maatregel te verzwaren tot een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zesentwintig weken, met een proeftijd van twee jaren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:15 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200189

    Klacht over de eigen advocaat. De raad is tot het oordeel gekomen dat het verweerder op grond van het bepaalde in Regel 15 van de gedragsregels 2018 niet vrijstond tegen klager op te treden. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en de maatregel van een onvoorwaardelijke schorsing van zes weken opgelegd. Evenals de raad van discipline is het hof van oordeel dat verweerder jegens klager in strijd heeft gehandeld met Regel 15 en dat de klacht gegrond is. Het hof acht evenals de raad de aan verweerder opgelegde maatregel van een onvoorwaardelijke schorsing van zes weken passend en noodzakelijk.