ECLI:NL:TGZRSHE:2025:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7880

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2025:141
Datum uitspraak: 10-12-2025
Datum publicatie: 10-12-2025
Zaaknummer(s): H2024/7880
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: De moeder van een patiënt klaagt over diens behandeling door de orthodontist.  Het tuchtcollege verklaart alle klachten ongegrond. De orthodontist heeft een passend behandelplan opgesteld, de juiste diagnose gesteld (op één schrijffout na), en terecht een    KNO-verwijzing gedaan. Het gebruik van een myobrace was verdedigbaar als voorbereidende behandeling. Er was nog geen definitieve behandeling gestart omdat de patiënt tussentijds van orthodontist wisselde. Ook het verwijt over röntgenfoto’s en de positie van tand 15 houdt geen stand.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing in raadkamer van 10 december 2025 op de klacht van:

[A] als wettelijk vertegenwoordigster van [B],
wonende in [C],
klaagster,

tegen

[D],
orthodontist,
(destijds) werkzaam in [E],
verweerster,
gemachtigde: mr. M.F. Mooibroek, werkzaam in Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1   Verweerster heeft de zoon van klaagster, hierna: patiënt, voor een overbeet behandeld. 
Gedurende de behandeling is patiënt van orthodontist veranderd. Deze orthodontist heeft aan klaagster meegedeeld dat de uitgevoerde behandeling niet naar behoren was en heeft haar geadviseerd een klacht in te dienen bij het tuchtcollege. Klaagster heeft daarom als wettelijk vertegenwoordigster van patiënt een klacht ingediend tegen verweerster.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht 
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is 
gekomen.

2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met bijlage, ontvangen op 28 november 2024;
-  de brief van 28 januari 2025 van de secretaris aan klaagster;
-  het aanvullend klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 24 februari 2025;
-  de machtiging tot het opvragen van het medisch dossier, ontvangen op 28 maart 2025;
-  de USB-stick met röntgenfoto’s, ontvangen van klaagster op 28 maart 2025;
-  het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 8 mei 2025;
-  de brief van 27 juni 2025 met bijlage, ontvangen van klaagster;
-  de USB-stick met röntgenfoto’s, ontvangen op 4 juli 2025;
-  het proces-verbaal van het mondeling vooronderzoek gehouden op 23 september 2025.

2.2   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Voor de behandeling van een overbeet van patiënt heeft op 1 december 2020 een eerste afspraak 
met verweerster plaatsgevonden. Op 2 december 2020 zijn er röntgenfoto’s gemaakt en op 25 februari 
2021 is het behandelplan besproken en is een kostenbegroting gemaakt.
In het dossier is hierover het volgende genoteerd (alle citaten letterlijk weergegeven):

DIAGNOSE
01-12-2020 definitief LB
Sterk concaaf profiel, lipsluiting incompetence, MH is goed 2 de wi fase tot de 6s Klasse II voll M 
+ H r+ 1 SOB 13 mm VOB 3 mm Palatum beet + diepe beet smale bk en ok Spacing BF ORALE ADEMEN ivm 
VEGETATIES

BEHANDELPLAN
25-02-2021 voorlopig LB
Twinblocks en va bk+ok
23-02-2021 definitief LB
Behandeling in fases: 1. Myobrace om de mond doorademen te corrigeren 2. hec gratis na de doorbrak 
van 14,24 – in ongeveer 6 maanden Hyrax met 4 bandjes plaatsten met 2 controles en 6 maanden in de 
mond blijven zitten 3. herconsult in andere 6 maanden ( dus in 1 jaar ) met nieuwe OPG REEVALUATIE 
CASUS misschien twinblocks 4. va bk+ok

3.2   Verweerster heeft patiënt, omdat zij een neusobstructie constateerde, via de huisarts naar de 
KNO-arts verwezen. Deze concludeert in zijn verslag aan de huisarts van 9 februari 2021:

Conclusie:
Geen obstructies van betekenis in het KNO-gebied Een KNO-ingreep draagt nu niet bij.
We hopen dat de orthodontist ook zonder het verwijderen van amandelen ed het doel weet te bereiken

3.3  Patiënt heeft op 17 maart 2021 een liptrainer gekregen en op 13 juli 2021 een myobrace.

3.4   In het dossier staat vermeld dat de vader van patiënt op 30 september 2021 heeft laten weten 
dat hij niet beschikbaar was op de spreekuurdagen maandag en donderdag en daarom op zoek ging naar een andere orthodontist. De opvolgend orthodontist heeft tegen klaagster gezegd dat de behandeling door verweerster tot verslechtering van het gebit van patiënt heeft geleid en klaagster heeft op zijn advies op 28 november 2024 deze klacht ingediend.

4. De klacht en de reactie van verweerster
4.1  Klaagster verwijt verweerster dat:
a)  er een gedegen behandelplan ontbreekt. Het behandelplan voldoet niet aan de richtlijnen van de 
Nederlandse Vereniging van Orthodontisten;
b)  zij een onjuiste diagnose heeft gesteld en daardoor een onjuiste behandeling heeft geadviseerd 
aan patiënt. De trainer en de myobrace waren niet de juiste beugels om de bestaande distorelatie en 
overjet van patiënt te corrigeren;
c)  zij patiënt heeft verwezen naar een KNO-arts voor onderzoek dat vervelend was en niets heeft 
opgeleverd;
d)  de myobrace die verweerster patiënt heeft voorgeschreven niet paste, steeds uitviel en niets 
heeft gedaan aan de overbeet van patiënt;
e)  het behandelplan van patiënt niet met eventuele opties met klaagster heeft besproken. Klaagster 
is niet bij de keuze van de behandeling betrokken;
f)  verweerster de röntgenfoto’s niet heeft geanalyseerd, althans deze analyse niet in
het medisch dossier heeft vastgelegd;
g)  verweerster de positie van element 15 niet heeft onderkend en daarvoor geen maatregelen heeft 
genomen.

4.2  Verweerster heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3  Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1   De vraag is of verweerster de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende orthodontist. Bij de beoordeling wordt 
rekening gehouden met de voor de orthodontist geldende beroepsnormen en andere professionele 
standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een 
tuchtrechtelijk verwijt.

5.2  Gelet op de samenhang tussen de klachtonderdelen a, b, d en e zal het college deze gezamenlijk 
beoordelen.

Klachtonderdelen a) geen gedegen behandelplan b) een onjuiste diagnose en daardoor een onjuiste 
behandeling d) de myobrace paste niet en gaf geen resultaat en e) niet bespreken behandelplan met 
opties
5.3  Klaagster stelt dat zij en haar echtgenoot van de opvolgend orthodontist hebben vernomen dat een gedegen diagnose en behandelplannen ontbreken en dat daarmee niet is voldaan aan de richtlijn van de Nederlandse Vereniging van Orthodontisten, hierna: NVvO. De gestelde diagnose “sterk concaaf profiel” is volgens hem onjuist. Klaagster stelt voorts dat het behandelplan en eventuele andere opties niet met haar en haar echtgenoot zijn besproken. Klaagster voert vervolgens aan dat volgens de opvolgend orthodontist een zogenaamde trainer en een myobrace niet de juiste 
beugels zijn om de bestaande distorelatie en grote overjet te corrigeren. Bij het begin van de behandeling was de overjet 10 mm en toen de patiënt zich bij de opvolgend orthodontist meldde 13 mm. De gouden standaard voor het corrigeren van een distorelatie met retrognathie van de onderkaak is een activator. De door verweerster uitgevoerde behandeling is helemaal niet nodig/zinvol boven een meer compacte/goedkope behandeling in een latere fase. Daarbij komt volgens klaagster dat de myobrace ook niets deed en niet wordt aanbevolen door de NVvO. Toen de dochter van klaagster bij de opvolgend orthodontist startte, kreeg zij direct een activator en ook patiënt kreeg bij de 
opvolgend orthodontist direct een activator.

5.4   Verweerster betwist de stellingen van klaagster. Zij voert aan dat zij een diagnose heeft 
gesteld en erkent dat zij daarbij in het dossier een schrijffout heeft gemaakt door in plaats van 
“Convex profiel”, “Concaaf profiel” te vermelden maar dat uit de rest van de diagnose blijkt van 
een Convex profiel. Zij stelt voorts dat zij een behandelplan heeft opgesteld dat is besproken op 
25 februari 2021. Het is haar niet duidelijk welke andere behandelopties zij met klaagster zou 
moeten hebben besproken. Het behandelplan komt daarbij volgens haar, met uitzondering van het 
kortdurende voortraject, overeen met dat van de opvolgend orthodontist. Vanwege de groei van de 
patiënt heeft verweerster de behandeling in stappen opgesteld.
Verweerster heeft toegelicht waarom zij voorafgaande aan de orthodontische behandeling een 
voorbehandeling is gestart met een gebitstrainer en een myobrace. Dat heeft zij gedaan vanwege de 
bij patiënt aanwezige liptrap. Bij een terugliggende onderkaak spelen zowel genetische als 
omgevingsfactoren een rol waaronder de mondademhaling. Bij patiënt is de myobrace ingezet om de 
mondspieren te trainen. Dat is volgens protocol. Een distoleratie kan op verschillende manieren 
worden behandeld bijvoorbeeld met een operatie of met een activator. Bij een groeiend kind moet 
stap voor stap worden beoordeeld welke therapie het meest geschikt is. Een activator was op dat 
moment te vroeg voor patiënt. Bij patiënt was sprake van een andere situatie dan bij zijn zus. Het 
voortraject was echter niet succesvol omdat patiënt de myobrace te weinig droeg. De myobrace is 
ongeveer 8 à 10 jaar geleden op de markt gekomen en werd beschouwd als een goede therapie voor het 
trainen van de mondspieren. Verweerster stelt dat daarvoor voldoende wetenschappelijke onderbouwing 
bestaat. Er was toen wel minder onderzoek bekend over de werking van de myobrace. Ten slotte stelt 
verweerster dat de overbeet bij aanvang al 13 mm bedroeg en niet zoals klaagster stelt 10 mm.

5.5  Het college overweegt als volgt. Verweerster vermeldt als diagnose in het dossier onder meer “sterk concaaf profiel” terwijl volgens klaagster sprake is van een “convex profiel”. 
Dat hier sprake is van een schrijffout blijkt voldoende uit het volgende.
Een "convex profiel" bij orthodontie verwijst naar een profiel waarin de bovenlip naar voren staat 
in verhouding tot het gezicht, wat vaak geassocieerd wordt met een klasse II-malocclusie. Het kan 
worden geanalyseerd met behulp van een cefalometrische analyse, die de afstand van de lip tot een 
referentielijn, de zogenaamde "True Vertical Line" (TVL), meet om het profiel te beoordelen. 
Verweerster heeft een cefalometische foto gemaakt en deze beoordeeld en zij komt tot de duidelijke 
conclusie dat hier sprake is van een Klasse-II Mal-occlusie en suggereert verder nergens in haar 
dossier dat er sprake is van een klasse III-profiel (concaaf profiel).
Zij heeft dus weliswaar het verkeerde profiel in het dossier vermeld maar dat betreft een 
vergissing waarvoor een tuchtrechtelijk verwijt niet op zijn plaats is.

5.6   Het college overweegt voorts als volgt. Uit het dossier blijkt dat verweerster een 
behandelplan heeft opgesteld en dat met klaagster heeft besproken. Verweerster heeft duidelijk 
toegelicht dat zij ervoor heeft gekozen om als voorfase eerst de mondspieren van patiënt met behulp 
van een myobrace te versterken. Het gebit van patiënt was vanwege diens jonge leeftijd (negen jaar 
en vier maanden) namelijk nog onvoldoende ontwikkeld om een definitief behandelplan in te zetten. 
Nog voordat een definitief behandelplan was ingezet, verliet patiënt echter de praktijk omdat de 
vader van patiënt verhinderd was op de vaste spreekuurdagen. Dat er nog geen sprake was van een 
geheel uitgewerkt definitief behandelplan, valt verweerster dan ook niet te verwijten. Ook zit er 
aanzienlijke tijdruimte tussen het moment dat patiënt overstapte naar de opvolgend orthodontist en 
de vervolgdiagnose van de opvolgend orthodontist.

5.7   Met betrekking tot de myobrace overweegt het college als volgt. Een myobrace is een 
hulpmiddel dat beoogt de lipsluiting en ademhaling te verbeteren. Het hulpmiddel heeft niet de 
pretentie een individueel passend apparaat te zijn. Het beoogt verkeerde mondgewoonten te 
corrigeren en zo de kaakgroei te beïnvloeden. Binnen de beroepsgroep wordt er verschillend gedacht 
over het effect van het hulpmiddel. Het is niet juist dat, zoals klaagster stelt, de NVvO adviseert 
dit hulpmiddel niet te gebruiken. Volgens de NVvO kan een myobrace weliswaar niet worden gebruikt 
ter vervanging van een orthodontische behandeling maar wel als voorbereiding op of als aanvulling 
op een regulier orthodontisch traject. Verweerster heeft de liptrainer en myobrace enkel als 
voorbereiding op een nog in te zetten traditionele orthodontische behandeling ingezet. Daarmee 
heeft zij gehandeld binnen de kaders van het officiële standpunt van de NVvO en daarmee binnen de 
bandbreedte waarbinnen een redelijk bekwame en redelijk handelende orthodontist moet handelen.

5.8  Deze klachtonderdelen zijn daarom ongegrond.

Klachtonderdeel c) onderzoek bij KNO-arts
5.9  Volgens klaagster was het onderzoek van patiënt door de KNO-arts onnodig en leverde het niets 
op.

5.10  Verweerster achtte dit onderzoek nodig om een neusblokkade uit te sluiten. Zij constateerde 
namelijk een mogelijke obstructie in de neus van patiënt waardoor deze niet goed door zijn neus kon 
ademen.

5.11  Het college acht het verdedigbaar en daarmee niet verwijtbaar dat verweerster patiënt heeft 
verwezen naar de KNO-arts om te laten onderzoeken of sprake was van obstructies die de voortgang 
van de orthodontische behandeling zouden kunnen belemmeren. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel f) analyse röntgenfoto’s
5.12  Klaagster verwijt verweerster dat zij geen analyse van de röntgenfoto’s heeft gemaakt, 
althans deze niet in het dossier heeft vastgelegd.

5.13  Verweerster stelt dat zij röntgenfoto’s heeft gemaakt die zij in het dossier heeft opgenomen 
en dat zij relevante bevindingen heeft beschreven.

5.14  Het college overweegt als volgt. De behandeling bevond zich pas in het beginstadium en nog 
niet duidelijk was welke definitieve behandeling moest worden ingezet. Als onderdeel van dit 
oriënterend onderzoek zijn er röntgenfoto’s gemaakt. Als dan, zoals in dit geval, sprake is van een 
zeer jong kind en op de röntgenfoto(`s) de wenselijke behandelingen in een later stadium nog niet 
in detail te duiden zijn, acht het college verdere analyse en daarmee verdere notities niet nodig.
Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel g) verweerster heeft de positie van element 15 niet heeft onderkend en daarvoor 
geen maatregelen genomen.
5.15  Klaagster verwijt verweerster dat zij de afwijkende positie van 15 niet heeft onderkend en 
daarvoor geen maatregelen heeft genomen.

5.16  Verweerster voert aan dat zij de afwijkende positie van deze tand wel heeft onderkend maar 
van mening was dat er geen behandeling geïndiceerd was omdat patiënt nog niet was uitgewisseld. Bij 
een kind in de groei is het trekken van tanden volgens haar niet nodig. Daarom heeft zij de 
therapie met de beugel aangeraden.

5.17  Het college is van oordeel dat behandeling van element 15, gelet op de leeftijd van de 
patiënt en de nog te verwachten ontwikkelingen in diens gebit (nog), niet geïndiceerd was. 
Verweerster treft ter zake dit klachtonderdeel dan ook geen verwijt. Ook dit klachtonderdeel is 
ongegrond.

Slotsom
5.18  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond 
zijn.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven door E.C.M. de Klerk, voorzitter, R.C.M. van Gorp en
G.L.M.M. van der Werff, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.G. Nijenkamp, secretaris, en in het 
openbaar uitgesproken door de vaste voorzitter K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 10 
december 2025.