Zoekresultaten 221-230 van de 47591 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:118 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-132/AL/NN
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:118
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een deken kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8709
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:110
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend in verband met de behandeling van haar moeder tijdens een consult. Klaagster vindt dat het onderzoek van de huisarts en de vervolgstappen ontoereikend zijn geweest en ziet een verband met het overlijden van haar moeder korte tijd erna. Het college oordeelt dat de huisarts enkele gerichte onderzoeksverrichtingen heeft nagelaten. Daarnaast heeft het college een passend vervolgonderzoek, het maken van een echo, gemist. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht deels gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8863
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:111
Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie van andere patiënten met haar te delen en dat hij daarnaast de eed van Hippocrates heeft geschonden door de met klaagster gemaakte afspraak voor na zijn pensioen te ontkennen en door na zijn pensioen niet meer de moeite te nemen om met klaagster in gesprek te gaan. Klaagster is in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is. Het tweede klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:284 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-075/AL/OV
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:284
Verzetbeslissing. Er is door de voorzitter in de voorzittersbeslissing niet op alle klachtonderdelen beslist. Verzet gegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-051/DB/LI
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:58
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het verwijt, dat verweerder ondanks een belangenconflict tegen klager heeft opgetreden is ongegrond. Naar het oordeel van de raad is niet gebleken dat klager tijdens het gesprek met mr. H informatie heeft verstrekt die verweerder moest beletten om tegen klager op te treden. Van (de schijn van) belangenverstrengeling, zoals genoemd in het toetsingskader onder 5.3, is naar het oordeel van de raad geen sprake. Evenmin is gebleken dat verweerder heeft geweigerd inhoudelijke antwoorden gegeven en zich obstructief heeft opgesteld, noch dat hij een misleidend schikkingsvoorstel heeft gedaan, zonder dit te onderbouwen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/450997 KL RK 25-67
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:8
Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij onvoldoende toezicht heeft gehouden op de werkzaamheden van de klerk en hem onterecht indirect heeft beschuldigd van het geven van een opdracht aan de klerk. De kamer is het niet met klager eens en acht de klacht ongegrond. Voor zover de klacht betrekking heeft op de aankoop door zijn dochter acht de kamer de klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:59 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-242/DB/ZWB
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:59
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in de hoedanigheid van deken. Vast staat dat klaagster reeds eerder heeft geklaagd over verweersters optreden. De voorzitter constateert in de eerste plaats dat de onderhavige klacht van gelijke aard en inhoud is en op hetzelfde feitencomplex ziet als de eerdere klacht. De raad heeft deze eerdere klacht bij beslissing van 7 april 2026 ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen de beslissing van de raad hoger beroep ingesteld, zodat de beslissing van de raad van 7 april 2026 nog niet onherroepelijk is geworden. Het “ne bis in idem-beginsel”, zoals vastgelegd in artikel 47b Advocatenwet, staat om die reden niet aan ontvankelijkheid van de onderhavige (tweede0 klacht van klaagster niet in de weg. De voorzitter constateert in de tweede plaats dat uit het onderhavige klachtdossier geen andere – voor de beoordeling van de klacht relevante – feiten blijken dan zoals reeds door de raad vastgesteld in de genoemde beslissing van 7 april 2026 (ECLI: NL:TADRSHE:2026:45). De voorzitter ziet in hetgeen klaagster naar voren heeft gebracht geen aanleiding om anders te oordelen dan de raad heeft gedaan in de genoemde beslissing van 7 april 2026 (ECLI: NL:TADRSHE:2026:45). Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8996
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:107
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij tijdens een gezondheidscheck zonder toestemming van de patiënt een injectie heeft toegediend. Uit het verslag van de afspraak blijkt wel dat er bloed is geprikt bij klager, maar niet dat er bij hem een injectie is toegediend. Gelet op de toelichting van de huisarts ziet het college geen aanleiding om aan te nemen dat er niettemin toch een injectie zou zijn toegediend.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8826
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 12-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:108
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij tijdens een consult geen onderzoek heeft gedaan naar haar buikklachten en haar onvoldoende zorg heeft verleend. Daarnaast verwijt zij de huisarts dat zij haar (en haar zus) tijdens dat consult respectloos en onprofessioneel heeft bejegend. Naar het oordeel van het college heeft de huisarts op een goed te volgen wijze gehandeld. Niet is gebleken dat de huisarts onvoldoende onderzoek heeft gedaan, een onjuist beleid heeft bepaald, onvoldoende en onjuist heeft genoteerd in het medisch dossier en onvoldoende informatie heeft gegeven. Onprofessionele bejegening kan evenmin worden vastgesteld. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:60 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-773/DB/LI
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:60
Raadsbeslissing. Klager verwijt verweerster dat zij hem niet naar behoren heeft bijgestaan, nu zij geen regeling met de Duitse fiscus voor klager heeft getroffen, waardoor klager schade heeft geleden. De raad oordeelt dat klager in de zaak waarop de onderhavige klacht betrekking heeft geen cliënt is geweest van verweerster. Omdat verweerster in het geschil met de Duitse fiscus niet als advocaat voor klager is opgetreden, mist het tuchtrechtelijk verwijt van klager, dat verweerster klager niet naar behoren heeft bijgestaan, omdat zij voor hem geen regeling heeft getroffen, feitelijke grondslag. Ongegrond.