Zoekresultaten 20101-20150 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:73 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/617152 / DW RK 16/1113

    De klacht betreft de niet met elkaar in overeenstemming zijnde specificaties, de (hoogte van de) executiekosten en het in rekening brengen van nakosten. De kamer overweegt dat klager terecht klaagt over de verschillen tussen de specificatie zoals vermeld in het exploot van 26 augustus 2016 en de brief van 16 september 2016. De gerechtsdeurwaarder heeft destijds en ter zitting niet inzichtelijk kunnen maken waardoor de verschillen zijn veroorzaakt. Het door de gerechtsdeurwaarder ter zitting gedane aanbod om een specificatie te maken waarin de verschillen worden uitgelegd, is te laat gedaan. Die uitleg had al veel eerder moeten worden gegeven. In zoverre is de klacht van klager terecht voorgesteld. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Voor het gegrond verklaarde onderdeel van de klacht wordt de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:67 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/617772 / DW RK 16/1153

    De klacht betreft het onterecht in rekening brengen van proces- en executiekosten. De gerechtsdeurwaarders hebben de klachten erkend zodat deze gegrond wordt verklaard. Nu er sprake is van diverse slordigheden die ook een grote impact hebben gehad op klaagster, acht de kamer het opleggen van de maatregel van berisping naast een geldboete passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:245 Raad van Discipline Amsterdam 18-568/A/A

    Deels gegronde klacht. Anders dan klager primair stelt, betreft het een klacht over de advocaat van de wederpartij en niet een klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft als advocaat van de wederpartij de belangen van klager onevenredig geschaad. Verweerder had zich bij de uitvoering van de opdracht van zijn cliënte terughoudender moeten opstellen, bijvoorbeeld door klager uitgebreider voor te lichten over de risico’s van de geldlening dan wel af te zien van zijn dienstverlening aan zijn cliënte bij de totstandkoming van de leningovereenkomst. Waarschuwing + kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:74 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621906 / DW RK 17/24

    De klacht is dat er door de gerechtsdeurwaarder onvoldoende onderzoek is gedaan, voordat de dagvaarding openbaar werd betekend. De kamer overweegt dat, nu een adres bekend was, onweersproken is gesteld dat degene die daar woonachtig was diverse malen op dat adres is aangeschreven, en mede gelet op het feit dat de degene die is aangeschreven op het moment van dagvaarden 104 jaar oud zou zijn, had door de gerechtsdeurwaarder voorafgaand aan de dagvaarding meer onderzoek moeten plaatsvinden dan het enkel afgaan op de gegevens uit de GBA. De gerechtsdeurwaarder had een poging tot betekening kunnen doen op voornoemd adres en in ieder geval had zij op dat adres nader onderzoek kunnen en moeten doen naar de verblijfplaats van betrokken. De klacht wordt deels gegrond verklaard. Geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:68 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/619196 / DW RK 16/1265

    De klacht betreft het onaangekondigd leggen van beslag, het berekenen van hogere incassokosten; geen rekening houden met de afgesproken rentestop en het niet reageren op e-mailberichten. De kamer acht de eerste twee klachtonderdelen ongegrond. De laatste twee klachtonderdelen worden gegrond verklaard. De gerechtsdeurwaarder wordt de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:246 Raad van Discipline Amsterdam 18-870/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft klacht, luidende dat verweerster originele stukken niet aan klager heeft geretourneerd dan wel heeft vernietigd, tegenover het gemotiveerde verweer van verweerster onvoldoende onderbouwd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:62 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/633484 / DW RK 17/787

    Beslissing op verzet. Meerdere klachtonderdelen waaronder de kosten, een gelegd loonbeslag en onbekendheid van klager met een aantal vorderingen. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing met de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:69 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/623472 / DW RK 17/122

    Beslissing op verzet. Klacht over (niet) in beslag genomen zaken, niet reageren op klachten en weigeren afleggen rekening en verantwoording. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het onder aanvulling van de motivering met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:63 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/631267 / DW RK 17/643

    Beslissing op verzet. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij door het gelegde beslag onvoldoende inkomen overhoudt. Daarnaast verwijt klager de gerechtsdeurwaarder dat hij een dwangbevel in behandeling neemt waarvan de vordering naar zijn mening niet klopt. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing met de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:12 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-12 "2018.V12 Nieuwe Diep"

    Omtrent een ongeval op zondag 4 maart 2018 in de haven van Terschelling aan boord van het Rijksvaartuig Nieuwe Diep waarbij een opvarende werd getroffen door een brekende tros.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:70 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/626564 / DW RK 17/364

    Beslissing op verzet. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. Het verzet is te laat gedaan en de kamer verklaart klager niet-ontvankelijk in het verzet.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:64 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/630294 / DW RK 17/597

    Beslissing op verzet. De klacht betreft het leggen van beslagen die volgens klager niets opleveren. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing met de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 186/2018

    Klacht tegen psychiater. Klager is TBS gesteld en in het kader van zijn behandeling is hem voorgesteld medicatie te nemen. Klager verwijt verweerder dat hij hem gedwongen medicatie wilde opleggen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:243 Raad van Discipline Amsterdam 18-869/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 214/2018

    Klacht tegen huisarts. De huisarts was als dienstdoende arts bij klaagster op huisbezoek geweest omdat zij klachten had van pijn op de borst. De huisarts ging na onderzoek uit van aspecifieke thoraxpijn en schreef morfine voor. Achteraf bleek (na bezoek van klaagster aan het ziekenhuis de volgende dag) dat zij een hartinfarct had gehad. De huisarts heeft daarna geprobeerd excuses aan te bieden en heeft een excuusbrief gestuurd. Een half jaar later heeft klaagster opnieuw contact opgenomen met de huisartsenpost wegens hevige buikpijn en intermenstrueel bloedverlies. De huisarts had visitedienst en heeft opnieuw een huisbezoek afgelegd. Hij heeft bij klaagster de anamnese afgenomen, lichamelijk onderzoek (waaronder inwendig onderzoek) verricht, een diagnose gesteld en zijn bevindingen met klaagster besproken. Omdat hij het idee had dat klaagster hem niet meer herkende, heeft hij ter sprake gebracht dat hij de arts was die een half jaar eerder de diagnose had gemist. Klaagster was daarna erg overstuur. Zij verwijt de huisarts bij het eerste huisbezoek niet adequaat te hebben gehandeld en bij het tweede huisbezoek misbruik te hebben gemaakt van zijn machtspositie door niet weg te blijven en onzorgvuldig en onethisch te hebben gehandeld. Het eerste klachtonderdeel is voor de zitting ingetrokken. Het college stelt vast dat de gang van zaken tijdens het tweede huisbezoek voor klaagster hoogst ongelukkig is geweest. Het college ziet echter geen grond voor het oordeel dat de huisarts daarbij onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:23 Kamer voor het notariaat Amsterdam 643262/NT18-7

    De notaris kan in tuchtrechtelijke zin geen verwijt worden gemaakt, nu hij niet betrokken is geweest bij de werkzaamheden betreffende de akte van rectificatie van 20 november 2017 en hij deze akte ook niet zelf heeft gepasseerd. Weliswaar draagt een notaris verantwoordelijkheid voor door medewerkers, waaronder kandidaat-notarissen, verrichte werkzaamheden of voor hun gedragingen en nalaten in de functie-uitoefening, maar deze gaat niet zover dat de notaris ook in tuchtrechtelijke zin voor iedere (vermeende) tekortkoming van met name kandidaat-notarissen aansprakelijk is. Dit geldt temeer nu kandidaat-notarissen zelf tuchtrechtelijk kunnen worden aangesproken voor hun handelen of nalaten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 086/2018

    Klaagster is bekend met osteogenesis imperfecta (O.I.) Klacht tegen verpleegkundig specialist, coördinator O.I. centrum. De klacht betreft de (coordinatie van de) zorg voor klaagster en de verslaglegging. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:24 Kamer voor het notariaat Amsterdam 647786/NT18-20

    Vast staat dat de kandidaat-notaris de bewaringspositie niet heeft gecontroleerd op momenten dat dit wel had gemoeten, maar niet dat de bewaringspositie op enig moment tijdens de waarneming negatief is geweest. Ook staat vast dat de kandidaat-notaris bekend was met het feit dat op het notariskantoor twee uit het ambt ontzette notarissen werkzaam waren. Hij had niet mogen vertrouwen op de mededeling van de notaris dat sprake was van een gedogen van het BFT. Berisping. De gang van zaken met de notaris heeft de kandidaat-notaris zodanig aangegrepen dat hij momenteel niet in staat is om te werken. Aldus is ook de kandidaat-notaris slachtoffer geworden van het handelen van de notaris. De kamer ziet hierin aanleiding om de kandidaat-notaris niet te veroordelen in de kosten voor de behandeling van de klacht.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:48 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/335083 KL RK 18-41

    De Wna biedt geen mogelijkheid voor voeging en/of tussenkomst, zoals door [X] verzocht. De bepalingen in de Awb maken dit niet anders.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 085/2018

    Klaagster heeft haar klacht van 6 juni 2017 ter zitting van 6 februari 2018 ingetrokken en vrijwel dezelfde klacht nadien ingediend. Als uitgangspunt geldt dat, wanneer een klachtprocedure definitief is geëindigd door intrekking van de klacht (en dus geen onherroepelijke tuchtrechtelijke eindbeslissing voorligt), dat op zichzelf de mogelijkheid niet afsnijdt een nieuwe klacht in te dienen over handelen of nalaten waarover eerder is geklaagd. Voor een inhoudelijke beoordeling van een dergelijke opnieuw ingediende klacht is echter geen plaats, indien de klager daarmee misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot klagen. Van dergelijk misbruik is sprake indien omstandigheden meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn indien een klager na intrekking van een klacht alsnog een inhoudelijk oordeel kan vragen over hetzelfde handelen of nalaten als waarop de ingetrokken klacht zag. In dit geval geen misbruik van bevoegdheid.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 650230/NT18-29

    De kandidaat-notaris had klaagster en haar echtgenoot moeten wijzen op de gevolgen van het finale verrekenbeding voor de te heffen erfbelasting indien klaagsters echtgenoot als eerste zou komen te overlijden. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 138/2018

    Klacht tegen KNO-arts. Klaagster heeft na een door verweerster uitgevoerde trommelvliessluiting een toegenomen gehoorverlies. Voor zover de klacht betrekking heeft op het niet-informeren van klaagster over het risico op toegenomen gehoorvlies wordt deze gegrond verklaard. Hoewel het hier geen ingreep aan de gehoorbeenketen betreft kan mogelijk een (in)directe manipulatie van de deels tegen het trommelvlies gelegen gehoorbeenketen plaatsvinden. Dit betekent dat (ook) dit type operatie aan het oor een risico op blijvend gehoorverlies met zich brengt. Mede gelet op de ingrijpende gevolgen die een (toename van) gehoorverlies (van welke aard dan ook) voor een patiënt kunnen hebben, is de omstandigheid dat het risico daarop zeer gering is, geen reden dit risico geen onderdeel te laten zijn van het informed consent. Voor zover de klacht betrekking heeft op het niet-informeren van klaagster over het risico op toegenomen gehoorverlies wordt deze gegrond verklaard en volgt een waarschuwing. Het toegenomen gehoorverlies betekent niet dat bij de operatie een fout is gemaakt of dat deze anderszins onzorgvuldig is uitgevoerd. Het verslag van de operatie beschrijft een normaal uitgevoerde trommelvliessluiting, zonder dat zich daarbij bijzonderheden hebben voorgedaan. Enige aanwijzing dat verweerster een fout heeft gemaakt bij de uitvoering van de operatie ontbreekt. Het klachtonderdeel dat hierop is gericht slaagt niet.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 650257/NT18-30 650258/NT18-31

    De klacht tegen de notaris is ongegrond. De kamer is van oordeel dat haar in tuchtrechtelijke zin geen verwijt kan worden gemaakt, nu zij niet betrokken is geweest bij de behandeling van het dossier en niet is gebleken dat de handelwijze van de kandidaat-notaris meer was dan een incident binnen het kantoor van de notaris. De kandidaat-notaris was immers behandelaar van het dossier en heeft, als (ruim) ervaren kandidaat-notaris, de hypotheekakte als waarnemer van de notaris gepasseerd. De klacht tegen de kandidaat-notaris is gegrond. De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris zich ten onrechte verschuilt achter de Belehrungspflicht van notaris [A]. Zij had zelf (ook) de plicht om zich van de instemming van klager tot het vestigen van de hypotheek te vergewissen. Zij is immers niet benaderd door klager zelf maar door zijn zoon, die een eigen belang had bij de hypothecaire lening. Er werd een hypotheek gevestigd op het huis van klager in [plaats], terwijl een deel van het geleende bedrag, groot € 25.000, op de rekening van de zoon van klager gestort moest worden. De kandidaat-notaris heeft klager niet in persoon gezien of gesproken en hij zou bij het tekenen van de akte niet aanwezig zijn. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 129/2018

    Klacht tegen gezondheidszorgpycholoog. Klager is TBS gesteld en in het kader van zijn behandeling is hem voorgesteld medicatie te nemen. Klager verwijt verweerster dat zij hem gedwongen medicatie wilde opleggen. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:242 Raad van Discipline Amsterdam 18-875/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Gelet op het gemotiveerde verweer van verweerder kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder zichzelf als advocaat van klaagster bleef presenteren ondanks dat klaagster kenbaar had gemaakt dat zij van zijn diensten geen gebruik wenste te maken. Hieruit volgt immers dat verweerder tijdens de inhoudelijke behandeling van de zitting op de gang heeft verbleven en aan de rechtbank heeft aangegeven dat hij de wens van klaagster om van zijn diensten geen gebruik te willen maken respecteerde. Hiermee kan niet gezegd worden dat verweerder zichzelf als advocaat van klaagster bleef presenteren ondanks dat klaagster kenbaar had gemaakt dat zij van zijn diensten geen gebruik wenste te maken. Dat de rechtbank correspondentie aan verweerder heeft gezonden, ondanks dat hij klaagster niet langer als advocaat bijstond, kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden verweten. Zowel klaagster als verweerder hebben tijdens de zitting immers aan de rechtbank kenbaar gemaakt dat verweerder klaagster niet langer als advocaat bijstond. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:195 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-644/DB/ZWB

    Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door te weigeren een concept op een door klagers gewenst punt aan te passen, omdat verweerder kennelijk geen mogelijkheden zag om het standpunt van klagers met succes in rechte te bepleiten. Verwijten dat verweerder door klagers wederpartij is gemanipuleerd en dat hij heeft geweigerd om een belangrijke getuige op te roepen missen feitelijke grondslag. Klagers hebben geen eigen belang bij klacht over behandeling van een zaak van een andere cliënt, L B.V. Deels ongegrond, deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:332 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.318

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is sinds 2011 in behandeling bij het Gender team in het ziekenhuis. In 2015 heeft klaagster een vaginaplastiek gekregen waarna zich complicaties hebben voorgedaan. In 2016 kreeg klaagster een secundaire verdiepingsplastiek en in verband daarmee is zij van 1 t/m 8 maart 2016 opgenomen geweest. Klaagster verwijt de verpleegkundige : a. dat er door de verpleging na de operatie in 2015 niet adequaat is gereageerd op pijnen en klachten die klaagster had, waardoor niets is gedaan tot het al te laat was; b. dat klaagster over de (voorbereiding op de) operatie in 2016 slecht is geïnformeerd, tegen haar wil is geplaatst op een kamer waar een asociale patiënte lag, waar niemand naast wilde liggen, en verkeerde medicatie heeft gekregen (alleen morfine werkte tegen de pijn, maar de verpleging weigerde dit steeds te geven); c. dat hij klaagster op een racistische manier heeft bejegend; d. dat hij samen met de zaalarts de zorg voor klaagster heeft verwaarloosd; e. dat hij niet wist hoe hij het antibiotica infuus moest instellen, waardoor het infuus niet werkte; f. dat hij weigerde zorg te verlenen omdat hij de wond van klaagster vies vond; g. dat hij andere patiënten meer prioriteit gaf; h. dat hij weigerde klaagster met mevrouw aan te spreken en in het bijzijn van anderen steeds meneer zei, en dat hij klaagster heeft uitgescholden voor kutwijf en andere racistische benamingen heeft gebruikt; i. dat zijn aandringen samen met de zaalarts om inwendig te spoelen, tegen de wens van klaagster in, ervoor heeft gezorgd dat de hechtingen los lieten, waardoor wonden zijn ontstaan en nog een hersteloperatie nodig is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:333 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.323

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster is sinds 2011 in behandeling bij het Gender team in het ziekenhuis, van welk team ook de aangeklaagde gz-psycholoog deel uitmaakt. Vanaf februari 2013 zijn tussen klaagster en de gz-psycholoog periodiek gesprekken gevoerd over behandeleffecten en (verdere) behandelwensen bij klaagster. In 2015 heeft klaagster een vagina plastiek gekregen, waarna zich complicaties hebben voorgedaan. In 2016 kreeg klaagster een secundaire verdiepingsplastiek. Na de operaties zijn de periodieke gesprekken voortgezet. Klaagster verwijt de gz-psycholoog: a. dat hij een afspraak voorafgaand aan de operatie zonder medeweten van klaagster heeft afgezegd omdat hij ervan uitging dat alles goed zou gaan; b. dat hij de afspraak om tijdens de opname in juli 2015 bij klaagster langs te komen niet is nagekomen; c. dat hij niets heeft gedaan met de klacht van klaagster dat een afspraak met de endocrinoloog weer werd geannuleerd en pas drie maanden later kon plaatsvinden; d. dat hij klaagster zwaar heeft vernederd na een gesprek door met collega’s hard te praten en te lachen, wat klaagster in de gang kon horen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk voor zover zij nieuwe klachten heeft geformuleerd en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:334 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.473

    Van de psychiater mag niet worden verwacht dat hij zes maanden na het uitbrengen van zijn rapport, dat is gebaseerd op een eenmalig adviesgesprek, op verzoek van klager opnieuw wijzigingen aanbrengt. Dit geldt temeer nu de verzochte aanpassingen geen invloed hebben op de in het rapport opgenomen conclusies. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/377

    De klacht houdt in dat verweerder ten aanzien van het opstellen van het rapport onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook stelt klager dat verweerder tijdens het onderzoeksgesprek in zijn huis, niet binnen de professionele grenzen is gebleven met betrekking tot bejegening. Deels niet ontvankelijk en kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:335 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.179

    Anders dan klager stelt, is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld door direct bij het eerste contact de hulpvraag van klager uit te vragen en door binnen dezelfde GGZ-instelling intercollegiaal overleg te voeren met een eerder bij de behandeling van klager betrokken collega. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:336 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.259

    Niet gebleken dat de psychiater tegenstrijdige uitspraken heeft gedaan in zijn rapportage en in zijn gespreksverslag. Het gespreksverslag was bedoeld voor intercollegiaal overleg met een collega-arts in dezelfde instelling. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:330 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.300

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. De klacht betreft de behandeling van klaagsters moeder (patiënte) die was opgenomen in een verpleeghuis, waar verweerder als specialist ouderengeneeskunde werkzaam was. Patiënte had vergevorderde dementie, was bekend met diabetes mellitus en recidiverende urineweginfecties. Na een ziekenhuisopname is zij aan de gevolgen van urosepsis overleden. Klaagster verwijt verweerder 1) dat hij gedurende de gehele opname van patiënte in het verpleeghuis geen visie toonde maar altijd afging op de informatie van de verzorgenden die veelal niveau 2 opgeleid waren, 2) dat hij is afgegaan op de onjuiste diagnose van de waarnemend specialist ouderengeneeskunde, 3) dat zijn Koerdische afkomst mogelijk een rol heeft gespeeld bij zijn nalatigheid ten opzichte van patiënte, die van Turkse afkomst is, 4) dat hij het normaal vindt dat patiënte werd geslagen door de mannelijke medepatiënten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het eerste klachtonderdeel deels gegrond verklaard en de specialist ouderengeneeskunde daarvoor een waarschuwing opgelegd, met publicatie en heeft de klacht voor het overige afgewezen. De specialist ouderengeneeskunde heeft beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor zover klachtonderdeel 1daarin gegrond is verklaard en wijst dit klachtonderdeel alsnog af. De maatregel van waarschuwing komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:194 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-691/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder de feiten in zijn processtukken onjuist presenteert en onjuiste stellingen inneemt, alsmede in strijd heeft gehandeld met artikel 21 lid 3 Gedragsregels. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:331 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.145

    Klacht tegen arts alarmcentrale. Klager heeft in het buitenland een ongeval gehad. Over de gevolgen hiervan heeft hij verschillende contacten gehad met een alarmcentrale in Nederland, waar verweerder indertijd als arts werkzaam was. Klager verwijt verweerder dat: 1) hij telefonisch contact met klager heeft geweigerd, 2) de alarmcentrale heeft geweigerd het (volledig) medisch dossier van klager af te geven, 3) hij niet heeft gewezen op MRSA problematiek bij terugkomst in Nederland, 4) in het medisch dossier niets over de overige verwondingen van klager staat vermeld, en 5) de alarmcentrale klager had toegezegd dat hij in het buitenland zou worden teruggebeld, hetgeen niet is gebeurd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18110a

    Verwijt aan radioloog -onder meer- dat hij in verslag van 2008 ten onrechte geen afwijkingen aan de pols heeft genoteerd, vervolgonderzoek heeft nagelaten en dat hij, toen bij herbeoordeling in 2011 bleek dat hij in 2008 de diagnose SL-dissociatie had gemist, hierover geen openheid aan de huisarts heeft gegeven. Geen eenduidige verklaring voor de afwijkingen. Gemiste diagnose. Aanvullende informatie over gewijzigde diagnose aan huisarts melden. Geen stappen genomen die redelijkerwijs van hem verwacht hadden kunnen worden. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:189 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-729/DB/ZWB

    Conclusie van een psychiater tot teruggave van een rijbewijs met termijnbeperking van 1 jaaar kan de advocaat tuchtrechtelijk niet worden verweten. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:256 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-217/DH/DH

    Verweerster heeft de tussen haar cliënt en klager geldende geheimhouding geschonden door documenten die tot de mediation behoorden aan de rechtbank te overleggen. Verweerster heeft daarmee niet gehandeld zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De raad acht de maatregel van waarschuwing passend.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18110b

    Klager verwijt orthopedisch chirurg –onder meer- dat hij in 2010 de fouten van de radioloog (zie 18110a) heeft verzwegen; klager op basis van een onjuiste diagnose heeft behandeld, de diagnose Ziekte van Kienböck heeft verzwegen en klager geen informatie heeft gegeven over deze ziekte en de behandelingsmogelijkheden; heeft nagelaten nader onderzoek te doen. Ziektebeeld, waaronder de geconstateerde afwijkingen, op adequate wijze heeft beschreven. Geen sprake van verzwijging. Gezien de in 2010 nog milde klachten juist gehandeld. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:263 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-667/DH/RO

    Belangenverstrengeling

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:190 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-747/DB/LI

    Door gehoor te geven aan de wens van verweersters cliënt om niet in te stemmen met het schikkingsvoorstel van klager en om vonnis te vragen heeft verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door viertal deskundigenrapporten in het geding te brengen. Inhoud verweerschrift niet tuchtrechtelijk verwijtbaar en stelling over vermeende mishandeling en in het geding brengen van krantenknipsel in 2008 over strafrechtelijk onderzoek evenmin. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1835

    Klager verwijt orthopeed onder meer dat hij drie ingrepen (in 2008, 2009 en 2010) onzorgvuldig en onoordeelkundig heeft uitgevoerd, onvoldoende aandacht heeft geschonken aan de hevige pijnklachten na de ingrepen en geen informatie heeft verstrekt over het gebruikte materiaal en de mogelijk schadelijke gevolgen daarvan. College: Klager is deels niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem: over een deel van de huidige klachtonderdelen is eerder onherroepelijk geoordeeld door de tuchtrechter. Geen sprake van misbruik van procesrecht, want er bestaat geen verplichting tot het bundelen van klachten in één procedure. Deels gegrond: de ingreep op 9 september 2018 is niet zorgvuldig geweest omdat deze operatie is uitgevoerd zonder deugdelijke indicatie (vermeende instabiliteit) en niet gebleken is dat klager voorafgaand aan de tweede en derde ingreep is geïnformeerd over het gebruikte materiaal en de mogelijke schadelijke gevolgen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:264 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-212/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:191 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-334/DB/LI

    Klager heeft niet aannemelijk heeft gemaakt dat van een uitzonderingsgeval op grond waarvan verweerder niet mocht afgaan op de door zijn cliënte verstrekte informatie sprake was. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:265 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-265/DH/DH

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij, ingediend door klaagster sub 1 en haar advocaat (klager sub 2). Klager sub 2 is niet-ontvankelijk in een deel van de klacht, omdat het gaat om gedragingen die plaatsvonden toen hij nog niet bij de zaak betrokken was en omdat het gaat om gedragingen die zijn belangen niet raken. Verweerster heeft klaagster sub 1 rauwelijks gedagvaard, zij heeft niet gevraagd om opgave van verhinderdata en zij heeft, na dagvaarding, niet gereageerd op correspondentie van klager sub 2. Verweerster heeft zich in de tegen klaagster sub 1 ingestelde procedure op het standpunt gesteld dat klaagster sub 1 gehouden was tot nakoming van verbintenissen uit een huurovereenkomst, terwijl iedere grondslag voor deze stelling ontbrak. Verweerster heeft aldus de belangen van (met name) klaagster sub 1 ernstig geschaad. De raad legt aan verweerster een schorsing op voor de duur van vier weken, waarvan twee voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:21 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-61

    Klager heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:192 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1004/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder opzettelijk onwaarheden heeft geponeerd. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:266 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-706/DH/RO

    Verweerster heeft zich niet gesteld namens klager in een procedure als gevolg waarvan een verstekvonnis is gewezen. Verweerster is niet met klager in overleg getreden over het instellen van verzet tegen het verstekvonnis. Er is geen verzet ingesteld. De raad acht het handelen van verweerster niet zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt en legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:240 Raad van Discipline Amsterdam 18-709/A/A/D

    Dekenbezwaar over onder andere de Wwft (cliëntenonderzoek en doen van een melding bij de FIU) en de artikelen 7.1 en 7.3 Voda. Er is sprake van ernstige overtredingen van de voor verweerder als advocaat geldende regels. Verweerder heeft het algemeen belang geschonden door hem als advocaat toekomende privileges te misbruiken. De raad rekent verweerder een en ander zwaar aan. Onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 24 weken.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:22 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-17 en 18-18

    Klaagster verwijt de notarissen het volgende: 1. niet onmiddellijk, of ten minste tijdens de bespreking van 10 oktober 2017 in kennis te zijn gesteld van het feit dat het notariskantoor zich als zaakwaarnemer beschouwde van de erven; 2. mogelijk ten onrechte, te veel te hebben gefactureerd en geen inzicht te hebben gegeven via specificaties; 3. niet adequaat en binnen redelijke termijn op bezwaren van klaagster te hebben gereageerd.