Zoekresultaten 8451-8500 van de 48384 resultaten
-
ECLI:NL:TNORAMS:2023:6 Kamer voor het notariaat Amsterdam 724696/NT 22-46
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 02-05-2023
- ECLI:NL:TNORAMS:2023:6
Klacht is deels gegrond maar leidt niet tot het opleggen van een maatregel. Er was geen sprake van een ministerieplicht op grond waarvan de notaris verplicht was haar werkzaamheden voort te zetten. Gelet op de tegen haar geuite dreigementen in een e-mail van de echtgenoot van klaagster is het begrijpelijk dat de notaris vooor zichzelf geen (bemiddelende) rol meer zag weggelegd. Wel had de notaris terughoudender moeten zijn in haar conclusie in de brief van 19 november 2019 dat de stiefmoeder aan haar verplichtingen jegens de kinderen had voldaan.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:64 Hof van Discipline 's Gravenhage 220159
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:64
Het hof bevestigt de beslissing van de raad ten aanzien van klachtonderdeel a) en b). Ten aanzien van klachtonderdeel b) geldt dat gelet op artikel 50 lid 1 onder a Advocatenwet, hoger beroep door klager ter zake een gegrond verklaarde klacht niet mogelijk is. Voor zover klager verzoekt om de vergoeding van schade verband houdend met het gegrond verklaarde klachtonderdeel b) kan dat verzoek niet in behandeling worden genomen omdat het hof niet bevoegd is over een dergelijk verzoek te oordelen. Anders dan de raad is het hof ten aanzien van klachtonderdeel c) van oordeel dat verweerder op eerste verzoek van klager het dossier aan klager zelf had moeten afgeven en niet met tussenkomst van de politie. Door bij herhaling aan klager te laten weten dat het dossier (alleen) zal worden afgegeven aan een opvolgend gemachtigde heeft verweerder aan de afgifte een voorwaarde verbonden waarvoor geen redelijke grond bestond. Nu verweerder ten onrechte heeft geweigerd het dossier af te geven aan klager heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Echter, van een tuchtrechtelijke verwijtbare schending van de geheimhoudingsplicht of schending van de AVG is naar oordeel van het hof geen sprake, nu verweerder aan de politie enkel heeft laten zien dat hij een e-mail aan klager had gestuurd dat het dossier aan een opvolgend advocaat ter beschikking zou worden gesteld, waarna de politie het (gesloten) dossier ter plekke aan klager heeft overhandigd. Maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2023:7 Kamer voor het notariaat Amsterdam 718203/NT 22-18
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 19-04-2023
- ECLI:NL:TNORAMS:2023:7
Klacht is deels niet-ontvankelijk (vervaltermijn), deels gegrond. De kamer is van oordeel dat de notaris bij de administratie en de uitbetaling van bedragen ter zake van de depotovereenkomst (in het kader van de vaststellingsovereenkomst tussen klaagster (legataris) en de erfgenaam) niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een notaris verwacht mag worden. Er is volgens de kamer, gelet op het tuchtrechtelijk verleden van de notaris, sprake van een patroon van opvolgende slordigheden waarin geen verbetering lijkt te zijn gekomen. Daarom legt de kamer de notaris de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3502
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:122
Gegronde klacht tegen cosmetisch arts. Na intrekking van de klacht door patiënte heeft het college bepaald dat de behandeling van de klacht in het algemeen belang moet worden voortgezet. Voor het vervolg van de zaak is de inspectie als klager aangemerkt. De arts is eigenaar van en werkzaam in een cosmetische kliniek. Hij heeft bij patiënte een onderooglidcorrectie verricht. Daarbij is een complicatie opgetreden, na de operatie is beiderzijds een ectropion ontstaan. De arts heeft vervolgens tweemaal een hersteloperatie verricht en patiënte uiteindelijk verwezen naar een plastisch chirurg. De inspectie is van mening dat de arts bij het uitvoeren van de ooglidcorrectie in diverse opzichten tekortgeschoten is. Zo is patiënte onvoldoende geïnformeerd, is de schriftelijke verslaglegging ondermaats, is de arts bij de operaties niet gebleven binnen de grenzen van zijn kennen en kunnen en heeft hij geen professioneel gedrag vertoont bij de bejegening van patiënte. Het college verklaart alle klachtonderdelen gegrond en legt de arts de maatregel van een geheel voorwaardelijke schorsing van een jaar op, met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:65 Hof van Discipline 's Gravenhage 220327
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:65
Art. 13 beklag. Het aanwijzingsverzoek heeft betrekking op een procedure die zou moeten dienen bij het Gerecht, onderdeel van het HvJ-EU, gevestigd te Luxemburg. De deken beschikt niet over de bevoegdheid een advocaat aan te wijzen voor het verlenen van bijstand in die procedure. De deken mocht het verzoek daarom afwijzen. Het hof verklaart het beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:121 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-015/DH/RO
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:121
Raadsbeslissing. Verweerder heeft klaagsters zaak aangenomen, zonder zich er van te vergewissen dat klaagster zijn bijstand wenste en zonder haar te wijzen op onder meer het (mogelijke) belangenconflict doordat verweerder ook klaagsters dochter bijstond in een gerelateerde zaak. Verweerder heeft bovendien onvoldoende met klaagster gecommuniceerd. Verweerder is onvoldoende zorgvuldig geweest. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:66 Hof van Discipline 's Gravenhage 220090
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:66
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft bij klager het beeld geschapen dat klager per saldo niet op basis van het uurtarief hoefde te betalen voor de rechtsbijstand: ofwel verweerder zou op toevoeging procederen, ofwel hij zou declaratie op basis van zijn uurtarief op de wederpartij verhalen. Verweerder had dit duidelijk op een rijtje moeten zetten in de opdrachtbevestiging. Ook heeft hij verzuimd klager tussentijds te informeren over de hoogte van die declaraties, als hij die op klager mogelijk wilde verhalen. Ten slotte heeft verweerder ten onrechte een beroep op het retentierecht gedaan tegenover de opvolgend rechtsbijstandverlener. Dat die geen advocaat was, doet niet ter zake. Vernietiging beslissing raad. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2023:70 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-259/DB/OB
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSHE:2023:70
Voorzittersbeslissing. Klacht over de (voormalig) eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De klacht ziet op optreden van verweerster in 2012 en 2013 en is pas op 28 juni 2022 ingediend en dus na het verstrijken van de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde termijn. De klacht is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:122 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-923/DH/RO
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 05-06-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:122
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij in een familiezaak. Verweerder heeft klager voorafgaand aan een zitting, terwijl klagers advocaat nog niet aanwezig was, aangesproken en gesproken over de voorlopige voorziening. Dit is inhoudelijk op de zaak ingaan en verweerder had dat niet mogen doen buiten aanwezigheid van klagers advocaat. Klacht voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:116 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-682/DH/DH
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:116
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:61 Hof van Discipline 's Gravenhage 220058
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:61
Het hof bevestigt de beslissing van de raad nu partijen hun standpunten in hoger beroep slechts hebben herhaald en er geen nieuwe argumenten zijn aangedragen die aanleiding geven tot een andere beoordeling, dan wel bij het hof tot nieuwe inzichten hebben geleid. Klaagster niet ontvankelijk in de klachtonderdelen a) t/m g) omdat zij, gelet op de artikel 46g Advocatenwet genoemde termijnen, te laat heeft geklaagd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5067
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:141
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist GGZ. Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat hij hem onnodige medicatie toedient en onnodige medische controles afneemt. Het college is van oordeel dat bij de verplichte behandeling van klager met medicatie en medische controles is voldaan aan het toetsingskader van de Wvggz. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:62 Hof van Discipline 's Gravenhage 220310
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:62
Appelverbod. De door klaagster aangevoerde gronden zien in essentie op de inhoudelijke beoordeling van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen, zoals schending van hoor en wederhoor. Als de raad het eens is met de beslissing van de voorzitter, volstaat een verkorte motivering met verwijzing naar de motivering in de beslissing waarvan verzet. Dat levert geen schending van het beginsel van (rechterlijke) waarheidsvinding of een ander fundamenteel rechtsbeginsel op. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:118 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-792/DH/RO
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:118
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4102
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:142
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Bij patiënte was sprake van zeer ernstige complicaties na een flebitis bij een perifeer infuus. Patiënte is uiteindelijk in het ziekenhuis overleden. De verpleegkundige heeft de patiënte tijdens een avonddienst verzorgd en verpleegd. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij haar melding over de verslechterde situatie van de patiënte niet serieus heeft genomen en er geen aantekening over heeft gemaakt, en dat zij ook geen oog heeft gehad voor de ontsteking aan de onderarm van de patiënte. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de gebeurtenissen op de betreffende avond uiteenlopen. Noch kan worden vastgesteld of en hoe gesprekken tussen klaagster en de verpleegkundige hebben plaatsgevonden en of de verpleegkundige de signalen van klaagster daarbij wel of niet serieus heeft genomen, noch is duidelijk in welke staat de onderarm van de patiënte op dat moment was. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:119 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-795/DH/RO
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:119
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2202/4103
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:143
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster (hierna de patiënte), was opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag dat patiënte uit het ziekenhuis zou worden ontslagen, verslechterde haar situatie. Patiënte is uiteindelijk in het ziekenhuis overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij bij het bespreken van het ontslag van patiënte geen gehoor heeft gegeven aan herhaaldelijke meldingen dat de situatie van de patiënte aan het verslechteren was, en hier geen aantekening over heeft gemaakt in het medisch dossier van de patiënte. Het college is van oordeel dat uit het EPD voldoende duidelijk wordt dat de verslechtering zich pas voordeed in de loop van de ochtend van de dag dat het ontslag zou plaatsvinden. Ook blijkt dat de verpleegkundige, voordat de verslechtering optrad, alle vitale controles bij de patiënte heeft uitgevoerd en dat zij haar heeft geholpen met en geobserveerd tijdens de ADL. Het college is verder van oordeel dat de verpleegkundige op zorgvuldige wijze heeft gerapporteerd in het EPD. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:113 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-817/DH/DH
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 24-04-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:113
Klacht over de advocaat wederpartij en onduidelijkheid over diens positie. Verweerder had een verkeerde indruk bij klager kunnen en moeten voorkomen door zijn eigen positie als partijdig advocaat (steeds) voldoende duidelijk te maken. Klacht in zoverre gegrond. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:58 Hof van Discipline 's Gravenhage 220160
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:58
Bevestiging beslissing van de raad. In aanvulling op de beslissing van de raad merkt het hof op dat de door verweerder geschetste vervolgstappen, die erop neer kwamen dat klager i) óf moest proberen in goed overleg met de buren tot afdwingbare en genoegzame afspraken te komen, óf ii) de gang naar de rechter moest bewandelen enige (nadere) uitleg van verweerder behoefden, gelet op de eerder met klager besproken ‘harde lijn’. Hoewel het verweerder had gesierd om aan klager uit te leggen waarom het volgen van de ‘harde lijn’ niet zijn voorkeur genoot, wordt door het nalaten hiervan de lat voor het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet gehaald. Uit de toonzetting en de inhoud van de e-mails van klager van 18 en 19 februari 2021 mocht verweerder afleiden dat er niet langer sprake was van de noodzakelijke vertrouwensrelatie tussen advocaat en cliënt, zodat het verweerder vrijstond de opdracht aan klager terug te geven en zijn werkzaamheden neer te leggen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4104
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:144
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster is de dochter van de overleden patiënte. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij de zorgen van klaagster om een mogelijk epileptisch insult van de patiënte niet serieus nam en pas na heel veel aandringen besloot hierop te handelen. Het college merkt op dat het in de praktijk noch gebruikelijk, noch noodzakelijk is voor kleine epileptische insulten direct alarm te slaan. Het is daarom verklaarbaar dat de verpleegkundige de situatie eerst heeft beoordeeld en, toen zij ook zelf enige trekkingen waarnam, een neurologisch consult heeft aangevraagd. Het college is van oordeel dat het tijdverloop van de ondernomen acties laat zien dat de verpleegkundige de situatie serieus heeft genomen en daar ook tijdig op heeft gehandeld. Ook anderszins is niet gebleken dat de verpleegkundige de zorgen van klaagster niet serieus heeft genomen of pas na veel aandringen erop heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:120 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-974/DH/DH
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:120
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak ongegrond. Niet kan worden vastgesteld dat het anders is gegaan dan verweerster stelt.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:114 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-1048/DH/DH
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:114
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4105
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:145
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster is de dochter van de overleden patiënte. De verpleegkundige heeft de patiënte tijdens een avonddienst verzorgd en verpleegd. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij geen gehoor gaf aan haar zorgen om mogelijk vastzittend slijm bij de patiënte die een tracheostoma had, en niet heeft geacteerd op signalen van verstikking, waardoor dat later heeft geleid tot een stikmoment. Op grond van het medisch dossier is het college van oordeel dat de verpleegkundige wel degelijk direct gehoor heeft gegeven aan de zorgen van klaagster om vastzittend slijm, en dat zij op de voorgeschreven wijze heeft gereageerd op de ademstilstand die de patiënte tijdens het vernevelen onverhoeds opliep vanwege een slijmprop. Beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2023:115 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-1049/DH/DH
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TADRSGR:2023:115
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4106
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:146
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster is de dochter van de overleden patiënte. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij de situatie van de patiënte niet serieus heeft genomen, geweigerd heeft voldoende zorg te verlenen, een reeds door de arts gestelde diagnose heeft ontkend, de vragen van de familieleden niet wilde beantwoorden en de familie slecht heeft bejegend door geïrriteerd te reageren. Het college overweegt dat niet gebleken is dat de verpleegkundige de situatie van de patiënte in het algemeen en haar benauwdheid in het bijzonder niet serieus heeft genomen, daar niet op gehandeld heeft of op andere wijze onvoldoende zorg heeft verleend. Het college stelt verder vast dat de lezingen van klaagster en de verpleegkundige over de bejegening van klaagster en haar familieleden door de verpleegkundige uiteenlopen. Gebruikelijk is dat een verpleegkundige voor vragen over uitslagen van onderzoeken, diagnoses en andere medische zaken, naar een arts verwijst. Het kan de verpleegkundige dan ook niet worden verweten dat zij de medisch inhoudelijke gesprekken met de familie niet is aangegaan. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:60 Hof van Discipline 's Gravenhage 220027 220028
- Datum publicatie: 02-06-2023
- Datum uitspraak: 21-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:60
Verwijzing door het Juridisch Loket om de arbeidsrechtelijke kwestie van klager in samenhang met de daaraan klevende vergaande verblijfsrechtelijke consequenties te behandelen. Verweerder valt tuchtrechtelijk te verwijten dat hij onduidelijkheid heeft laten bestaan over de reikwijdte van zijn opdracht.Ter voorkoming van een misverstand en onzekerheid had het op zijn weg gelegen om klager er nadrukkelijk op te attenderen welke werkzaamheden wel en welke werkzaamheden niet onder de door hem aangenomen opdracht vielen.De verwijzing naar verweerder had een tweeledig karakter en verweerder heeft ten aanzien van de beide kwesties door klager gestelde vragen beantwoord. Dat verweerder meent dat zijn opdracht louter beperkt was tot de arbeidsrechtelijke kwestie vindt naar het oordeel van het hof geen steun in het klachtdossier, laat staan dat en klager hiermee zou hebben ingestemd.Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4424
- Datum publicatie: 01-06-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:25
Klaagster is na verwijzing door haar huisarts onder behandeling gekomen bij de gz-psycholoog. Zij had somberheidsklachten. Na een intake heeft de gz-psycholoog een diagnose gesteld en een behandelplan opgesteld. Daarin is als behandeling voorgesteld: cognitieve gedragstherapie, in 10 tot 16 sessies, met technieken vanuit de oplossingsgerichte therapie, eventueel aangevuld met medicatie. Na de derde behandelsessie heeft de gz-psycholoog twijfels gekregen over de juistheid van haar diagnose. De gz-psycholoog heeft bij haar collega’s voorgelegd dat zij aanleiding zag om neuropsychologisch onderzoek (NPO) te laten doen om een volledige diagnose te kunnen stellen. De collega’s steunden de gz-psycholoog daarin en hierop heeft de gz-psycholoog dit voorgelegd aan klaagster. Klaagster wilde dit onderzoek niet. Klaagster heeft geen gebruik gemaakt van het aanbod van de gz-psycholoog om ondersteunende gesprekken te voeren. Hierop heeft de gz-psycholoog aan klaagster gezegd dat zij haar verder niet kon behandelen en is de behandelrelatie na de vijfde sessie beëindigd. Centraal staat dat klaagster vindt dat de gz-psycholoog het overeengekomen behandelplan had moeten uitvoeren en dat zij dit niet eenzijdig mocht beëindigen nadat klaagster het neuropsychologisch onderzoek had geweigerd. Het college komt tot het oordeel dat de gz-psycholoog, op één klachtonderdeel na, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3678
- Datum publicatie: 01-06-2023
- Datum uitspraak: 23-05-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:26
De gz-psycholoog was destijds werkzaam als zelfstandig gz-psycholoog. Zij profileert zich ook op het internet als gz-psycholoog en zij heeft een boek geschreven over intuitief eetgedrag. Klaagster woonde in het buitenland en had het betreffende boek gelezen. Zij heeft daarop contact gezocht met de gz-psycholoog, omdat zij graag bij haar onder behandeling wilde komen. Dat is ook gebeurd. Eerst hebben klaagster en de gz-psycholoog via internet contact gehad en op enig moment is klaagster naar Nederland gekomen. Klaagster en de gz-psycholoog zijn vervolgens ook buiten de behandeling met elkaar omgegaan op een meer vriendschappelijke manier. Klaagster heeft een tijdje bij de gz-psycholoog in huis gewoond en voor haar gewerkt. Het college heeft beoordeeld of de gz-psycholoog, door ook anderszins met klaagster om te gaan, heeft gehandeld in strijd met hetgeen van haar als professional verwacht mag worden. Het college vindt dat de klacht gedeeltelijk gegrond is.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2023:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 724379 / NT 22-43
- Datum publicatie: 01-06-2023
- Datum uitspraak: 23-05-2023
- ECLI:NL:TNORAMS:2023:2
De toegevoegd notaris heeft klaagster ten tijde van het passeren van de akte niet gewezen op genoemde twee stelsels, met als gevolg dat pas na genoemde beslissing aan klaagster bekend is geworden dat het stelsel van het finaal verrekenbeding door de rechtbank niet wordt toegepast.Genoemde omstandigheden en de daaraan verbonden gevolgen zijn pas na het verstrijken van de driejaarstermijn bij klaagster bekend geworden, zodat is komen vast te staan dat er sprake is van gevolgen van enig nalaten van de toegevoegd notaris die pas na afloop van die termijn redelijkerwijs bekend zijn geworden bij klaagster. Daarmee is voldaan aan de voorwaarde voor het achterwege blijven van de niet- ontvankelijkverklaring als gevolg van de één-jaarstermijn.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2023:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 725414 / NT RK 22-49
- Datum publicatie: 01-06-2023
- Datum uitspraak: 23-05-2023
- ECLI:NL:TNORAMS:2023:3
Voor de aanvang van de vervaltermijn is bepalend de objectieve kennis van het handelen of nalaten van de notaris en niet de subjectieve kennis dat dit handelen of nalaten mogelijk tuchtrechtelijk onjuist zou kunnen zijn, aldus vaste jurisprudentie van de notariskamer van het hof Amsterdam.Vast staat dat klaagster de brieven, de volmacht en de notariële akte in 1998 van de notaris heeft ontvangen. In de volmacht die vervolgens aan klaagster is toegestuurd is de letterlijke tekst van de notariële akte overgenomen, waarin is bepaald dat klaagster haar deel van de woning aan [A] (om niet) overdraagt.Ter zitting is gebleken dat klaagster na ontvangst van genoemde brieven er zelf voor heeft gekozen niet op het kantoor van de notaris te komen maar in plaats daarvan een volmacht te ondertekenen. Voorts heeft klaagster verklaard dat zij de bewoordingen van de volmacht niet goed begreep omdat het moeilijk taalgebruik was en dat zij niet wist dat zij door het ondertekenen van de volmacht haar kindsdeel zou opgeven. Daarnaast is gebleken dat klaagster, voorafgaand aan ondertekening van de volmacht in maart 1998, telefonisch contact met de notaris heeft gehad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:54 Hof van Discipline 's Gravenhage 220271S
- Datum publicatie: 31-05-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:54
Klacht tegen een deken. Klager heeft zich tot verweerster (de deken) gewend met het verzoek een advocaat aan te wijzen op grond van artikel 13 Advocatenwet. Verweerster heeft tweemaal een advocaat voor klager aangewezen. Klager verwijt verweerster onder meer dat de door haar aangewezen advocaten niet beschikten over de juiste expertise en dat verweerster hem onjuist en onvolledig heeft voorgelicht en tegengewerkt. De raad heeft de klacht op één punt gegrond verklaard en voor het overige ongegrond. Het hof vernietigt de beslissing van de raad ten aanzien van het gegrond verklaarde klachtonderdeel (en de door raad opgelegde maatregel). De kern van deze zaak is de vraag of verweerster, in haar hoedanigheid van deken, dermate onzorgvuldig heeft gehandeld bij het aanwijzen van (meerdere) advocaten dat zij het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. Zowel bij de eerste als bij de tweede aanwijzing heeft verweerster zorgvuldig gehandeld. Het hof is met verweerster van oordeel dat haar stafjurist – waarvoor de deken inhoudelijk verantwoordelijk is – bij het bepalen van welke advocaat kon worden aangewezen, het rechtsgebiedenregister mocht raadplegen en erop mocht vertrouwen dat de informatie die daarin staat vermeld correct en up-to-date is. Principiële vraag: Verweerster heeft het hof verzocht om meer duidelijkheid te scheppen over (de omvang van) de verplichtingen van de deken in het natraject van een artikel 13 aanwijzingsverzoek. Anders dan de deken heeft betoogd, ziet het hof wel degelijk aanknopingspunten voor nazorg door de deken nadat een advocaat eenmaal is aangewezen. Naar het oordeel van het hof is de deken de eerst aangewezene om op te treden als de aangewezen advocaat de rechtzoekende geen rechtsbijstand verleent.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/3804
- Datum publicatie: 31-05-2023
- Datum uitspraak: 23-05-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:23
Kennelijk ongegronde klacht tegen plastisch chirurg. De klacht gaat over de operaties aan de middelvinger van klaagster. Volgens klaagster is zij onvoldoende voorgelicht over mogelijke scheefstand van de vinger na de operatie en heeft de plastisch chirurg enkel gedacht aan een laterale band die de scheefstand kon veroorzaken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:55 Hof van Discipline 's Gravenhage 220078
- Datum publicatie: 31-05-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:55
Advocaat t.o.v. derden. Klager verwijt verweerder dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld doordat verweerder in een ingediende akte klager als oud-bestuurder van een stichting ongefundeerd heeft beschuldigd van ernstige strafbare feiten en van onbehoorlijk bestuur. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Het hof voegt daar nog aan toe dat de door verweerder gebruikte bewoordingen, in de situatie waarin dat is gebeurd – namelijk ter onderbouwing van de (civiele) vordering van zijn cliënten – de grens van het tuchtrechtelijk toelaatbare niet hebben overschreden. Verder is niet gebleken dat de stellingen onnodig grievend zijn.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4459
- Datum publicatie: 31-05-2023
- Datum uitspraak: 23-05-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:24
Klacht tegen psychotherapeut deels kennelijk n-o en deels kennelijk ongegrond. Verweerster is de behandelend psychotherapeut geweest van de ex-partner van klager. De klacht gaat over een verklaring die de psychotherapeut heeft afgelegd in het kader van een gerechtelijke procedure tussen klager en zijn ex-partner over de omgang met hun twee kinderen. Klager klaagt er onder meer over dat in de verklaring opzettelijk een onjuist beeld van hem wordt geschetst richting rechtbank en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Hiervan is volgens het college geen sprake.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:56 Hof van Discipline 's Gravenhage 220140
- Datum publicatie: 31-05-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:56
Klacht over eigen advocaat. Klager verwijt verweerder dat hij klager onjuist heeft ingelicht over de slagingskansen van deze procedure, met name omdat hij klager niet heeft gewezen op de mogelijkheid om veroordeeld te worden in de werkelijke proceskosten, en stukken te laat heeft ingediend. De raad heeft de klachten ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1753
- Datum publicatie: 31-05-2023
- Datum uitspraak: 31-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:93
Klacht tegen huisarts. Verweerder, huisarts, heeft een melding gedaan bij de IGJ over het beroepsmatig handelen van klaagster, wijkverpleegkundige. Klaagster verwijt verweerder in deze tuchtzaak dat hij haar privacy en goede naam heeft geschonden door die melding te doen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:57 Hof van Discipline 's Gravenhage 230002
- Datum publicatie: 31-05-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:57
Artikel 13 beklag. Daags voor het verstrijken van de cassatietermijn heeft klager beklag ingesteld. De termijn om cassatie in te stellen is inmiddels verstreken. Dit betekent dat klagers doel – een rechtsmiddel instellen tegen deze beslissing – niet meer kan worden bereikt, zodat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos is geworden. Overigens is het hof met de deken, gelezen hebbende het procesadvies van de cassatieadvocaat, van oordeel dat de procedure die klager had willen voeren geen kans van slagen heeft. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1762
- Datum publicatie: 31-05-2023
- Datum uitspraak: 31-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:94
Klacht tegen psychiater. De klacht gaat over een pro Justitia-rapportage die is uitgebracht door de psychiater en een gz-psycholoog (eveneens aangeklaagd: C2022/1763). Klager verwijt de psychiater dat de rapportage niet goed is opgesteld en dat hij niet volgens de geldende richtlijnen heeft gehandeld. Meer specifiek stelt klager – onder meer – dat de psychiater niet zes uur met hem heeft gesproken, hij onvoldoende tijd en mogelijkheden heeft gekregen om het rapport in te zien en dat de PCL-R test niet goed is uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en verklaart de psychiater niet ontvankelijk in het incidenteel beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1763
- Datum publicatie: 31-05-2023
- Datum uitspraak: 31-05-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:95
Klacht tegen gz-psycholoog. De klacht gaat over een pro Justitia-rapportage die is uitgebracht door de gz-psycholoog en een psychiater (eveneens aangeklaagd: C2022/1762). Klager verwijt de gz psycholoog dat de rapportage niet goed is opgesteld en dat hij niet volgens de geldende richtlijnen heeft gehandeld. Meer specifiek stelt klager – onder meer – dat de psychiater niet twaalf uur met hem heeft gesproken, hij onvoldoende tijd en mogelijkheden heeft gekregen om het rapport in te zien en dat de PCL-R test niet goed is uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en verklaart de psychiater niet ontvankelijk in het incidenteel beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:53 Hof van Discipline 's Gravenhage 220099
- Datum publicatie: 31-05-2023
- Datum uitspraak: 14-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:53
Klacht over advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door a) tijdens een zitting zich op het standpunt te stellen dat hij asbestinventarisatierapporten niet kon verstrekken wegens privacy redenen; b) tijdens de bodemprocedure en het hoger beroep te liegen over het feit dat de verhuurder niet bekend was met het feit dat er in een asbestbuis is geboord en c) in de memorie van antwoord onwaarheden te verkondigen. De raad heeft de klachten ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. De civiele rechter heeft in twee instanties overwogen dat die rapporten niet van belang waren voor de beoordeling van de vorderingen die klager tegen de verhuurder had ingesteld. Het niet overleggen van die rapporten door verweerder kan hem tuchtrechtelijk dan ook niet verweten worden. Van het tuchtrechtelijk verwijtbaar spreken van onwaarheden is geen sprake. Evenmin is uit de stukken gebleken dat verweerder tegen beter weten in heeft beweerd dat de verhuurder niet bekend was dat er in een asbesthoudende buis was geboord en/of dat verweerder in de memorie van antwoord onwaarheden heeft verkondigd.Wrakingsverzoek tijdens de zitting buiten behandeling gelaten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/4771
- Datum publicatie: 30-05-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:112
Klacht tegen huisarts. Klagers zijn een echtpaar. Zij zijn van mening dat de huisarts, eigenaar van een apotheekhoudende huisartsenpraktijk, hen in 2021 onheus heeft bejegend. Het begon met een telefonisch meningsverschil tussen klaagster en de apothekersassistente (hierna: de assistente) over het verkrijgen van medicatie waar wel of niet een recept voor zou zijn. De medicatie is vervolgens op recept verstrekt aan klager die de medicatie kwam halen. In de praktijk ontstond een onprettig gesprek tussen klager en de assistente. Een paar dagen later kwam de huisarts langs bij klagers naar aanleiding van het voorval. Ook dit gesprek verliep onprettig. De huisarts beëindigde aan het einde van dat gesprek de behandelrelatie met klager. Klaagster heeft hierop zelf ook de behandelrelatie beëindigd. Klagers verwijten de huisarts onheuse bejegening en eenzijdige beëindigen van de behandelrelatie met klager. Het college is van oordeel dat de klacht gegrond is. De huisarts krijgt hiervoor een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5024
- Datum publicatie: 30-05-2023
- Datum uitspraak: 30-05-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:140
Voorzittersbeslissing tegen een verpleegkundige. Zij heeft ook een BIG-registratie als physician assistant. Zij is werkzaam als seksuoloog en verricht haar werkzaamheden als seksuoloog niet in de hoedanigheid van verpleegkundige. Dit blijkt uit de feitelijke werkzaamheden. Ook heeft zij zich tegenover klager enkel als physician assistant gepresenteerd. Er zijn geen aanwijzingen dat zij als verpleegkundige is opgetreden. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4400
- Datum publicatie: 30-05-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:119
Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. De klacht gaat over de behandeling van klaagsters moeder, die op 79-jarige leeftijd is overleden in het ziekenhuis waar de internist werkzaam is. Hij was bij de behandeling van patiënte betrokken. Klaagster verwijt verweerder dat hij het welzijn en leven van patiënte in gevaar heeft gebracht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5044
- Datum publicatie: 30-05-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:113
Klacht tegen gz-psycholoog/psychotherapeut gegrond. Klaagster was bij verweerster in behandeling. Omdat verweerster tijdens de behandeling concludeerde dat behandeling door een meer gespecialiseerde instelling beter zou zijn voor klaagster, is door klaagster en verweerster in gezamenlijk overleg besloten dat de behandeling zou worden beëindigd en dat verweerster klaagster zou verwijzen naar een GGZ-instelling. De klacht gaat over de (niet tijdige) verwijzing door verweerster en hoe er naderhand met het vervolgtraject is omgegaan. De klacht is gegrond. Vaststaat dat de rapportage voor verwijzing niet naar de huisarts is verzonden. Het college constateert dat de procedures in de praktijk van verweerster hieromtrent onvoldoende zorgvuldig waren. Klaagster kwam er zelf zo’n zes maanden later achter dat de rapportage niet was verzonden. Verweerster had het dossier van klaagster gesloten voordat de rapportage gereed was en heeft, in verband met de overgang naar een nieuw systeem, het dossier van klaagster niet meegenomen naar het nieuwe systeem. Verweerster heeft niet toegezien op de juiste uitvoering van het administratief afronden van de behandeling. Dit kan haar verweten worden. Daarnaast heeft verweerster zich in het vervolgtraject onvoldoende professioneel opgesteld. Het college legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:49 Hof van Discipline 's Gravenhage 220293
- Datum publicatie: 30-05-2023
- Datum uitspraak: 03-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:49
Artikel 13 beklag. Het hof leidt uit de stukken af dat klager een procedure bij de kantonrechter is gestart die betrekking heeft op een huurkwestie. De deken heeft in dat verband terecht aangevoerd dat voor een procedure bij de kantonrechter geen sprake van is verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4669
- Datum publicatie: 30-05-2023
- Datum uitspraak: 23-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:120
Klacht tegen arts kennelijk ongegrond. Aannemelijk is dat de arts zelf wel zijn naam onder het advies heeft vermeld. Op dit advies – waarbij de arts de opdracht aan de opdrachtgever teruggeeft – is het correctie- en blokkeringsrecht niet van toepassing. Klager hoefde daarvoor ook geen toestemming te worden gevraagd. De arts heeft de opdracht onder deze omstandigheden terug mogen geven en heeft de opdrachtgever dat terecht laten weten. Het verwijt dat sprake is van misbruik van recht en belangensverstrengeling is door klager niet onderbouwd. Dat klachtonderdeel is kennelijk-niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4395
- Datum publicatie: 30-05-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:114
Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. De klacht gaat over de behandeling van klaagsters moeder, die op 79-jarige leeftijd is overleden in het ziekenhuis waar de internist werkzaam is. Hij was bij de behandeling van patiënte betrokken. Klaagster verwijt verweerder zware nalatigheid op verschillende momenten in de zorg voor patiënte.
-
ECLI:NL:TAHVD:2023:50 Hof van Discipline 's Gravenhage 220294
- Datum publicatie: 30-05-2023
- Datum uitspraak: 03-04-2023
- ECLI:NL:TAHVD:2023:50
Artikel 13 beklag. Het hof leidt uit de stukken af dat klager een procedure bij de kantonrechter is gestart die betrekking heeft op een arbeidsrechtelijke kwestie. De deken heeft in dat verband terecht aangevoerd dat voor een procedure bij de kantonrechter geen sprake van is verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3899
- Datum publicatie: 30-05-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:121
Klacht tegen psychotherapeut gegrond. De psychotherapeut is de vader van klaagsters ex-partner en de grootvader van klaagsters kinderen. De klacht gaat over e-mailberichten die de psychotherapeut aan verschillende instanties heeft gestuurd over huiselijk geweld dat zou zijn gepleegd door klaagster, over de situatie tussen klaagster, haar ex-partner en de kinderen en over klaagsters medische toestand. De psychotherapeut stuurde deze berichten in de hoedanigheid van grootvader en psychotherapeut. Volgens klaagster heeft de psychotherapeut, terwijl sprake was van een privésituatie, zijn titel misbruikt. Naar het oordeel van het college valt het handelen van de psychotherapeut onder de tweede tuchtnorm en is klaagster ontvankelijk in haar klacht. Het college verklaart de klacht gegrond. De psychotherapeut heeft zijn titel bewust ingezet, met als beoogd gevolg dat daaraan door de instanties een grotere waarde zou worden toegekend dan wanneer hij zich uitsluitend als grootvader zou hebben gepresenteerd. De psychotherapeut had onvoldoende oog voor wat de schadelijke impact hiervan zou kunnen zijn. De psychotherapeut had zich alleen moeten presenteren als bezorgd familielid en zich moeten onthouden van medische kwalificaties die hij gewicht gaf met de herhaalde verwijzing naar zijn medische beroep, zijn opleiding en ervaring. Door anders te handelen, heeft hij de belangen van klaagster geschaad. Door de manier waarop hij de instanties met gebruikmaking van zijn beroepstitel heeft proberen te beïnvloeden, heeft de psychotherapeut daarnaast het vertrouwen in de beroepsgroep geschaad. Het handelen van de psychotherapeut is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Wat betreft de op te leggen maatregel is het college niet overtuigd geraakt dat de psychotherapeut, zoals hij ter zitting heeft aangegeven, bij een eventuele volgende melding zal afzien van het gebruik van zijn beroepstitel of verwijzing naar zijn kennis en ervaring als psychotherapeut. Gelet hierop is naar het oordeel van het college een maatregel aangewezen die gericht is op preventie, die de psychotherapeut ervan zal afhouden ten onrechte van zijn titel of hoedanigheid van psychotherapeut gebruik te maken. Aan de psychotherapeut wordt daarom een voorwaardelijke schorsing van twee maanden opgelegd met een proeftijd van twee jaar, waaraan de voorwaarde wordt verbonden dat hij zich niet nogmaals schuldig maakt aan soortgelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4396
- Datum publicatie: 30-05-2023
- Datum uitspraak: 26-05-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:115
Klacht tegen arts-assistent interne geneeskunde kennelijk ongegrond. De klacht gaat over de behandeling van klaagsters moeder, die op 79-jarige leeftijd is overleden in het ziekenhuis waar de arts-assistent werkzaam is. Verweerster was bij de behandeling van patiënte betrokken. Klaagster verwijt verweerster zware nalatigheid op verschillende momenten in de zorg voor patiënte.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 169
- Pagina: 170
- Pagina: 171
- ...
- Pagina: 968
- Volgende pagina zoekresultaten