Zoekresultaten 12551-12600 van de 47477 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:110 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-977/DB/LI
- Datum publicatie: 22-06-2021
- Datum uitspraak: 21-06-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:110
Klacht over eigen advocaat. Het verwijt dat verweerder de opdracht niet heeft uitgevoerd is onterecht. Verweerder heeft klager verzocht om (bewijs)stukken aan te leveren. Omdat klager de benodigde (bewijs)stukken niet heeft aangeleverd, heeft verweerder klagers zaak niet (verder) in behandeling kunnen nemen. Hiervan kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Als niet dan wel onvoldoende weersproken staat vast dat verweerder zich gedurende plus minus 12 uur kosteloos voor klager heeft ingespannen. Duidelijk is dat verweerder klager heeft willen helpen maar dat klager verweerder daartoe niet in staat heeft gesteld. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen zijdens verweerder is geenszins gebleken. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2021:11 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-53
- Datum publicatie: 22-06-2021
- Datum uitspraak: 28-04-2021
- ECLI:NL:TNORDHA:2021:11
Klagers verwijten de kandidaat-notaris dat hij zich heeft blootgesteld aan het ernstige vermoeden dat hij opzettelijk in strijd met de waarheid een afschrift van een akte van inbreng heeft opgemaakt en dit valselijk opgemaakte afschrift misleidend heeft gebruikt in relatie tot een cliënt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:127 Raad van Discipline Amsterdam 21-037/A/A
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:127
Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Niet is gebleken dat verweerder inadequaat en/of onzorgvuldig heeft gehandeld of klager inadequaat heeft geadviseerd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:121 Raad van Discipline Amsterdam 21-134/A/A
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 21-06-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:121
Klager is via een WhatsAppknop op de website van verweerder met verweerder in contact gekomen, toen hij op zoek was naar informatie i.v.m. een mogelijk ontslag. Verweerder heeft klager vervolgens voortvarend geadviseerd. Verweerder heeft klager niet, althans niet tijdig, gewezen op de kosten die hij voor zijn advisering in rekening zou brengen en heeft bij klager vervolgens werkzaamheden in rekening gebracht. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:6 Kamer voor het notariaat Amsterdam 676137 / NT 19-59 676138 / NT 19-60
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 08-04-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:6
Klacht over onzorgvuldig handelen van de kandidaat-notaris en de notaris. De kamer verklaart de klacht ongegrond. Volgens de kamer hebben de kandidaat-notaris en de notaris er alles aan gedaan om (de zoon van) klager van dienst te zijn en hebben zij getoond oplossingsgericht te zijn, ook na het indienen van de klacht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:128 Raad van Discipline Amsterdam 21-363/A/A
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:128
Voorzittersbeslissing. De klacht over de eigen advocaat is kennelijk ongegrond. Voor de kwalificatie van het handelen van verweerster als tuchtrechtelijk verwijtbaar dient eerst vastgesteld te worden dat de verweten handeling feitelijk heeft plaatsgevonden. Bij gebrek aan door klaagster hiervan geleverd bewijs is dit hier niet mogelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:122 Raad van Discipline Amsterdam 21-082/A/A
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 21-06-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:122
Uit het dossier en de door partijen op de zitting afgelegde verklaringen blijkt dat verweerder niet de regie voerde over de aan hem en zijn kantoor toevertrouwde zaken. Verweerder schoot tekort in de communicatie met klager en de raad is er niet van overtuigd dat verweerder wel wist wat er gaande was in de dossiers van klager. Verweerder verwijst in zijn verweer immers telkens naar de juridisch en administratief medewerkers van zijn kantoor aan wie hij veel werkzaamheden heeft overgelaten. Verweerder heeft evenmin de regie gevoerd over de afronding en overdracht van zaken in verband met de beëindiging van zijn advocatenpraktijk. Ook hier wist verweerder kennelijk niet precies wat er gaande was. Hij verschuilt zich achter dat wat hij denkt dat zijn medewerkers hebben gedaan in relatie tot de overdracht van de dossiers van klager. Het duidt naar het oordeel van de raad op een gebrek aan kwaliteit en een gebrekkig inzicht in de verantwoordelijkheden die op een advocaat rusten. In de procedure tegen de bank heeft verweerder de ene fout op de andere gestapeld. Door zijn toedoen is geen griffierecht betaald, hij heeft klager niet op de hoogte gesteld van het verstekvonnis en hij heeft zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar niet op de hoogte gesteld van de kwestie. Verweerder heeft met dit alles de belangen van klager ernstig benadeeld. De gang van zaken duidt op een gebrek aan kwaliteit en deskundigheid, maar bovenal een gebrek aan integriteit. De raad heeft daarnaast twijfel aan de financiële integriteit van verweerder, gelet op de gang van zaken rondom de facturering aan klager. Er is, kortom, op verschillende fronten sprake van schending van de kernwaarden van artikel 10a van de Advocatenwet. Dat betekent dat een zware maatregel op zijn plaats is. Bij het bepalen van de maatregel heeft de raad verder meegewogen dat verweerder door een laconieke houding ten aanzien van het nadeel dat hij klager heeft toegebracht geen inzicht toont in de verantwoordelijkheden die rusten op een advocaat. Op grond hiervan is naar het oordeel van de raad de vrees dat verweerder een volgende keer op dezelfde wijze te werk zal gaan en dat hij daarmee de belangen van zijn cliënten op het spel zet gerechtvaardigd. Alles overwegend is de raad van oordeel dat potentiële, toekomstige cliënten van verweerder, die zich al een keer eerder heeft laten schrappen van het tableau en zich daarna opnieuw heeft laten beëdigen, een ernstig risico lopen dat hun belangen worden geschaad als verweerder hen als advocaat bijstaat. De raad is daarom van oordeel dat voorkomen moet worden dat verweerder terugkeert in de advocatuur. Schrapping.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:7 Kamer voor het notariaat Amsterdam 677566 / NT 19-63
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 29-04-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:7
Klacht deels gegrond verklaard: Na tussenbeslissing van 11 februari 2021 heeft de oud-notaris aantekeningen uit het dossier overgelegd ten bewijze van haar stelling dat bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden het hebben van een testament is besproken. De notaris is in dat bewijs geslaagd. Wat rest is het klachtonderdeel over de gebrekkige communicatie, dat de kamer in de beslissing van 11 februari 2021 gegrond heeft verklaard. De kamer legt de oud-notaris daarvoor een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:129 Raad van Discipline Amsterdam 21-362/A/NH
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:129
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerder voor andere partijen in de procedure(s) van klaagster is opgetreden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:123 Raad van Discipline Amsterdam 20-979/A/A
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:123
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 688221 / NT 20-32
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 25-03-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:8
De inrichting en organisatie van het notariskantoor was gebrekkig. Klaagster is daarvan onnodig de dupe geworden. De oud-notaris heeft niet de verantwoordelijkheid genomen het dossier zelf op te pakken, zoals zij wel aan klaagster had toegezegd. Klacht (deels) gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 691800 / NT 20-45
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 08-04-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:10
De kamer stelt voorop dat het niet aan haar is te beoordelen of klagers het recht van overpad naar de Kastanjelaan hebben. Dit is voorbehouden aan de civiele rechter. Ter zake is nog geen procedure gevoerd of aanhangig. Ter beoordeling van de kamer is uitsluitend of de kandidaat-notaris al dan niet klachtwaardig heeft gehandeld. Klagers hebben zelf geen onderzoek verricht naar het recht van overpad en er niet voor gekozen een aankoopmakelaar in de arm te nemen. Als het recht van overpad voor hen essentieel was, dan hadden ze dat naar het oordeel van de kamer duidelijker moeten maken. In dat geval hadden zij de kandidaat-notaris opdracht kunnen verstrekken, voorafgaand aan het passeren of nog naderhand, om nader onderzoek te verrichten en dan had de kandidaat-notaris ook (meer) aanleiding hierin kunnen zien om klagers op de mogelijkheid daarvan te wijzen. Hetgeen de kandidaat-notaris klagers heeft meegedeeld bij het passeren van de akte van levering, dat hij op grond van het dossier geen reden had te veronderstellen dat het recht van overpad, zoals dat in 1997 (opnieuw) was gevestigd, was vervallen, is niet onjuist. Van verdergaande mededelingen is niet gebleken. Naar het oordeel van de kamer heeft de kandidaat-notaris, anders dan klagers dat hebben opgevat, met die mededeling geen absolute stelligheid verkondigd. De kandidaat-notaris heeft ter zitting betoogd dat hij, achteraf gezien, zich misschien nog voorzichtiger had moeten uitlaten. De kamer onderschrijft dit, maar is van oordeel dat in het onderhavige geval de grens van het klachtwaardige niet is overschreden.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-123
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 21-06-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:84
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Er is geen aanleiding is om te veronderstellen dat klaagster een zodanig verhoogd risico had op complicaties dat beklaagde geen abdominale uterusextirpatie (baarmoederverwijdering) had mogen uitvoeren. Uit de medische voorgeschiedenis van klaagster volgt dat beklaagde niet bedacht heeft hoeven zijn op een allergie bij klaagster. Beklaagde heeft dan ook niet onzorgvuldig gehandeld door klaagster na de operatie niet preventief te behandelen met medicatie tegen huisstofmijtallergie en haar in een zespersoonskamer te laten opnemen. Staat niet vast dat steunverband een complicatie voorkomt, dus het achterwege laten hiervan kan beklaagde niet worden verweten. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:124 Raad van Discipline Amsterdam 20-978/A/A
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:124
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2217-2020/280
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 21-06-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:70
Klaagster dient een klacht in tegen een tandarts met het verwijt dat de tandarts een verkeerde diagnose heeft gesteld, de bovenlaag van klaagsters tanden heeft weg gepolijst, verzuimd heeft te noteren in het medisch dossier dat klaagster op een vork had gebeten en ten onrechte wel heeft genoteerd dat klaagsters klachten door knarsen/klemmen werden veroorzaakt, de praktijk van de tandarts haar beroepsgeheim heeft geschonden en klaagster zorg heeft ontzegd. De tandarts betwist de klachten; zij voert aan dat zij alleen de verkleuringen op de tanden van klaagster heeft verwijderd met een puimsteentje en een scherp hoekje van de voortand heeft gepolijst. De tandarts erkent dat zij niet in het dossier heeft genoteerd dat klaagster op een vork had gebeten, maar zij heeft dat wel in een verwijsbrief aan de gnatholoog wel vermeld. Het college verklaart de klachten van klaagster kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 688301 / NT 20-33
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 11-03-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:9
Klaagster heeft geen feiten en/of omstandigheden aangedragen waaruit blijkt dat de akten van 27 september 2018, 21 november 2018 en 3 januari 2019 ‘valselijk opgemaakt’ zijn. Op de veiling heeft de notaris het registergoed geveild zoals dit haar bleek uit de leveringsakte van 19 mei 2000 en de hypotheekakte van dezelfde datum. De kamer heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de echtheid van deze notariële akten. Uit de akte van 27 september 2018 volgt dat sprake was van een zaal/internetveiling (hybride veiling). Uit het proces-verbaal van veiling en gunning van 21 november 2018 blijkt dat de koopsom bij opbod € 182.000,00 was, terwijl tevens wordt geconstateerd dat er niet is afgemijnd. De kamer volgt het verweer van de notaris dat het niet gebruikelijk is om een volmacht mee te zenden met het afschrift van een notariële akte en dat de volmacht van de Volksbank dus is gehecht aan de originele akte van gunning. De kamer ziet geen reden om daaraan te twijfelen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 693343 / NT 20-49
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 08-04-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:11
Klaagster verwijt de notaris dat hij een onjuist advies heeft gegeven dat niet strookt met de wens van haar en wijlen haar echtgenoot. Klaagster heeft daardoor aanzienlijke schade geleden omdat zij voor de inkomstenbelasting moest afrekenen over het volledig aanmerkelijk belang in de onderneming van haar overleden echtgenoot. Naar het oordeel van de kamer is de notaris met zijn advies bewust en in goed overleg afgeweken van de volgens klaagster aan hem eerder verstrekte opdracht, ter bescherming van het vermogen van klaagster tegen zakelijke crediteuren van erflater. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-131
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 21-06-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:85
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. De gynaecoloog heeft het onderzoek juist uitgevoerd en heeft op terechte gronden geoordeeld dat er geen sprake is van genitale verminking, vrouwenbesnijdenis of baarmoederverzakking. Dat deze informatie niet aansluit bij hetgeen klaagster voelde of verwachtte, betekent niet dat er sprake zou zijn van verzwijging of onjuiste informatie. Partijen verschillen van mening over de doorverwijzing naar de seksuoloog zodat het College dit niet kan vaststellen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:125 Raad van Discipline Amsterdam 21-106/A/A 21-107/A/A
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:125
Deels gegronde klacht. Het valt verweerster 1 tuchtrechtelijk te verwijten dat zij de opdracht van klaagster heeft aangenomen zonder eerst na te gaan of er sprake was van belangenverstrengeling. Dit terwijl verweerster 1 van meet af aan wist dat zij te maken had met een vroegere wederpartij van een bestaande cliënt van haar. De raad acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden. Verweerster 2 heeft voldaan aan de voorwaarden van Gedragsregel 15.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:126 Raad van Discipline Amsterdam 21-071/A/NH
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 31-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:126
Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder kon en mocht in het belang van zijn cliënte verlof vragen voor het leggen van conservatoir beslag. Tevens heeft hij een civiele procedure jegens klager aanhangig mogen maken, van schending van Gedagsregel 6 is geen sprake. Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat verweerder onjuiste informatie aan de rechter heeft verstrekt en van onnodig grievende uitlatingen is ook geen sprake.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/57
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 14-06-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:16
De klacht van klaagster valt uiteen in de volgende drie klachtonderdelen. 1) De notaris heeft partijdig gehandeld. 2) De notaris heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid en onafhankelijke wilsvorming van de aangetrouwde oom van klaagster (hierna: oom). 3) Klaagster vermoedt dat de notaris het verzorgingstehuis (waar haar tante verbleef) en/of de nicht van haar oom heeft geadviseerd om in strijd met de wet te handelen. De klacht wordt ongegrond verklaard. Hoewel de communicatie met klaagster beter had gekund, is volgens de kamer van de door klaagster gestelde verwijtbare partijdigheid niet gebleken. Verder is de kamer van oordeel dat de notaris in de gegeven situatie voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van oom en dat zij een voldoende zorgvuldige invulling heeft gegeven aan haar taak om te waken voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van oom. Ten slotte heeft de kamer geoordeeld dat er geen informatie/aanknopingspunten zijn om tot het oordeel te komen dat de notaris adviezen heeft gegeven die in strijd met de wet zijn.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam 692466 / NT 20-46
- Datum publicatie: 21-06-2021
- Datum uitspraak: 10-06-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:5
Klagers handelen in deze zaak in de hoedanigheid van rechtsopvolgers onder algemene titel van erflater. Gelet op de ratio van (het opnemen van) de vervaltermijn in de Wna, is de kamer van oordeel dat in een geval als het onderhavige, waarin het klachtrecht van erflater zelf ten aanzien van het handelen van de notaris met betrekking tot de levering van de percelen grond is komen te vervallen, geen plaats is voor een hernieuwd klachtrecht voor klagers sub 1 in hun hoedanigheid als erven of klager sub 2 als legataris. De klachttermijnen voor klagers met betrekking tot de (totstandkoming van de) leveringsakten zijn dus niet gaan lopen vanaf het moment dat klagers (redelijkerwijs) kennis hebben kunnen nemen van de betrokkenheid van de notaris bij de leveringsakten. Bepalend is welke vervaltermijn voor erflater zou hebben gegolden. Klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:105 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210004D 210007D 210008D 210009D 210010D 210012D
- Datum publicatie: 19-06-2021
- Datum uitspraak: 18-06-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:105
Dekenbezwaar gericht tegen zes advocaten (verweerders) die in dienst zijn bij BrandMR, een zusteronderneming van SRK Rechtsbijstand B.V. BrandMR verleent op betalende basis rechtsbijstand aan klanten die geen rechtsbijstandverzekering hebben. Op grond van de Voda is het verweerders niet toegestaan om, terwijl zij in dienst zijn bij SRK, rechtsbijstand te verlenen aan klanten van BrandMR, omdat zij alleen klanten mogen bijstaan die verzekerd zijn op grond van een rechtsbijstandverzekering. Het hof is het eens met het standpunt van de deken dat de presentatie van verweerders op de website van BrandMR de indruk wekt dat zij diensten voor BrandMR verrichten en dit een misleidend beeld geeft. Verweerders hebben verklaard dat zij zich destijds op deze wijze op de website van BrandMR hebben gepresenteerd, omdat zij het concept van BrandMR wilden steunen en het er niet mee eens zijn dat zij geen diensten voor BrandMR mochten verrichten. Dit doel rechtvaardigt geenszins de wijze waarop verweerders zich op de website hebben gepresenteerd. De deken heeft verweerders er meerdere keren voor gewaarschuwd dat zij de gedragsregels overtraden en verweerders hebben er willens en wetens voor gekozen om de wijze waarop zij zich op de website presenteren niet in overeenstemming te brengen met de op dat moment geldende regelgeving. Het hof acht de maatregel van waarschuwing passend en geboden. Een na de mondelinge behandeling binnengekomen intrekking van het hoger beroep (zonder nadere motivering) van een van de verweerders heeft het hof naast zich neergelegd, in dat stadium is een intrekking zoals bedoeld in artikel 56, vijfde lid van de Advocatenwet niet meer aan de orde.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-351/DB/OB
- Datum publicatie: 18-06-2021
- Datum uitspraak: 17-06-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:108
Ook indien een advocaat namens zijn cliënt tijdens de onderhandelingen een gewijzigd standpunt zou hebben ingenomen, valt hem hiervan tuchtrechtelijk geen verwijt te maken. Een procespartij mag immers zijn standpunt aanpassen aan gewijzigde inzichten of nader opgekomen belangen. Dit zou slechts anders zijn indien de advocaat opzettelijk zijn standpunt wijzigt met het doel de wederpartij nodeloos te schaden. Daarvan is in deze zaak echter niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 128/2020
- Datum publicatie: 18-06-2021
- Datum uitspraak: 18-06-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:61
Klacht tegen GZ-psycholoog. Klager verblijft in een tbs-instelling. Beklaagde is als regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klager. Klager verwijt beklaagde dat zijn werkuren zijn teruggebracht van 28 naar 20 uur per week. Daarnaast meent hij dat hij geen passende therapie krijgt. De beslissing om het aantal werkuren van klager terug te brengen is ingegeven vanuit het oogpunt van klagers behandeling. De klacht met betrekking hiertoe wordt dan ook ontvankelijk geacht. De beslissing om beklaagde minder uren te laten werken is in overleg met het behandelend team genomen. De behandelaren constateerden dat het (vele) werken werd gebruikt als een vorm van coping omdat klager daarmee niet hoefde na te denken over pijnlijke zaken. De conclusie van het behandelend team dat een te vol programma het behandelproces hindert, is inzichtelijk. Daarmee is ook de beslissing het aantal uren te beperken begrijpelijk en passend bij de behandeling van klager. Uit de beschikbare stukken blijkt dat de behandeling van klager, inclusief therapie, is afgestemd op de bij hem vastgestelde diagnose. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.097
- Datum publicatie: 18-06-2021
- Datum uitspraak: 18-06-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:130
Klacht tegen psychiater werkzaam voor het NIFP die op verzoek van de Reclassering een indicatiestelling heeft uitgebracht over de plaatsing van klager voor het uitvoeren van de voorwaarden van zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling. Klager verwijt de psychiater dat zij zonder dat zij klager daarbij heeft betrokken, heeft geadviseerd tot klagers opname in een kliniek met het op-een-na zwaarste beveiligingsniveau. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:39 Accountantskamer Zwolle 20/1841 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-06-2021
- Datum uitspraak: 18-06-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:39
Klacht over samenstellen jaarrekening en over het, als adviseur in het kader van onderhandelingen over overname van de onderneming, opstellen van een overnamebalans. Klacht deels gegrond; strijd met fundamenteel beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid; oplegging maatregel van berisping. De Accountantskamer stelt vast dat de onderneming, zoals vermeld in de jaarrekening, weliswaar een fiscale eenheid in de zin van artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 vormde meteen andere onderneming, maar gesteld noch gebleken is dat de ondernemingen ook voor de loonbelastingbelasting een fiscale eenheid vormden. Voor een dergelijke fiscale eenheid voor de loonbelasting is op grond van artikel 27e van de Wet op de loonbelasting 1964 een beschikking van de inspecteur vereist. Niet gebleken is dat een dergelijke beschikking ten behoeve van de onderneming is afgegeven. Verder heeft een schuldoverneming pas werking tegenover de schuldeiser indien deze voor die overneming zijn toestemming heeft gegeven. Gesteld noch gebleken is dat de Belastingdienst voor de schuldoverneming toestemming heeft gegeven. De onderneming kon dus nog altijd tot betaling worden aangesproken door de Belastingdienst, wat ook daadwerkelijk is gebeurd. De Accountantskamer is daarom van oordeel dat de schuld aan de Belastingdienst in de jaarrekening van de onderneming had moeten worden verwerkt. De Accountantskamer stelt vast dat betrokkene over de boekjaren voorafgaand aan 2018 de jaarrekening van de onderneming heeft opgesteld. Betrokkene heeft zich weliswaar op het standpunt gesteld dat hij niet uitdrukkelijk opdracht had gehad om ook voor het boekjaar 2018 de jaarrekening samen te stellen, maar zoals volgt uit Standaard 4410 paragraaf A45 hoeft een samenstellend accountant niet iedere verslagperiode een nieuwe opdrachtbevestiging of een andere schriftelijke overeenkomst te sturen. Uit niets blijkt dat de onderneming de doorlopende opdracht voor het samenstellen van de jaarrekening voor wat betreft het boekjaar 2018 had beëindigd of dat betrokkene uit eigen beweging zijn werkzaamheden als samenstellend accountant van de onderneming had beëindigd. De enkele verklaring van betrokkene dat hij meende dat hij niet langer samenstellend accountant was is onvoldoende. Nergens blijkt dat betrokkene dat heeft onderkend en hij heeft naar aanleiding hiervan geen maatregel genomen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de onderneming gedurende enkele jaren rekeningen van de accountantsorganisatie niet had betaald. De openstaande vordering van de accountantsorganisatie zou voldaan kunnen worden uit de opbrengst van de verkoop. In zoverre had de accountantsorganisatie dan ook belang bij een goede afloop van het verkooptraject. Betrokkene heeft de bedreiging die uitging van de samenloop van het zijn van financieel adviseur en het belang van de accountantsorganisatie bij een goede afloop van het verkooptraject, niet onderkend en hij heeft naar aanleiding hiervan niet beoordeeld of het nodig was een maatregel te nemen om deze bedreiging weg te nemen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.140
- Datum publicatie: 18-06-2021
- Datum uitspraak: 18-06-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:131
Klacht tegen tandarts. De tandarts heeft bij klaagster een kies getrokken. Daarbij is een breuk in de kaak ontstaan. Klaagster heeft veel pijn gehad en vindt dat de tandarts haar onmenselijk heeft behandeld. Zij verwijt de tandarts onder meer dat zij haar veel te laat naar de kaakchirurg heeft verwezen, dat door het verwijderen van twee botstukken de mogelijkheid om in de toekomst een prothese te plaatsen bemoeilijkt is en dat zij niet heeft goed gereageerd op telefoontjes en een e-mail van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster deels niet-ontvankelijk, namelijk voor zover in beroep nieuwe klachten naar voren zijn gebracht, en bevestigt de bestreden beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/54
- Datum publicatie: 18-06-2021
- Datum uitspraak: 18-06-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:18
Na een eerdere tuchtrechtelijke procedure klaagt klager opnieuw over het handelen van een bedrijfsarts. Voor zover de klachten in de eerdere procedure aan de orde zijn geweest, is klager in die klachtonderdelen niet-ontvankelijk. Het klachtonderdeel dat ziet op het afleggen van onjuiste verklaringen in de eerdere procedure is ongegrond, omdat niet aannemelijk is geworden dat beklaagde dat opzettelijk heeft gedaan.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:40 Accountantskamer Zwolle 19/1795 en 19-1796 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-06-2021
- Datum uitspraak: 18-06-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:40
Mondelinge uitspraak. Klaagster heeft eerder een klacht tegen dezelfde accountants ingediend (zaaknummers 19/92 en 19/93 Wtra AK). Vier dagen voor de mondelinge behandeling van die klacht heeft klaagster een brief gestuurd naar de Accountantskamer met daarin een nader geformuleerd klachtonderdeel. Omdat deze brief pas in een laat stadium is ingediend en betrokkenen zich ertegen hebben verzet dat deze brief zou worden meegenomen in de beoordeling, heeft de Accountantskamer de brief uit het oogpunt van een goede procesorde buiten beschouwing gelaten. De brief is vervolgens geregistreerd als afzonderlijk klaagschrift. Tijdens de mondelinge behandeling van dit (tweede) klaagschrift hebben partijen een toelichting gegeven op het nader geformuleerde klachtonderdeel. Op grond van de nader overgelegde stukken, de nadere toelichting van de partijen en de primair gewijzigde opstelling van betrokkenen heeft de Accountantskamer geoordeeld dat sprake is van een nadere invulling van een reeds eerder ingediende en beoordeelde klacht, zodat de klacht in strijd met het ne bis in idem-beginsel is ingediend. De Accountantskamer heeft de klacht daarom niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2021.014
- Datum publicatie: 18-06-2021
- Datum uitspraak: 18-06-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:132
Klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was in een zogenoemd ‘eigen regiemodel’ betrokken bij klagers verzuimbegeleiding. Klager maakt de bedrijfsarts zeventien verwijten, welke in de kern neerkomen op het verwijt dat bedrijfsarts is tekortgeschoten in de begeleiding en onderkenning van de optredende problematiek bij klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen 8, 9, 14, 16 en 17 gegrond verklaard, voor het gegrond verklaarde deel aan de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager komt in beroep tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen 1 tot en met 7 en klachtonderdeel 10. Klager laat de klachtonderdelen 11, 12, 13 en 15 vallen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager, handhaaft de maatregel van waarschuwing en wijst het verzoek om een kostenveroordeling af.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:108 Raad van Discipline Amsterdam 20-984/A/NH
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:108
Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond; verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld bij het nemen van executiemaatregelen en bij haar weigering om het gelegde beslag op te heffen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/380858 / KL RK 20-149
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 07-06-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:25
De notaris heeft nagelaten om zich op de hoogte te stellen van het relevante feitencomplex en heeft daarmee onzorgvuldig gehandeld. Dit klachtonderdeel is gegrond. Dat de notaris een aansprakelijkheid van de hand wijst levert op zichzelf geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Dit klachtonderdeel is ongegrond. De maatregel berisping wordt opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:102 Raad van Discipline Amsterdam 21-033/A/A
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:102
De klacht tegen de eigen advocaat is gegrond verklaard en er is een berisping opgelegd. De advocaat heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij het aannemen van de opdracht onvoldoende onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van zijn cliӫnte en de voor haar bestemde correspondentie aan een derde te richten.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:115 Raad van Discipline Amsterdam 20-746/A/NH
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:115
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.263
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 28-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:127
Klacht tegen chirurg. Klaagster belandde na een val op de afdeling SEH van een ziekenhuis. Ze is onder leiding/supervisie van een chirurg onderzocht door twee (vermoedelijk) arts-assistenten. De bovenarm c.q. schouder bleek gebroken te zijn. Klaagster werd opgenomen voor een operatie. De beklaagde chirurg heeft klaagster geopereerd aan de kop van haar rechter bovenarm. Klaagster vroeg om onderzoek naar de rug vanwege de pijn. Er werd lichamelijk onderzoek naar de rug verricht. Ruim een maand later werd met een CT-scan vastgesteld dat klaagster sprake was van inzakking van een ruggenwervel. Klaagster verwijt de beklaagde chirurg dat hij heeft nagelaten onderzoek in te stellen naar de rugpijnklachten tijdens de operatie, klaagster onnodig veel pijn heeft laten lijden, heeft nagelaten direct vervolgonderzoeken in te stellen, heeft nagelaten collega’s te instrueren de rugpijnklachten van klaagster tijdens en na de opname te controleren en te grof plaat-en schroefwerk heeft gebruikt voor het fixeren van het gebroken bot van de bovenarm. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:109 Raad van Discipline Amsterdam 20-775/A/A 20-776/A/A 20-777/A/A 20-778/A/A
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:109
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/380877 / KL RK 20-151
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 14-06-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:26
De notaris heeft bij het doorgeven van voorstellen over de verdeling van de nalatenschap, klager niet onder druk gezet of meegewerkt aan het scheppen van rechtsongelijkheid ten nadele van klager. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:103 Raad van Discipline Amsterdam 20-797/A/A
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:103
Raadsbeslissing. Klacht over het door verweerster citeren uit de mediation ongegrond, omdat sprake is van bijzondere omstandigheden, te weten een strafzaak tegen verweersters cliënt. Klachtonderdelen over uitlatingen van verweerster op haar blog, twitter en Instagram ongegrond. Verweerster heeft met de betreffende uitlatingen geen tuchtrechtelijke grens overschreden: zij heeft geen onjuiste informatie verstrekt en is evenmin onnodig grievend geweest. Het is de raad niet gebleken dat verweerster voorbij is gegaan aan de gerechtvaardigde belangen van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:116 Raad van Discipline Amsterdam 20-926/A/A
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:116
Verweerder heeft zich na sluiting van het onderzoek tot het gerechtshof gewend, zonder klaagster daarvan op voorhand op de hoogte te stellen en zonder overleg te voeren met de deken. Dit is onzorgvuldig en niet zoals het een behoorlijk handelend advocaat betaamd. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.264
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 28-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:128
Klacht tegen arts. Klaagster belandde na een val op de afdeling SEH van een ziekenhuis. Ze is onder leiding/supervisie van een chirurg onderzocht door twee (vermoedelijk) arts-assistenten. De bovenarm c.q. schouder bleek gebroken te zijn. Klaagster werd ruim een week opgenomen op de verpleegafdeling in afwachten van een operatie. Beklaagde was zaalarts. Enkele dagen na haar operatie is klaagster door beklaagde uit het ziekenhuis ontslagen. Volgens klaagster heeft zij tevergeefs gevraagd om onderzoek naar de rug vanwege de pijn. Ruim een maand later werd met een CT-scan vastgesteld dat klaagster sprake was van inzakking van een ruggenwervel. Klaagster verwijt de beklaagde arts onder meer dat hij heeft nagelaten onderzoek in te stellen naar de hevige rugpijnklachten van klaagster, haar onnodig veel pijn heeft laten lijden, heeft nagelaten vervolgonderzoeken in te stellen, heeft nagelaten een ergo- en/of een revalidatietherapeut in te schakelen, klaagster opiaatachtige medicatie bleef voorschrijven, klaagster heeft ontslagen uit het ziekenhuis zonder instructies aan klaagster en klaagster tegen de adviezen in heeft laten opnemen in een verzorgingshuis in plaats van een verpleeghuis. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:110 Raad van Discipline Amsterdam 20-803/A/A
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:110
Het verzet is gegrond verklaard omdat de voorzitter een te beperkte toetsingsnorm heeft gehanteerd. De klacht is gegrond verklaard en verweerder is een waarschuwing opgelegd. Verweerder had gelet op alle omstandigheden van het geval klager aa klager toestemming moeten vragen voor zijn verzoek aan de rechtbank om het proces-verbaal van een zitting waarin verweerder niet als advocaat voor een partij optrad en in ieder geval dit verzoek gelijktijdig aan klager moeten sturen, hetgeen hij heeft nagelaten.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:104 Raad van Discipline Amsterdam 20-828/A/A
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:104
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk, omdat alleen klager sub 4 zich over een onderdeel kan beklagen. Klacht voor het overige ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder zich ten onrechte heeft uitgegeven als advocaat van een derde. Eveneens is niet gebleken dat verweerder misbruik heeft gemaakt van zijn status en/of klagers heeft geïntimideerd, bedreigd, gepest of tegen klagers heeft gelogen. Verweerder heeft de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:117 Raad van Discipline Amsterdam 20-962/A/A/D
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:117
Verweerder heeft opgetreden voor een (meerderheids)lid van een VvE dat tevens VvE-bestuurder is en, daarnaast, voor de VvE (in opdracht van het VvE-bestuur). Het optreden van verweerder zag telkens op geschillen met het tweede (minderheids)lid van de VvE. Ondanks de aanhoudende twijfel over de betamelijkheid van het handelen van verweerder en zelfs nadat het gerechtshof in een arrest uitdrukkelijk twijfel heeft uitgesproken over de onafhankelijkheid van verweerder, heeft verweerder zijn bijstand aan de VvE voortgezet. Dit is onbetamelijk. De verweten gedraging raakt aan de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid. Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen maatregel heeft de raad meegewogen dat de deken in januari 2018 een advies heeft gegeven dat inhield dat verweerder zijn bijstand aan de VvE kon voortzetten en dat de voorzitter van de raad in juli 2019 heeft geoordeeld dat geen sprake was van schending van gedragsregel 15. Door dit alles genoot verweerder lange tijd het voordeel van de twijfel. Het arrest van het gerechtshof en de daarop volgende terugtrekking van verweerder uit die zaak vormde het keerpunt. Dat verweerder na dit moment is blijven, althans opnieuw gaan optreden voor de VvE in een nieuwe zaak is verwijtbaar. De raad heeft verder in aanmerking genomen dat verweerder nog niet zo lang advocaat is en dat uit de onweersproken verklaringen van verweerder en zijn gemachtigde blijkt dat op kantoor veelvuldig overleg is gevoerd over deze kwestie. Verweerder heeft aldus niet ondoordacht of onverschillig gehandeld. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.265
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 28-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:129
Klacht tegen chirurg. Na klaagsters schouderoperatie en ontslag uit het ziekenhuis neemt de beklaagde chirurg de controles en vervolgafspraken over. Eind 2019 werd met een CT-scan vastgesteld dat bij klaagster sprake was van een inzakking van een ruggenwervel. Klaagster verwijt de beklaagde chirurg dat hij te weinig informatie geeft over de behandeling, vervolgonderzoeken, risico’s en eventuele andere mogelijkheden, geen diagnose stelt, ten onrechte klaagster niet behandelt of doorverwijst, klaagster te laat/niet informeert over uitslagen en het daaropvolgende behandeltraject, de klachten van klaagster bagatelliseert, klaagster onnodig veel pijn en ongemak laat lijden en klaagster in onzekerheid laat en aan haar lot overlaat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/373593 KL RK 20-94
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 07-04-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:21
Notaris behaalde 3 opleidingspunten te weinig. Inmiddels maatregelen getroffen om te waarborgen dat notaris zijn opleidingsverplichtingen in de toekomst zonder problemen kan nakomen. Daarom, hoewel klacht gegrond, geen maatregel. De kamer overweegt onder andere dat de opleidingsverplichting hoe dan ook een verantwoordelijkheid van de notaris zelf is, niet van zijn ondersteunend personeel.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:41 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365673 / KL RK 20-17
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 02-12-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:41
De kamer is van oordeel dat klaagster de notaris terecht verwijt haar niet van de volmacht van 2003 in kennis te hebben gesteld toen klaagster eind februari/ begin maart 2017 contact opnam met de notaris. De notaris doet in dit verband tevergeefs een beroep op haar geheimhoudingsplicht. Deze verplichting strekt zich immers in dit geval niet verder uit dan de bescherming van het belang van de volmachtgever redelijkerwijs meebrengt. Dit belang vereiste in dit geval dat de volmacht op het moment dat de daarin beschreven situatie zich zou voordoen niet dat de volmacht voor de gevolmachtigde geheim zou blijven, maar juist dat deze bij haar bekend zou worden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:111 Raad van Discipline Amsterdam 20-804/A/A
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:111
Het verzet is op één klachtonderdeel gegrond verklaard omdat de voorzitter een te beperkte toetsingsnorm heeft gehanteerd. Dit klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Verweerder heeft door tegen klaagster op te treden de niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld nu hij niet beschikte over specifiek van klaagster afkomstige of op haar betrekking hebbende informatie, zodat de normstelling die in Gedragsregel 15 tot uitdrukking komt niet in het geding is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:105 Raad van Discipline Amsterdam 20-924/A/A
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:105
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond. Verweerster heeft op de dag van het aflopen van de beroepstermijn per post een verklaring van non-appel gevraagd. Zij heeft daarmee niet onbetamelijk gehandeld, nu zij er van mocht uitgaan dat deze verklaring niet zou worden afgegeven indien hoger beroep was ingesteld. Klachtonderdeel over het gebruiken van de afgegeven verklaring van non-appel ongegrond, nu dit geen handelen van verweerster betreft.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:118 Raad van Discipline Amsterdam 20-964/A/A
- Datum publicatie: 17-06-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:118
Klacht van twee advocaten tegen de advocaat van de wederpartij van hun cliënten. De klacht over een onnodig grievende uitlating is ongegrond. Klagers zijn voor het overige niet-ontvankelijk omdat ze geen zelfstandig belang hebben bij de klacht.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 251
- Pagina: 252
- Pagina: 253
- ...
- Pagina: 950
- Volgende pagina zoekresultaten