We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 23501-23550 van de 47651 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:215 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.054

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij in samenspraak met de waarnemend huisarts amoxicilline aan heeft voorgeschreven, terwijl hij wist, althans had behoren te weten dat klaagster vanwege de bij haar gestelde diagnose systemische mastocytose zeer allergisch op dit middel zou reageren. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster niet aannemelijk heeft gemaakt dat de huisarts wist, althans behoorde te weten dat de waarnemend huisarts voornemens was amoxicilline aan klaagster voor te schrijven . Bovendien vormde de diagnose systemische mastocysto geen contra-indicatie voor het voorschrijven van amoxicilline. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:130 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-057 DB/ZWB

    Niet gebleken dat verweerster feiten aan de rechter heeft voorgehouden waarvan zij de onjuistheid kende of behoorde te kennen. Kwalificaties “grillig”, “onbesuisd”, “impulsief”, “leugenachtig”, “dwingend”, “voor eigen rechter spelend” en “(be)dreigend” niet onnodig grievend tegen de achtergrond van hetgeen de vrouw verweerster had medegedeeld omtrent uitlatingen en handelen van klager alsook in het licht van de hevige strijd die tussen klager en zijn ex-echtgenote gaande was. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bezwaar te maken tegen in geding brengen van stukken door advocaat klager. Niet gebleken dat verweerster niet wilde meewerken aan een viergesprek. Klacht over gedragsregel 17 niet-ontvankelijk omdat deze gedragsregel ziet op de onderlinge verhouding tussen advocaten. Deels ongegrond, deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:102 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-150

    Dekenbezwaar tegen stagiaire-ondernemer, welk dekenbezwaar wegens spoedeisendheid van het door de deken gelijktijdig gedane verzoek ex 60ab/60b Aw in verband met het ontbreken van een stageverklaring bij verweerster apart is behandeld. De raad oordeelt 7 klachtonderdelen gegrond. De deken is ontvankelijk in de klachtonderdelen over privégedragingen van verweerster bij 3 strafzaken jegens haar (o.a. rijden zonder rijbewijs), waarmee zij in strijd met de kernwaarde integriteit ex artikel 10a Aw heeft gehandeld. Verweerster heeft voorts in strijd met gedragsregel 36 gehandeld door zonder toestemming een geluidsopname van een telefoongesprek met de deken te maken. Door diverse toevoegingen aan te vragen voor het verlenen van rechtsbijstand door zichzelf als advocaat aan zichzelf in privé en de wijze waarop zij dat heeft gedaan, heeft verweerster ook niet integer gehandeld. Verweerster had dit moeten weten, dan wel beseffen, dan wel moeten navragen. Voorts was de beroepshouding van verweerster een advocaat onwaardig door een arrestantenverzorger van een cellencomplex onder druk te zetten om in strijd met de waarheid een piketformulier te laten ondertekenen, waarbij zij bovendien haar plicht heeft verzaakt om zich behoorlijk en op gepaste wijze te gedragen in haar omgang met derden in haar werkomgeving. Door bovendien welbewust onjuiste informatie te verstrekken aan een andere orde van advocaten over haar stageperiode, die niet was verlengd door de orde Noord-Nederland, heeft verweerster niet betamelijk en niet integer gehandeld jegens die orde. De klachtonderdelen met betrekking tot het gebruik van het wrakingsmiddel door verweerster, het doen van een eigen onderzoek in een strafzaak terwijl het politieonderzoek nog loopt, en het retourneren van een strafdossier aan de rechtbank, worden ongegrond verklaard. Maatregel van 16 weken schorsing, waarvan 8 weken voorwaardelijk, waarbij rekening wordt gehouden met feit dat verweerster stagiaire-ondernemer was en geen eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen heeft.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:94 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-168

    De advocaat van de wederpartij heeft niet de grenzen van de haar toekomende vrijheid overschreden. De voorzitter kan vermeende afspraken over schikkingsvoorstellen niet vaststellen. Er is sprake van diverse contactmomenten met klager geweest, waarna een procedure in het belang van de cliente van verweerster noodzakelijk was . Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:216 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.055

    Klaagster verwijt de huisarts haar amoxicilline te hebben voorgeschreven, terwijl de huisarts wist, althans had behoren te weten dat klaagster vanwege de bij haar gestelde diagnose systemische mastocytose zeer allergisch op dit middel zou reageren. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat huisarts op basis van zorgvuldig onderzoek een verdedigbare beslissing heeft genomen. De klacht van klaagster wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:154 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170055

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij. De opdracht van verweerster aan de deurwaarder om het beslag op te heffen zodra klager de achterstand in betaling van alimentatie heeft betaald, valt binnen de beleidsvrijheid van verweerster. Het gerechtshof heeft verweerster geen instructie gegeven. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2016-100

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. Geen sprake geweest van weigering van behandeling door de psychiater. Ook is niet vast komen te staan dat er (spoed)signalen waren waardoor de psychiater sneller en doeltreffender had moeten reageren. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:142 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170111

    De deken heeft op goede gronden geweigerd aan klagers verzoek tot het andermaal aanwijzen van een advocaat te voldoen. Vooropgesteld, er is een advocaat die klagers wil bijstaan in de bodemprocedure. De omstandigheid dat klagers het niet eens zijn met de wijze waarop deze advocaat de zaak behandelt (in dit geval de weigering om in deze procedure een wrakingsverzoek in te dienen), levert op zich zelf geen grond op voor aanwijzing van een andere advocaat. In dit geval heeft de deken, uit oogpunt van zorgvuldigheid, eerder mr. H als advocaat aangewezen en hij heeft specifiek onderzocht of mr. K op goede gronden het verzoek van klagers heeft geweigerd. Mede op basis van het ondezoek dat mr. H heeft uitgevoerd, is hij tot de conclusie gekomen dat hiij geen aanleiding zag voor het indienen van het wrakingsverzoek. Ten onrechte menen klagers dat een (aangewezen) advocaat verplicht is het wrakingsverzoek namens klagers te ondertekenen. Een advocaat heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid. Nu klagers geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben gesteld die aanleiding zouden kunnen zijn voor een nieuwe beoordeling van hun verzoek, heeft het hof het beklag als ongegrond afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/095

    Klaagster verwijt verweerder, oogarts, dat hij niet adequaat heeft gehandeld toen zij bij hem kwam met een forse oogontsteking. Als gevolg van dit lakse optreden heeft klaagster meerdere hersenoperaties moeten ondergaan. Tevens verwijt klaagster verweerder te liegen over de gang van zaken. Verweerder voert verweer. Gegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:155 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160132

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Het hof oordeelt, anders dan de raad, dat uit de weergave van verweerster van het e-mailbericht van klager niet kan worden afgeleid dat verweerster onjuiste of onvolledige informatie heeft gegeven waardoor het gerechtshof op het verkeerde been is gezet. Klacht ongegrond. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2016-318

    Gegronde klacht tegen een arts. De arts is met het voeren van persoonlijke gesprekken met klaagster over relationele en familiaire aangelegenheden en het maken van in de behandelrelatie ongepaste complimenten jegens klaagster, reeds ernstig tekort geschoten in het houden van gepaste afstand. Daarbij is op basis van ongeloofwaardige en inconsistente verklaringen van de arts voor het college voldoende aannemelijk geworden dat de arts zich eveneens schuldig heeft gemaakt aan de door klaagster gestelde (ongewenste) lijfelijke intimiteiten. Schorsing voor de duur van een maand.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:149 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160012

    Eindbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Klacht dat verweerder gemanipuleerde jaarstukken en jaarstukken die slechts een concept waren heeft ingediend. Naar aanleiding van de tussenbeslissing van het hof van 13 juni 2016 hebben klagers (jaar)stukken ingediend en verweerder het complete procesdossier en heeft de deken onderzoek gedaan. Het hof concludeert op basis van deze stukken en informatie dat de verweten manipulatie niet is komen vast te staan en evenmin dat verweerder op de hoogte was van de brief van de accountant. Klachten in hoger beroep alsnog ongegrond. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:143 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170015

    tav ka d De Advocatenwet kent een klachtrecht toe aan degene die door een handelen of nalaten van een advocaat in zijn of haar belang is of kan worden getroffen. Het hof is van oordeel dat klagers in dit geval een eigen belang hebben nu het gaat om het optreden van verweerder betreffende een nalatenschap waarin zij erfgenamen zijn. Klachtonderdeel d is naar het oordeel van het hof ongegrond, nu niet is gebleken dat van de rekening van de nalatenschap gelden zijn betaald aan verweerder die betrekking hebben op de onderhavige klachtprocedure. tav ko e Het hof stelt vast dat uit de stukken niet blijkt dat namens klagers op het schikkingsvoorstel is gereageerd. Nu het voorstel d.d. 2 november 2015 inhield dat het “binnen drie dagen na heden” moest worden aanvaard, kan betwijfeld worden of de gestelde termijn op 5 november 2015 al om was. Het uitbrengen van de appeldagvaarding op 5 november 2015 is gezien de gestelde termijn in elk geval buitengewoon krap, maar in dit geval leidt dat niet tot een tuchtrechtelijk verwijt nu niet gebleken is dat klagers van het uitbrengen van de appeldagvaarding nadeel hebben ondervonden. Zij hebben immers niet op het schikkingsvoorstel gereageerd en niet gesteld dat zij het voorstel hadden willen aanvaarden. Volgt ongegrondverklaring.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2016/497

    Klaagster verwijt de neuroloog een verkeerde diagnose en behandeling. Klaagster vindt dat zij eerder doorgestuurd had moeten worden voor een second opinion. Gegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:150 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170031

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij dat hij in de procedure feitelijke gegevens heeft verstrekt waarvan hij wist dat deze onjuist waren. Verweerder heeft met zijn stelling dat zijn cliënt altijd op goede gronden een goedkeurende verklaring heeft afgegeven met inachtneming van alle beroepsregels, een feitelijke stelling en geen mening geponeerd, en bovendien hiermee de rechter en de wederpartij op het verkeerde been gezet nu verweerder bekend was met de conclusie van het interne onderzoeksrapport van zijn cliënt dat de goedkeurende verklaring niet had mogen worden verstrekt. Waarschuwing. Veroordeling in proceskosten van de Orde. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:144 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170048

    Ten onrechte heeft de raad de e-mail van 27 april 2013 voor de ontvankelijkheidstoets als uitgangspunt genomen. Dit moet zijn de mail van 23 maart 2012, zijnde het moment dat klager zijn voorstel aan Van B en niet aan verweerster heeft gedaan. De klachtonderdelen die in hoger beroep aan het oordeel van het hof zijn onderworpen zien enkel op de aspecten dat verweerster onduidelijke declaratieafspraken heeft gemaakt, de inzet en reikwijdte van de hulppersoon Van B niet is vastgelegd en de juridische dienstverlening niet helder is afgerond. Ten aanzien van al die aspecten geldt dat klager hiermee uiterlijk 23 maart 2012 bekend was. Door eerst op 11 november 2015 een klacht in te dienen bij de deken is de drie jaarstermijn als bedoeld in artikel 46a lid 1 aanhef en onder a van de Advocatenwet verstreken. Reeds daarom is de bestreden beslissing door het hof vernietigd en is klager alsnog in zijn klachtonderdelen a, h en j niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 289/2016

    Klacht tegen verpleegkundige, werkzaam als physician assistant. Klacht is kennelijk ongegrond. Het college is van oordeel dat er wel een gedegen diagnose is gesteld en dat een geen aanknopingspunten te vinden zijn voor de stelling van klager dat de diagnose onjuist was. Dat verweerder druk zou hebben uitgeoefend op klager is niet komen vast te staan nu de lezingen daarover uiteen lopen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:151 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170088

    Gegronde klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft bij de behandeling van de letselschadezaak van klager aanspraak gemaakt op een resultaatgerichte beloning maar aan vrijwel geen enkele daaraan in de Voda gestelde voorwaarde voldaan. Ook in geval van resultaatgerichte beloning heeft de cliënt recht op een specificatie van zijn declaratie. Verweerder heeft ten onrechte een bedrag van € 12.500 ingehouden op de slotuitkering voor klager nu niet is komen vast te staan dat klager hiermee heeft ingestemd. Verweerder heeft excessief gedeclareerd. Schorsing van 4 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk onder de bijzondere voorwaarde dat verweerder aan klager een bedrag van € 12.500 zal overmaken. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:145 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170042

    Bekrachtiging van de uitspraak van de raad. Nu het door klaagster ingestelde hoger beroep geen doel heeft getroffen en zij, anders dan verweerder, niet op zitting is verschenen om een nadere toelichting te geven, ziet het hof in dit geval aanleiding in hoger beroep een proceskostenveroordeling achterwege te laten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:139 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170028

    Klager heeft een verzetschrift ingediend ten aanzien van de beslissing van de voorzitter van de raad, waarbij de klacht van klager tegen verweerder deels tardief, deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. De raad heeft het verzet van klager ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft klager een beroepschrift ingediend. Klager heeft evenwel niet aangevoerd dat een fundamenteel rechtsbeginsel zou zijn geschonden, waardoor het rechtsmiddelenverbod zou moeten worden doorbroken. Het beroep van klager is daarom door het hof verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 290/2016

    Klacht tegen chirurg. Niet is gebleken dat verweerder met uitsluiting van andere behandelopties enkel een LIS-operatie bij klager wilde uitvoeren, zonder dat klager was onderzocht en er een diagnose was gesteld. De verwijten aan verweerder missen dan ook feitelijke grondslag. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:152 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170039

    Hoger beroep klager(klachtonderdelen a, b, c, d, f en g): Privégedragingen van een advocaat kunnen alleen dan van tuchtrechtelijk belang geoordeeld worden wanneer er hetzij voldoende aanknopingspunten zijn met de praktijkuitoefening hetzij de gedraging voor een advocaat in het licht van zijn beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd moet worden geacht. De raad heeft naar het oordeel van het hof terecht geoordeeld dat de verweten gedragingen zich hebben afgespeeld tegen de achtergrond van de tussen klager en zijn ex-echtgenote (vrouw) bestaande onmin als ex-partners en dat verweerder zich daarin gemengd heeft als huidige partner van de vrouw. De grieven van klager slagen dan ook niet. Hoger beroep verweerder: Het hof merkt op dat het uitgangspunt is dat de advocaat, zoals in gedragsregel 2 tot uitdrukking is gebracht, dient te vermijden dat zijn vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van het beroep in gevaar zouden kunnen komen. In de toelichting op gedragsregel 2 is onder meer gesteld dat een belangenverstrengeling door financiële of persoonlijke relaties de gewenste onafhankelijkheid in gevaar kan brengen en kan maken dat de advocaat mede tot partij wordt.Dit uitgangspunt verdraagt zich in beginsel niet met het optreden als advocaat in een problematische familiezaak van de levenspartner van die advocaat tegen de ex-echtgenoot van zijn levenspartner. Het in deze klachtprocedure aan de orde zijnde optreden van verweerder in de zaak van zijn levenspartner tegen haar ex-echtgenoot heeft zich gekenmerkt door een volstrekt gebrek aan distantie en professionaliteit hetgeen zich heeft geuit in een serie gegronde klachten van de ex-echtgenoot tegen verweerder.Het hof acht het optreden van verweerder ernstig verwijtbaar. Hetgeen door verweerder bij wijze van verklaring voor zijn handelen is gesteld aangaande het gedrag van klager zelf kan, hoezeer ook begrijpelijk is dat verweerder daardoor werd geprikkeld, geen excuus zijn voor dat handelen. Integendeel, het gedrag van klager in de kennelijk zeer problematische verhoudingen met de vrouw, had voor verweerder extra reden moeten zijn zich juist niet als advocaat daarin te mengen, hetgeen verweerder verwijtbaar wel heeft gedaan. Het hof is van oordeel dat de door de raad opgelegde maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk gedurende vier maanden een passende maatregel is. Volgt bekrachtiging van de beslissing van de raad, met uitzondering van de gegrondbevinding van klachtonderdeel e voorzover is beslist dat verweerder de advocaat van klager voortdurend bedreigt met klachten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:146 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170066

    Advocaat verzoekt om herziening van de beslissing van het hof waarin de klacht deels gegrond is verklaard en aan hem een schorsing voor de duur van 2 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, is opgelegd. Tegen beslissing van het hof is in de Advocatenwet geen gewoon rechtsmiddel opengesteld. Herziening kan uitsluitend aan de orde zijn indien bij de behandeling van het hoger beroep geen sprake is geweest van een eerlijk proces doordat een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Het hof oordeelt dat daarvan geen sprake is geweest. Onjuiste opvatting van advocaat dat uit de uitspraak expliciet moet blijken dat de maatregel met eenparigheid van stemmen is verhoogd. Evenmin is sprake van schending van het legaliteitsbeginsel omdat de maatregel is opgelegd voor feiten uit 2007 terwijl daarvoor is verwezen naar opgelegde maatregelen voor feiten die zich nadien hebben voorgedaan. Het herzieningsverzoek wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:140 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170022

    Nu er naar het oordeel van het hof geen sprake is geweest van een schending van fundamentele rechtsbeginselen, gaan de door klager aangevoerde doorbrekings-gronden niet op, zodat het appelverbod in stand blijft en het beroep van klager wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:153 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170117

    Hoger beroep tegen toewijzing schorsing ex art. 60ab Advocatenwet. De deken heeft verzocht om schorsing omdat verweerster haar praktijk onbevoegd uitoefent nu zij niet beschikt over een stageverklaring. Het hof laat de schorsing in stand. Verweerster oefent de parktijk onbevoegd uit Het enkele tijdverloop - de stage is in november 2015 geëindigd - rechtvaardigt niet een praktijkoefening zonder stageverklaring. Er bestaat een ernstig vermoeden dat de door artikel 46 Advocatenwet beschermde belangen ernstig zullen worden geschaad als verweerster wordt toegelaten tot de praktijkuitoefening. Het hof acht de opgelegde schorsing gerechtvaardigd en proportioneel. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:147 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170067

    Klacht tegen eigen advocaat. Klager is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep omdat het te laat is ingesteld. Het hoger beroep van verweerster faalt. Verweerster heeft een verweerschrift ingediend, terwijl klager die in het buitenland verbleef uitdrukkeklijk had verzocht om aanhouding daarvan. Verweerster heeft de rechtbank niet verzocht om aanhouding en evenmin met klager hierover overleg gevoerd. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:141 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170029

    Het hof is van oordeel dat verweerster in dit geval in voldoende mate aan haar verplichting tot het schriftelijk informeren van partijen omtrent de inhoud van het convenant heeft voldaan. Voorts is niet is gebleken dat het convenant op het punt van de partneralimentatie en de erfenis van de voormalige schoonvader van klager niet overeen kwam met de bedoeling van partijen op dat moment. De klacht is naar het oordeel van het hof in beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 008/2017

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 212/2016

    Klacht over een mede door verweerster (psychiater) uitgebrachte Pro Justitia rapportage. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 141/2016

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:111 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-934/DH/DH

    Vrijheid advocaat wederpartij. Advocaat mag in beginsel afgaan op de juistheid van de door zijn cliënt verstrekte informatie. Onjuistheid overgelegde verklaring en inhoud akte niet vast komen te staan. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16185

    Psychiater wordt verweten dat diagnose ADHD onterecht is gesteld omdat de voorgeschreven medicatie onjuist was , dat hij klager niet op alternatieven gewezen heeft, dat hij een voorkeur voor merknaammedicatie had en zijn agenda niet goed beheerde. DIVA 2.0-vragenlijst is niet op de juiste wijze afgenomen. Niet kan worden aangenomen dat de diagnose op juiste wijze tot stand is gekomen of juist is. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing en publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:112 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-913/DH/DH

    Sprake van advocaat-cliënt relatie in die zin, dat verweerder jegens klaagster de van hem in zijn hoedanigheid als advocaat in acht te nemen zorgvuldigheid dient te betrachten? Het feit dat zich in het dossier geen opdrachtbevestiging van verweerder bevindt heeft de beantwoording van deze vraag door de raad bemoeilijkt. Op basis van de zich wel in het dossier bevindende stukken en de stellingen van partijen beantwoordt de raad de vraag echter ontkennend. Klaagster kan derhalve niet klagen over schending van gedragsregels 10, 8, 23, 24 en 26. Desalniettemin kan verweerder jegens klaagster wel tuchtrechtelijke verwijtbaar hebben gehandeld door schending van gedragsregel 35. Daarvan is geen sprake. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:157 Raad van Discipline Amsterdam 17-373/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16218

    Patiënt werd na suïcidepoging op SEH opgenomen. Psychiater wordt verweten dat hij patiënt de volgende dag nooit uit het ziekenhuis had mogen ontslaan aangezien patiënt enkele dagen later suïcide pleegde. Patiënt was op dag van ontslag goed aanspreekbaar, wilsbekwaam en weigerde opname. Verweerder heeft verschillende alternatieven overwogen en onderzocht. IBS behoorde niet tot de mogelijkheden. Geen acute suïcidedreiging. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:113 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-157/DH/NH

    Optreden tegen voormalig cliënt op grond van Gedragsregel 7 lid 4 in beginsel niet is toegestaan. Bij de toepassing van gedragsregel 7 dient mede acht te worden geslagen op emotionele aspecten die betrokken kunnen zijn bij het optreden tegen een voormalige cliënt (HvD 15 december 2014, ECLI:NL:TAHVD:2014:390). Alleen al de aard van de relatie tussen cliënt en advocaat kan met zich meebrengen dat het optreden tegen die cliënt door de advocaat of zijn kantoorgenoot onwenselijk is, ook al gaat het niet om dezelfde kwestie. Niet aan alle cumulatieve vereisten van lid 5 voldaan. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 194/2016

    Klacht tegen psychiater wegens te late levering van medicatie, het niet aanbieden van een alternatief, het uitblijven van overleg over de ontstane situatie en het weigeren van slaapmedicatie. Het door verweerder gedane onderzoek naar de gang van zaken is onzorgvuldig geweest. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16168

    Verwijt aan psychiater dat hij een onnodige procedure in gang heeft gezet, geprobeerd heeft zich te onttrekken aan een onafhankelijke klachtenprocedure en inbreuk heeft gemaakt op klagers privacy. Uitkomst van AQ test was aanwijzing voor het ontbreken van ASS, maar andere feiten en omstandigheden, waaronder de crisissituatie in het gezin en de algehele complexe situatie, rechtvaardigden het voltooien van het onderzoek. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:114 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-911/DH/DH

    Verzet. Klachtonderdelen a en c terecht en op juiste gronden wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en klachtonderdeel b vanwege het ontbreken van een tuchtrechtelijk verwijt terecht ongegrond bevonden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 218/2016

    Klacht tegen psychiater wegens te late levering van medicatie, het niet aanbieden van een alternatief, het uitblijven van overleg over de ontstane situatie en het weigeren van slaapmedicatie. Klacht is kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:115 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-938/DH/DH

    Verzet. Klacht vanwege de overschrijding van de in artikel 46g lid 1 onder a genoemde termijn van drie jaren terecht en op juiste gronden niet-ontvankelijk verklaard. De door klager aangevoerde redenen voor deze termijnoverschrijding leiden niet tot een ander oordeel. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:153 Raad van Discipline Amsterdam 17-124/A/NH

    Verzetzaak. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 304/2016

    Klacht tegen fysiotherapeut gegrond. Verweerder heeft niet gehandeld binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening doordat hij aan een medisch adviseur meer informatie heeft verstrekt dan hem op basis van de gegeven volmacht, toestemmingsformulier en gedragsregels was toegestaan, een deel van de informatie feitelijk onjuist was en hij klaagster niet in kennis heeft gesteld van de verstrekte informatie. Maatregel: waarschu wing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:210 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.319

    Klacht tegen huisarts. Klager klaagt in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van patiënt en verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig is omgegaan met medische gegevens van patiënt waardoor patiënt en klager geestelijk en emotioneel leed is toegebracht en voorts dat verweerster het medisch dossier van patiënt niet op wilde sturen naar de opvolgend huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:154 Raad van Discipline Amsterdam 17-278/A/A

    Klacht tegen eigen advocaat. Ten onrechte heeft verweerster gelden die zij voor klager onder zich hield op haar derdengeldenrekening verrekend met haar eigen declaratie, terwijl klager daar geen expliciete toestemming voor had gegeven. Klacht deels gegrond, zonder oplegging van maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 276/2016

    Tandarts wordt verweten dat hij klaagster, na het verlaten van zijn praktijk, onvolledig en te laat inzage heeft gegeven in het tandheelkundig dossier. Verweerder stelt het hele dossier aan de gemachtigde van klaagster te hebben gestuurd (DAS). Nu het college op grond van de tegenstrijdige standpunten de feitelijke gang van zaken niet heeft kunnen vaststellen is onvoldoende komen vast te staan, ook als aan beide partijen evenveel geloof wordt gehecht, om daaruit af te leiden dat verweerder geweigerd zou hebben om stukken af te geven dan wel daar opdracht toe zou hebben gegeven en dus klachtwaardig zou hebben gehandeld. Partijen hebben ondermeer niet bijgehouden welke stukken zijn afgegeven of ontvangen. Verweerder heeft zijn werkwijze aangepast. Misschien had verweerder aanvankelijk sneller kunnen reageren op verzoeken van 17 september 2013 en 8 oktober 2013 om toezending van het dossier maar het college acht dit op zich niet verwijtbaar nu verweerder reeds op 17 oktober 2013 inhoudelijk heeft gereageerd op de klachtbrieven en er anderzijds mogelijk een machtiging ontbrak – dit is niet ontkend van de zijde van klaagster, er is slechts aangegeven dat verweerder hier niet meteen een beroep op heeft gedaan in genoemd inhoudelijk verweer. Ook op dit punt is de klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/317177 / KL RK 17-31

    Klaagster heeft, in de vorm van een hypotheek op haar woning, zekerheid gesteld voor een geldvordering van B.V. (B) op B.V. (A). In opdracht van B.V. (B) is de notaris gestart met de executieveiling van de woning van klaagster. Klaagster verwijt de notaris dat dit ten onrechte is gebeurd, omdat niet is gebleken dat B.V. (A) in verzuim is. De kamer overweegt dat artikel 21 Wet op het notarisambt voorschrijft dat de notaris een ministerieplicht heeft en dat hij aan een opdracht tot veiling gevolg moet geven. De notaris dient, volgens de kamer, wel te controleren of voor de opdracht een toereikende grondslag bestaat. De kamer overweegt dat in deze zaak genoegzaam is gebleken dat sprake was van een vordering van B.V. (B) op B.V. (A) en van een verzuim van B.V. (A), zodat tot executie van de woning mocht worden overgegaan. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:155 Raad van Discipline Amsterdam 17-387/A/A/

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geen mededelingen gedaan die vallen onder de geheimhoudingsclausule uit de mediationovereenkomst. Evenmin gebleken dat verweerder onjuiste feitelijke gegevens heeft verstrekt aan de rechter.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 275/2016

    Tandarts wordt verweten dat hij klager na het verlaten van de praktijk onvolledig en te laat inzage heeft gegeven in het tandheelkundig dossier. Verweerder zegt het volledige dossier te hebben opgestuurd aan de gemachtigde van klager (DAS). Nu het college op grond van de tegenstrijdige standpunten de feitelijke gang van zaken niet heeft kunnen vaststellen is onvoldoende komen vast te staan, ook als aan beide partijen evenveel geloof wordt gehecht, om daaruit af te leiden dat verweerder geweigerd zou hebben om stukken af te geven dan wel daar opdracht toe zou hebben gegeven en dus klachtwaardig zou hebben gehandeld. Verweerder had echter wel eerder moeten reageren. Door op een duidelijk verzoek van 29 november 2013 eerst na een herhaalde aanmaning van 12 mei 2014 te reageren heeft verweerder naar het oordeel van het college gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid. De klacht op dit punt is dan ook toegewezen. Het was geen onderdeel van de klacht maar verweerder heeft erkend dat hij ook beter een kopie had kunnen maken van de afgegeven stukken dan wel op zijn minst aantekening had kunnen houden van hetgeen hij had afgegeven. Hij heeft zijn werkwijze thans aangepast. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2017:40 Accountantskamer Zwolle 17/106 Wtra AK

    Betrokkene schrijft op verzoek van advocaat een briefrapport met daarin opgenomen een conclusie die deugdelijke grondslag mist. Advocaat stelt de door betrokken verschafte informatie in de procedure onjuist voor. In strijd met art. 10 VGBA is betrokkene hiertegen niet corrigerend opgetreden. Waarschuwing.