Zoekresultaten 761-780 van de 48227 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:165 Hof van Discipline 's Gravenhage 260167
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 28-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:165
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46 c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in een lopend klachtonderzoek van een deken, waartoe het hof overigens ook geen wettelijke bevoegdheid heeft. Evenmin is het klachtrecht bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het hanteren van termijnen).
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:124 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-267/AL/MN
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:124
Voorzittersbeslissing over de eigen advocaat in een letselschadeclaim. Naar het oordeel van de voorzitter is verweerster op zorgvuldige wijze voor klager opgetreden. Verweerster was bij haar handelen beperkt door het juridisch kader van een letselschadezaak. Niettemin heeft zij de van klager ontvangen berichten op zijn verzoek ook aan de wederpartij, medisch adviseur en deskundige verstrekt. Vast staat dat die informatie van klager door de deskundige ook in zijn beoordeling is betrokken. Toen verweerster bemerkte dat klager en zij uiteenlopende visies op de wijze van aanpak van de zaak kregen, heeft zij klager gewezen op de mogelijkheid om een second opinion via DAS te vragen. Gezien de stand van zaken in het dossier, de constatering van verweerster dat zij - anders dan klager - geen redelijke kans van slagen meer zag, kon verweerster niet anders dan besluiten om met haar werkzaamheden in de zaak van klager te stoppen. Dat heeft zij naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gedaan door klager tijdig en duidelijk te wijzen op de ophanden zijnde verjaring en zijn mogelijkheden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8918
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 27-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:74
Klacht tegen bedrijfsarts deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk van onvoldoende gewicht. Klager maakt de bedrijfsarts verschillende verwijten over de consulten en het door haar gegeven advies. De klacht is deels kennelijk van onvoldoende gewicht, voor zover de bedrijfsarts in een periodieke evaluatie (die tevens naar de werkgever is gestuurd) heeft omschreven dat klager boos van het consult is vertrokken. Weliswaar is deze omschrijving op zichzelf klachtwaardig te achten, echter de bedrijfsarts heeft zich, direct nadat klager nog diezelfde dag zijn onvrede hierover kenbaar had gemaakt, rekenschap gegeven van deze foutieve vermelding, dit direct adequaat gewijzigd en de aangepaste versie aan zowel klager als de werkgever gestuurd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:121 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-126/AL/GLD
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:121
Voorzittersbeslissing. De klacht van een derde wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:122 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-183/AL/NN
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:122
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:123 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-198/AL/MN
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:123
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:62 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-257/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:62
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Voor zover de klacht betrekking heeft op schending van de AVG is de raad niet bevoegd. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder feiten heeft gesteld waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat hij zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8994
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:123
Klaagster is deels kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht en de klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster vindt dat de behandelend psychotherapeut van haar ex-partner door ernstig en herhaaldelijk onprofessioneel handelen haar veiligheid en welzijn en dat van haar 6-jarige dochter in gevaar heeft gebracht. Voor zover klaagster klaagt over handelingen in het kader van de behandeling van haar ex-partner, is zij niet-ontvankelijk. In de klachtonderdelen over het handelen van de psychotherapeut jegens klaagster als naaste, is zij wel ontvankelijk. Die klachtonderdelen verklaart het college kennelijk ongegrond.Zie ook: A2025/8691 (verweerder in hoedanigheid van psychiater).
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9054
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:73
Klacht tegen een arts gegrond. In juni 2021 ontving de inspectie een ontslagmelding van de werkgever van de arts. Hij had (wetenschappelijk) onderzoek verricht op een aantal patiënten zonder de hierbij behorende waarborgen in acht te nemen. De inspectie besloot vervolgens een tuchtklacht in te dienen. Het college legt de maatregel van een berisping op en weegt daarbij mee dat de arts op meerdere punten tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en extra zorgvuldigheid had moeten betrachten bij deze kwetsbare groep patiënten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:63 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-258/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:63
Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. Voor zover de klacht strafrechtelijke kwalificaties bevat is de raad niet bevoegd. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder feiten heeft gesteld waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:64 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-256/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:64
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in de hoedanigheid van deken. De voorzitter stelt vast dat de klacht ziet op optreden van verweerster in de periode van 7 juni 2021 tot 17 maart 2022. De voorzitter overweegt dat klaagster, die al ruim 25 jaar werkzaam is als advocaat, bekend mag worden verondersteld met de wettelijke regeling van de vervaltermijnen voor tuchtklachten. Klaagster heeft zich bij brief van 2 mei 2025, derhalve na het verstrijken van de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde termijn, met een klacht over verweerster tot het Hof van Discipline gewend. Niet is gebleken dat klaagster niet eerder dan op 2 mei 2025 heeft kunnen klagen. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is geen sprake. Dat sprake zou zijn van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie is voorts evenmin gebleken. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8737
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:119
Klager verwijt de psychiater dat zij verkeerde medicatie heeft voorgeschreven en dat zij geen afbouwschema hanteerde toen zij de medicatie had aangepast. De psychiater heeft zich vergist bij het voorschrijven van het antipsychoticum en dit direct hersteld door alsnog het afgesproken antipsychoticum voor te schrijven. De psychiater toegelicht dat klager in crisis was en moest starten met een antipsychoticum. Welk middel het uiteindelijk zou worden, was minder relevant. Het college acht de vergissing niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Volgens het college heeft de psychiater, toen zij dit opmerkte, adequaat gehandeld. Ook de rest van de klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9031
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:120
De ex-partner van klaagster is enige tijd in behandeling geweest bij een arts in opleiding tot specialist (aios) psychiatrie en verweerder - een psychiater - als zijn supervisor. Tijdens deze opname heeft de aios – die toen net drie maanden als aios aan het werk was – een melding gedaan bij Veilig Thuis omdat er zorgen waren over de dynamiek tussen klaagster en haar ex-partner en de gevolgen daarvan voor het opvoedklimaat voor hun minderjarige kinderen. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat deze melding onzorgvuldig en onjuist is geweest. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond. Volgens het college voldoet de melding niet aan de eisen van zorgvuldigheid zoals bedoeld in de KNMG-meldcode kindermishandeling. De psychiater had zich, als supervisor, ervan moeten vergewissen dat de melding aan de eisen van zorgvuldigheid beantwoordde voordat deze aan Veilig Thuis werd gestuurd. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de psychiater een waarschuwing op.Zie ook: A2025/9033 (zaak tegen aios).
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9033
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:121
De ex-partner van klaagster is enige tijd in behandeling geweest bij een arts in opleiding tot specialist (aios / verweerder) psychiatrie en een psychiater, zijn supervisor. Tijdens deze opname heeft de aios – die toen net drie maanden als aios aan het werk was – een melding gedaan bij Veilig Thuis omdat er zorgen waren over de dynamiek tussen klaagster en haar ex-partner en de gevolgen daarvan voor het opvoedklimaat voor hun minderjarige kinderen. Klaagster verwijt de aios onder meer dat deze melding onzorgvuldig en onjuist is geweest. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond. Volgens het college voldoet de melding niet aan de eisen van zorgvuldigheid zoals bedoeld in de KNMG-meldcode kindermishandeling. De aios had de melding bovendien aan zijn supervisor moeten voorleggen, voordat hij deze aan Veilig Thuis stuurde. Van een arts die een melding doet bij Veilig Thuis mag verlangd worden dat deze een grote mate van zorgvuldigheid betracht. Het college houdt er rekening mee dat de aios nog maar kort in opleiding was en legt een waarschuwing op.Zie ook: A2025/9031 (zaak tegen supervisor van aios).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:107 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2025/2982
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:107
Klacht tegen een huisarts. Klager had medio 2023 telefonisch contact met de huisarts vanwege pijnklachten rond zijn linkerschouder. De huisarts ging uit van een slijmbeursontsteking. Enkele weken later bleek dat klager een ontsteking aan zijn hartklep had. Klager verwijt de huisarts dat zij hem geen fysiek consult heeft aangeboden en onvoldoende naar hem heeft geluisterd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen a), b) en c) gegrond en legt aan de huisarts een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege komt tot een ander oordeel dan het Regionaal Tuchtcollege en verklaart de klachtonderdelen a), b) en c) alsnog ongegrond. De aan de huisarts opgelegde waarschuwing komt daarmee te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8691
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:122
Klaagster is deels kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht en de klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster vindt dat de behandelend psychiater van haar ex-partner door ernstig en herhaaldelijk onprofessioneel handelen haar veiligheid en welzijn en dat van haar 6-jarige dochter in gevaar heeft gebracht. Voor zover klaagster klaagt over handelingen in het kader van de behandeling van haar ex-partner, is zij niet-ontvankelijk. In de klachtonderdelen over het handelen van de psychiater jegens klaagster als naaste, is zij wel ontvankelijk. Die klachtonderdelen verklaart het college kennelijk ongegrond.Zie ook: A2025/8994 (verweerder in hoedanigheid van psychotherapeut).
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:162 Hof van Discipline 's Gravenhage 260040
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:162
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat verzocht voor een huurgeschil. Zoals de deken terecht heeft aangegeven, moeten huurgeschillen worden aangebracht bij de kantonrechter. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klager mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten. Nu op grond van artikel 13 Advocatenwet door de deken alleen een advocaat kan worden aangewezen in zaken waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven, dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, is het hof van oordeel dat de deken klagers verzoek om aanwijzing terecht heeft afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:105 Raad van Discipline Amsterdam 26-281/A/NH
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:105
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/26, 27 en 28
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:13
De kamer voor het notariaat Den Haag heeft een tegen haar wrakingskamer gericht wrakingsverzoek op grond van artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat ter behandeling doorgeleid naar de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch.De wrakingskamer van de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch heeft het vervolgens tegen haar gerichte wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld, omdat de verzoeker evident misbruik maakt van het wrakingsinstrument, met het kennelijke doel de voortgang van de procedure te frustreren. Om die reden heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch ook bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van haar tuchtrechters niet meer in behandeling zal worden genomen.Het tegen de wrakingskamer Den Haag gerichte wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. Verder heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch bepaald dat ook een volgend wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer Den Haag niet meer in behandeling zal worden genomen wegens misbruik van dit middel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:163 Hof van Discipline 's Gravenhage 260008
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:163
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Verweerder is bij beslissing van de raad van 8 december geschorst in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat op grond van artikel 60ab lid 1 Advocatenwet. De raad heeft daarbij de termijn als bedoeld in artikel 60ab lid 5 Advocatenwet (indienen dekenbezwaar) op zes weken bepaald. Verweerder heeft zich op 18 december 2025 uitgeschreven als advocaat. De deken heeft daarop besloten om geen dekenbezwaar in te dienen. Uit artikel 60ab lid 5 Advocatenwet volgt dat de schorsing na de termijn van zes weken van rechtswege vervalt als niet binnen die termijn een dekenbezwaar is ingediend. Nu dat niet is gebeurd, is de aan verweerder opgelegde schorsing in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat komen te vervallen. Gelet hierop heeft verweerder geen belang meer bij een beoordeling van de beslissing van de raad.