Zoekresultaten 19751-19800 van de 47568 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1875

    De arts geeft aan het einde van de derde rapportage er blijk van dat zij niet is staat is om een medisch advies uit te brengen in het kader van de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart, terwijl zij wel een advies geeft door te stellen dat zij haar eerdere conclusie niet kan verwerpen. Daarmee voldoet haar rapportage niet aan de daaraan te stellen eis dat de rapportage op inzichtelijke en consistente wijze uiteenzet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De arts had er beter aan gedaan om de opdracht voor de derde keuring niet te aanvaarden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:297 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.542

    Klacht tegen verloskundige. Het dochtertje van klagers is zonder hartactie geboren en na reanimatie de volgende dag overleden. Klagers maken verweerster een aantal verwijten over haar handelen tijdens de bevalling. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat verweerster heeft nagelaten tijdig de gynaecoloog in te schakelen en legt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op. Het beroep van klagers richt zich tegen de ongegrondverklaring van de overige klachtonderdelen, inhoudende onder meer – kort gezegd – dat verweerster onvoldoende vaardigheden had om de bevalling tot een goed einde te brengen en dat zij de ernst en de urgentie van de situatie onvoldoende aan de gynaecoloog en de anesthesioloog heeft overgebracht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:298 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.008

    Klacht tegen verloskundige. Klaagster is in overleg met haar eerstelijns verloskundige voor een poliklinische bevallen zonder medische indicatie naar het ziekenhuis gegaan waar verweerster werkzaam was. Klaagster verwijt verweerster dat zij een episiotomie heeft gezet zonder medische noodzaak, zonder klaagster daarover te informeren en zonder dat er sprake was van informed consent. Ook verwijt klaagster verweerster dat zij niet genoeg betrokken is geweest. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het beroep van klaagster betreft alleen het punt van het informed consent en wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:299 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.080

    De klacht van klaagster tegen een chirurg bestond uit zeven onderdelen, te weten 1. het niet overleggen van een schriftelijk en door klaagster ondertekend informed consent; 2. zonder deugdelijk vooronderzoek overgaan tot een anti-reflux operatie; 3. te vroeg overgaan tot die operatie; 4. het niet zelf doen van de (Davinci) robotoperatie; 5. onvoldoende nazorg leveren; 6. zich buiten zijn vakgebied jegens klaagster uitlaten over mogelijke medische problematiek en 7. het niet getuigen van een voldoende professionele houding in zijn reacties naar aanleiding van vragen van ARAG. Het RTC verklaart alle klachtonderdelen ongegrond. In beroep komt het CTG tot een gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van het RTC. De klachtonderdelen 2 en 3 worden alsnog gegrond bevonden: door het ontbreken van een goede verslaglegging kan niet als vaststaand worden aangenomen dat de chirurg op goede gronden tot zijn diagnose en indicatiestelling is gekomen. Voorts was er in de gegeven omstandigheden van het geval, - te weten een complex klachtenbeeld met een psychosomatische component, grote stress (met name in de relationele sfeer) en overmatig alcoholgebruik, en het feit dat klaagster na het consult op 29 maart 2018 nog een telefonisch gesprek heeft gehad met de chirurg waarin zij haar ernstige twijfels uitsprak over het laten doorgaan van de operatie, terwijl ten slotte een acute medische noodzaak om te opereren ontbrak-, alle reden om de medische klachten nog eens nader te onderzoeken, althans een pas op de plaats te maken en klaagster meer bedenktijd te geven. Vanwege het tijdsverloop en het feit dat de chirurg niet eerder in aanraking is geweest met de tuchtrechter volstaat het CTG met de oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/210

    Klagers dienen een klacht in als nabestaanden hun door suïcide overleden zoon/broer. Zij verwijten de psychiater het nalaten van het nemen van een maatregel om de veiligheid te waarborgen van hun zoon. Tevens verwijten ze de psychiater dat zij onvoldoende heeft gedaan om het door haar noodzakelijk geachte onderzoek spoediger te laten plaatsvinden. Daarbij voldoet het medisch dossier niet aan de eisen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:163 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-610/DB/LI

    Klager heeft geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat advocaat zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:237 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-663

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen voormalig eigen advocaat kennelijk niet-ontvankelijk nu deze is verjaard (nu de klacht ziet op een door verweerder in 1990 ingediend bezwaarschrift en het niet opvolgen).

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:164 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-605/DB/LI 18-606/DB/LI 18-607/DB/LI

    Geen evident onpleitbaar standpunt ingenomen door buitengerechtelijke venietiging in te roepen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:25 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/87

    Samengevat verwijt klager de notaris dat zijn chef de bureau hem onheus bejegend heeft in de e-mailberichten van 6 en 12 december 2016 alsmede dat klager onheus bejegend is tijdens de bijeenkomst ten kantore van de notaris op 4 januari 2017 en dat de notaris zich tijdens die bijeenkomst niet onafhankelijk heeft opgesteld. De kamer acht met name de formuleringen die de chef de bureau in zijn e-mailbericht van 12 december 2016 heeft gebezigd, te weten ”Dat is uw eigen keuze heer [naam klager]” en “Het is nu heel eenvoudig.”, niet gepast in zakelijke communicatie. De kamer is echter van oordeel dat deze formuleringen in het kader van de lange voorgeschiedenis, de vele e-mails van klager in deze zaak die de notaris steeds zorgvuldig beantwoord heeft, alsmede gezien de opstelling van klager op de antwoorden en uitnodigingen voor een afspraak in dit geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar genoemd moeten worden, zodat dit klachtonderdeel ongegrond is. De kamer is van oordeel dat klager zijn stelling dat de notaris zich niet onafhankelijk heeft opgesteld onvoldoende aannemelijk heeft weten te maken. De enkele indruk die klager had ten tijde van het voorlezen en tekenen van de akte is daartoe onvoldoende.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:165 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-507/DB/LI

    Niet gebleken dat kwaliteit van de dienstverlening onvoldoende was. Wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen opdrachtbevestiging te sturen en klager niet schriftelijk te adviseren over de mogelijkheid van hoger beroep. Deels gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:234 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-693

    Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerster zich in de ontbindingsprocedure jegens klager onnodig grievend heeft uitgelaten of bij haar stellingen over de mediation en mediator de haar toekomende ruime vrijheid heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:235 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-362

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat verjaard voor zover de klacht ziet op het optreden van verweerder in de periode 1992-2000. Klacht kennelijk ongegrond voor zover de klacht ziet op de periode vanaf 2016. Niet is komen vast te staan dat de kwaliteit van dienstverlening door verweerder in laatstgenoemde periode onder de maat is geweest.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:162 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-611/DB/LI

    Klaagschrift is ingediend nadat de termijn ex artikel 46g lid 1 Advocatenwete is verstreken. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:236 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-664

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen voormalig eigen advocaat kennelijk niet-ontvankelijk nu deze is verjaard (nu de klacht ziet op een in 1990 ingediend bezwaarschrift en het niet opvolgen hiervan).

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:294 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.116

    De klacht heeft betrekking op de behandeling van de, inmiddels overleden, zoon van klagers, hierna patiënt, die na een zwangerschap van minder dan 28 weken was geboren. Een maand na de geboorte is patiënt overgebracht naar het ziekenhuis waar verweerster als neonatologieverpleegkundige werkzaam was. Patiënt is na aankomst in de voormiddag in de couveuse gelegd. De bevochtiger is daarbij niet aangesloten op het elektriciteitsnetwerk waardoor het niet naar behoren functioneerde. In de loop van de dag was sprake van een verslechterende toestand met kortdurende saturatiedalingen en bradycardie. Kort voor middernacht is de bevochtiger aangesloten. In de nacht en de opvolgende ochtend verslechterde de situatie verder. Voorafgaand aan intubatie werd aan patiënt tweemaal morfine toegediend, beide keren abusievelijk in een 10-voudige dosering. Bij de een week nadien verrichte MRI is zeer ernstige hersenschade geconstateerd waarna de behandeling gericht op herstel is gestaakt. Vier dagen nadien is patiënt overleden. Klagers stellen dat de volgende fouten zijn gemaakt: a. Toediening koude lucht via ademhalingsondersteuningsapparaat gedurende 10 uur omdat de stekker voor de verwarming er niet in zat. Hierdoor heeft zich volgens klagers taaislijm ontwikkeld en zijn ademhalingsproblemen ontstaan; b. Het instellen van een hogere couveusetemperatuur dan in het eerdere ziekenhuis, waardoor patiënt ondanks de koude (beademings)lucht toch op temperatuur bleef; c. Het niet leegpompen van de maag voor de intubatie; d. Het tot tweemaal toedienen van een hoeveelheid morfine 10-voudig aan het maximaal toelaatbare.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-051

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater en klager verschillen van mening over hetgeen is besproken en de gang van zaken tijdens het intakegesprek. Niet komt vast te staan dat klager niet is geïnformeerd over de diagnostiek en de behandeling. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-115

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager heeft nagelaten te onderbouwen op welke wijze de gz-psycholoog bij het toedienen van de antipsychotica betrokken is geweest, de uitleg van de gz-psycholoog ontmoet geen bedenkingen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:295 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.117

    De klacht heeft betrekking op de behandeling van de, inmiddels overleden, zoon van klagers, hierna patiënt, die na een zwangerschap van minder dan 28 weken was geboren. Een maand na de geboorte is patiënt overgebracht naar het ziekenhuis waar verweerster als neonatologieverpleegkundige werkzaam was. Patiënt is na aankomst in de voormiddag in de couveuse gelegd. De bevochtiger is daarbij niet aangesloten op het elektriciteitsnetwerk waardoor het niet naar behoren functioneerde. In de loop van de dag was sprake van een verslechterende toestand met kortdurende saturatiedalingen en bradycardie. Kort voor middernacht is de bevochtiger aangesloten. In de nacht en de opvolgende ochtend verslechterde de situatie verder. Voorafgaand aan intubatie werd aan patiënt tweemaal morfine toegediend, beide keren abusievelijk in een 10-voudige dosering. Bij de een week nadien verrichte MRI is zeer ernstige hersenschade geconstateerd waarna de behandeling gericht op herstel is gestaakt. Vier dagen nadien is patiënt overleden. Klagers stellen dat de volgende fouten zijn gemaakt: a. Toediening koude lucht via ademhalingsondersteuningsapparaat gedurende 10 uur omdat de stekker voor de verwarming er niet in zat. Hierdoor heeft zich volgens klagers taaislijm ontwikkeld en zijn ademhalingsproblemen ontstaan; b. Het instellen van een hogere couveusetemperatuur dan in het eerdere ziekenhuis, waardoor patiënt ondanks de koude (beademings)lucht toch op temperatuur bleef; c. Het niet leegpompen van de maag voor de intubatie; d. Het tot tweemaal toedienen van een hoeveelheid morfine 10-voudig aan het maximaal toelaatbare. De klacht betreffende de verpleegkundige beperkt zich tot klachtonderdeel d. Het Regionaal Tuchtcollege heeft dit klachtonderdeel gegrond verklaard, aan de verpleegkundige de maatregel van berisping opgelegd en publicatie van de uitspraak gelast. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt eveneens dat klachtonderdeel d gegrond is, maar komt tot de oplegging van een lichtere maatregel, te weten een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-079a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Gedurende de behandelperiode van klager zijn deugdelijke anamneses afgenomen en onderzoek verricht. Ten tijde van de behandelperiode bestond geen verplichting om de vitamine D-waarde te laten bepalen. De psychiater mocht ook vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor het tegendeel ervan uitgaan dat er bij klager geen sprake was van een vitamine D-tekort. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-087

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had bij de klachten van de ongeruste patiënte (pijn in de linkerarm, uitstralend naar schouder en borst) tenminste moeten denken aan een cardiale oorzaak en patiënte overeenkomstig moeten onderzoeken, ondanks dat patiënte bij navraag geen alarmsymptomen meldde. De huisarts heeft zich bij het telefoongesprek een paar dagen later te veel laten leiden door de ingangsklacht (pijn bij het plassen). Ten onrechte heeft de huisarts in de combinatie van de op deze twee dagen genoemde klachten geen aanleiding gezien te handelen naar potentieel cardiaal lijden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-079b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Gedurende de behandelperiode van klager zijn deugdelijke anamneses afgenomen en onderzoek verricht. Ten tijde van de behandelperiode bestond geen verplichting om de vitamine D-waarde te laten bepalen. De psychiater mocht ook vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor het tegendeel ervan uitgaan dat er bij klager geen sprake was van een vitamine D-tekort. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-079c

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Gedurende de behandelperiode van klager zijn deugdelijke anamneses afgenomen en onderzoek verricht. Ten tijde van de behandelperiode bestond geen verplichting om de vitamine D-waarde te laten bepalen. De psychiater mocht ook vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor het tegendeel ervan uitgaan dat er bij klager geen sprake was van een vitamine D-tekort. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-085a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Het door de psychiater gevoerde beleid met betrekking tot toediening van antipsychotica bij klager die eerder een maligne katatonie/neuroleptica syndroom doormaakte ontmoet bij het College geen bedenkingen. De uitvoering is aantoonbaar overlegd en besproken. De psychiater heeft zorgvuldig gerapporteerd. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:161 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-586/DB/OB

    Niet-ontvankelijk wegens verstrijken van termijn ex art. 469 lid 1 sub a.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:292 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.114

    De klacht heeft betrekking op de behandeling van de, inmiddels overleden, zoon van klagers, hierna patiënt, die na een zwangerschap van minder dan 28 weken was geboren. Een maand na de geboorte is patiënt overgebracht naar het ziekenhuis waar verweerster als neonatologieverpleegkundige werkzaam was. Patiënt is na aankomst in de voormiddag in de couveuse gelegd. De bevochtiger is daarbij niet aangesloten op het elektriciteitsnetwerk waardoor het niet naar behoren functioneerde. In de loop van de dag was sprake van een verslechterende toestand met kortdurende saturatiedalingen en bradycardie. Kort voor middernacht is de bevochtiger aangesloten. In de nacht en de opvolgende ochtend verslechterde de situatie verder. Voorafgaand aan intubatie werd aan patiënt tweemaal morfine toegediend, beide keren abusievelijk in een 10-voudige dosering. Bij de een week nadien verrichte MRI is zeer ernstige hersenschade geconstateerd waarna de behandeling gericht op herstel is gestaakt. Vier dagen nadien is patiënt overleden. Klagers stellen dat de volgende fouten zijn gemaakt: a. Toediening koude lucht via ademhalingsondersteuningsapparaat gedurende 10 uur omdat de stekker voor de verwarming er niet in zat. Hierdoor heeft zich volgens klagers taaislijm ontwikkeld en zijn ademhalingsproblemen ontstaan; b. Het instellen van een hogere couveusetemperatuur dan in het eerdere ziekenhuis, waardoor patiënt ondanks de koude (beademings)lucht toch op temperatuur bleef; c. Het niet leegpompen van de maag voor de intubatie; d. Het tot tweemaal toedienen van een hoeveelheid morfine 10-voudig aan het maximaal toelaatbare. De klacht betreffende de verpleegkundige beperkt zich tot de onderdelen a en b. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen a en b gegrond verklaard, aan de verpleegkundige de maatregel van berisping opgelegd en publicatie van de uitspraak gelast. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b gegrond, maar klachtonderdeel a ongegrond. Dit geeft het Centraal Tuchtcollege echter geen aanleiding tot het opleggen van een minder zware maatregel dan in eerste aanleg aan de verpleegkundige is opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-085b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Dat klager een ernstige reactie op het antipsychoticum zou krijgen had de psychiater niet kunnen en hoeven voorzien. Na het zien van de ernstige toestand van klager is de psychiater zeer alert geweest. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:293 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.115

    De klacht heeft betrekking op de behandeling van de, inmiddels overleden, zoon van klagers, hierna patiënt, die na een zwangerschap van minder dan 28 weken was geboren. Een maand na de geboorte is patiënt overgebracht naar het ziekenhuis waar verweerster als neonatologieverpleegkundige werkzaam was. Patiënt is na aankomst in de voormiddag in de couveuse gelegd. De bevochtiger is daarbij niet aangesloten op het elektriciteitsnetwerk waardoor het niet naar behoren functioneerde. In de loop van de dag was sprake van een verslechterende toestand met kortdurende saturatiedalingen en bradycardie. Kort voor middernacht is de bevochtiger aangesloten. In de nacht en de opvolgende ochtend verslechterde de situatie verder. Voorafgaand aan intubatie werd aan patiënt tweemaal morfine toegediend, beide keren abusievelijk in een 10-voudige dosering. Bij de een week nadien verrichte MRI is zeer ernstige hersenschade geconstateerd waarna de behandeling gericht op herstel is gestaakt. Vier dagen nadien is patiënt overleden. Klagers stellen dat de volgende fouten zijn gemaakt: a. Toediening koude lucht via ademhalingsondersteuningsapparaat gedurende 10 uur omdat de stekker voor de verwarming er niet in zat. Hierdoor heeft zich volgens klagers taaislijm ontwikkeld en zijn ademhalingsproblemen ontstaan; b. Het instellen van een hogere couveusetemperatuur dan in het eerdere ziekenhuis, waardoor patiënt ondanks de koude (beademings)lucht toch op temperatuur bleef; c. Het niet leegpompen van de maag voor de intubatie; d. Het tot tweemaal toedienen van een hoeveelheid morfine 10-voudig aan het maximaal toelaatbare. De klacht betreffende de verpleegkundige beperkt zich tot de onderdelen a en b. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel a gegrond verklaard en klachtonderdeel b ongegrond verklaard. Aan de verpleegkundige is de maatregel van waarschuwing opgelegd en het Regionaal Tuchtcollege heeft publicatie van de uitspraak gelast. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel a eveneens gegrond en legt aan de verpleegkundige, met eenparigheid van stemmen, de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-114

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft klaagster en haar klachten iedere keer serieus genomen door lichamelijk en aanvullend onderzoek uit te voeren en haar zo nodig door te verwijzen naar verschillende specialisten. Op geen enkele wijze is gebleken dat de huisarts snauwt, liegt of bedriegt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:157 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-758/DB/LI

    Verwijten, dat verweerder zich aan klager toekomende gelden heeft toegeëigend en heeft geweigerd om dossiers voor 5 januari 2018 af te geven, volstrekt onvoldoende onderbouwd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:230 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-656

    Voorzittersbeslissing. Klagers zijn verwikkeld in een onteigeningsprocedure met een gemeente, die daarbij nauw samenwerkt met een grondexploitatiemaatschappij. Verweerster behartigt alleen de belangen van die gemeente. Klagers zijn als niet belanghebbend kennelijk niet-ontvankelijk in hun klacht over mogelijke belangenverstrengeling tussen de gemeente en de grondexploitatiemaatschappij. De overige klachtonderdelen zijn naar het oordeel van de voorzitter kennelijk ongegrond. Verweerster is binnen de grenzen van de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid gebleven jegens klagers. Niet valt in te zien in welke zin aan verweerster tuchtrechtelijk kan worden verweten dat niet haar cliënt maar een derde partij, in dit geval de grondexploitatiemaatschappij, een meldingsformulier bij de provincie heeft ingediend dat volgens klagers bovendien diverse onwaarheden bevatte.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:158 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-677/DB/ZWB

    Niet gebleken dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden waarvan hij de onjuistheid kende of kon kennen, noch dat hij klager op kosten heeft gejaagd of in zijn belangen heeft geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:231 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-166

    Klacht tegen advocaat wederpartij ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder bewust opdracht heeft gegeven om het vonnis te betekenen aan het verkeerde adres waar klagers niet (meer) woonachtig waren. Ook van enig ander klachtwaardig handelen door verweerder in het kader van de ontruiming van de woning door klagers is de raad niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:159 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-434/DB/ZWB

    Klaagster verwijt verweerder gebrekkige communicatie, haar niet in persoon te hebben ontmoet, niet te hebben meegewerkt aan overdracht van het dossier, de voortgang van de zaak te hebben tegengewerkt, de opdracht eenzijdig te hebben neergelegd, geen inzichtelijke declaraties te hebben verzonden, geen duidelijke afspraken over werkwijze en financiële consequenties te hebben gemaakt en zich niet hebben gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Verweerder heeft helder en duidelijk met klaagster gecommuniceerd, heeft een begrijpelijke opdrachtbevestiging gezonden, die door klaagster voor akkoord is ondertekend. Klaagster heeft bovendien de zaak zelf beëindigd door de opdracht in te trekken. Dat verweerder en klaagster en elkaar nooit in persoon hebben ontmoet, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, zeker gelet op het vele telefonische contact dat zij wel met elkaar hebben gehad. Klacht op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:232 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-190

    Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft erkend dat hem een verwijt kan worden gemaakt van het niet tijdig instellen van hoger beroep waardoor het vonnis van de rechtbank in een strafprocedure voor klager onherroepelijk is geworden. De klacht is gegrond. De raad ziet af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:77 Accountantskamer Zwolle 18/161 en 18/200 Wtra AK

    Klacht dat zonder goede reden het faillissement van klaagster is aangevraagd gegrond. Betrokkenen hebben niet het faillissement aangevraagd maar zijn daarop tuchtrechtelijk aanspreekbaar omdat zij hebben deelgenomen aan het overleg over het aanvragen en het doorzetten van de aanvraag. Een accountant dient bij het nemen van civielrechtelijke rechtsmaatregelen tegen een client die zijn declaraties niet betaalt een zorgvuldige en kenbare afweging te maken van de betrokken belangen en niet lichtvaardig over te gaan tot het aanvragen van het faillissement van de client. In dit geval is niet aannemelijk geworden dat betrokkenen die afweging hebben gemaakt. Daarom is het aanvragen van het faillissement te lichtvaardig gebeurd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:233 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-168

    ESSENTIE: Klacht tegen eigen advocaat (deels) gegrond wat betreft zijn optreden in de echtscheidingsprocedure van klaagster. Verweerder heeft teveel gevaren op de koers die klaagster hem voorhield en op voorstellen waarmee klaagster steeds als eerste kwam. Verweerder heeft onvoldoende sturing gegeven en had meer regie en initiatief moeten tonen. Verder heeft verweerder op onderdelen onvoldoende geadviseerd en was zijn bijdrage aan het viergesprek met de wederpartij te gering. Berisping.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:78 Accountantskamer Zwolle 18/792, 18/793, 18/794, 18/795, 18/796 en 18/797 Wtra AK

    Bij samenstellingswerkzaamheden staat het de accountant niet vrij hem kenbare foute post in de samengestelde jaarrekening te verwerken en daarbij een samenstellingsverklaring af te geven, ook al betreft het geen materiele post. Nu betrokkene voorafgaand aan de definitieve versie van de door hem samengestelde jaarrekening op de (eigen) fout is gewezen, deze fout heeft besproken en heeft toegezegd deze fout te corrigeren, en dit – zonder reden – heeft nagelaten, heeft hij daarmee het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid overtreden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:160 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-397/DB/ZWB

    Verweerder heeft van klager geen kopie van de appèlakte ontvangen en heeft zich daardoor niet bij het hof of het OM gemeld als advocaat van klager. Daardoor wist verweerder niet dat de zitting op 20 oktober 2014 zou plaatsvinden en is hij niet aanwezig geweest. Verweerder heeft diverse keren om toezending van de appèlakte gevraagd, maar heeft deze niet ontvangen. Verweerder had zich op dat moment als advocaat van klager moeten terugtrekken, zodat klager niet in de veronderstelling kon verkeren dat toezending van de appèlakte niet belangrijk was. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:228 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1015

    Verweerder heeft als klachtenfunctionaris van het kantoor gedaan wat van hem verwacht mocht worden na de klacht van klagers over een kantoorgenoot. Daarnaast is een deel van de klachten verjaard wegens overschrijding van de driejaarstermijn. De raad oordeelt het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:229 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-068

    De raad oordeelt het verzet van klager ongegrond over het optreden van zijn eigen advocaat bij de afwikkeling van een echtscheidingsconvenant.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:211 Raad van Discipline Amsterdam 18-322/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:76 Accountantskamer Zwolle 17/2497 Wtra AK

    Betrokkene heeft het besluit van klaagster, een andere (rechts)persoon dan zijn opdrachtgever, tot een aandelenemissie onderzocht. Dit onderzoek is aan te merken als een persoonsgericht onderzoek in de zin van de NBA-Praktijkhandreiking 1112. De in deze handreiking opgenomen aanwijzingen geven richting aan beantwoording van de vraag welke eisen de fundamentele beginselen stellen aan de accountant die een persoonsgericht onderzoek verricht en zijn in zoverre van belang bij de beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is geweest van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Nu klaagster (mede) onderwerp van het onderzoek was, had betrokkene, voor het verkrijgen van een deugdelijke grondslag voor het rapport, haar de mogelijkheid moeten bieden om informatie te verschaffen voordat hij zijn rapport aan zijn opdrachtgever aanbood. Niet voldoende is dat betrokkene zijn opdrachtgever vragen heeft laten stellen op de vergadering van aandeelhouders. Evenmin is van belang dat hoor en wederhoor hebben plaatsgevonden bij het gerechtshof en dat het hof heeft laten zien te begrijpen dat het hier gaat om een partijrapport dat niet gebaseerd is op informatie verstrekt door klaagster. Dit nalaten levert schending op van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Maatregel: waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:212 Raad van Discipline Amsterdam 18-736/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Dat verweerder een standpunt heeft ingenomen dat op voorhand onjuist is, is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat verweerder informatie heeft verstrekt waarvan hij wist of had kunnen weten dat die onjuist was.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:208 Raad van Discipline Amsterdam 18-600/A/A/D

    Gegrond dekenbezwaar. Verweerder is nalatig gebleven bij het naleven van zijn verplichtingen jegens de deken onder meer door geen gehoor te geven aan herhaalde verzoeken om informatie. Berisping en kostenveroordeling

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 324/2017

    Klacht tegen psychiater gegrond. Klager verwijt verweerder terecht dat hij geen kans heeft gekregen om te reageren op nadere informatie die verweerder van het CBR heeft gekregen en die hem tot een ander advies hebben gebracht. Verweerder had op zijn minst telefonisch de conclusies die hij verbond aan de voor hem nieuwe feiten aan klager moeten voorhouden. Hij had dan de reactie daarop ook in de rapportage kunnen meenemen. Dat klager voorafgaand aan de eerste rapportage door het BRK en ook tijdens het onderzoek werd gewezen op zijn rechten inzake inzage-, correctie- en blokkeringsrecht en had aangegeven hiervan af te zien, doet hieraan niet af. Verweerder had als arts een eigen verantwoordelijkheid om hoor- en wederhoor toe te passen, te meer nu de verkregen informatie van grote betekenis was voor zijn conclusie. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:209 Raad van Discipline Amsterdam 18-239/A/A

    Tussenbeslissing waarin de raad de klacht terugverwijst naar de deken voor nader onderzoek. Om te kunnen beoordelen of sprake is geweest van zorgvuldig handelen bij het nemen van rechtsmaatregelen tegen klaagster (als voormalig cliënt) moet onder meer worden onderzocht of verweerder er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat klaagster geen recht had op een toevoeging.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:156 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-398/DB/ZWB

    Klagers verwijten verweerder dat hij onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt wat de kosten van rechtsbijstand zouden zijn en hen onvoldoende op de risico’s te hebben gewezen. Van de vaste prijsafspraak zoals door klagers gesteld is niet gebleken. Verweerder heeft juist duidelijk aangegeven dat het een inschatting en een minimum bedroeg en heeft ook gewaarschuwd voor het oplopen van de kosten. Op de risico’s zijn klagers meermaals gewezen. Niet gebleken dat de kwaliteit van de dienstverlening onvoldoende was. Klager was zeer tevreden over de memorie en pleitnota. Dat de zitting een teleurstelling voor klager was is niet aan het handelen van verweerder te wijten. Geen sprake van strijd met geheimhoudingsplicht, aangezien verweerder zich in de tuchtrechtprocedure moet kunnen verweren en dus een beroep op de door hem opgestelde stukken mag doen. Tot slot geen sprake van het schaden van de belangen van klagers door de opdracht te beëindigen. Gelet op het ontbreken van vertrouwen, had verweerder geen andere keuze dan zich te onttrekken. Klacht op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:210 Raad van Discipline Amsterdam 18-415/A/A

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klaagster een sommatiebrief te sturen zonder de juistheid van de vordering bij zijn cliënt te verifiëren.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1891

    Ondanks dat twee documenten niet expliciet vermeld zijn bij het onderzoekskader in de medische rapportage van de verzekeringsarts is voldoende duidelijk gemaakt dat de inhoud meegewogen is in de beoordeling. Er is voldoende aandacht geschonken aan de door klager ervaren beperkingen. Het is inherent aan haar werk als verzekeringsarts dat verweerster een interpretatie geeft aan rapporten, aangezien de belastbaarheid die verweerster moet beoordelen niet als zodanig expliciet in de rapporten te lezen is. Het is voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid verzekeringsgeneeskundig enkel relevant welke beperkingen iemand heeft en niet welke ziekte daaraan ten grondslag ligt. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:288 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.090

    Klacht tegen een dermatoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager deels niet-ontvankelijk in zijn beroep vanwege voor het eerst in beroep geformuleerde klachten en verwerpt het beroep voor het overige.