Zoekresultaten 91-100 van de 47374 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:133 Hof van Discipline 's Gravenhage 260024
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:133
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond.Allereerst overweegt het hof dat het (preliminaire) verweer van de deken dat beklag zich richt tegen mr. Rosier, terwijl het besluit is genomen door waarnemend deken mr. Van der Ende, niet slaagt. Een besluit ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Advw om (g)een advocaat aan te wijzen wordt genomen door de deken, in het onderhavige geval door de (bevoegde) waarnemend deken. Het eventuele beklag richt zich -anders dan een tuchtklacht- tegen de beslissing en niet tegen de persoon van de beslisser. Het beklag ingevolge artikel 13 Advw is dan ook terecht gericht aan degene voor of namens wie de waarnemend deken zijn beslissing heeft genomen.Uit de aanvraag maakt het hof op dat klager bijstand van een advocaat wenst in een bestuursrechtelijke procedure. Omdat in het bestuursrecht bijstand door een advocaat niet verplicht is, kan het beklag van klager tegen de afwijzingsbeslissing van de waarnemend deken niet slagen. Ten aanzien van de uitbreiding van het aanwijzingsverzoek van klager, althans zijn aanvullingen tijdens deze beklagprocedure, stelt het hof vast dat deze uitbreiding te laat is geschied en daarnaast niet is onderbouwd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:134 Hof van Discipline 's Gravenhage 260015
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:134
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het hof stelt vast dat klager, ondanks meerdere verzoeken daartoe van de deken, geen (relevante) informatie heeft gegeven waaruit blijkt welke vordering hij wenst in te stellen, wat de grondslag van die beweerdelijke vordering is, bij welke instantie hij een procedure wil starten en wat zijn belang bij een dergelijke procedure is. Verder ontbreken concrete stukken die als aanknopingspunt kunnen dienen voor een juridische procedure. Als gevolg daarvan kan de haalbaarheid van een eventuele procedure niet worden beoordeeld. Evenmin kan worden beoordeeld of het zou gaan om een procedure waarvoor bijstand door een advocaat noodzakelijk of vereist is. Ten aanzien van de verjaring heeft klager wel een bewijs van de verzending van een aangetekende brief overgelegd, maar de brief zelf niet, zodat niet kan worden vastgesteld wat de inhoud van de brief is en of het gestelde vorderingsrecht is gestuit en om die reden nog succesvol kan zijn. Het hof stelt daarbij vast dat klager bij zijn beklag heeft aangevoerd dat hij wil dat een advocaat wordt aangewezen om de verjaring van zijn vorderingen te stuiten. Uit de eigen stellingen van klager volgt echter dat daarin inmiddels zou zijn voorzien, zodat het beklag om die reden ook niet kan slagen. Voor een stuitingshandeling is daarenboven geen advocatenbijstand vereist.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:135 Hof van Discipline 's Gravenhage 260009
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:135
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft op goede gronden geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen, omdat klaagster niet in de positie verkeert dat zij geen advocaat bereid kan vinden om haar bij te staan. Dat klaagster het kennelijk niet eens is met de wijze waarop haar advocaat de zaak aanpakt(e) is geen reden voor aanwijzing van een (nieuwe) advocaat. Klaagster miskent dat de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening is, die pas in werking treedt als de rechtzoekende zelf geen advocaat kan vinden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:129 Hof van Discipline 's Gravenhage 250221
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:129
Klacht tegen advocaat wederpartij. Gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan eigen belang. Verwijt dat verweerder vertrouwelijke stukken uit de mediation in procedures heeft overgelegd, gegrond. De raad heeft de overige klachtonderdelen ongegrond verklaard, omdat de raad vanwege het geslaagde beroep van verweerder op zijn verschoningsrecht niet heeft kunnen vaststellen of verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder tegenover klaagster - de wederpartij - een beroep mag doen op zijn geheimhoudingsplicht jegens zijn oud-cliënten. Dat betekent echter niet dat de klachtonderdelen, waarvoor verweerder zich op zijn geheimhoudingsplicht beroept, ongegrond moeten worden verklaard vanwege het enkele feit dat verweerder zich daartegen niet heeft verweerd of kunnen verweren. Of die klachtonderdelen al dan niet gegrond moeten worden verklaard, hangt af van de feiten die, in dit geval met name aan de hand van de verschillende uitspraken van gerechtelijke instanties, ook zonder kennisneming van eventuele verweren van verweerder kunnen worden vastgesteld. Het hof verklaart deze klachtonderdelen voor het overgrote deel alsnog gegrond. Het had in deze specifieke zaak op de weg van verweerder gelegen om nader onderzoek te doen naar de informatie die hem door zijn cliënten werd aangereikt. Dat verweerder dit heeft gedaan is niet gebleken. Hij meegewerkt aan een opzetje om de executie van dwangsommen door klaagster te frustreren op basis van een vage, niet onderbouwde vordering, wat bovendien praktisch volledig buiten de beweerdelijke schuldeiser is omgegaan. Verweerder is meegegaan in het leggen van beslag op basis van ernstige beschuldigingen jegens klaagster, die mede gebaseerd bleken te zijn op gemanipuleerde beelden, die verweerder had kunnen en moeten controleren. Bijzonder kwalijk is dat verweerder aantoonbaar (en in rechte vastgesteld) in meerdere procedures - bewust - onjuiste en/of misleidende informatie aan de rechter heeft verstrekt, relevante feiten heeft verzwegen en betrokken is geweest bij acties om klaagster via publicaties in een kwaad daglicht te stellen. Verweerder heeft de kernwaarde onafhankelijkheid volledig uit het oog verloren. Onvoorwaardelijke schorsing van 13 weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:136 Hof van Discipline 's Gravenhage 250452
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:136
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Hoewel verweerster een processtuk van de wederpartij van klaagster niet direct na ontvangst heeft doorgestuurd naar klaagster, heeft verweerster – toen zij dit ontdekte – adequaat en zoals van een betamelijk handelend advocaat verwacht mag worden gehandeld. Ook overigens is niet gebleken dat verweerster in haar werkzaamheden voor klaagster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Evenals de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden acht ook het hof de klacht in al zijn onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:130 Hof van Discipline 's Gravenhage 250211D
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:130
Dekenbezwaar. Er bestaan voldoende aanknopingspunten tussen het beroep van verweerder als advocaat en zijn doen en laten als bestuurder van onder meer een stichting voor een tuchtrechtelijke beoordeling. Verweerder had een persoonlijk belang bij zijn optreden als advocaat voor de stichting en deze “dubbele pet” heeft de onafhankelijkheid verweerder als advocaat aangetast. De belangen van de stichting kwamen niet (steeds) overeen met de belangen van verweerder als bestuurder en in privé. Door het aangaan van een A-B-C-transactie heeft verweerder zijn persoonlijke belang laten prevaleren boven het belang van de stichting. Ook uit een uitspraak van het gerechtshof blijkt dat verweerder zichzelf met die transactie financieel heeft willen bevoordelen. Verweerder heeft ook niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen als bestuurder door geen deugdelijke administratie te voeren. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Nu verweerder niet of nauwelijks inzicht heeft getoond in de ernst van zijn handelen en ook overigens geen blijk heeft gegeven van enige zelfreflectie, verzwaart het hof de door de raad opgelegde maatregel tot een onvoorwaardelijke schorsing van 13 weken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:107 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-847/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:107
Klagers zijn als eigenaren van een appartement verenigd in een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klagers verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klagers onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - waaronder klagers - tegen de VvE hadden aangespannen. Verder is de raad van oordeel dat verweerder met de gewraakte uitlatingen niet de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Hij heeft die uitlatingen gedaan namens de VvE. Dat klagers de door verweerder gebruikte bewoordingen als kwetsend en intimiderend hebben ervaren, is onvoldoende om daarvan aan verweerder tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9013
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:62
Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen verweerster (haar zus). Verweerster heeft bij aanvraag beschermingsbewind voor haar moeder benoemd dat zij HBO-verpleegkundige is en heeft gewerkt als casemanager dementie. Klaagster verwijt verweerster dat zij misbruik makat van haar professionele status. Handelen in de privésfeer kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen onder de tweede tuchtnorm worden getoetst. Het verweten handelen valt niet onder de reikwijdte van de tweede tuchtnorm.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:108 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-849/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:108
Klaagster is als eigenaar van een appartement in een complex lid van een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klaagster als toenmalig bestuurslid verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klaagster onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - niet klaagster - tegen de VvE hadden aangespannen. Niet is gebleken dat verweerder uitlatingen tegen klaagster heeft gedaan waarmee hij de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9060
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:63
Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.