Zoekresultaten 2001-2050 van de 47441 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2691

    .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7779

    Klacht tegen arts in opleiding tot longarts. De echtgenoot van klaagster had longkanker. Klaagster verwijt verweerder dat kort na de behandeling met chemotherapie en bestraling, tegen zijn wens in en zonder controle van zijn eiwitwaardes, is gestart met immuuntherapie, waarna hij een maand later snel achteruit is gegaan en is overleden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2654

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ten aanzien van de klachtonderdelen a, c en d. Het beroep heeft tot doel dat die klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt overeenkomstig het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7541

    Klacht tegen specialist longgeneeskunde. De echtgenoot van klaagster had longkanker. Klaagster verwijt verweerder dat kort na de behandeling met chemotherapie en bestraling, tegen zijn wens in en zonder controle van zijn eiwitwaardes, is gestart met immuuntherapie, waarna hij een maand later snel achteruit is gegaan en is overleden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2648

    Kopje: Deels gegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. De orthopedagoog-generalist heeft een psychodiagnostisch onderzoek uitgevoerd bij de dochter van klaagster. Na het afronden van het psychodiagnostisch onderzoek is de begeleiding van de dochter voortgezet door een collega van de orthopedagoog-generalist terwijl de orthopedagoog-generalist gesprekken met de ouders voerde. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij onprofessioneel heeft gehandeld, onvoldoende regie heeft gehouden en onterecht een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de orthopedagoog-generalist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is – anders dan het Regionaal Tuchtcollege – van oordeel dat de orthopedagoog-generalist in dit geval de stappen uit de ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ niet voldoende zorgvuldig heeft doorlopen, alvorens de melding bij Veilig Thuis te doen. Stap 3: ‘Gesprek met de betrokkenen’ is door de orthopedagoog-generalist overgeslagen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de orthopedagoog-generalist een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2657

    Klacht tegen longarts. Klager kwam medio 2023 bij de longarts op verdenking van longkanker. De longartsarts voerde diverse onderzoeken uit, waaronder lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. De uitslagen van deze onderzoeken wezen uit dat sprake was van verdenking van een longabces in plaats van longkanker. Klager kwam twee weken later bij de longarts om de uitslagen van de onderzoeken te bespreken. In de brief aan de huisarts schreef de longarts onder meer dat hij lichamelijk onderzoek had verricht. Klager verwijt de longarts dat hij, anders dan in deze brief staat, geen lichamelijk onderzoek heeft verricht en dat het daarnaast niet tot de competenties van de longarts behoort een gebit te beoordelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de longarts geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2867

    Wrakingsverzoek gericht tegen twee leden-beroepsgenoten. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8013

    Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater was ten tijde van de gedragingen die tot deze klacht leidden, werkzaam als geneesheer-directeur/psychiater. In 2022 vroeg de psychiater een collega een medische verklaring op te stellen voor zijn zoon. Hiermee wilde hij voorkomen dat de zoon hoge opleidingskosten moest betalen. In 2024 stelde de psychiater – ook om onder diezelfde hoge opleidingskosten uit te komen – zelf op briefpapier van zijn werkgever een valse medische verklaring op voor zijn zoon. Hierbij heeft hij de naam en handtekening van de eerder betrokken collega – zonder haar medeweten of toestemming – onder de verklaring gezet. De psychiater heeft de collega kort daarna gevraagd om – indien nodig – tegenover de schuldeisende instantie te bevestigen dat zij de medische verklaring had opgesteld. De psychiater heeft de klacht volledig onderkend. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt een schorsing op van één jaar, waarvan 9 maanden voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:212 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7889

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft klaagster op 1 augustus 2019 gesproken en geconcludeerd dat er bij klaagster vermoedelijk sprake was van een manisch toestandsbeeld, waarvoor hij medicatie heeft voorgeschreven. Klaagster verwijt de psychiater dat hij zijn conclusie op een verkeerde basis heeft getrokken en ze is het niet eens met (de dosering van) de voorgeschreven medicatie. Het college oordeelt dat de psychiater het vermoeden van een manische episode op basis van de juiste informatie heeft kunnen stellen en daarvoor de juiste medicatie met een adequate dosering heeft voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:195 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-435/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt verweerder niet integer te hebben gehandeld door te dreigen met een dagvaarding maar dat vervolgens toch niet te doen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder geen termijn van dagvaarding gegeven en genoegzaam toegelicht dat hij op grond van instructies van zijn cliënt vanwege de situatie op dat moment met klaagster nog niet tot dagvaarding is overgegaan. Dat klaagster de wijze van handelen van verweerder naar eigen zeggen als zeer dreigend en niet-integer heeft ervaren, maakt niet dat dit naar objectieve maatstaven ook zo geduid kan worden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:213 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7890

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft klaagster in de nacht van 6 op 7 augustus 2019 beoordeeld in het kader van de procedure om een inbewaringstelling te verkrijgen. Klaagster verwijt de arts dat hij onbevoegd was de geneeskundige verklaring op te stellen en dat deze bovendien onzorgvuldig was. Het college oordeelt dat de arts geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van zijn oordeelsvorming en dat hij de geneeskundige verklaring had kunnen afgeven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:196 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-448/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft zich te laat beklaagd over de door verweerder verrichte werkzaamheden en is in zoverre niet-ontvankelijk. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht over de wijze van interne klachtafhandeling door de klachtenfunctionaris en over de weigering tot toezending van gevraagde informatie door het kantoor. Dat verweerder niet bij het overleg met de klachtenfunctionaris was, is onvoldoende om hem dat tuchtrechtelijk te verwijten. De klacht daarover is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-459/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een letselschadeprocedure. Verweerder heeft klaagster na ieder gesprek met de verzekeraar uitvoerig geïnformeerd over wat er is besproken. Verweerder heeft daarbij steeds uitgelegd wat zijn inschatting is van de procedure en heeft dat ook gemotiveerd uitgelegd aan de van de beschikbare medische informatie. Daarmee heeft verweerder gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en handelend advocaat mag worden verwacht. Geen aanleiding om te twijfelen aan klaagsters handelingsbekwaamheid. Verweerder had niet moeten inzien dat klaagster een derde voorstel niet meer zou durven afwijzen. Daarnaast heeft verweerder inzichtelijk gemaakt hoe zijn kosten zouden worden betaald en was hij niet gehouden om het reeds afgesloten dossier ongevraagd aan de gemachtigde van klaagster te sturen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:214 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7891

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is in de nacht van 6 op 7 augustus 2019 beoordeeld in het kader van een procedure tot verkrijgen van een inbewaringstelling. Enkele dagen daarvoor was zij door een psychiater in het kader van een crisisbeoordeling gediagnostiseerd met een vermoeden van een manisch toestandsbeeld. De arts heeft op 9 augustus 2019 inlichtingen gegeven aan de rechtbank en vragen beantwoord, toen het verzoek tot voortzetting van de machtiging werd behandeld. Klaagster verwijt de arts dat hij onbevoegd psychiatrisch onderzoek heeft gedaan en daarbij onzorgvuldige oordeelsvorming. De arts heeft aangegeven dat hij klaagster niet heeft beoordeeld en bij de rechtbank is afgegaan op de informatie uit de overdracht. Het college oordeelt dat de arts bij het geven van de inlichtingen aan de rechtbank correct heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:197 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-451/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerster tijdens een bespreking met klager de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. Verweerster heeft klager toen een viergesprek afgeraden. De uitlatingen en houding van klager daarna hebben ertoe geleid dat verweerster zich als advocaat terug trok wegens het ontbreken van een vertrouwensbasis. Dat mocht zij zo doen. Verweerster hoefde de concept-berekening daarna niet aan klager af te geven, ook niet omdat zij daarvoor niets in rekening heeft gebracht. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7546

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Eind 2023 wilde de officier van justitie een verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging indienen bij de rechter. De psychiater werd aangewezen als beoogd zorgverantwoordelijke. Met het oog op het in te dienen verzoekschrift heeft de psychiater klaagster gesproken. Naar aanleiding daarvan vermoedde zij dat sprake was van een psychotisch toestandsbeeld bij klaagster. Klaagster verwijt de psychiater dat zij haar niet heeft onderzocht, ziektes heeft verzonnen, haar heeft geïntimideerd en heeft gelogen voor de rechtbank. Het college verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7791

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. In 2014 en 2015 verbleef klager, nadat hij in 2012 een subarachnoïdale bloeding kreeg, in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. De psychiater werkte in die periode voor een instelling die psychiatrische hulp verleende in het verpleeghuis. Klager kreeg eind 2014 in toenemende mate fysieke klachten en verwijt de psychiater dat deze zijn veroorzaakt doordat de psychiater hem zonder zijn medeweten medicatie zou hebben toegediend. Daarnaast zou de psychiater klager nooit lichamelijk hebben onderzocht en zich jegens hem niet respectvol hebben gedragen. Het college komt tot het oordeel de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:194 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-339/AL/NN

    Voorzittersbeslissing over advocaat van de wederpartij. Dat verweerder ongefundeerde beschuldigingen in stukken of op andere momenten over klager heeft gedaan en klakkeloos informatie van zijn cliënte heeft overgenomen, is niet komen vast te staan. Het kan verweerder niet worden verweten dat de dochter van klager, die tijdens de echtscheidingsprocedure meerderjarig werd, een eigen verzoek tot vaststelling van een bijdrage in haar levensonderhoud wilde indienen om die bijdrage in rechte te laten vaststellen. De dochter heeft haar moeder, die door verweerder werd bijgestaan, daarvoor gemachtigd. Niet is gebleken dat verweerder de dochter bij haar keuzes onder druk heeft gezet. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:57 Accountantskamer Zwolle 24/4273 Wtra AK 24/4274 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht. Betrokkenen krijgen de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Betrokkenen hebben in opdracht van zeven gemeenten een zorgfraudeonderzoek ingesteld en daarover gerapporteerd. Dat rapport, door hen een rapport van feitelijke bevindingen genoemd, heeft geleid tot beslaglegging en een civielrechtelijke procedure. De zorgverleenster, die in deze klacht als klaagster optreedt en tegen wie het onderzoek zich richtte, stelt onder meer dat het rapport geen rapport van feitelijke bevindingen is maar een persoonsgericht onderzoek, dat betrokkenen niet de juiste deskundigen hebben ingeschakeld om een onderzoek te verrichten en onvoldoende hoor en wederhoor hebben toegepast en dat het rapport een deugdelijke grondslag mist. De Accountantskamer verklaart de klacht grotendeels gegrond. Betrokkenen hebben in ernstige mate de fundamentele beginselen geschonden en hebben geen maatregelen genomen toen zij eenmaal wisten of behoorden te weten dat hun onderzoek en rapport niet voldeden.

  • ECLI:NL:TSCTS:2025:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2025-05 (2025.V4-VB SEAL)

    Op zondagnacht, 23 februari 2025, voer de havensleepboot VB Seal vanuit het Beerkanaal langs de “groene” kant richting de “Maas 5” boei. Het was mistig en de snelheid van de VB Seal was ongeveer 5,5 knopen over de grond. Het plan was om bij de “Maas 5” boei te wachten. Nabij de “Maas 5” boei is een gebruikelijke plaats voor havenslepers om te wachten op binnenkomende schepen. De VB Seal zou samen met een andere sleepboot (VB Schelde) het binnenkomende containerschip Maersk Iowa assisteren. Voor de Maersk Iowa uit voer de olietanker Gulholmen in ballast, zij was bestemd voor de 7e Petroleumhaven.Nabij de “Maas 5” boei haalde de betrokkene de vaart van de VB Seal eraf. De vaart over de grond nam af tot ongeveer 1,5 knoop terwijl de VB Seal wat bakboord uit kwam. Vervolgens kwam deVB Seal achteruit de noord in met een toenemende snelheid tot 2,9 knopen over de grond. Om 01.49 uur lokale tijd werd de VB Seal aan stuurboord voor geraakt door de Gulholmen. Al snel was duidelijk dat de VB Seal water maakte. De betrokkene heeft haar toen aan de oostzijde van de Ertskade op het stenen talud gezet, om zinken te voorkomen. Andere sleep- en havendienstboten schoten te hulp en brachten bergingspompen aan boord van de VB Seal. Door de dieseldampen van de eigen pomp, die binnen stond te draaien, werden bemanningsleden onwel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8014

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De behandelend neuroloog van klager heeft klager verwezen naar verweerder met de vraag of klager in aanmerking zou komen voor behandeling in zijn ziekenhuis. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen en klager terugverwezen. Klager stelt dat verweerder door deze afwijzing onterecht ervoor heeft gezorgd dat er geen behandelrelatie met hem is aangegaan door het ziekenhuis. Klager is ontvankelijk, dit valt onder de tweede tuchtnorm. De neuroloog heeft slechts kennis kunnen nemen van de informatie in de verwijsbrief en daarin stond als reden enkel de geografische voorkeur van klager. Andere redenen van belang voor klager waren de neuroloog toen nog niet bekend. De neuroloog hoefde klager niet toe te laten voor een consult in het ziekenhuis. Klacht is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8109

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft een fietsongeval gehad en in verband met de afwikkeling van de aansprakelijkheid van de hierbij betrokken bestuurder heeft de arts een deskundigenonderzoek gedaan en een rapport opgesteld. Onheuse bejegening tijdens het onderzoek kan niet worden vastgesteld. De conceptrapporten en het definitieve rapport voldoen aan de criteria en de arts heeft de van toepassing zijnde richtlijnen in acht genomen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7990

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De neuroloog is door het A verzocht een neurologisch expertise te verrichten bij klaagster. Het komt niet vast te staan dat de neuroloog ongewenst of grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond door klaagster zich te laten ontkleden voor neurologisch onderzoek, nu dit onderzoek noodzakelijk en gepast was ten aanzien van de lichamelijke klachten van klaagster. Verder komt niet vast te staan dat klaagster niet serieus is genomen of dat het onderzoek van onvoldoende kwaliteit is. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 756224 / NT 24-33 756225 / NT 24-34

    Het kennelijke verwijt van klaagster dat de kandidaat-notarissen hadden moeten waarschuwen voor de nadelige gevolgen van het verzoek om toestemming aan de gemeente is naar het oordeel van de kamer ongegrond. Dat de gemeente een onderzoek heeft verricht naar het gebruik van het adres [adres 3] (welk gebruik mogelijk niet in overeenstemming was met de bestemming) is niet een voorzienbaar gevolg van het vragen van de wettelijk vereiste toestemming aan de gemeente geweest. Ook het gevolg, dat klaagster in december 2022 een besluit van de gemeente heeft ontvangen waarin de bestemming van [adres 3] is gewijzigd naar bedrijfsmatige bestemming, zoals zij ter zitting heeft verklaard, is een omstandigheid die niet was te voorzien en evenmin de kandidaat-notarissen kan worden verweten. Niet gebleken is dat de kandidaat-notarissen tekort zijn geschoten in hun zorgplicht jegens klaagster. De kandidaat-notarissen hebben zich professioneel richting klaagster gedragen. De kandidaat-notarissen hebben gedaan wat zij bij de uitvoering van hun opdracht behoorden te doen en daarbij klaagster bij herhaling op correcte wijze geïnformeerd over het dossierverloop. Ook hebben zij klaagster uitgenodigd voor een bespreking op het notariskantoor, waar zij overigens niet op in is gegaan.Gelet op het vorenstaande acht de kamer de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760313 / NT 24-47

    Van een (kandidaat-)notaris die een opdracht tot het indienen van een (eenvoudige) aangifte erfbelasting ontvangt, mag worden verwacht dat hij deze aangifte op juiste wijze invult en indient en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend handelt. Uit het voorgaande volgt dat de kandidaat-notaris aan een en ander niet heeft voldaan. Nergens blijkt dat de kandidaat-notaris een complete aangifte heeft ingediend en klager ook adequaat heeft geïnformeerd. Zorgvuldigheid is één van de kernwaarden van het notariaat en de kandidaat-notaris heeft deze bij voortduring geschonden. De kamer neemt bij de bepaling van soort en hoogte van de maatregel in aanmerking dat de kandidaat-notaris sinds mei 2022 faalt in de dienstverlening richting klager. De kandidaat-notaris heeft klager gedurende bijna drie jaar in het ongewisse gelaten door niet, te laat of niet naar behoren te reageren op correspondentie en/of telefoontjes van klager en de aangifte erfbelasting op zijn beloop te laten. (...) De incomplete en niet tijdige aangifte kan aanmerkelijke financiële consequenties voor erflaters hebben. De kamer acht daarom - mede gelet op het feit dat de kandidaat-notaris geen tuchtrechtelijk verleden heeft - de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7173

    Klacht tegen psychiater ongegrond. Patiënte verwijt de psychiater ernstig nalatig handelen, schending van de privacy en het boycotten van de overdracht naar een collega. Het college: dat de psychiater de afspraak was vergeten, is in dit geval van onvoldoende gewicht om van een tuchtrechtelijk verwijt te kunnen spreken. Niet blijkt dat de psychiater klaagster onvoldoende heeft begeleid. Het beroepsgeheim mocht hij doorbreken. Er zijn geen aanknopingspunten te vinden dat de psychiater meer (medische) gegevens over de patiënte heeft verstrekt dan noodzakelijk was. Dat de psychiater de overdracht heeft geboycot door foutieve informatie te verstrekken, staat niet vast.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7616

    Een patiënt met een bipolaire I-stoornis dient een klacht in tegen zijn psychiater over de behandeling in 2022 en 2024. Hij klaagt onder meer over verkeerde diagnoses, gebrekkige communicatie met de huisarts, foutieve medicatie, privacyschending en onjuiste dossierinformatie. Volgens het tuchtcollege zijn de diagnoses op goede gronden gesteld, was de medicatiekeuze verantwoord en was er geen sprake van schending van privacy of onjuiste informatievoorziening. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7772

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Patiënte klaagt over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling, schending van inspanningsverplichting, informatieplicht en registratieplicht. Psychiater was als waarnemer van de hoofdbehandelaar niet betrokken bij de diagnostiek noch bij de keuze van de behandelvormen. Evenmin was de psychiater betrokken bij de informatie over en de nazorg van de ECT behandeling, noch bij de registraties van deze behandeling.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6853

    Het college oordeelt dat het de huisarts van klager, die in een PI verblijft, niet te verwijten valt dat klager voor ieder consult een briefje moet invullen en daarnaast dat het feit dat een belastend onderzoek moest ondergaan ook niet verwijtbaar is. De huisarts heeft in het dossier genoteerd dat klager toestemming gaf en de aanwezigheid van de bewakers vloeit voort uit het regime waarin klager verbleef. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 747578 / NT 24-7

    Vast staat dat klaagster pas op die dag, één dag voor de geplande passeerdatum, de kandidaat-notaris heeft ingelicht over het vruchtgebruik van het legaat en dat op dat moment geen toestemming van de dochters van erflater was verkregen voor vervreemding van de woning. Niet alleen heeft klaagster nagelaten de kandidaat-notaris tijdig over het vruchtgebruik van het legaat te informeren, maar ook informatie dat de dochters van erflater nog geen toestemming voor de levering van de woning hadden gegeven heeft zij niet tijdig aan de kandidaat-notaris verstrekt.Dat de kandidaat-notaris vervolgens heeft geoordeeld dat hij - gelet op de belangen van de blooteigenaren van het legaat en de onzekere (juridische) situatie - zekerheidshalve toestemming van de dochters van erflater wilde verkrijgen vóór het passeren van de leveringsakte, en daarom de passeerdatum van de leveringsakte heeft uitgesteld, is naar het oordeel van de kamer - gelet op het vorenstaande - niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer acht de klacht daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6869

    Het college oordeelt dat de huisarts van klager, die in een PI verblijft, geen onjuiste diagnose heeft gesteld en dat de huisarts een aan klager gerichte brief niet heeft geopend. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/6720

    Klager klaagt erover dat de huisarts naproxen naast diclofenac heeft voorgeschreven zonder klager daarover te informeren. Klacht kennelijk ongegrond, omdat uit het aan de huisarts ter beschikking staande medisch dossier bleek dat de medicatie van diclofenac was gestopt, terwijl – naar later bleek - die beëindiging niet was doorgevoerd. Adequate reactie na ontdekking.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6779

    De huisarts heeft op grond van de inhoud van het medisch dossier van klager mogen oordelen dat klager geen beperkingen had voor het verrichten van arbeid in de PI waar klager verblijft. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:161 Hof van Discipline 's Gravenhage 240156H

    Herzieningsverzoek. Geen sprake van een novum, motiveringsklachten leveren geen schending op van een fundamenteel rechtsbeginsel, in zoverre is het verzoek niet-ontvankelijk. Beroep op ne bis in idem ongegrond, omdat schorsing op grond van artikel 60ab en op grond van dekenbezwaar voor dezelfde feiten geen dubbele bestraffing is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7912

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog, klinisch psycholoog. Klaagster is voor een therapeutisch psychologisch onderzoek (TPO) door de klinisch psycholoog onderzocht. De klinisch psycholoog concludeerde in 2024 tot een persoonlijkheidsstoornis en adviseerde een kortdurende klinische psychotherapeutische behandeling. Later werd de diagnose bijgesteld tot Persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken. Op verzoek van klaagster heeft de klinisch psycholoog haar doorverwezen naar een deeltijdbehandeling voor depressie. De depressiepolikliniek heeft ervan afgezien klaagster op te roepen voor een intake. Zakelijk weergegeven verwijt klaagster de klinisch psycholoog de eerste diagnose te hebben bijgesteld en een onjuiste verwijzing naar de depressiekliniek te hebben ingezet. De klinisch psycholoog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college komt tot oordeel dat de klinisch psycholoog alles overziend zorgvuldig heeft gehandeld. Hij heeft elke stap afgewogen, gedocumenteerd en met klaagster besproken en afgestemd. Daarbij heeft hij ook bij oplopende spanningen bij klaagster en in de onderlinge verhouding zijn verantwoordelijkheid serieus genomen en zorggedragen voor een overdracht en een nieuwe verwijzing. Kennelijk ongegronde klacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:162 Hof van Discipline 's Gravenhage 250080

    Ongegrond verzet tegen beslissing van de voorzitter om de klacht tegen de deken niet te verwijzen. De deken mag een poging tot bemiddeling doen, maar is daartoe niet verplicht. De deken mag in het kader van de afronding van het onderzoek een inschatting geven van hoe het oordeel van de raad zou kunnen luiden, maar is daartoe niet verplicht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7984

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster is voor een therapeutisch psychologisch onderzoek (TPO) door de psychotherapeut onderzocht. De psychotherapeut concludeerde in 2024 tot een persoonlijkheidsstoornis en adviseerde een kortdurende klinische psychotherapeutische behandeling. Later werd de diagnose bijgesteld tot Persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken. Op verzoek van klaagster heeft de psychotherapeut haar doorverwezen naar een deeltijdbehandeling voor depressie. De depressiepolikliniek heeft ervan afgezien klaagster op te roepen voor een intake. Zakelijk weergegeven verwijt klaagster de psychotherapeut de eerste diagnose te hebben bijgesteld en een onjuiste verwijzing naar de depressiekliniek te hebben ingezet. De psychotherapeut heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college komt tot oordeel dat de psychotherapeut alles overziend zorgvuldig heeft gehandeld. Hij heeft elke stap afgewogen, gedocumenteerd en met klaagster besproken en afgestemd. Daarbij heeft hij ook bij oplopende spanningen bij klaagster en in de onderlinge verhouding zijn verantwoordelijkheid serieus genomen en zorggedragen voor een overdracht en een nieuwe verwijzing. Kennelijk ongegronde klacht.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 762328 / NT 25-2

    De kandidaat-notaris heeft voldoende haar best gedaan om een voorstel op te stellen waar alle drie de kinderen zich in zouden kunnen vinden. Dat daarbij enigszins van een (mogelijk) aanvankelijk uitgangspunt, te weten de wens om € 50.000,- op de rekening van moeder beschikbaar te houden, is afgeweken, maakt nog niet dat de belangen van moeder niet in acht zijn genomen. De kandidaat-notaris heeft voldoende toegelicht hoe - op andere wijze – de financiële positie van moeder was geborgd. Daarbij komt dat de voorstellen van de kandidaat-notaris werden gedaan in het kader van een onderhandelingsproces en hoe dan ook eerst aan de kinderen ter goedkeuring werden voorgelegd. Voor zover klaagster de kandidaat-notaris verwijt dat zij heeft nagelaten om hypothecaire zekerheid te vestigen ontbeert de klacht feitelijke grondslag alleen al omdat die zekerheid wel is gevestigd.Gelet op het voorgaande oordeelt de kamer dat deze klachtonderdelen ongegrond zijn.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:163 Hof van Discipline 's Gravenhage 240176

    Ongegrond verzet tegen beslissing van de voorzitter om de klacht tegen de deken niet te verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:122 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-967/DB/OB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7935

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klagers verwijten de gz-psycholoog dat zij de behandelingsovereenkomst eenzijdig heeft opgezegd zonder duidelijke onderbouwing of nazorg, klager tijdens een behandelsessie onheus heeft bejegend, onvoldoende casusregie heeft gevoerd en dat ze onzorgvuldig heeft gecommuniceerd. Het college is van oordeel dat onvoldoende is aangetoond dat het gedrag van klager zodanig was dat dit voor de gz-psycholoog een gewichtige reden opleverde voor beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Daarnaast is niet voldaan aan de zorgvuldigheidseisen voor beëindiging. Voor wat betreft de klacht over de casusregie oordeelt het dat de gz-psycholoog er onvoldoende voor heeft gezorgd dat helder was wie welke rol had en hoe deze werd ingevuld en dat na beëindiging van de behandelingsovereenkomst ook deze rol goed werd overgedragen. De klacht over bejegening is ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 765132 / NT 25-6

    Dat de notaris heeft gemeend zijn dienstverlening te moeten weigeren vanwege de afhankelijkheid van de vrouw en haar juridische onkunde valt evenwel niet te rijmen met wat de notaris overigens over het verloop van de bespreking heeft verklaard. De notaris heeft ter zitting namelijk ook verklaard dat hij (uiteindelijk) de indruk had dat de vrouw van klager zich vrij voelde om antwoord te geven op de vragen van de notaris. Zo voelde zij zich – in de bewoordingen van de notaris – frank en vrij om haar voorkeur uit te spreken voor de toepasselijkheid van islamitisch recht op het huwelijkse vermogen. Daarbij komt dat ook volgens klager de vrouw de uitleg van de notaris goed begreep en duidelijk was in haar wensen. Gezien deze tegenstrijdigheid in de verklaringen van de notaris – en mede gelet op de verklaring van klager dat zijn vrouw af en toe vragend naar hem keek, maar dat dat was omdat zij de vertaling van de Syrische tolk niet begreep – is de kamer onvoldoende gebleken dat bij de vrouw daadwerkelijk sprake was van afhankelijkheid en onkunde, en dus dat de notaris een gegronde reden had om wegens afhankelijkheid of onkunde van de vrouw zijn dienstverlening te weigeren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:159 Hof van Discipline 's Gravenhage 250235

    Beklag tegen afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat ongegrond. Onvoldoende kans van slagen en er ligt al een negatief procesadvies van een advocaat.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:191 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-399/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in penitentiaire procedures. Het stond verweerder vrij om opdracht niet aan te nemen. Niet gebleken dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld in opdrachten die hij wel heeft aangenomen. Ook is niet gebleken dat verweerder zijn bijstand op onzorgvuldige wijze heeft neergelegd. Verweerder mocht de proceskostenveroordeling in ontvangst nemen, omdat deze op grond van de Awb aan hem toekwam. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-409/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het niet (tijdig) verstrekken van informatie en arresten kennelijk ongegrond. Klacht voor het overige niet ontvankelijk omdat daarover te laat is geklaagd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:160 Hof van Discipline 's Gravenhage 250183

    Ongegrond verzet tegen beslissing van de voorzitter om de klacht tegen de waarnemend deken niet te verwijzen. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om de werkwijze van een deken en/of het dekenstandpunt in een klacht tegen de deken aan de orde te stellen en evenmin om af te dwingen dat iemand anders een tweede klacht onderzoekt en/of dat die klacht zonder (afgerond) onderzoek naar de raad wordt doorgeleid.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-410/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de voormalige eigen advocaat. Het dossier dat verweerder aan de nieuwe advocaat van klager heeft doorgezonden was niet onvolledig. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:120 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-226/DB/OB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:155 Hof van Discipline 's Gravenhage 250001

    De zaak betreft een klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klager bijgestaan in een huurgeschil. Dit geschil, dat heeft geleid tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, vormt de aanleiding voor deze klacht. Volgens klager was de bijstand van verweerder niet toereikend, heeft verweerder klagers goede naam geschonden en heeft verweerder niet voldaan aan zijn zorgplicht jegens klager. Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de raad. In aanvulling hierop merkt het hof op dat het feit dat de raad verweerder in de gelegenheid heeft gesteld om na de zitting een stuk in te dienen dat nog niet in het dossier zat, geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de raad niet correct heeft gehandeld. Van belang is dat uit het proces-verbaal van de raad blijkt dat klager in de gelegenheid is gesteld om op dat stuk te reageren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:137 Raad van Discipline Amsterdam 25-071/A/A

    Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaat wederpartij. De wijze waarop verweerster de (potentiële) getuige van klaagster heeft benaderd, kan niet anders worden geïnterpreteerd dan als een poging tot ongeoorloofde beïnvloeding van een (potentiële) getuige. Daarmee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit, zoals (onder meer) uitgewerkt in gedragsregel 22. Verweerster heeft daarmee schade toegebracht aan het vertrouwen in de advocatuur. Een berisping is in deze situatie passend en geboden.