Zoekresultaten 1151-1200 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8456

    Klacht tegen verpleegkundige. Klager is voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Klacht niet feitelijk onderbouwd en door de verpleegkundige gemotiveerd bestreden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:80 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-465/AL/MN

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8457

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat zij - zonder dat zij beschikte over aanwijzingen van gepleegd seksueel misbruik of mishandeling - klager heeft beschuldigd van seksueel misbruik en verkrachting van zijn dochter. Uit de stukken blijkt niet van onzorgvuldig handelen door de psychiater.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:81 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-644/AL/MN

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8549

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater een gebrek aan transparantie, het invoeren van een retroactieve diagnose en onprofessioneel en agressief gedrag. Uit het dossier blijkt dat de psychiater klager steeds uitgebreid te woord heeft gestaan en de behandeling heeft proberen toe te lichten. Geen aanwijzingen dat de psychiater zich onprofessioneel of agressief heeft gedragen. Het invoeren van de diagnose in het dossier was een administratieve handeling waarbij de psychiater niet betrokken was. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-718/AL/GLD

    Raadbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Gedragsregel 27 is geschonden. De aan de rechter overgelegde correspondentie bevat schikkingsonderhandelingen over bijkomende zaken die niet rechtstreeks zien op het conflict waarover de aan de rechter voorgelegde zaak gaat, maar die wel de perceptie van de rechter kunnen beïnvloeden. Indien verweerder niet wilde volstaan met citeren uit de correspondentie, had hij ofwel de betreffende passages moeten weglakken ofwel de advocaat van de wederpartij om toestemming moeten vragen. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7987

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster heeft een consult gehad bij een bedrijfsarts in opleiding. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld als supervisor van de bedrijfsarts in opleiding. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8550

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verwijt de gz-psycholoog dat zij hem geen toegang heeft gegeven tot zijn dossier, ten onrechte diagnoses aan zijn medisch dossier heeft toegevoegd en heeft gedreigd met een Veilig Thuis-melding. Klager heeft ruimschoots binnen de wettelijke termijn een afschrift van zijn dossier ontvangen. Het toevoegen van diagnoses in het dossier betreft een administratieve handeling en de gz-psycholoog heeft vooraf overlegd met de psychiater. Niet gebleken dat de gz-psycholoog een Veilig Thuis-melding heeft gedaan. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:86 Hof van Discipline 's Gravenhage 250411 250412

    Hoger beroep na beslissing op verzet. Het hof constateert op basis van de beroepsgronden dat het klager in feite gaat om een inhoudelijke herbeoordeling van de tuchtklachten. Dat is echter niet mogelijk vanwege het appelverbod. Dat volgens klager sprake is van een onjuiste beoordeling van tuchtklachten levert geen schending op van fundamentele rechtsbeginselen en ook los daarvan heeft het hof geen schending daarvan vastgesteld. Het hof concludeert dan ook dat het appelverbod niet kan worden doorbroken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:87 Hof van Discipline 's Gravenhage 250417

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Bij de beslissing op een verzoek om aanwijzing van een advocaat toetst de deken aan de voorwaarden op grond van artikel 13 Advw. Het geschil waarvoor klager om aanwijzing van een advocaat verzoekt, komt in de kern neer op een huurrechtgeschil. Huurgeschillen kunnen worden aangebracht bij de kantonrechter. Daarvoor is geen bijstand van een advocaat vereist. De deken heeft het verzoek om aanwijzing terecht afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:88 Hof van Discipline 's Gravenhage 250457

    Beklag artikel 13 ongegrond. De deken kan geen advocaat aanwijzen voor een procedure in een huurzaak bij de kantonrechter, omdat die procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:89 Hof van Discipline 's Gravenhage 250458

    Beklag artikel 13 ongegrond. De deken hoefde geen advocaat aan te wijzen voor een procedure in een huurzaak bij de kantonrechter, omdat die procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:19 Accountantskamer Zwolle 26/714 Wtra AK

    Voorzittersbelissing. De klacht is kennelijk ongegrond. Het eerste klachtonderdeel ziet op handelen van een register belastingadviseur, die onder een eigen tuchtrecht valt. Voor dit handelen draagt betrokkene geen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid. Het tweede klachtonderdeel is door klager onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:90 Hof van Discipline 's Gravenhage 250460

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:20 Accountantskamer Zwolle 25/1784 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht. Klaagster heeft in februari 2024 de aandelen in een tweetal vennootschappen verworven. Bij het samenstellen van de jaarrekening 2024 is discussie ontstaan over de toerekening van enkele omzetfacturen die bepalend zijn voor de vraag of verkoper recht heeft op een overeengekomen earn-outvergoeding. Betrokkene was zowel voor als na de overname de samenstellend accountant van de vennootschappen. Klaagster verwijt betrokkene dat hij zijn rol onvoldoende heeft bewaakt, dat hij over de omzettoerekening is blijven communiceren met de voormalige directie van de vennootschappen, dat hij zich op ongepaste wijze heeft laten beïnvloeden en dat hij onvoldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd. De Accountantskamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, objectiviteit en vertrouwelijkheid. Betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:91 Hof van Discipline 's Gravenhage 250030D

    Dekenbezwaar. Verhouding tuchtrechter, burgerlijke rechter en bestuursrechter. De (bevoegde) deken (Limburg) heeft de Unit Financieel Toezicht Advocatuur (hierna: Unit FTA) van de Nederlandse Orde van Advocaten verzocht bij verweerder een onderzoek te verrichten naar de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft), het beheer van derdengelden alsmede ontvangst van contante gelden. Door de Unit FTA is aan de deken en verweerder een definitief rapport verstrekt. Omdat de deken zich geconflicteerd achtte, heeft hij voor de beoordeling en de opvolging van dit rapport deze beoordeling en opvolging overgedragen aan de deken Oost-Brabant. De deken Oost-Brabant heeft na beoordeling een dekenbezwaar tegen verweerder ingediend. Uit HvD 15 november 2021, ECLI:NL:TAHVD:2021:214 is af te leiden dat de deken bij aanvang van enig in het kader van het toezicht te verrichten onderzoek niet hoeft te kiezen tussen een bestuursrechtelijk traject en een tuchtrechtelijk traject. De deken is ingevolge de Advocatenwet en de Wwft toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en als zodanig maakt hij gebruik van de in titel 5.2 Awb bedoelde (publiekrechtelijke) bevoegdheden. Hieruit volgt dat (ook) bij een tuchtrechtelijk onderzoek de deken gebruik maakt van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden. De tuchtrechter moet oordelen over de al dan niet juiste toepassing door de deken van deze bestuursrechtelijke bevoegdheden als de deken een dekenbezwaar indient. Het is voor een betrokkene onevenredig bezwarend zijn als betrokkene het geschil over de uitoefening van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden in en voor een tuchtrechtelijk onderzoek via een beroepsprocedure bij de burgerlijke rechter aan de orde zou moeten stellen naast de procedure bij de tuchtrechter. Het hof komt tot het oordeel dat de aard van de toezichthoudende taken en bevoegdheden van de deken in de weg staan aan het overdragen van deze taken en bevoegdheden aan iemand die niet ondergeschikt is aan de deken en waarbij niet is gewaarborgd dat de taken en bevoegdheden die de deken als wettelijk aangewezen toezichthouder moet uitoefenen binnen zijn invloedssfeer blijven, zoals in dit geval is gebeurd. Daarbij komt dat in ieder geval de grondslag voor de overdracht van de zaak in dit geval ook zodanig onduidelijk en gebrekkig is geweest, dat het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden. Het dekenbezwaar moet niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:85 Hof van Discipline 's Gravenhage 230129H3

    Herzieningsverzoek van (tweede) herzieningsbeslissing naar aanleiding van een beslissing van het hof op grond van artikel 13 Advw niet-ontvankelijk. Het herzieningsverzoek is feitelijk een verkapt hoger beroep, en daarvoor is het middel van herziening niet bedoeld. Misbruik van recht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:61 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-467/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft rauwelijks geprocedeerd door slechts drie dagen nadat op een door haar geïnitieerd kort geding was beslist, over te gaan tot het verzoeken van nieuwe voorlopige voorzieningen. Geen de-escalerend optreden. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:68 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-062/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft namens het CJIB met klagers advocaten gecorrespondeerd. De klacht over die correspondentie is voor een groot deel te laat en daarom niet-ontvankelijk. De klacht over de laatste brief is op tijd. De klacht daarover is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:16 Accountantskamer Zwolle 25/1311 Wtra AK

    Gegronde klacht over de controle van de jaarrekening van een metaalverwerkingsbedrijf. Betrokkene heeft een controleverklaring met oordeelonthouding afgegeven. Naar aanleiding van een politie-inval bij dat bedrijf heeft betrokkene een incidentmelding bij klaagster gedaan. Klaagster is daarop een onderzoek gestart naar de wijze waarop betrokkene de wettelijke controle van de jaarrekening 2020 van het metaalverwerkingsbedrijf heeft verricht. Volgens klaagster heeft betrokkene onvoldoende werkzaamheden uitgevoerd om de risico’s op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude te identificeren en in te schatten. Betrokkene heeft niet scherp in beeld gehad dat de handel in goud van geheel andere aard is dan de handel in metalen. Als gevolg daarvan heeft betrokkene onvoldoende controlewerkzaamheden opgezet en uitgevoerd om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen over het bestaan (voorkomen) van de omzet uit de verkopen van goud. Betrokkene heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de kern van de klacht. De Accountantskamer verklaart de klacht geheel gegrond en legt aan betrokkene de maatregel van doorhaling op voor de duur van zes maanden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:62 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-640/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft in een brief aan klager te stellige en niet onderbouwde verwijten opgenomen. Hij heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de juistheid van die verwijten, terwijl hij dat (gezien de aard van de verwijten) wel had moeten doen. Verweerder heeft klager daarbij aansprakelijk gesteld voor de schade en bedragen gevorderd voor zaken die geen logisch verband houden met de verwijten en die niet zijn onderbouwd. In een latere aanmaning worden weer andere posten gevorderd, eveneens niet onderbouwd. Verweerder heeft ook klagers eenmanszaak aangeschreven en die entiteit als werkgever aansprakelijk gesteld, terwijl de verwijten geen enkel verband houden met deze entiteit. Verweerder had er bovendien bekend mee kunnen zijn dat klager werd bijgestaan door een advocaat, mar heeft de brieven desondanks direct naar klager gestuurd. Onzorgvuldig handelen. De bijzondere omstandigheden van het geval maken dat volstaan wordt met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8431

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. Verweerder was de dienstdoende longarts in de nacht ten tijde van de opname van klager op de SEH. Gelet op de verslaglegging is er geen twijfel aan de betrokkenheid van de longarts bij de behandeling van klager. Er waren weinig aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en dus ook geen aanwijzingen om te handelen op basis van de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2026:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/06

    Klacht van een diereigenaar tegen een dierenarts over de behandeling van een paard (uitvoering keizersnede bij een paard, waarna het paard haar been heeft gebroken en moest worden geëuthanaseerd). Klacht is in eerste aanleg ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:69 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-086/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a van de Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:17 Accountantskamer Zwolle 25/710 Wtra AK 25/1817 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Betrokkene heeft in opdracht van een rechtbank in relatie tot een civielrechtelijk geschil een rapport opgesteld. Klager vindt dat het rapport niet deugt onder meer omdat het onderzoek door betrokkene veel te beperkt was. De Accountantskamer overweegt dat de toetsing van een rapport dat in opdracht van een rechtbank in relatie tot een gerechtelijke procedure is opgesteld slechts in beperkte mate mogelijk is. Daarvan uitgaande wijst de Accountantskamer de klachten af omdat klager de gegrondheid van zijn verwijten tegenover het verweer van betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:63 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-653/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsconflict. Verweerster mocht de managementversie van het belastbaarheidsonderzoek (zonder toestemming van klager) gebruiken in het kort geding. Verweerster mocht in het kader van de procedure bij het UWV en als belangenbehartiger van de werkgever ook kennisnemen van de volledige/medische versie van het rapport. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8483

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. Verweerder is longarts en is door het gerechtshof als deskundige benoemd voor het opstellen van een voorlopig deskundigenrapport over het handelen van de behandelend longartsen. Klager is het niet eens met het rapport. Het college komt tot het oordeel dat het geen tegenstrijdigheden ziet. Verweerder heeft in redelijkheid tot zijn conclusies kunnen komen en heeft deze ook ruimschoots onderbouwd. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2026:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/07

    Klacht van de klachtambtenaar tegen een dierenarts over het niet administreren van het toedienen van een diergeneesmiddel met een wachttijd voor vlees aan een rund. De klacht is in eerste aanleg gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel. Het beroep van de klachtambtenaar ziet op het feit dat geen maatregel is opgelegd.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:18 Accountantskamer Zwolle 25/700 Wtra AK

    Betrokkene was als externe accountant verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening 2019 van een internationale onderneming, waarbij hij een goedkeurende controleverklaring heeft afgegeven. Naar aanleiding van mediaberichten over de onderneming dat met verschillende (buitenlandse) autoriteiten is overeengekomen om sancties van in totaal € 3,6 miljard te betalen heeft klaagster een onderzoek ingesteld naar de uitvoering van de wettelijke controle. Op grond van de uitkomsten van het onderzoek verwijt klaagster betrokkene dat hij geen voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen met betrekking tot frauderisico’s inzake niet-naleving van de U.S. International Traffic in Arms Regulations en wet- en regelgeving betreffende omkoping en corruptie en Anti-Money Laundering. Klacht deels gegrond, maatregel tijdelijke doorhaling 3 maanden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8662

    Klacht tegen een bedrijfs- en verzekeringsarts kennelijk ongegrond. Klager is sinds 2012 arbeidsongeschikt voor zijn werk. Klager startte later een civiele procedure tegen (de verzekeraar van) zijn werkgever. In het kader van deze procedure stelde verweerder een medisch advies op. Klager verwijt verweerder, samengevat, dat dit advies onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het college is van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het rapport zorgvuldig tot stand is gekomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:70 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-859/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijke kwestie. Verweerder heeft geprobeerd om klaagster de kwestie zelf op te laten lossen met haar werkgever. Klaagster heeft steeds ingestemd met die aanpak. Daarbij heeft verweerder haar voldoende begeleid. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:64 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-679/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een geschil over verkoop van de echtelijke woning. Verweerster heeft klager in een langlopend dossier onvoldoende meegenomen in de door haar gekozen strategie. Zij heeft hem onvoldoende schriftelijk op de hoogte gebracht van de gemaakte keuzes, kansen en risico’s. Ook heeft zij het dossier, met name in het laatste half jaar dat zij nog voor klager optrad, onvoldoende voortvarend opgepakt en heeft zij onvoldoende oog gehad voor klagers duidelijke wens om te gaan procederen over de kwestie. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2026:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/10

    Klacht tegen een dierenarts over het euthanaseren van twee inbeslaggenomen honden. Klager is door het VTC n-o verklaard omdat hij niet klachtgerechtigd was omdat hij afstand van de honden had gedaan. De zoon van klager heeft beroep aangetekend.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8484

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. Verweerder was als longarts overdag de behandelend longarts op de SEH. Gelet op de verslaglegging van de SEH-arts, ziet het college geen aanleiding te twijfelen aan de intensieve betrokkenheid van de longarts. Het college heeft begrip voor de drukke en onrustige omstandigheden die ochtend, zoals beschreven door verweerder, en het prioriteren van het zorgdragen van de overdracht. Er waren weinig aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en ook geen aanwijzingen om te handelen op basis van de NHG-standaard acute keelpijn en de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9032

    Voorzittersbeslissing, deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond verklaarde klacht van een nabestaande tegen een lid van de Raad van Bestuur van een ziekenhuis. Patiënte was op de afdeling SEH van het ziekenhuis gezien en naar huis gestuurd met een (spoed)doorverwijzing naar de poli vaatchirurgie. Patiënte is de volgende dag overleden. Na intern onderzoek werd een calamiteitenmelding gedaan bij de IGJ. De verwijten gaan onder meer over communicatie, nazorg, informatieverstrekking en (het moment van) de calamiteitenmelding.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:65 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-034/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie. Verweerder heeft klager mogen mededelen dat hij namens de ex-partner een verzoek tot verkrijging van het eenhoofdig gezag over de kinderen zal gaan indienen. Verweerder heeft niet hoeven reageren op de e-mails van klager of diens verzoek om een bespreking op zijn kantoor. Niet gebleken dat verweerder de datumlijst heeft aangepast. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:59 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-155/DH/DH

    Verzoek tot opheffing van artikel 60b-schorsing toegewezen onder voorwaarden toegewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2025/8822

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Bij klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. De arts had dienst in de nacht ten tijde van de opname van klager op de SEH. Er waren op dat moment weinig aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en dus ook geen aanwijzingen om te handelen op basis van de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8921

    Klacht van patiënte tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld bij klaagster en haar geen medicamenteuze behandeling heeft gegeven voor langdurige klachten na COVID.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:66 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-020/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Niet gebleken dat verweerder onjuiste feiten heeft gesteld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TSCTS:2026:1 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-01 (2025.V6-AMADEUS GOLD)

    Deze zaak gaat over de gronding die eind 2024 heeft plaatsgevonden met het schip, de Amadeus Gold. Volgens de inspecteur is sprake van slecht zeemanschap. De inspecteur verwijt betrokkene dat hij er niet voor heeft gezorgd dat de bemanning en hijzelf voldoende gefamiliariseerd waren, dat niet alle benodigde detailkaarten aan boord waren, dat hij alleen heeft genavigeerd op een kustkaart, dat hij de koers alleen heeft bepaald op de lichtenlijnen en geen loods heeft besteld. Het tuchtcollege oordeelt op basis van de bewezen elementen van het bezwaar, dat de klacht van de inspecteur gegrond is. Het tuchtcollege legt betrokkene de maatregel op van een gedeeltelijk voorwaardelijke schorsing van de vaarbevoegdheid.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:60 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-458/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over echtscheiding waarin verweerster als gezamenlijk echtscheidingsadvocaat heeft opgetreden. Verweerster heeft niet voldaan aan de op haar rustende zware zorgplicht. Zij heeft klaagster en de man nooit gesproken. Na een mediationtraject hebben klaagster en de man contact gehad met diverse paralegels en heeft er een videogesprek met een paralegal plaatsgevonden. Verweerster heeft kennelijk alleen een aantal vragen van de paralegal beantwoord en het verzoekschrift ingediend bij de rechtbank. Niet blijkt dat verweerster zich ervan heeft vergewist dat het convenant en ouderschapsplan ook daadwerkelijk was wat partijen wensten af te spreken. Dat wringt des te meer, nu het convenant op een aantal punten financieel (zeer) nadelig voor klaagster was. Ook heeft verweerster het in haar brief – ten onrechte doen voorkomen alsof zij wel met klaagster en de man heeft gesproken. Schending kernwaarde deskundigheid. De raad weegt mee dat dit geen incident is, maar het bedrijfsmodel van verweerster. Onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:67 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-045/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het door verweerster incasseren van dwangsommen in verband met het door klager niet nakomen van een in 2021 vastgestelde bezoekregeling. Het stond verweerder vrij om dat te doen. Als zij dat niet had gedaan, had haar cliënte haar daarvan tuchtrechtelijk en civielrechtelijk een verwijt kunnen maken. Zij was niet gehouden klager daar vooraf over te informeren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:70 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-540/AL/GLD

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:36 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766527 / DW RK 25/96 HE/WdJ

    Alvorens het betekenen van de dagvaarding heeft de gerechtsdeurwaarder de naam en adresgegevens van klaagster in het handelsregister van de Kamer van Koophandel gecontroleerd. Nu deze gegevens overeenkwamen met de te vorderen facturen, was er voor de gerechtsdeurwaarder geen reden om te twijfelen aan de juistheid van betreffende B.V. Het lag op de weg van klaagster om zich bij de kantonrechter te verweren indien zij het niet eens was met de dagvaarding, dan wel verzet in te stellen tegen het verstekvonnis. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het verstekvonnis te executeren. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2949

    Herzieningsverzoek. Het Centraal Tuchtcollege heeft de tandarts bij beslissing van 26 mei 2025 met nummer C2024/2411 een voorwaardelijke schorsing opgelegd voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De tandarts heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat geen naderhand gebleken omstandigheden zijn aangevoerd die naar ernstig vermoeden tot een afwijkende beslissing zouden hebben geleid indien zij tijdig bekend waren geworden en wijst het verzoek tot herziening af.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:77 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-076/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2872

    Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager. Per 21 juni 2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts is de supervisor van de arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde (hierna: bedrijfsarts i.o.), die klager in zijn ziekteverzuimperiode heeft begeleid. Klager stelt dat de bedrijfsarts heeft toegelaten dat de bedrijfsarts i.o. niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Meer in het bijzonder verwijt klager de bedrijfsarts dat hij als supervisor zijn verantwoordelijkheden niet heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3132 VZ

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat de klacht zich richt tegen een zorgverlener die niet staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:71 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-691/AL/GLD

    ongegrond verzet