Zoekresultaten 9451-9500 van de 48550 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4262
- Datum publicatie: 07-02-2023
- Datum uitspraak: 07-02-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:27
Ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld omdat hij een onjuiste dosering Mirtazapine heeft voorgeschreven, zonder dat klager en zijn echtgenote daarvan op de hoogte waren. Volgens klager is hij gedrogeerd, waardoor hij niet in staat was om te revalideren. Het college overweegt dat niet in het geschil is dat er een medicatiefout is gemaakt. De vraag is echter in hoeverre de specialist ouderengeneeskunde daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. Het college is van oordeel dat terugkijkend op het revalidatietraject en de medicatiefout die binnen dat traject gemaakt is en die in deze klacht centraal staat er sprake is van een menselijke fout, waarvoor de specialist ouderengeneeskunde gezien de geschetste omstandigheden (zie punt 5.3, 5.4 en 5.5 van de beslissing) geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:16 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-1014/L/NN 22-1015/AL/NN 22-1016/AL/NN
- Datum publicatie: 07-02-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:16
Herzieningsverzoek. De herzieningskamer van de Raad van Discipline verklaart verzoekster in haar verzoek niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:25 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-014/DH/NH/W
- Datum publicatie: 06-02-2023
- Datum uitspraak: 01-02-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:25
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2023:6 Accountantskamer Zwolle 22/726 Wtra AK
- Datum publicatie: 06-02-2023
- Datum uitspraak: 06-02-2023
- ECLI:NL:TACAKN:2023:6
Klacht gedeeltelijk gegrond, de maatregel van tijdelijke doorhaling van één maand is opgelegd. Klagers behoorden tot een groep van rechtspersonen waarvan betrokkene de samenstellend accountant was. Betrokkene was via zijn vennootschap als financier en aandeelhouder bij de groep betrokken en hij is zich op enig moment intensief met de dagelijkse gang van zaken gaan bezighouden. Klagers vinden dat betrokkene hierdoor het fundamentele beginsel van objectiviteit heeft geschonden. Betrokkene heeft in het zicht van het faillissement een transactie gefingeerd. Betrokkene heeft de bestuurder niet gewaarschuwd wegens niet betaalde loonheffing en pensioenpremies en betrokkene heeft onder tijdsdruk de splitsing van de groep afgedwongen. De Accountantskamer oordeelt dat de klacht grotendeels gegrond is. De belangen in en de betrokkenheid bij de groep waren serieuze bedreigingen van de objectiviteit van betrokkene. Hij had zich in dit geval als samenstellend accountant moeten terugtrekken. In strijd met het fundamentele beginsel van integriteit heeft betrokkene een transactie bedacht om belangen veilig te stellen. Betrokkene had moeten waarschuwen toen hem bekend werd dat loonheffing en pensioenpremies niet waren betaald, ook al was een melding formeel te laat. De door betrokkene gegeven termijn van vier dagen om op zijn voorstellen tot splitsing te reageren is kort maar vanwege alle omstandigheden tuchtrechtelijk onvoldoende relevant.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:17 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-484/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-02-2023
- Datum uitspraak: 17-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:17
Herstelbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-978/DB/OB
- Datum publicatie: 06-02-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:18
Herstelbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:376 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-996/AL/GLD
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 11-04-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:376
Voorzittersbeslissing. Klachten over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de klacht over het handelen van verweerster in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:377 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-003/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 04-04-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:377
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Diverse verwijten over de dienstverlening. De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:373 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-114/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 02-05-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:373
Voorzittersbeslissing. Klager verwijt verweerder dat hij zijn zaak niet heeft willen aannemen. Anders dan klager heeft betoogd, stond het verweerder vrij om die beslissing te nemen. Een advocaat is niet verplicht om een zaak aan te nemen. Verweerder heeft die beslissing vervolgens - na telefonisch overleg met klager - gemotiveerd en tijdig aan klager doorgegeven. Verweerder heeft daarmee gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Zowel de beslissing van verweerder om klager niet als advocaat bij te staan, als de wijze waarop verweerder die beslissing aan klager heeft gecommuniceerd, is derhalve niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:374 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-155/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 02-05-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:374
Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken. Klager stelt dat verweerder zijn klachten tegen (in totaal) drie advocaten heeft genegeerd. De voorzitter is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klagers klachten heeft genegeerd. Verweerder heeft op de klachten gereageerd en klager laten weten dat hij zijn klachten via een digitaal webformulier kan indienen. De voorzitter is van oordeel dat het verweerder vrij stond om klager te verzoeken om zijn klachten via deze gestandaardiseerde wijze in te dienen. Verweerder heeft daardoor het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Van een tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen jegens klager is dan ook geen sprake. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4447
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 03-02-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:20
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft bij klaagster een brug geplaatst. Volgens klaagster heeft de tandarts schade aangebracht met de boor aan haar kaakbot. Daarnaast heeft de zorg rondom de plaatsing van de brug tekortgeschoten, is haar dossier niet compleet en is niet op juiste wijze gefactureerd. Het college komt tot de conclusie dat de klacht niet gegrond is voor wat betreft het klachtonderdeel dat ziet op het uitschieten met de boor, de beschadiging aan het kaakbot en de gevolgen hiervan voor klaagster. Wel komt het college tot de conclusie dat de klachtonderdelen van klaagster die zien op de zorg rondom de plaatsing van de brug, dossiervoering en de facturatie gegrond zijn. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:375 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-115/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2023
- Datum uitspraak: 02-05-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:375
Voorzittersbeslissing. Klager verwijt verweerster dat zij zijn zaak niet heeft willen aannemen. Anders dan klager heeft betoogd, stond het verweerster vrij om die beslissing te nemen. Een advocaat is niet verplicht om een zaak aan te nemen. Verweerster heeft die beslissing vervolgens - na telefonisch overleg met klager - gemotiveerd en tijdig aan klager doorgegeven. Verweerster heeft daarmee gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Zowel de beslissing van verweerster om klager niet als advocaat bij te staan, als de wijze waarop verweerster die beslissing aan klager heeft gecommuniceerd, is derhalve niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/405341 KL RK 22-78
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:5
[Y] en [Z] hebben in 2021 een camping gekocht van [B]. De notaris is verzocht om de akte van levering op te stellen en te passeren. De notaris is overgegaan tot het uitvoeren van een verscherpt cliëntenonderzoek ten aanzien van [Y] en [Z]. Dit onderzoek bestond uit het opnemen van telefonisch contact met [B] waarbij aan [B] verschillende vragen zijn gesteld over de totstandkoming van de koopovereenkomst. De notaris had, gelet op de omstandigheden die zich tijdens en na het sluiten van de koopovereenkomst hebben voorgedaan, voldoende aanleiding om over te gaan tot een verscherpt cliëntenonderzoek.Dat de Surinaamse achtergrond van [Y] en [Z] daarvoor het leidmotiefis geweest is niet komen vast te staan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1422
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:22
Klacht tegen een (destijds) arts-assistent. De klacht betreft de behandeling van en de zorg voor klaagster. Klaagster bezocht in oktober 2017 de polikliniek klinische geriatrie van het ziekenhuis waar de arts-assistent sinds 2018 werkte. Een collega (beklaagde in C2022/1420) concludeerde dat sprake was van een Mild Cognitive Impairment (MCI). Bij een consult in april 2018 bij de eerder genoemde collega meldde de dochter van klaagster dat klaagster in het ziekenhuis had gelegen met buikpijn. De conclusie was dat er progressie was tot een vorm van dementie en controle na zes maanden werd afgesproken. Eind juli 2018 heeft dezelfde collega klinisch geriater, na een verzoek daartoe van de dochter van klaagster, met de cardioloog besloten de Ascal met omeprazol over te zetten naar Plavix clopidogrel met de afspraak om in oktober te evalueren. Tijdens een telefonisch consult in november 2018 met de collega klinisch geriater werd een gastroscopie afgesproken. De uitslag hiervan was dat klaagster maagzweren had. In februari 2019 noteerde de collega klinisch geriater in het dossier onder meer dat het niet goed gaat met klaagster. Begin maart 2019 is klaagster ruim een week opgenomen. Tijdens de opname is de arts-assistent bij de zorg voor klaagster betrokken geweest als afdelingsarts, onder supervisie van verschillende klinisch geriaters. De arts-assistent is betrokken geweest bij een beoordeling begin maart 2019, bij vier visites op de afdeling en bij het ontslag. Na de opname in maart 2019 heeft de arts-assistent klaagster nog éénmaal gezien op de spoedeisende hulp in januari 2020. Klaagster verwijt de arts-assistent -zakelijk weergegeven-:a) Het onjuist weergeven van de heteroanamnese en de klachten en het vervolgens uitzetten van een onjuist onderzoekstraject. Het daarbij niet serieus nemen van klaagster en haar dochter;b) Het stellen van een foute diagnose, het uitzetten van een onjuiste behandeling en het opleggen van die behandeling;c) Het uitvoeren van een onjuist onderzoek en het trekken van foutieve conclusies;d) het onheus bejegenen van de dochter van klaagster;e) het behandelen van klaagster als wilsonbekwaam.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:1 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/398945 KL RK 22-7
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 20-01-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:1
De klacht is gegrond. Door de feitelijke gang van zaken heeft de notaris de schijn van partijdigheid gewekt. Omdat de notaris bij eerdere uitspraak van 27 september 2022 al een maatregel opgelegd heeft gekregen, waarbij dit onderdeel ook is meegewogen, zal de kamer nu geen maatregel opleggen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1423
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:23
Klacht tegen een (destijds) arts-assistent. De klacht betreft de behandeling van en de zorg voor klaagster. Klaagster bezocht in oktober 2017 de polikliniek klinische geriatrie van het ziekenhuis waar de arts-assistent op dat moment werkte. Een collega (beklaagde in C2022/1420) concludeerde dat sprake was van een Mild Cognitive Impairment (MCI). Bij een consult in april 2018 bij de eerder genoemde collega meldde de dochter van klaagster dat klaagster in het ziekenhuis had gelegen met buikpijn. De conclusie was dat er progressie was tot een vorm van dementie en controle na zes maanden werd afgesproken. Eind juli 2018 heeft dezelfde collega klinisch geriater, na een verzoek daartoe van de dochter van klaagster, met de cardioloog besloten de Ascal met omeprazol over te zetten naar Plavix clopidogrel met de afspraak om in oktober te evalueren. Tijdens een telefonisch consult in november 2018 met de collega klinisch geriater werd een gastroscopie afgesproken. De uitslag hiervan was dat klaagster maagzweren had. In februari 2019 noteerde de collega klinisch geriater in het dossier onder meer dat het niet goed gaat met klaagster. Begin maart 2019 is klaagster ruim een week opgenomen. Tijdens de opname is de arts-assistent bij de zorg voor klaagster betrokken geweest als arts-assistent, onder supervisie van verschillende klinisch geriaters. De arts-assistent is betrokken geweest bij het opnamegesprek, bij het MDO, bij 2 visites, het familiegesprek en bij het overleg met klaagster en de huisarts. Na de opname in maart 2019 is de arts-assistent niet meer bij de zorg voor klaagster betrokken geweest. Klaagster verwijt de arts-assistent -zakelijk weergegeven-:a) Het onjuist weergeven van de heteroanamnese en de klachten en het vervolgens uitzetten van een onjuist onderzoekstraject. Het daarbij niet serieus nemen van klaagster en haar dochter;b) Het stellen van een foute diagnose, het uitzetten van een onjuiste behandeling en het opleggen van die behandeling;c) Het uitvoeren van een onjuist onderzoek en het trekken van foutieve conclusies;d) Het onheus bejegenen van de dochter van klaagster;e) Het behandelen van klaagster als wilsonbekwaam.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:12 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-438/AL/MN
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:12
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Vertrouwensbreuk tussen verweerster en klager was evident, omdat zij van mening verschilden over de aanpak van het geschil. Verweerster heeft zich op zorgvuldige wijze teruggetrokken als advocaat van klager. Verweerster heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door beroepsfouten te maken in de door haar opgestelde en namens klager ingediende conclusie tevens eis van reconventie. Verweerster heeft de reconventionele vorderingen op een juridisch verkeerde wijze ingesteld, waardoor de rechtbank daar niet over heeft kunnen oordelen. De klachtonderdelen over de beroepsfouten zijn gegrond. Berisping en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:372 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-205/AL/OV 22-206/AL/OV 22-207/AL/OV 22-208/AL/OV 22-209/AL/OV 22-210/AL/OV 22-211/AL/OV
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 29-12-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:372
Raadsbeslissing. Zeven samenhangende klachtzaken. De raad verklaart de klacht tegen een (voormalig) advocaat van de wederpartij en tegen (onder meer) andere advocaten van hetzelfde advocatenkantoor deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/404432 KL RK 22-66
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 04-01-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:2
De notaris heeft klaagster niet op tijd geïnformeerd dat zij de functie als executeur heeft aanvaard en heeft overgedragen aan de dochter van echtgenote. Gelet op de gevoelige moeizame verhouding tussen klaagster en de dochter van echtgenote had de notaris haar keuze moeten toelichten aan klaagster. De notaris heeft de schijn van partijdigheid tegen zich gewekt door onvoldoende voorlichting te geven. Klacht gegrond. Als maatregel wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:13 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-534/AL/MN
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:13
Raadsbeslissing. Advocaat in privé. Er bestaat voldoende verband tussen privégedragingen van verweerder en zijn praktijkuitoefening. De raad kan niet vaststellen dat klaagsters verweerder opdracht hebben gegeven om hen bij te staan en ook niet dat verweerder hen heeft beloofd contact op te nemen met de notaris. Wel heeft verweerder onduidelijkheid laten ontstaan en bestaan over zijn rol en heeft verweerder niet gereageerd op WhatsAppberichten van klaagsters. Daarom is de klacht voor een deel gegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/407517 KL RK 22-101
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:3
De klacht is niet-ontvankelijk omdat de kandidaat-notaris niet betrokken was bij de akte van levering waarover de klacht is ingediend.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1419
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:19
Klacht tegen een klinisch geriater. De klacht betreft de behandeling van en de zorg voor klaagster. Klaagster bezocht in oktober 2017 de polikliniek klinische geriatrie van het ziekenhuis waar de klinisch geriater op dat moment werkte. Aldaar is klaagster gezien door een collega klinisch geriater (beklaagde in C2022/1420) en deze concludeerde dat sprake was van een Mild Cognitive Impairment (MCI). De klinisch geriater is bij de opname van klaagster begin maart 2019 bij aanvang van de klinische observatie aangemeld als hoofdbehandelaar. Concreet is zij tijdens de opname als supervisor betrokken geweest bij een afdelingsvisite en een familiegesprek, een onderzoek op verzoek van de verpleegkundige, een visite en het ontslag. Eind januari 2020 is de klinisch geriater nog betrokken geweest bij de zorg voor klaagster toen zij werd opgenomen op de SEH vanwege onrust bij een retentieblaas. Eind maart 2020 heeft de dochter van klaagster bij het ziekenhuis een klacht ingediend tegen de behandelaars van klaagster tijdens de opname in maart 2019. Hierop is schriftelijk gereageerd door de klinisch geriater en haar collega (beklaagde in C2022/1420). Klaagster verwijt de klinisch geriater – zakelijk weergegeven- het stellen van een foute diagnose, het uitzetten van een onjuiste behandeling en het opleggen van die behandeling; het uitvoeren van onjuist onderzoek en het trekken van foutieve conclusies; het onheus bejegenen van de dochter van klaagster; het behandelen van klaagster als wilsonbekwaam.Klacht tegen een klinisch geriater. De klacht betreft de behandeling van en de zorg voor klaagster. Klaagster bezocht in oktober 2017 de polikliniek klinische geriatrie van het ziekenhuis waar de klinisch geriater op dat moment werkte. Aldaar is klaagster gezien door een collega klinisch geriater (beklaagde in C2022/1420) en deze concludeerde dat sprake was van een Mild Cognitive Impairment (MCI). De klinisch geriater is bij de opname van klaagster begin maart 2019 bij aanvang van de klinische observatie aangemeld als hoofdbehandelaar. Concreet is zij tijdens de opname als supervisor betrokken geweest bij een afdelingsvisite en een familiegesprek, een onderzoek op verzoek van de verpleegkundige, een visite en het ontslag. Eind januari 2020 is de klinisch geriater nog betrokken geweest bij de zorg voor klaagster toen zij werd opgenomen op de SEH vanwege onrust bij een retentieblaas. Eind maart 2020 heeft de dochter van klaagster bij het ziekenhuis een klacht ingediend tegen de behandelaars van klaagster tijdens de opname in maart 2019. Hierop is schriftelijk gereageerd door de klinisch geriater en haar collega (beklaagde in C2022/1420). Klaagster verwijt de klinisch geriater – zakelijk weergegeven- het stellen van een foute diagnose, het uitzetten van een onjuiste behandeling en het opleggen van die behandeling; het uitvoeren van onjuist onderzoek en het trekken van foutieve conclusies; het onheus bejegenen van de dochter van klaagster; het behandelen van klaagster als wilsonbekwaam.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:14 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-995/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:14
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familiekwestie. Verweerster heeft de grenzen van het betamelijke overschreden. De wijze waarop verweerster zich in haar e-mail over klaagster heeft uitgelaten, getuigt van onvoldoende professionele distantie ten opzichte van de familiekwestie en de daarmee gepaard gaande emoties van haar client. Bovendien hebben de uitlatingen van verweerster een dreigende ondertoon en zijn deze onnodig grievend ten opzichte van klaagster. Van enige functionaliteit bij het gebruik van de gedane uitlatingen en de toonzetting daarvan is, mede gelet op de context waarbinnen deze uitlatingen zijn gedaan, geen sprake. De beweegredenen van verweerster om zich in een familiekwestie zo op te stellen, stroken niet met hetgeen een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De klacht is op dit onderdeel gegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORARL:2023:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/404818 KL RK 22-72
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 13-01-2023
- ECLI:NL:TNORARL:2023:4
In de akte van levering is een passage opgenomen uit de koopovereenkomst. Klagers dachten daarmee een erfdienstbaarheid te hebben gevestigd, maar het gaat om een kettingbeding. Van de oud-notaris hoefde niet verwacht te worden dat hij begreep of had moeten begrijpen dat klagers een erfdienstbaarheid wilden vestigen. De oud-notaris heeft de wil van partijen, zoals die bleek uit de koopovereenkomst vastgelegd. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2023:15 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-1035/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRARL:2023:15
Raadsbeslissing. Verweerder heeft klager geadviseerd over de ontslagzaak. In die zin is er tussen verweerder en klager ook ten aanzien van de ontslagzaak sprake van een advocaat cliëntrelatie. Kwaliteit dienstverlening. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat verweerder schriftelijk heeft vastgelegd dat hij met klager over de gevolgen van berusting heeft gesproken en dus ook niet dat verweerder bij klager heeft gecontroleerd of hij zich voldoende realiseerde wat de gevolgen van berusting zouden zijn. Ook al zou klager zich bewust zijn geweest van de gevolgen van zijn keuze om in het ontslag te berusten, dan nog had verweerder dit bij klager moeten checken. Het gebrek aan schriftelijke vastlegging komt voor risico van verweerder. Verder heeft verweerder klager onvoldoende duidelijkheid gegeven over de gang van zaken bij het opstellen van het bezwaarschrift en heeft hij met klager niet de verschillende scenario’s besproken. Klacht voor een deel gegrond. Waarschuwing met kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:20 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1420
- Datum publicatie: 02-02-2023
- Datum uitspraak: 23-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:20
Klacht tegen een klinisch geriater. De klacht betreft de behandeling van en de zorg voor klaagster. Klaagster bezocht in oktober 2017 de polikliniek klinische geriatrie van het ziekenhuis waar de klinisch geriater op dat moment werkte. De klinisch geriater concludeerde dat sprake was van een Mild Cognitive Impairment (MCI). Bij een consult in april 2018 bij de klinisch geriater meldde de dochter van klaagster dat klaagster in het ziekenhuis had gelegen met buikpijn. De conclusie was dat er progressie was tot een vorm van dementie en controle na zes maanden werd afgesproken. Eind juli 2018 heeft de klinisch geriater, na een verzoek daartoe van de dochter van klaagster, met de cardioloog besloten de Ascal met omeprazol over te zetten naar Plavix clopidogrel met de afspraak om in oktober te evalueren. Tijdens een telefonisch consult in november 2018 met de klinisch geriater werd een gastroscopie afgesproken. De uitslag hiervan was dat klaagster maagzweren had en de klinisch geriater heeft daarop medicatie afgesproken. In februari 2019 noteerde de klinisch geriater in het dossier onder meer dat het niet goed gaat met klaagster. Begin maart 2019 is klaagster ruim een week opgenomen. Bij het opnamegesprek en bij aanvang van de klinische observatie was een collega klinisch geriater (tevens beklaagde in C2022/1421) de supervisor van de dienstdoende arts-assistenten (beklaagden in C2022/1423 en C2022/1422). Daarna waren collega klinisch geriaters (waarvan o.a. beklaagde in C2022/1419) afwisselend supervisors. Na de opname heeft de klinisch geriater in deze zaak op vier momenten telefonisch contact gehad en in juni en juli 2019 zijn nog twee fysieke contactmomenten geweest. Eind maart 2020 heeft de dochter van klaagster bij het ziekenhuis een klacht ingediend tegen de behandelaars van klaagster tijdens de opname in maart 2019. Hierop is schriftelijk gereageerd door de klinisch geriater en haar collega (beklaagde in C2022/1419). Klaagster verwijt de klinisch geriater – zakelijk weergegeven-:a) Het niet met voorrang verwijzen naar een MDL-arts;b) Het (te) laat aanvragen van een gastroscopie;c) Het voorschrijven van een onnodig hoge dosis PPI’s;d) Het niet op de hoogte zijn van bijwerkingen van PPI’s;e) Het ineens en niet geleidelijk stoppen van de PPI’s;f) Het niet laten opnemen van klaagster op de MDL-afdeling maar op de afdeling geriatrie;g) Het niet serieus nemen van klaagster en haar dochter;h) Het ondersteunen van de gestelde foute diagnose en het doorgeven van foutieve informatie over klaagster aan collega’s;i) Het onheus bejegenen van de dochter van klaagster.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2022:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 721343 / NT 22-27
- Datum publicatie: 01-02-2023
- Datum uitspraak: 06-12-2022
- ECLI:NL:TNORAMS:2022:26
Gelet op het belang van de permanente educatie moet een notaris voldoende prioriteit geven aan de opleidingsverplichtingen. Indien hij daartoe door een samenloop van omstandigheden niet in staat is, is het de verantwoordelijkheid van de notaris zelf om tijdig in contact te treden met de KNB voor (nader) overleg. Dat heeft de notaris nagelaten. Nu de notaris ondanks de waarschuwingen van het BFT, voor de derde keer in voornoemde tijdvakken te weinig opleidingspunten heeft gehaald, acht de kamer het opleggen van de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2022:27 Kamer voor het notariaat Amsterdam 721346 / NT 22-28
- Datum publicatie: 01-02-2023
- Datum uitspraak: 06-12-2022
- ECLI:NL:TNORAMS:2022:27
Gelet op het belang van de permanente educatie moet een notaris voldoende prioriteit geven aan de opleidingsverplichtingen. Nu de notaris ondanks de waarschuwingen van het BFT, voor de derde keer in voornoemde tijdvakken te weinig opleidingspunten heeft gehaald, acht de kamer het opleggen van de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:16 Hof van Discipline 's Gravenhage 210231D
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 16-01-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:16
Beroep deken tegen hoogte opgelegde maatregel. Verweerder heeft op basis van een aanname in strijd met de waarheid verklaard dat het afgesproken bedrag van zijn cliënt op zijn derdengeldenrekening was ontvangen, op basis waarvan de wederpartij (een bank) zijn zekerheidsstelling prijsgaf. Dit handelen op zich rechtvaardigt een berisping. In dit geval heeft verweerder - toen hij erachter kwam dat het geld niet op zijn derdengeldenrekening stond - de wederpartij meer dan twee jaar aan het lijntje gehouden en daarbij gelogen over de reden waarom hij zoals afgesproken de gelden niet doorstortte. Waar de raad hiervoor een berisping heeft opgelegd, vindt het hof een schorsing van 6 weken op zijn plaats. Daarbij heeft het hof 4 weken voorwaardelijk opgelegd omdat verweerder inzicht en berouw heeft getoond. Irrelevant is verder dat verweerder deze gedragingen heeft verricht jegens een buitenlandse advocaat. Schending kernwaarde integriteit.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:14 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-594/DB/ZWB
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:14
Klacht tegen eigen advocaat. Advocaat heeft namens klager per email een schikkingsvoorstel aan de wederpartij heeft toegezonden, zonder dat hij voor de verzending van die email expliciet om toestemming aan klager heeft gevraagd. Gelet op alle omstandigheden acht de raad het niet aannemelijk dat klager niet instemde met het schikkingsvoorstel, zoals door zijn advocaat op 1 maart 2021 aan de wederpartij is gedaan.Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4027
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:40
Ongegronde klacht tegen een chirurg. Klaagster is door de chirurg geopereerd in verband met een geperforeerde blindedarmontsteking. Zij verwijt hem dat hij na de operatie lange tijd geen CT-scan heeft willen maken en niet naar haar heeft geluisterd. Op het moment dat de chirurg wel de CT-scan heeft aangevraagd bleek er sprake van abcesvorming in het operatiegebied. Naar het oordeel van het college heeft de chirurg gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende chirurg mag worden verwacht. Dat hij niet geluisterd heeft naar klaagster is het college niet gebleken. Gelet op eerdere ervaringen van klaagster is voorstelbaar dat zij graag wilde dat er een CT-scan van haar buik zou worden gemaakt. Het is echter de arts die de indicatie voor een CT-scan stelt. Uit het dossier blijkt dat aan klaagster verschillende malen is uitgelegd waarom er op dat moment (nog) geen reden was om een CT-scan te maken en dat zij daarvoor begrip kon opbrengen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4272
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:21
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft enkele malen de echtgenoot van klaagster telefonisch gesproken. Volgens klaagster heeft de huisarts leugens verspreid over klaagster en heeft de huisarts haar beroepsgeheim geschonden. Uit de inhoud van de telefonische contacten, kan niet worden afgeleid dat er leugens of onwaarheden over klaagster zijn verspreid. De huisarts heeft het medisch dossier gedeeld met klaagsters letseladvocaat, maar dit was op uitdrukkelijk verzoek van klaagster met machtiging. Nu er sprake was van toestemming, heeft de huisarts haar beroepsgeheim niet geschonden. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4021
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:34
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is vanwege buikpijn en koorts via de Spoedeisende Hulp (SEH) opgenomen geweest in het ziekenhuis. Na verschillende onderzoeken werd de werkdiagnose gecompliceerde urineweginfectie gesteld en werd klaagster met antibiotica naar huis gestuurd. Een week later heeft klaagster opnieuw de SEH bezocht vanwege aanhoudende pijn en koorts. De arts heeft klaagster daar als ANIOS onder supervisie van een internist beoordeeld, waarbij zij niet tot een duidelijke diagnose kwamen en een gynaecologisch consult hebben aangevraagd. Uiteindelijk bleek na het maken van een CT-scan dat sprake was van een abces op basis van een geperforeerde blindedarmontsteking. Klaagster verwijt de arts dat zij de diagnose blindedarmontsteking heeft gemist. Het college overweegt dat de arts de anamnese heeft afgenomen en passend lichamelijk onderzoek heeft verricht. Zij heeft ook overlegd met haar supervisor en verder onderzoek in gang gezet, aan de hand waarvan de blindedarmontsteking is vastgesteld. De arts heeft de juiste diagnostische stappen gezet, en is daarmee op een zorgvuldige wijze tot de juiste diagnose gekomen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4015
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:28
Ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door de arts gezien op de Spoedeisende Hulp vanwege buikpijn en koorts. De arts was op dat moment werkzaam als arts niet in opleiding tot specialist (ANIOS) en werkte onder supervisie. Klaagster verwijt de arts dat zij de diagnose blindedarmontsteking heeft gemist. Het college overweegt dat de arts als ANIOS het beleid in overleg met de dienstdoende internist als haar supervisor diende te bepalen en bij bijzonderheden de supervisor diende te raadplegen. Gebleken is dat zij dat heeft gedaan. Het college is van oordeel dat de arts op een voldoende zorgvuldige wijze klaagster heeft onderzocht en tot haar (voorlopige) diagnose is gekomen. Gezien haar bevindingen bij het onderzoek en haar overleg met de supervisor, valt het haar niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zij niet heeft gedacht aan een blindedarmontsteking. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:15 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-642/DB/LI
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:15
Advocaat heeft cliënt in een huurkwestie niet gewezen op de risico’s en kansen in een procedure, heeft zijn cliënt niet gewezen op de noodzaak van onderzoek naar en bewijs van gebreken aan zijn woning. Advocaat heeft cliënt niet gewezen op de risico’s van opschorting van huurbetaling, waaronder ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. Gelet ernst van het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, de negatieve gevolgen daarvan voor de cliënt en de eerder aan verweerder opgelegde tuchtrechtelijke maatregelen legt de raad de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de duur van 1 week op.Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van 1 week, proeftijd 2 jaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4056
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:41
Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant. Klaagster is geopereerd in verband met een geperforeerde blindedarmontsteking. De physician assistant was na de operatie betrokken bij de opname van klaagster Zij verwijt hem dat hij na de operatie lange tijd geen CT-scan heeft willen maken en niet naar haar heeft geluisterd. Op het moment dat er wel een CT-scan werd aangevraagd bleek er sprake van abcesvorming in het operatiegebied. Naar het oordeel van het college heeft de physician assistant gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende physician assistant mag worden verwacht. Zij heeft haar bevindingen en het beleid zorgvuldig genoteerd in het dossier, dit beleid is verdedigbaar en de physician assistant heeft waar nodig overleg gevoerd met de regiebehandelaar. Dat zij niet geluisterd heeft naar klaagster is het college niet gebleken. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4711
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:22
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster belde de spoedlijn van de huisartsenpraktijk vanwege hevig (vaginaal) bloedverlies bij het plassen. Volgens klaagster heeft de huisarts haar ten onrechte medicatie voorgeschreven zonder haar te hebben gezien. Uit de aantekening in het medisch dossier blijkt dat er overleg is geweest met een andere huisarts. Geen aanwijzingen dat verweerster betrokken was bij de behandeling van klaagster. Omdat klaagster de verkeerde huisarts heeft aangeklaagd, is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4022
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:35
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster is vanwege buikpijn en koorts via de Spoedeisende Hulp (SEH) opgenomen geweest in het ziekenhuis. Na verschillende onderzoeken werd de werkdiagnose gecompliceerde urineweginfectie gesteld en werd klaagster met antibiotica naar huis gestuurd. Een week later heeft klaagster opnieuw de SEH bezocht vanwege aanhoudende pijn en koorts. Er werd een gynaecologisch consult verricht, waaruit geen duidelijke diagnose naar voren kwam. Daarbij was de gynaecoloog als supervisor betrokken. Uiteindelijk bleek na het maken van een CT-scan dat er sprake was van een abces op basis van een geperforeerde blindedarmontsteking. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij de diagnose blindedarmontsteking heeft gemist. Het college is van oordeel dat de gynaecoloog in voldoende mate invulling heeft gegeven aan zijn taak als supervisor door de bevindingen van de beide betrokken AIOS met hen te bespreken en het te voeren beleid te accorderen. In het algemeen is het gebruikelijk dat een arts verschillende onderzoeken doet om zo tot een definitieve diagnose te komen. De gynaecoloog kan hierover geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4016
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:29
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist-reumatoloog. Klaagster is door een arts niet in opleiding (ANIOS) gezien op de Spoedeisende Hulp (SEH) vanwege buikpijn en koorts. De internist was de supervisor van deze ANIOS. Klaagster verwijt de internist dat hij de diagnose blindedarmontsteking heeft gemist. De ANIOS heeft klaagster op de SEH lichamelijk onderzocht en de laboratoriumuitslagen bekeken. De ANIOS heeft vervolgens overleg gevoerd met de internist als haar supervisor. Het college is van oordeel dat er voor de internist geen reden was om nadere vragen te stellen of klaagster zelf te bezoeken, omdat niet gebleken is dat de ANIOS bij haar onderzoek belangrijke gegevens over het hoofd heeft gezien. De internist mocht – en moest – op basis van de hem door de ANIOS gegeven informatie beslissen. Dat hij op basis daarvan niet aan een blindedarmontsteking heeft gedacht, kan hem niet tuchtrechtelijk worden verweten, omdat er op dat moment onvoldoende aanleiding was om een blindedarmontsteking te vermoeden. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:16 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-621/DB/LI
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 30-01-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:16
Advocaat heeft door zijn (voormalige) cliënt in een stafzaak op basis van niet meer geldende regelgeving, onjuist te informeren over de beëindiging van de voorlopige hechtenis indien in die strafzaak nog niet onherroepelijk is beslist, niet de nodige (na)zorg betracht die van hem als redelijk advocaat verwacht had mogen worden.Klacht gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4511
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:23
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts bezocht klaagster thuis voor een kennismakingsgesprek. Volgens (de gemachtigde van) klaagster heeft de huisarts zich toen onbehoorlijk gedragen. Het college kan niet vaststellen dat aan de huisarts is gevraagd om een mondkapje te dragen of zijn handen te ontsmetten. De vragen die de huisarts heeft gesteld waren van belang voor de beoordeling van de situatie van klaagster. Het college is van oordeel dat de huisarts door die vragen te stellen en te verzoeken om klaagster onder vier ogen te kunnen spreken, zorgvuldig en netjes heeft gehandeld. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4023
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:36
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is vanwege buikpijn en koorts via de Spoedeisende Hulp (SEH) opgenomen geweest in het ziekenhuis. Na verschillende onderzoeken werd de werkdiagnose gecompliceerde urineweginfectie gesteld en werd klaagster met antibiotica naar huis gestuurd. Een week later heeft klaagster opnieuw de SEH bezocht vanwege aanhoudende pijn en koorts. De arts heeft toen, werkzaam als AIOS en onder supervisie van een gynaecoloog, samen met een meer ervaren collega-AIOS een gynaecologisch consult verricht waaruit geen duidelijke diagnose naar voren kwam. Uiteindelijk bleek na het maken van een CT-scan dat er sprake was van een abces op basis van een geperforeerde blindedarmontsteking. Klaagster verwijt de arts dat zij de diagnose blindedarmontsteking heeft gemist. Het college is van oordeel dat dat de arts samen met haar collega-AIOS de juiste diagnostische stappen heeft gezet en op een zorgvuldige wijze de gynaecologische echo heeft verricht. Toen bleek dat het beeld van de echo lastig te duiden was en de origine van het ontstekingsproces onduidelijk was, hebben zij in overleg met de betrokken ANIOS van de SEH besloten om een CT-scan van de buik aan te vragen en daarna het verdere beleid te bepalen. Uit het dossier blijkt dat zij hierover overleg hebben gevoerd met hun supervisor. In het algemeen is het gebruikelijk dat een arts verschillende onderzoeken doet om zo tot een definitieve diagnose te komen. De arts kan hierover geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4017
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:30
Ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is door een arts gezien op de Spoedeisende Hulp (SEH) vanwege buikpijn en koorts. De artsen op de SEH dachten differentiaal diagnostisch aan een gynaecologische oorzaak van de klachten. Besloten werd om klaagster op te nemen voor aanvullend onderzoek. De volgende ochtend werd klaagster overgedragen aan de dagdienst. De arts was vanaf de ochtendoverdracht betrokken bij de opname van klaagster. Zij was op dat moment sinds zes weken werkzaam als ANIOS interne geneeskunde en werkte onder supervisie. Klaagster verwijt de arts dat zij onvoldoende onderzoek heeft gedaan en de diagnose blindedarmontsteking heeft gemist. Het college is van oordeel dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld. Zij heeft klaagster adequaat onderzocht en alle diagnostische stappen doorlopen. Haar bevindingen bij het onderzoek heeft zij genoteerd en besproken met haar supervisor. Daarmee heeft zij gedaan wat zij in haar positie geacht werd te doen. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4361
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:24
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts werkte als waarnemend huisarts bij de praktijk waar de moeder van klaagster stond ingeschreven. Klaagster verwijt de huisarts dat zij een verklaring van natuurlijk overlijden heeft afgegeven terwijl zij uit het dossier had kunnen opmaken dat klaagster zich zorgen maakte over ‘het gezonde mengsel’ dat patiënte tot enkele maanden voor haar dood had ingenomen. De huisarts heeft aangevoerd dat zij voor de laatste visite aan patiënte het medisch dossier heeft geraadpleegd. Uit dat dossier kon de huisarts opmaken dat patiënte leed aan darmkanker (in een terminale fase) en dat zij een dag ervoor op de SEH was gezien in verband met een (dreigende) ileus. Het college heeft in het dossier geen aanwijzingen aangetroffen die voor de huisarts reden hadden moeten zijn om te twijfelen aan een natuurlijke doodsoorzaak. Het verwijt dat de huisarts ten onrechte een verklaring van natuurlijk overlijden heeft afgegeven acht het college ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4024
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:37
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster is vanwege buikpijn en koorts via de Spoedeisende Hulp (SEH) opgenomen geweest in het ziekenhuis. Na verschillende onderzoeken werd de werkdiagnose gecompliceerde urineweginfectie gesteld en werd klaagster met antibiotica naar huis gestuurd. Een week later heeft klaagster opnieuw de SEH bezocht vanwege aanhoudende pijn en koorts. De arts heeft toen, werkzaam als AIOS en onder supervisie van een gynaecoloog, samen met een minder ervaren collega-AIOS een gynaecologisch consult verricht waaruit geen duidelijke diagnose naar voren kwam. Uiteindelijk bleek na het maken van een CT-scan dat er sprake was van een abces op basis van een geperforeerde blindedarmontsteking. Klaagster verwijt de arts dat zij de diagnose blindedarmontsteking heeft gemist. Het college is van oordeel dat dat de arts samen met haar collega-AIOS de juiste diagnostische stappen heeft gezet en op een zorgvuldige wijze de gynaecologische echo heeft verricht. Toen bleek dat het beeld van de echo lastig te duiden was en de origine van het ontstekingsproces onduidelijk was, hebben zij in overleg met de betrokken ANIOS van de SEH besloten om een CT-scan van de buik aan te vragen en daarna het verdere beleid te bepalen. Uit het dossier blijkt dat zij hierover overleg hebben gevoerd met hun supervisor. In het algemeen is het gebruikelijk dat een arts verschillende onderzoeken doet om zo tot een definitieve diagnose te komen. De arts kan hierover geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:18 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1250
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:18
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De klacht gaat over de behandeling van de (inmiddels overleden) moeder van klager. Na een ziekenhuisopname is zij tot haar overlijden opgenomen in een verzorgingstehuis. Tijdens haar verblijf daar is zij een aantal keren in het ziekenhuis opgenomen. Klager was eerste contactpersoon van patiënte. Klager is ontevreden over de verzorging in het verzorgingstehuis en vindt dat de specialist ouderengeneeskunde tekort is geschoten in haar zorgtaak als behandelaar. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde meer specifiek dat zij niet tijdig een juiste diagnose (blaasontsteking) heeft gesteld, onvoldoende regie heeft gevoerd ten aanzien van het medisch beleid (met name ten aanzien van de pijnmedicatie, de toediening van morfine/fentanyl) en wat betreft zijn moeders situatie onvoldoende heeft geluisterd naar klager. Klager meent dat de specialist ouderengeneeskunde door dit alles ondeskundig en onprofessioneel heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4018
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:31
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster is door een arts gezien op de Spoedeisende Hulp (SEH) vanwege buikpijn en koorts. De artsen op de SEH dachten differentiaal diagnostisch aan een gynaecologische oorzaak van de klachten Klaagster. Besloten werd om klaagster op te nemen voor aanvullend onderzoek. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij niet de diagnose blindedarmontsteking heeft gesteld en geen aanvullende onderzoeken heeft verricht om de juiste diagnose te kunnen stellen. De gynaecoloog weerspreekt dat hij betrokken was bij het onderzoek en de opname van klaagster. Hij heeft aangevoerd dat hij op de betreffende dag niet werkzaam was in het ziekenhuis. De voorzitter kan niet vaststellen dat de gynaecoloog betrokken is geweest bij de zorg voor klaagster. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4332
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:25
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Verweerder was de huisarts van de moeder van klaagster (hierna: patiënte). Klaagster verwijt de huisarts onder andere dat hij onjuist heeft gehandeld, omdat hij niet heeft onderzocht of het ‘gezonde mengsel’ dat patiënte van haar zoon (broer van klaagster) kreeg kwaad kon. De huisarts heeft een beroep gedaan op niet-ontvankelijkheid en, voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk behandelt, de klacht bestreden. Het college overweegt dat er geen bijzondere omstandigheden aan het licht zijn gekomen die doen vermoeden dat klaagster niet de veronderstelde wil van patiënte vertegenwoordigt, klaagster is dus ontvankelijk in haar klacht. Het college overweegt verder dat nadat de huisarts door klaagster erop werd gewezen dat patiënte een ‘gezond mengsel’ slikte waar klaagster zich zorgen over maakte, de huisarts richtlijnen erop heeft nagekeken en klaagster verder heeft geïnformeerd over het gebruik van voedingssupplementen. Het college is van oordeel dat er voor de huisarts geen aanleiding was om nader onderzoek te doen naar de veiligheid van het mengsel dat patiënte zelfstandig innam en dat hij afdoende op de zorgen van klaagster heeft gereageerd. Het klachtonderdeel is ongegrond. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:14 Hof van Discipline 's Gravenhage 210378W 210379W 220219W 220220W
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 20-01-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:14
Wrakingsverzoek en misbruik van wrakingsmiddel. Wraking van de wrakingskamer is buiten behandeling gesteld. De wrakingskamer leidt uit het wrakingsverzoek af dat verzoeker veronderstelt dat verweerders al een beslissing hebben genomen op zijn intrekkingsmededeling en dat de uitspraak in de hoofdzaken op 16 januari 2023 zou volgen. De wrakingskamer kan verzoeker daarin niet volgen. Uit de betreffende mail kan geenszins de conclusie worden getrokken die verzoeker daaraan verbindt. Er wordt immers geen melding gemaakt van een al genomen beslissing. Anders dan verzoeker stelt, is het niet aan de appellant om te bepalen of zijn beroep ook wordt ingetrokken, maar aan het hof. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 4.9 van het procesreglement van 1 augustus 2022 blijkt uit vaste jurisprudentie van het hof dat het hof bepaalt of een (verzoek tot) intrekking wordt gehonoreerd of niet. Het hof – in dit geval de gewraakte kamer – is dan ook bevoegd om een beslissing te nemen op de intrekkingsmededeling van verzoeker. De wrakingsgrond van verzoeker dat verweerder 1 niet langer enige beslissing mag geven, omdat hij per 31 december 2022 is gedefungeerd treft geen doel. In de artikelen 46b lid 11 jo 51 lid 5 Advocatenwet is immers in deze situatie voorzien. Het wrakingsverzoek is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4026
- Datum publicatie: 31-01-2023
- Datum uitspraak: 31-01-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:38
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is geopereerd in verband met een geperforeerde blindedarmontsteking. Zij verwijt de arts, die na de operatie als zaalarts betrokken was bij de postoperatieve opname van klaagster, dat hij na de operatie lange tijd geen CT-scan heeft willen maken en niet naar haar heeft geluisterd. Op het moment dat er wel een CT-scan werd aangevraagd bleek er sprake van abcesvorming in het operatiegebied. Naar het oordeel van het college heeft de arts gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende arts mag worden verwacht. Gelet op eerdere ervaringen van klaagster is voorstelbaar dat zij graag wilde dat er een CT-scan van haar buik zou worden gemaakt. Het is echter de arts die de indicatie voor een CT-scan stelt. Uit het dossier blijkt dat de arts aan klaagster heeft uitgelegd waarom er op dat moment (nog) geen reden was om een CT-scan te maken en dat zij die uitleg heeft begrepen en aanvaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 189
- Pagina: 190
- Pagina: 191
- ...
- Pagina: 971
- Volgende pagina zoekresultaten