Zoekresultaten 2001-2050 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:272 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-569/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De over verweerster - als advocaat van een executeur in een nalatenschap - is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:247 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-118/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een conflict met de verhuurder. Verweerder heeft een beroepsfout gemaakt, door namens één van de vennoten te dagvaarden in plaats van namens de vof. Verweerders bejegening van de vennoot die namens de vof optrad is verder niet zorgvuldig en zelfs onprofessioneel. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7880

    De moeder van een patiënt klaagt over diens behandeling door de orthodontist. Het tuchtcollege verklaart alle klachten ongegrond. De orthodontist heeft een passend behandelplan opgesteld, de juiste diagnose gesteld (op één schrijffout na), en terecht een KNO-verwijzing gedaan. Het gebruik van een myobrace was verdedigbaar als voorbereidende behandeling. Er was nog geen definitieve behandeling gestart omdat de patiënt tussentijds van orthodontist wisselde. Ook het verwijt over röntgenfoto’s en de positie van tand 15 houdt geen stand.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:241 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-162/DH/RO

    Verzetbeslissing. Verzetgronden slagen niet. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:297 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7863

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet.Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat hij ten onrechte een palliatief beleid heeft ingezet.Het college acht de beslissing op 3 maart 2020 om over te gaan tot een palliatief beleid gezien de gezondheidssituatie van de dochter van klaagster op dat moment zeer goed navolgbaar en is van oordeel dat deze beslissing zorgvuldig is genomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:254 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-102/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Geen sprake van onnodig kwetsende uitlatingen. Verweerders beeldspraak had neutraler gekund, maar daarmee is hij nog niet door de tuchtrechtelijke ondergrens gezakt. Niet gebleken dat verweerder onjuiste feiten naar voren heeft gebracht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:248 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-315/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een incassoprocedure. Verweerder heeft aan klager onvoldoende duidelijkheid verschaft over wat hij nu precies van klager verwachtte en waarom. Het had op verweerders weg gelegen om klager expliciet en schriftelijk op de risico’s van het dagvaarden namens de verkeerde entiteit te wijzen. De raad legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:242 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-912/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat bij de echtscheiding. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege nis bis in idem en strijd met de beginselen met de tuchtprocesrode. Een klachtonderdeel is wel ontvankelijk, omdat klager dit in de eerdere tuchtprocedure heeft willen inbrengen, maar daar geen gelegenheid voor kreeg. Deze klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:298 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7864

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet.Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat zij ten onrechte een palliatief beleid heeft ingezet.Het college acht de beslissing op 3 maart 2020 om over te gaan tot een palliatief beleid gezien de gezondheidssituatie van de dochter van klaagster op dat moment zeer goed navolgbaar en is van oordeel dat deze beslissing zorgvuldig is genomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:255 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-259/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken van onzorgvuldige advisering, een vooringenomen houding ten gunste van de wederpartij, onvoldoende inspanning of het onzorgvuldig neerleggen van de werkzaamheden. Verweerder heeft toegelicht Dropbox-documenten via het account van zijn vrouw te hebben gedownload vanaf zijn vakantieadres omdat hij niet bij zijn eigen account kon. Nadat hij de documenten heeft gedownload, heeft hij deze verwijderd van het account van zijn vrouw zodat enkel hij daar kennis van kon nemen. Met die toelichting heeft verweerder voldoende maatregelen getroffen om de vertrouwelijkheid van de documenten te waarborgen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:249 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-689/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de bijstand van de eigen advocaat in een kort geding tussen een franchisegever en -nemer. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder tekort is geschoten in zijn dienstverlening aan klager. Klager was er mee bekend dat het onderwerp knowhow van groot belang was. Van klager mocht worden verwacht dat hij alle knowhow ter kennis van verweerder bracht. Verweerder mocht erop vertrouwen dat klager alle relevante feitelijke informatie had gemeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:213 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2712

    Klager lijdt aan chronische draaiduizeligheid en werkt met een WIA-uitkering 25 uur per week. De aangeklaagde arts werkt onder supervisie van een bedrijfsarts bij de arbodienst van de werkgever van klager. Klager kwam op 19 april 2024 bij de arts op het verzuimspreekuur. Klager vindt a) dat de arts hem toen ten onrechte heeft doorverwezen naar het UWV en b) dat de arts onvoldoende onderzoek heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door de arts ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:299 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7865

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een kinderarts. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet.Klaagster verwijt de kinderarts dat zij op 31 januari 2020 ten onrechte heeft besloten haar dochter over te plaatsen naar een ander ziekenhuis en dat zij ten onrechte palliatief beleid heeft ingezet.Het college stelt vast dat de kinderarts zowel bij het besluit tot overplaatsen als het besluit een palliatief beleid in te zetten niet betrokken is geweest.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:256 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-322/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over een gezamenlijke echtscheidingsadvocaat. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem, omdat klagers ex-partner al over de kwaliteit van de dienstverlening heeft geklaagd. Klacht voor het overige ongegrond, omdat niet is gebleken dat verweerder klager heeft zwartgemaakt bij zijn (mogelijke) nieuwe advocaten.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:214 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2743

    Klager is na zijn ziekmelding bij zijn werkgever begeleid door de bedrijfsarts. Over die begeleiding is hij niet tevreden. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer dat zij geen gehoor heeft gehad voor zijn psychische klachten, een verkeerde diagnose heeft gesteld en verkeerde vervolgstappen heeft voorgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep van klager heeft tot doel dat twee van zijn klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de bedrijfsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verwerpt het beroep van klager.Klager is na zijn ziekmelding bij zijn werkgever begeleid door de bedrijfsarts. Over die begeleiding is hij niet tevreden. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer dat zij geen gehoor heeft gehad voor zijn psychische klachten, een verkeerde diagnose heeft gesteld en verkeerde vervolgstappen heeft voorgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep van klager heeft tot doel dat twee van zijn klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de bedrijfsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:293 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7839

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kinderarts-neonatoloog. Bij de dochter van klaagster is kort na de geboorte geconstateerd dat zij geïnfecteerd was geraakt met de Serratia marcescens bacterie en dat zij een hersenvliesontsteking had. Na een aantal weken waarin sprake was van toenemend weefselverval in de hersenen is vervolgens in een multidisciplinair overleg (MDO) geconcludeerd dat genezing niet meer mogelijk was en dat een palliatief beleid werd ingezet. Klaagster verwijt de kinderarts-neonatoloog dat hij, als afdelingshoofd, onvoldoende maatregelen heeft genomen om een infectie met de Serratia marcescens bacterie te voorkomen. Ook verwijt zij de kinderarts-neonatoloog dat hij ten onrechte een palliatief beleid heeft ingezet.Het college is van oordeel dat de op de afdeling gehanteerde maatregelen ter voorkoming van infecties conform de medisch-professionele standaard zijn.Het college acht daarnaast de beslissing om over te gaan tot een palliatief beleid gezien de gezondheidssituatie van de dochter van klaagster op dat moment zeer goed navolgbaar en is van oordeel dat deze beslissing zorgvuldig is genomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:250 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-656/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft de ingediende correspondentie niet als vertrouwelijk hoeven aan te merken. Niet gebleken dat verweerster onvoldoende professionele distantie heeft betracht. Zij mocht haar cliënte beschermen tegen de beschuldigingen van klager. Ook heeft verweerster niet ondoelmatig gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:244 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-641/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een geschil over de (gebrekkige) bouw van een woning. Klager heeft zijn klacht beperkt tot één klachtonderdeel. De klacht is te laat ingediend, daarom niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:257 Hof van Discipline 's Gravenhage 250325

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het verzoek is onvoldoende onderbouwd. Het is niet duidelijk geworden dat enige procedure een redelijke kans van slagen zou hebben.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:270 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-485/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:271 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-584/AL/GLD

    voorzittersbeslissing. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder de belangen van klager onvoldoende heeft behartigd of anderszins de belangen van de wederpartij of zichzelf voorop heeft gesteld. Verweerder heeft de werkzaamheden uitgevoerd zoals afgesproken in de aangepaste opdrachtbevestiging en heeft daarna geweigerd om nog verder werkzaamheden voor klager te doen. Naar het oordeel van de voorzitter staat het een advocaat vrij om die keuze te maken. Verweerder heeft zich in dit geval op zorgvuldige wijze onttrokken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:290 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7919

    Ongegronde klacht tegen een internist-oncoloog. Bij de echtgenote van klager was triple negatief borstkanker geconstateerd. Hij verwijt de internist-oncoloog dat zij onvoldoende voorlichting aan patiënte heeft gegeven over de risico’s van de chemotherapie en dat zij ten onrechte niet van het standaard protocol is afgeweken. Het college oordeelt dat de door de internist-oncoloog gegeven schriftelijke en mondelinge informatie voldoende is geweest. Er was geen indicatie om niet te starten met een standaarddosering of (later) de dosering te verlagen. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:267 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-249/AL/MN

    gegrond verzet en deels gegronde klacht over verweerster als advocaat van de wederpartij. Uit de stukken en de verklaringen tijdens de zitting van de raad is gebleken dat cliënte G ervoor heeft gekozen om niet bij de zitting van de rechtbank aanwezig te zijn. Zij heeft een verklaring opgesteld die vervolgens door verweerster tijdens de zitting is voorgelezen. De raad is ook gebleken dat G in haar verklaring, die bij de stukken ontbreekt, niet alleen de redenen voor haar afwezigheid heeft toegelicht maar daarin ook ernstige beschuldigingen aan het adres van klager heeft geuit. Als een cliënte niet mee gaat naar een zitting maar een verklaring wil laten voorlezen door de eigen advocaat, dan heeft die advocaat daarin ook een eigen verantwoordelijkheid, ondanks de wensen van de cliënt. In een dergelijke situatie moet een advocaat kritisch zijn ten aanzien van het nut en de noodzaak van de verklaring en de inhoud daarvan in het bijzonder. Juist vanwege het grievende karakter van de verklaring van cliënte G en het ontbreken van voldoende belang bij het naar voren brengen van de gevoelige inhoud, is terughoudendheid geboden. Verweerster heeft naar het oordeel van de raad van die terughoudendheid onvoldoende blijk gegeven door de verklaring van G integraal voor te lezen. Dat was niet alleen onnodig, want niet van belang voor de zaak, maar ook schadelijk voor klager die daarvan pas tijdens de zitting kennis heeft genomen, terwijl verweerster andere keuzes had kunnen maken. Verweerster heeft aldus onvoldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager, hetgeen haar tuchtrechtelijk wordt verweten. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:291 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8188

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Patiënte, de moeder van klaagster, is overleden aan longkanker. De arts was werkzaam als zaalarts op de longafdeling. Het college stelt vast dat de arts geen diagnose heeft gesteld, ook niet dat hij klaagster niet serieus zou hebben genomen. Het door klaagster ervaren gebrek aan empathie kan het college niet in objectieve zin vaststellen. Het college komt ook niet tot het oordeel dat de arts niet adequaat heeft gehandeld op het moment dat het niet goed ging met patiënte. Er waren op dat moment geen andere handelingen mogelijk om het lijden van patiënte te verminderen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:268 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-263/AL/MN

    ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:292 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9027

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter oordeelt dat er sprake is van misbruik van recht nu klaagster een in de kern dezelfde klacht indient tegen de bedrijfsarts. Klaagster wenst kennelijk de beslissing van het CTG niet af te wachten en dient wederom een klacht in met een andere weergave en andere bewoordingen, die in de kern op hetzelfde neerkomt. In dit geval komt de voorzitter tot het oordeel dat het belang van klaagster niet opweegt tegen het belang van de bedrijfsarts om te worden beschermd tegen het opnieuw indienen van een tuchtklacht tegen haar over in de kern hetzelfde feitencomplex. Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:243 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-625/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klager heeft geen eigen, rechtstreeks belang bij de vraag of verweerster wel of geen toevoeging mocht aanvragen voor haar cliënte. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:170 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-737/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De tuchtrechter is (kennelijk) onbevoegd om kennis te nemen over AVG-klachten. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerder heeft klager mede kunnen delen dat als de Belgische belastingdienst (FOD) nog vragen had over de bankrekening van zijn cliënt, dat de FOD zich tot hem kon wenden. Niet gebleken van het verstrekken van onjuiste informatie. Verweerder mocht namens zijn cliënt standpunten innemen die afwijken van klager. Het is niet aan klager om te bepalen door welke advocaat zijn wederpartij zich laat bijstaan. Herhalen van passages uit de conclusie van antwoord in het verweerschrift op de tuchtklacht is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Benoemen van de deken als ‘confrère’ en klacht als ‘verwijt’ is niet klachtwaardig.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:269 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-272/AL/MN 25-273/AL/MN 25-274/AL/MN

    ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:256 Hof van Discipline 's Gravenhage 250324

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen van de door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:209 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2774

    Klacht tegen een chirurg. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de chirurg werkzaam is. De chirurg maakte ook deel uit van het MDO en was hoofdbehandelaar van klager. Klager verwijt de chirurg onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en misdiagnostiek na maart 2019 . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:251 Hof van Discipline 's Gravenhage 240360W

    Verzoekster heeft haar wrakingsverzoek ingediend direct na hervatting van het onderzoek ter zitting en nog voordat de behandelend kamer op haar aanhoudingsverzoek heeft kunnen beslissen. Het wrakingsverzoek is in zoverre voorbarig. Dat de behandelend kamer met de wijze van behandeling van het aanhoudingsverzoek ter zitting vooringenomen zou zijn en/of hoor en wederhoor zou hebben geschonden, is de wrakingskamer niet gebleken. Het proces-verbaal is bedoeld als een zakelijke weergave en niet als een woordelijk verslag van hetgeen ter zitting is besproken. Het feit dat niet alles wat ter zitting is besproken in het proces-verbaal is opgenomen, is daarom geen aanwijzing dat er sprake is van (een schijn van) vooringenomenheid van de behandelend kamer.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-944/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:220 Raad van Discipline Amsterdam 25-721/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Dat verweerster (ook) betrokken zou zijn geweest bij de correspondentie over de in te stellen vorderingen, wordt door klaagster niet nader onderbouwd en door verweerster nadrukkelijk betwist. Verweerster heeft daarbij terecht aangevoerd dat de voorzieningenrechter op basis van de ingestelde vorderingen ook “het minderde” (schorsing) in plaats van “het meerdere”(staking) had kunnen bevelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:210 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2775

    Klacht tegen een MDL-arts. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de MDL-arts werkzaam is. De MDL-arts maakte deel uit van het MDO en heeft klager in 2019 enkele malen gezien. Klager verwijt de MDL-arts nalatigheid en onzorgvuldig handelen. In het bijzonder verwijt hij haar enerzijds dat haar brief aan de huisarts feitelijke onjuistheden bevat en anderzijds dat zij zich na april 2019 afzijdig heeft gehouden en ten onrechte niet actief heeft uitgezocht waarom geen resultaten uit de onderzoeken kwamen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:252 Hof van Discipline 's Gravenhage 240341 240342

    Deze procedures betreffen een klacht over de eigen advocaten. Het hoger beroep in beide zaken richt zich tegen het in beide zaken door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdeel dat niet is gebleken dat verweerders zich ten onrechte en op onzorgvuldige wijze zouden hebben teruggetrokken uit de zaken van klager. Verweerder heeft gehandeld zoals van een bekwaam en zorgvuldig handelend advocaat en tevens werkgever (van verweerster) verwacht mag worden. Het hof is van oordeel dat verweerders bij het besluit om de opdracht te beëindigen voldoende zorgvuldig hebben gehandeld. Verweerder heeft – nadat verweerster hem over de met klager ontstane situatie had geïnformeerd – hoor en wederhoor toegepast door het initiatief te nemen tot een telefoongesprek met klager). Verder heeft verweerder de in dat telefoongesprek gedane mededeling dat de werkzaamheden voor klager werden beëindigd diezelfde dag in een uitvoerig gemotiveerde brief mede namens verweerster aan klager toegelicht. Ten slotte is niet gebleken dat klager (processueel) nadeel heeft ondervonden als gevolg van die beëindiging. Bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:167 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-459/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter stelt vast dat het vermeend klachtwaardig handelen van verweerder zou hebben plaatsgevonden in 2013. Verweerder stond klager toen als advocaat bij en hij heeft in die hoedanigheid namens klager een verzoek tot schadevergoeding bij het Hof ingediend. Dit verzoek is bij beschikking van 12 juli 2013 door het Hof afgewezen. Door in verband hiermee pas op 9 april 2025 een klacht in te dienen, heeft klager de in artikel 46g eerste lid onder a Advocatenwet genoemde wettelijke termijn van drie jaar ruimschoots overschreden. Omdat klager moet worden geacht op de hoogte te zijn geweest, dan wel redelijkerwijs kennis te hebben kunnen nemen, van het handelen of nalaten van verweerder waarop de klacht betrekking heeft, komt hem geen beroep toe op het bepaalde in artikel 46g lid 2 van de Advocatenwet. De klacht wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:211 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849

    Herstelbeslissing van de beslissing van 26 november 2025 ECLI:NL:TGZCTG:2025:193

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-799/AL/OV

    Toewijzing verzoek als bedoeld in artikel 60ab lid 1 Advocatenwet

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:253 Hof van Discipline 's Gravenhage 240183 240184

    Beklag tegen afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat ongegrond. Er ligt al een negatief procesadvies van een advocaat. Klager heeft zowel bij de deken als bij het hof geen feitelijke of juridische aanknopingspunten aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het procesadvies onjuist zou zijn. Gelet hierop had de deken, ook indien en voor zover door klager zelf wel voldoende advocaten zouden zijn aangezocht, voldoende grond om het verzoek van klager af te wijzen vanwege het ontbreken van een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure. Uit de tekst van artikel 13 Advocatenwet volgt verder dat een aanwijzingsverzoek gedaan moet worden bij de deken in het arrondissement waar de zaak moet dienen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:168 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-649/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat de in de opdrachtbevestiging omschreven werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd, er onnodige werkzaamheden zijn verricht en vragen over de aanpak niet werden beantwoord. Ook van het neerleggen van de zaak kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Naar het oordeel van de raad blijkt uit de overgelegde correspondentie genoegzaam dat klaagster het noodzakelijke vertrouwen in verweerster was kwijt geraakt en dat verweerster haar werkzaamheden op zorgvuldige wijze heeft neergelegd. In alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:222 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Herstelbeslissing m.b.t. 25-720/A/A Voorzittersbeslissing van 1-12-2025.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:212 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850

    Herstelbeslissing van de beslissing van 26 november 2025 ECLI:NL:TGZCTG:2025:194

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:254 Hof van Discipline 's Gravenhage 240163

    Het beroep van klager is gericht tegen een beslissing van de raad waarin de raad deklacht van klager gegrond heeft verklaard. Op grond van art. 56 lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet kan slechts hoger beroep worden ingesteld tegen een beslissing van een raad waarbij de klacht geheel of ten dele ongegrond is verklaard. Voor klager staat tegen de beslissing van de raad dan ook geen hoger beroep open. Klager kan dan ook niet worden ontvangen in zijn hoger beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:169 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-313/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 250329

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Doordat klager weigert om de deken informatie te verstrekken, kan de deken niet beoordelen of de door klager gewenste procedure voldoende kans van slagen heeft en evenmin of hij daarbij de bijstand van een advocaat nodig heeft. Dat levert een gegronde reden op om toewijzing van een advocaat te weigeren.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2773

    Klacht tegen een chirurg. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de chirurg werkzaam is. De chirurg maakte ook deel uit van het MDO en heeft klager op 10 december 2018 geopereerd. Klager verwijt de chirurg (a) een mogelijke fout tijdens de operatie en (b) onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en misdiagnostiek na maart 2019 . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:219 Raad van Discipline Amsterdam 25-726/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder als waarnemend deken. Niet gebleken is dat verweerder zich vanwege zijn deelname aan een bespreking met de rechtbank en Jeugdbescherming heeft gedragen op een wijze waardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:288 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7982

    Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog heeft bij klaagster een chronische vorm van blaasontsteking en stressincontinentie vastgesteld. Hij heeft in dat verband twee ingrepen bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de uroloog onder andere dat er geen sprake was van informed consent. Nu klaagster gemotiveerd heeft betwist voldoende te zijn voorgelicht, acht het college het enkele feit dat het informed consent-formulier is ondertekend, onvoldoende om informed consent aan te nemen. Het college kan aan de hand van het formulier niet vaststellen wat de uroloog precies met klaagster heeft besproken, omdat er alleen kruisjes zijn gezet, maar de velden daarachter niet zijn ingevuld en in het medisch dossier evenmin is vastgelegd wat er met klaagster is besproken. Het college is van oordeel dat de uroloog zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van het informeren van klaagster heeft miskend. Tijdens de zitting heeft hij ook geen blijk gegeven van reflectie op zijn handelen. Het college legt een berisping op.