Zoekresultaten 15601-15650 van de 48190 resultaten
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:19 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/363523 KL RK 19-164
- Datum publicatie: 03-08-2020
- Datum uitspraak: 01-07-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:19
Moeder heeft twee percelen grond aan haar zoon (de broer van klagers) verkocht en geleverd. De percelen behoorden volgens klagers tot de onverdeelde nalatenschap van vader. Klagers stellen dat zij als (mede)erfgenamen van vader bij de transactie hadden moeten worden betrokken. Door dit na te laten heeft de notaris klagers benadeeld. Verder verwijten klagers de notaris dat hij, zowel wat betreft de voorwaarden van de transactie als de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, volledig voorbij is gegaan aan de belangen van moeder ten gunste van de belangen van de broer. De kamer heeft de klacht deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2020:42 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/661637 DWRK 19/62
- Datum publicatie: 03-08-2020
- Datum uitspraak: 24-01-2020
- ECLI:NL:TGDKG:2020:42
De gerechtsdeurwaarder heeft in een brief wederom aangekondigd beslag te komen leggen op de roerende zaken van klager, nadat eerder al was geoordeeld dat beslag op roerende zaken geen zin had. Volgens de gerechtsdeurwaarder is deze brief verzonden met het primaire doel om klager te spreken te krijgen over betalingsmogelijkheden en daarnaast te bezien of er alsnog goederen aanwezig zouden zijn waarop beslag gelegd zou kunnen worden. De kamer oordeelt dat het primaire doel van deze brief, namelijk contact leggen met klager om te bezien of er nog mogelijkheden waren de vordering te voldoen, niet door de inhoud van de brief wordt gedekt. Nu het bezoek van de gerechtsdeurwaarder echter ook diende om de inventaris van de woning nogmaals te bekijken, oordeelt de kamer dat het versturen van deze brief niet tuchtrechtelijk laakbaar is.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2020:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2013
- Datum publicatie: 03-08-2020
- Datum uitspraak: 03-08-2020
- ECLI:NL:TGZREIN:2020:38
Huisarts. Testistumor. Klacht: 1) klager niet direct doorverwezen naar ziekenhuis voor echo, 2) in huisartsenjournaal staat dat klager zich na weekeinde moest melden als geen verbetering. Is niet gezegd. Huisartsenjournaal volgens klager later aangepast. College: ongegrond. Op basis van bevindingen anamnese en lichamelijk onderzoek mocht huisarts komen tot waarschijnlijkheidsdiagnose ontsteking. Ingezet beleid correct. Uit logmutaties blijkt dat in patiëntendossier alleen naam episodetitel is veranderd van ‘Epididymitis’ in ‘Orchitis’ . Geen betrekking op vervolgafspraak.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.111
- Datum publicatie: 31-07-2020
- Datum uitspraak: 31-07-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:119
Klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep wegens termijnoverschrijding (beroep te laat ingediend, artikel 73 lid 1 Wet BIG juncto artikel 74 lid 1 Wet BIG). Ziekte en ziekenhuisopnamen gedurende een deel van de beroepstermijn leiden niet tot het oordeel dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding (artikel 73 lid 7 Wet BIG).
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:33 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/53
- Datum publicatie: 31-07-2020
- Datum uitspraak: 15-07-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:33
Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de inzet van antibiotica op vier melkveebedrijven (droogzetters en mastitis preparaten) in strijd te hebben gehandeld met de wettelijke voorschriften en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Gegrond. Volgt onvoorwaardelijke boete van € 500 en € 1000 voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:118 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.028
- Datum publicatie: 31-07-2020
- Datum uitspraak: 31-07-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:118
Klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater bij wie hij ongeveer zes jaar onder behandeling is geweest dat hij (bij de overname van de behandeling) de diagnose slaapapneu en restless legs heeft gemist als oorzaak van zijn psychische klachten en vermoeidsheidsklachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:165 Raad van Discipline Amsterdam 20-156/A/A
- Datum publicatie: 30-07-2020
- Datum uitspraak: 13-07-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:165
Klacht van cliënt over eigen advocaat niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:166 Raad van Discipline Amsterdam 20-157/A/A/D
- Datum publicatie: 30-07-2020
- Datum uitspraak: 13-07-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:166
Dekenbezwaar (in vijf van de zeven onderdelen) gegrond. Verweerder heeft (om de beroepstermijn te redden) zonder instructie van de cliënt hoger beroep ingesteld van een strafvonnis in eerste aanleg waarbij zijn cliënt was veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur. Vervolgens heeft hij zonder voorafgaand contact met de cliënt en zonder de cliënt schriftelijk te informeren over de risico’s en kansen van hoger beroep of over de risico’s van het niet verschijnen in hoger beroep, het hoger beroep ter zitting van het hof door een waarnemer, stagiair van zijn kantoor, laten behandelen. Nadat cliënt ook niet op zitting was verschenen, heeft deze waarnemer verklaard gemachtigd te zijn namens cliënt om de verdediging te voeren. In hoger beroep heeft het hof cliënt van verweerder vervolgens veroordeeld tot een gevangenisstraf van 162 dagen. Verweerder heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die in de gegeven omstandigheden van hem als redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mocht worden verwacht en met de kernwaarde deskundigheid door onvoldoende pogingen te doen met zijn cliënt in contact te komen, haar niet goed en niet schriftelijk te adviseren, zijn waarnemer niet goed te instrueren en de aansprakelijkheidsstelling van zijn cliënt vervolgens niet tijdig naar zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar door te sturen. Verder heeft verweerder gehandeld in strijd met gedragsregel 29. Voorwaardelijke schorsing van vier weken en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.294
- Datum publicatie: 30-07-2020
- Datum uitspraak: 24-07-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:116
Klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster is onder behandeling geweest van een fysiotherapeut in de praktijk van beklaagde. Beklaagde is praktijkhouder en fysiotherapeut. De behandelend fysiotherapeut heeft zich met een brief van klaagster met ernstige aantijgingen bij beklaagde gemeld. Daarop heeft een gesprek plaatsgevonden door beklaagde met de behandelend fysiotherapeut. Beklaagde heeft contact opgenomen met klaagster en voorstellen gedaan om in gesprek te komen met klaagster. Vervolgens heeft een gesprek plaatsgevonden in een door klaagster gekozen restaurant. Hierbij waren klaagster en een neef van haar aanwezig, alsmede de behandelend fysiotherapeut en de beklaagde praktijkhouder. Klaagster verwijt beklaagde dat hij geweigerd heeft haar klacht over de behandelend fysiotherapeut te melden bij de beroepsvereniging, dat hij haar klacht niet serieus heeft genomen en dat hij haar onheus heeft bejegend tijdens het gesprek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster hiertegen ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:117 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.042
- Datum publicatie: 30-07-2020
- Datum uitspraak: 24-07-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:117
Klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster heeft in 2018 haar rechterschouder gebroken en toen afgezien van een operatie. Na een verblijf in het ziekenhuis is klaagster een week opgenomen geweest in een revalidatiecentrum. Zij is daarna op verwijzing van de huisarts door beklaagde, fysiotherapeut, eenmaal per week thuis behandeld. Klaagster verwijt beklaagde dat hij haar rechterschouder en - arm heeft beschadigd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het hiertegen door klaagster ingestelde beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:131 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200008
- Datum publicatie: 29-07-2020
- Datum uitspraak: 28-07-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:131
Eindbeslissing op beklag tegen de beslissing van de deken geen advocaat aan te wijzen (art. 13). Klager heeft in deze kwestie eerder een aanwijzingsverzoek gedaan bij de deken dat was afgewezen en waartegen hij geen beroep heeft ingesteld, waardoor het hof uitgaat van de juistheid van die beslissing. Klager heeft bij het tweede aanwijzingsverzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden aangedragen, waardoor de deken op goede gronden ook het tweede verzoek kon afwijzen. Daarbij komt dat klager al eerder een advocaat heeft gehad in deze kwestie maar geen openheid wil geven waarom die relatie is beëindigd en de deken in zoverre dus ook niet kon inschatten of de aanwijzing van een tweede advocaat voor deze zaak is geïndiceerd. Tot slot stelt het hof vast dat klager in een korte tijd twee vergelijkbare verzoeken heeft gedaan in dezelfde kwestie en oordeelt het hof dat een volgend beklag in de voorliggende kwestie door het hof niet in behandeling wordt genomen wegens misbruik van klachtrecht. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:132 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200120
- Datum publicatie: 29-07-2020
- Datum uitspraak: 28-07-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:132
Artikel 13-beklag. Het beklag van klager is onbegrijpelijk en wordt ongegrond verklaard. Op basis van deze informatie kon de deken het verzoek niet beoordelen. Het hof stelt vast dat klager herhaaldelijk op volstrekt ondeugdelijke gronden om aanwijzing van een advocaat heeft verzocht en overweegt dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen wegens misbruik van klachtrecht.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2020:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2002
- Datum publicatie: 29-07-2020
- Datum uitspraak: 29-07-2020
- ECLI:NL:TGZREIN:2020:35
“Klacht tegen psychiater. Verweerder heeft klager in opdracht van het CBR onderzocht en heeft geconcludeerd dat sprake is van alcoholmisbruik in ruime zin. Klager verwijt verweerder dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld en dat het onderzoek en de rapportage gebreken vertonen. Klacht deels gegrond, geen maatregel.”
-
ECLI:NL:TGZREIN:2020:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19185
- Datum publicatie: 29-07-2020
- Datum uitspraak: 29-07-2020
- ECLI:NL:TGZREIN:2020:36
Klacht tegen psychiater over opgestelde geneeskundige verklaring in verband met het verkrijgen van toestemming voor dwangbehandeling met medicatie in TBS-setting. Verweerder kon redelijkerwijze tot de diagnose waanstoornis komen, geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht ongegrond.”
-
ECLI:NL:TGZREIN:2020:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19184
- Datum publicatie: 29-07-2020
- Datum uitspraak: 29-07-2020
- ECLI:NL:TGZREIN:2020:37
“Klacht tegen psychiater over gegeven second opinion in verband met het verkrijgen van toestemming voor dwangbehandeling met medicatie in TBS-setting. Second opinion voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen. De diagnose waanstoornis en de noodzaak van medicatie zijn onvoldoende onderbouwd. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.”
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 154/2019
- Datum publicatie: 28-07-2020
- Datum uitspraak: 28-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:84
Klacht tegen huisarts. Beklaagde wordt verweten dat zij bij een consult op de huisartsenpost de diagnose hartinfarct bij klager heeft gemist. Naar het oordeel van het college mocht beklaagde in beginsel afgaan op het oordeel van haar collega huisarts, die de anamnese en het lichamelijk onderzoek bij klager had verricht en aanvullend onderzoek had ingezet voordat beklaagde de dienst overnam. De uitslag van het bloedonderzoek gaf geen reden tot zorg. Het college acht het begrijpelijk dat beklaagde bij deze stand van zaken, gezien ook de toestand van klager op dat moment, geen aanleiding heeft gezien om nog verder onderzoek te doen en hem met advies en (pijn)medicatie naar huis heeft laten gaan. E r was geen reden voor beklaagde om klager te verwijzen voor aanvullend onderzoek. Het handelen van beklaagde is voldoende zorgvuldig geweest. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 197/2019
- Datum publicatie: 28-07-2020
- Datum uitspraak: 28-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:85
Klacht tegen huisarts. Beklaagde wordt verweten dat zij bij een consult op de huisartsenpost de diagnose hartinfarct bij klager heeft gemist. Het college kan volgen dat beklaagde gezien haar bevindingen geen aanleiding heeft gezien om klager te verwijzen voor aanvullend onderzoek. Beklaagde heeft klager direct nadat hij zich had gemeld gezien en zij heeft zich een eigen oordeel over zijn gezondheidstoestand gevormd door hem over zijn klachten te bevragen en lichamelijk onderzoek te doen. Hoewel een andere inschatting mogelijk was geweest, acht het college het gezien het atypische beloop en de aard van de klachten alsmede het ontbreken van alarmsignalen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat beklaagde de juiste diagnose heeft gemist. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 198/2019
- Datum publicatie: 28-07-2020
- Datum uitspraak: 28-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:86
Klacht tegen huisarts. Beklaagde wordt verweten dat hij bij een consult op de huisartsenpost de diagnose hartinfarct bij klager heeft gemist. Beklaagde had klager, een 61 jarige man bekend met hypertensie, die voor de derde keer binnen 24 uur de huisartsenpost bezocht met continu aanhoudende, toenemende en uitstralende pijn op de borst en in de schouders waarbij adequate pijnstilling niet had geholpen, moeten insturen voor nader onderzoek, ook al ontbraken andere typische symptomen voor cardiale problematiek. Beklaagde is met zijn handelen niet gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2020:49 Accountantskamer Zwolle 19/305 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-07-2020
- Datum uitspraak: 27-07-2020
- ECLI:NL:TACAKN:2020:49
Klacht i.v.m. controle jaarrekeningen vijf ondernemingen behorend tot één groep. Klacht gedeeltelijk gegrond, gedeeltelijk ongegrond. Strijd met fundamenteel beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregel tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand. De Accountantskamer is van oordeel dat het door het bestuur van de holding opgestelde herstelplan essentieel was bij de controle van de jaarrekeningen van de gecontroleerde vennootschappen. Het herstelplan was immers cruciaal voor (de beoordeling van) de continuïteit van de vennootschappen. Tussen partijen is niet in geschil dat de vennootschappen ten tijde van de controle technisch failliet waren. Vanwege de bestaande problemen met de liquiditeit en de continuïteit had betrokkene het aangeleverde herstelplan professioneel kritisch moeten bezien. De Accountantskamer is van oordeel dat onvoldoende onderzocht is of de prognoses met betrekking tot de opbrengsten van de nieuwe fondsen en het terugvloeien van gelden naar de bestaande, verlieslatende fondsen reëel waren. Betrokkene had gezien de verbondenheid van twee buiten de groep vallende vennootschappen met respectievelijk de UBO en de zoon van de UBO een diepgaandere beoordeling van de betalingen aan deze vennootschappen moeten verrichten. De Accountantskamer is daarom van oordeel dat betrokkene onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de transacties van de holding met deze verbonden partijen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:159 Raad van Discipline Amsterdam 19-828/A/A 19-829/A/A 19-830/A/A 19-831/A/A 19-832/A/A 19-833/A/A
- Datum publicatie: 27-07-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:159
Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. Juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2020:50 Accountantskamer Zwolle 19/1924 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-07-2020
- Datum uitspraak: 27-07-2020
- ECLI:NL:TACAKN:2020:50
Klacht tegen accountant in zijn hoedanigheid van (voormalig) aandeelhouder en directeur. Klager is een medewerker van wie de arbeidsovereenkomst is ontbonden. De klacht ziet op de gedragingen van betrokkene in de gerechtelijke procedure rondom de afwikkeling van de arbeidsovereenkomst en de nasleep daarvan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond, met uitzondering van het verwijt dat betrokkene in het mediationtraject de geheimhouding heeft geschonden. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:160 Raad van Discipline Amsterdam 20-261/A/A
- Datum publicatie: 27-07-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:160
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Niet vast komen te staan dat verweerder zich onvoldoende heeft ingespannen. Verweerder heeft ten aanzien van de communicatie met klaagster niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een behoorlijk handelend advocaat mag worden verwacht. Klacht gedeeltelijk gegrond. De maatregel van een waarschuwing acht de raad passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:161 Raad van Discipline Amsterdam 20-278/A/OB
- Datum publicatie: 27-07-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:161
Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft kunnen oordelen dat sprake was van een vertrouwensbreuk. Zij was daarom gehouden haar werkzaamheden voor klaagster te staken. Dat verweersters bijstand inhoudelijk niet voldeed, heeft klaagster onvoldoende onderbouwd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:162 Raad van Discipline Amsterdam 20-096/A/A
- Datum publicatie: 27-07-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:162
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:156 Raad van Discipline Amsterdam 20-422/A/A 20-423/A/A
- Datum publicatie: 27-07-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:156
Voorzittersbeslissing. Klachten over de eigen advocaten niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:163 Raad van Discipline Amsterdam 20-299/A/A
- Datum publicatie: 27-07-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:163
Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft het neerleggen van de opdracht van klaagster niet op zorgvuldige wijze gedaan. Hij heeft klaagster vervolgens belemmerd in het indienen van een interne klacht hierover door haar geen kopie van den kantoorklachtenregeling te verstrekken. Ook heeft verweerder klaagster belemmerd in het vinden van een opvolgend advocaat door haar mee te delen dat hij gebruik zal maken van zijn recht om de opvolgend advocaat niet toe te staan werkzaamheden in het dossier te verrichten totdat de eigen bijdrage is voldaan, en dat in een zaak waarin spoed geboden was. Berispring en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:157 Raad van Discipline Amsterdam 20-424/A/A
- Datum publicatie: 27-07-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:157
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat deels kennelijk ongegrond en deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat verweerder zich consequent onvoldoende heeft ingespannen klagers belangen te behartigen en niet voortvarend te werk is gegaan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:164 Raad van Discipline Amsterdam 20-304/A/A
- Datum publicatie: 27-07-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:164
Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerder klager onjuist heeft voorgelicht over de TBS-wachttijden. Nu de opdrachtrelatie was beeindigd, lag het op de weg van de cassatieadvocaat om klager verder te informeren.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:158 Raad van Discipline Amsterdam 19-767/A/A
- Datum publicatie: 27-07-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:158
Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. Hoewel de raad begrip heeft voor de door klaagster geschetste omstandigheden en voor de kennelijk ongewenste gevolgen van de echtscheiding voor klaagster en haar dochter, leveren deze geen bijzondere omstandigheid op om de overschrijding van de driejaarstermijn als bedoeld in artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet toe te staan (verschoonbaar te achten). Juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:129 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200104
- Datum publicatie: 25-07-2020
- Datum uitspraak: 24-07-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:129
Appellant heeft zijn beroep ingetrokken. Het hof bepaalt de ingangsdatum van de schorsing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:130 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200053
- Datum publicatie: 25-07-2020
- Datum uitspraak: 24-07-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:130
Beroep inzake schorsing ex artikel 60ab advocatenwet. Verweerder is circa een half jaar geleden uit detentie ontslagen, zodat die grond (lid 2) voor de spoedshalve voorziening is vervallen. Het hof oordeelt ten aanzien van de spoedshalve schorsing in de zin van 60ab lid 1 dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor een onmiddellijk ingrijpen voor de periode dat de tuchtprocedure inzake het dekenbezwaar nog niet is afgerond. Verweerder heeft uitgebreid gemotiveerd dat hij tot inzicht is gekomen dat hij zich anders zal moeten opstellen en reageren en toegelicht hoe de incidenten konden gebeuren. Daarbij hebben het afgelopen half jaar, waarin het beroep bij het hof van discipline aanhangig was, geen incidenten plaatsgevonden en is de relatie met de vriendin van verweerder in rustiger vaarwater gekomen. De deken heeft in dit verband het door hem aangevoerde dreigende gevaar voor herhaling van strafbare feiten onvoldoende concreet gemaakt behalve door te verwijzen naar de gebeurtenissen in het verleden. Ook ten aanzien van de schending van de administratieplicht door verweerder oordeelt het hof dat de deken reden heeft tot zorg maar dat dit onvoldoende aanknopingspunten biedt voor onmiddellijk ingrijpen zonder de behandeling van het dekenbezwaar af te wachten. Het hof heft de schorsing op grond van 60ab Advocatenwet met onmiddellijke ingang op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/326
- Datum publicatie: 24-07-2020
- Datum uitspraak: 24-07-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:87
Klaagster heeft eenmalig de tandarts bezocht voor een behandeling aan haar voortand. Een maand later is die tand afgebroken. Klaagster verwijt de tandarts dat zij niet de zorg heeft verleend die klaagster van een zorgvuldig handelend tandarts mocht verwachten. Zo heeft de tandarts nagelaten klaagster van tevoren te informeren over de behandeling en de mogelijke risico's en over de voorzorgsmaatregelen voor ná de behandeling. Verder heeft de tandarts nagelaten een behoorlijke dossiervoering te hanteren. De tandarts heeft verweer gevoerd. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/380
- Datum publicatie: 24-07-2020
- Datum uitspraak: 24-07-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:88
klager verwijt verweerder, tandarts, die in het kader van een second opinion een rapport heeft opgesteld over de behandeling van en de situatie van klagers gebit, dit op een onjuiste en onzorgvuldige manier te hebben gedaan. Verweerder voert verweer. Gegrond berisping
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 181/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:71
Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. Indien en voor zover beklaagde betrokken is geweest bij die videoconferentie in 2009 bestond er in ieder geval geen verplichting voor beklaagde om gegevens omtrent patiënte in een patiëntendossier bij te houden nu patiënte in behandeling was in een ander ziekenhuis. Dat de naam van beklaagde niet in het patiëntendossier van het andere ziekenhuis voorkomt kan beklaagde niet worden tegengeworpen. Van enige weigering van beklaagde om klaagster te spreken is het college niet gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 228/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:78
Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Arts heeft vragen over onderzoeken beantwoord en patiënte geadviseerd daarover te spreken met behandelend arts. Geen plicht voor radioloog in casu verder onderzoek te initiëren. Dat ten aanzien van de verrichte onderzoeken, waarbij beklaagde alleen betrokken was bij de MRI van de onderbuik, geen sprake was van informed consent heeft klaagster dat niet onderbouwd noch is het college daarvan gebleken. Tweede klachtonderdeel onvoldoende onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 182/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:72
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Het is feitelijk onjuist dat beklaagde patiënte heeft geopereerd zonder dat sprake was van informed consent. Gelet op de fase van opleiding en de aanwezigheid van de opleider/supervisor tijdens de operatie kon beklaagde als eerste operateur optreden. Beklaagde heeft patiënt en/of familie voldoende geïnformeerd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 231/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:79
Klacht tegen patholoog kennelijk ongegrond. Dat de patholoog in een ander ziekenhuis een deels andere conclusie trekt bij de herbeoordeling twee jaar later doet niets af aan de zorgvuldige diagnostiek die bij de beoordeling van het biopt door beklaagde is betracht. Het door beklaagde verrichte onderzoek en zijn bevindingen zoals neergelegd in het verslag kunnen de tuchtrechtelijke toets doorstaan. Beklaagde heeft met zijn opmerking in het verslag aan de hoofdbehandelaar laten weten dat gelet op zijn bevindingen een controle werd geadviseerd. Het was niet aan beklaagde zelf om die controle zelf te initiëren. Dat ligt op de weg van de hoofdbehandelaar.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 183/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:73
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Beklaagde mocht aannemen dat informed consent was verkregen voor de operatie. Er rustte op beklaagde geen verplichting om zelf als eerste operateur op te treden. De echtgenoot van patiënte is geïnformeerd over de operatie. Er bestond in ieder geval voor beklaagde geen verplichting om daarnaast contact op te nemen met klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 233/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:80
Klacht tegen uroloog kennelijk ongegrond. Het college onderschrijft de conclusie van beklaagde dat een caruncula geen klinisch relevante diagnose betreft welke behandeling bij patiënte noodzakelijk maakte. Wat betreft de overige vragen heeft beklaagde zich terecht op het standpunt gesteld dat zij niet buiten haar deskundigheidsgebied behoorde te treden en deze daarom terecht niet beantwoord. Er was geen reden voor overleg met de gynaecoloog en volstaan kon worden met het digitaal doorlinken van haar aantekeningen betreffende het consult in de gynaecologische status.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 184/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:74
Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. Er bestond geen verplichting bestond voor beklaagde om patiënte zelf te opereren. Beklaagde heeft patiënte en klaagster uitgebreid gesproken. Beklaagde heeft tijdig de chirurg in consult gevraagd. De chirurg heeft patiënte en de echtgenoot geïnformeerd na de operatie. Er bestond geen verplichting om van een telefoongesprek waarin algemene vragen werden beantwoord een aantekening te maken in het medische dossier.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 234/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:81
Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. Niet vast te stellen wat tijdens gesprek exact is gezegd. Niet aannemelijk dat gegevens van patiënte zijn gedeeld met andere gynaecoloog. Er bestond geen verplichting video-conferences op te nemen en bewaren. Geen verplichting voor beklaagde om in te gaan op aanbod van patiënte om weefsel in wetenschappelijk onderzoek.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 224/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:75
Klacht tegen klinisch geriater en internist kennelijk ongegrond. Tweede tuchtnorm. Arts aangeklaagd in hoedanigheid van bestuurder. Dat beklaagde dat niet zelf heeft gedaan is niet verwijtbaar. Integendeel. De beantwoording van de brief was bij het andere lid van de Raad van Bestuur in betere handen gelet op diens deskundigheid. Dat beklaagde geen belang hecht aan de kwaliteit en zorg aan patiënte is door klaagster niet onderbouwd, en het college niet gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 235/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:82
Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Het college kan billijken dat beklaagde in het kader van een second opinion alleen zijn afwijkende bevindingen ten opzichte van de eerdere beoordeling heeft beschreven. Het was niet aan beklaagde maar de behandelend arts om de revisie met patiënte te bespreken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/054
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:85
De Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) verwijt de tandarts zijn praktijk te hebben beëindigd zonder zijn patiënten hierover te informeren, zonder zijn patiënten over te dragen en zonder zijn patiënten te informeren over de spoedgevallendienst. De tandarts voert verweer. Hij heeft geprobeerd zijn praktijk te verkopen, maar dat is niet gelukt. Hij is niet in staat geweest de patiëntendossiers over te dragen aangezien zijn praktijk geen opvolger kende. Gegrond doorhaling
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 226/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:76
Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. Tweede tuchtnorm. Als bestuurder gebleven binnen grenzen redelijk bekwame beroepsuitoefening.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 236/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:83
Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. Second opinion op basis van voldoende gegevens. Voldaan aan dossierplicht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 225/2019
- Datum publicatie: 23-07-2020
- Datum uitspraak: 23-07-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:77
klacht tegen intensivist kennelijk ongegrond. Beklaagde had de intentie met klaagster in gesprek te gaan. Dat beklaagde ten tijde van het daadwerkelijke gesprek niet aanwezig kon zijn kan hem niet tuchtrechtelijk verweten worden. Beklaagde mocht de verdere klachtafhandeling aan een lid van de Raad van Bestuur laten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:52 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-254/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 22-07-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:52
Ter zitting van de raad is gebleken dat de advocaat verzekerd is voor beroepsaansprakelijkheid. Het eerste onderdeel van het bezwaar van de deken is hiermee ongegrond. Advocaat heeft zich, door niet te reageren op herhaalde verzoeken van de deken om informatie en door de door haar werkgeefster reeds op 14 februari 2020 afgegeven verklaring niet aan de deken te doen toekomen, waardoor de deken op 7 april 2020 genoodzaakt was een dekenbezwaar in te dienen, zich niet gedragen zoals van een behoorlijk advocaat verwacht mag worden. Bezwaar ged gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:101 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-381/DH/DH
- Datum publicatie: 21-07-2020
- Datum uitspraak: 08-07-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:101
Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft zijn cliënten, huurders, geadviseerd om de sloten van hun woning te verwisselen. Klager, verhuurder in deze kwestie, klaagt daarover. Klacht kennelijk onegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:108 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-348/DH/RO
- Datum publicatie: 21-07-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:108
Tussenbeslissing. De raad heeft na afloop van de zitting besloten de klacht ambtshalve aan te vullen. Partijen krijgen de gelegenheid hierop te reageren.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 312
- Pagina: 313
- Pagina: 314
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten