Zoekresultaten 1781-1800 van de 48350 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9011
- Datum publicatie: 04-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:21
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen kno-arts. Klager verwijt de kno-arts dat hij een chip in zijn neus heeft geplaatst. Dat op de overlegde röntgenfoto’s de geplaatste chip te zien is heeft klager niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld door een verklaring van een onafhankelijk arts. Zonder zo’n verklaring kan niet worden vastgesteld dat op de röntgenfoto’s daadwerkelijk de chip te zien is. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:32 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-491/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:32
Raadbeslissing. Klacht tegen verweerder in hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder heeft zonder een goede reden pas na een half jaar opvolging gegeven aan de klacht van klaagster. Klacht in zoverre gegrond, voor het overige ongegrond. Geen maatregel. Tijdens de zitting van de raad heeft verweerder erkend dat de rol van klachtenfunctionaris niet bij hem past een aangegeven dat hij naar aanleiding van de onderhavige klacht deze taak heeft neergelegd. Vanwege dit inzicht in zijn functioneren en het feit dat hij de consequenties daarvan heeft aanvaard, in combinatie met de geringe overtreding van de tuchtrechtelijke norm, voert het te ver om verweerder een maatregel op te leggen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:33 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-492/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:33
Raadbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De raad is op grond van de overgelegde stuken niet gebleken dat tussen klaagster en verweerder een maximumbedrag of een maximum aantal uren is afgesproken. Ook heeft de raad op grond van de stukken niet kunnen vaststellen dat sprake is van excessief declareren. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:34 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-498/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:34
Al met al is de raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetsgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:35 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-499/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:35
Al met al is de raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetsgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:29 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-340/AL/NN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:29
De raad is van oordeel dat de voorzitter in de voorzittersbeslissing de juiste maatstaf heeft gehanteerd. Verder heeft de voorzitter naar het oordeel van de raad rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Dat de voorzitter bij de weging daarvan tot een ander oordeel is gekomen dan klager zou wensen maakt dat niet anders. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Het verzetschrift laat zich voor het overige lezen als een herhaling van de klacht en een betoog dat de voorzitter tot een ander oordeel had moeten komen. Het standpunt van klager dat relevante jurisprudentie daarbij is genegeerd is daarbij te weinig onderbouwd. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:36 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-581/AL/NN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:36
Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:30 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-361/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:30
Niet valt in te zien dat het al dan niet klachtwaardig handelen van verweerder afhankelijk zou zijn van het inhoudelijk oordeel van de rechter in hoger beroep in de onderliggende gerechtelijke procedure over een al dan niet terecht gelegd beslag of de aansprakelijkstelling van klager in zijn rol als bestuurder. Kennelijk wilde klager de uitkomst van die procedure afwachten om zijn klacht wat extra gewicht mee te kunnen geven indien de uitspraak een bepaalde kant op zou gaan. Verder is de driejaarstermijn uit artikel 46g van de Advocatenwet is een harde termijn. Enkel voor die gevallen als genoemd in het betreffende wetsartikel kan sprake zijn van een verschoonbare termijnoverschrijding. De overweging om de klachtprocedure te starten op een voor klager geschikt moment vanwege efficiency overwegingen levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:37 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-597/AL/OV
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:37
Raadsbeslissing. Verweerder heeft niet alleen verzuimd om de beschikking betreffende de scheiding van tafel en bed in te schrijven in de daartoe bestemde registers, maar de werkwijze van verweerder was daar ook niet op ingericht. Hij droeg zelf niet de zorg voor de inschrijving en controleerde ook niet of iemand anders de beschikking had ingeschreven. Ook de houding van verweerder richting klaagster toen zij zich bij hem meldde omdat zij zich door dit verzuim geconfronteerd zag met een mogelijke claim van de Belastingdienst merkt de raad aan als een strafverzwarende omstandigheid. Verweerder liet klaagster in de kou staan door haar naar de mediator te verwijzen in plaats van met alle mogelijke middelen zijn fout ongedaan te maken. Ook op de onderhavige klacht heeft verweerder niet adequaat gereageerd. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:31 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-466/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:31
Klaagster beklaagt zich over de met verweerder gemaakte (financiële) afspraken en zijn weigering om met haar Amerikaanse advocaat te overleggen en haar dossier aan haar opvolgend advocaat af te geven. Naar het oordeel van de raad treft verweerder geen enkel tuchtrechtelijk verwijt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:38 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-843/AL/MN
- Datum publicatie: 03-02-2026
- Datum uitspraak: 03-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:38
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-850/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:27
Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij haar optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:28 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-828/AL/NN
- Datum publicatie: 02-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:28
De voorzitter heeft in de voorzittersbeslissing ook beslist op het door klager aangedragen punt, zij het niet zo uitvoerig als klager kennelijk had gewild. Klager kan dit in de onderhavige klacht, op grond van het ne bis in idem-beginsel, dan ook niet nogmaals onderdeel van de klacht laten zijn. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:33 Hof van Discipline 's Gravenhage 250408
- Datum publicatie: 02-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:33
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Evenals de rechtbank in eerste aanleg heeft ook het gerechtshof geoordeeld dat de vordering tot schadevergoeding van klager is verjaard als gevolg waarvan klager volgens het gerechtshof geen belang meer heeft bij de gevorderde verklaring voor recht omdat deze strekt tot het verkrijgen van schadevergoeding. Klager heeft niet bestreden dat hij geen cassatie heeft ingesteld tegen het arrest van 10 juni 2025. Daarmee staat vast dat het arrest onherroepelijk is geworden en heeft de uitspraak in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht (artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Het hof is met de deken van oordeel dat het aanhangig maken van een nieuwe procedure tegen dezelfde partij over feitelijk dezelfde kwestie geen redelijke kans van slagen heeft.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:34 Hof van Discipline 's Gravenhage 250179
- Datum publicatie: 02-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:34
Het betreft hier een hoger beroep van verweerder. Klaagster is advocaat van een huurder, verweerder van een verhuurder. De huur wordt beëindigd omdat het gehuurde wordt verkocht. Huurder en verhuurder spreken af dat de huurder het pand zal verlaten en dat de verhuurder een vergoeding zal betalen, na ontvangst van de koopsom. In deze zaak ligt de vraag voor of verweerder zich in relatie tot klaagster bij de afwikkeling van de gemaakte afspraken onwelwillend heeft opgesteld. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat klaagster verweerder terecht heeft verweten dat hij zich in relatie tot haar onwelwillend heeft opgesteld en heeft verweerder hiervoor een berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar ziet aanleiding een fors zwaardere maatregel op te leggen dan de raad, te weten een onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9002
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:31
Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De neuroloog heeft klager beoordeeld in het kader van een CBR-keuring van de rijvaardigheid van klager. Voor het college is te volgen dat de neuroloog op grond van de medische gegevens van klager aannemelijk heeft geacht dat sprake is geweest van meerdere epileptische aanvallen. Vanwege de door klager aan de behandelend neuroloog beschreven déjà vues is de neuroloog ervan uitgegaan dat klager eerder insulten had gehad. De neuroloog hoeft voor een keuring geen diagnose te stellen, maar kan volstaan met voldoende verdenking op een neurologische oorzaak. Het rapport is kort, maar voldoet aan de eisen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:26 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-573/AL/MN
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:26
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:29 Hof van Discipline 's Gravenhage 250323
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:29
Verzet na afwijzende verwijzing niet-ontvankelijk. Uit de ingebrachte verklaringen van klager blijkt niet dat klager gedurende de verzettermijn niet in staat was om een verzetschrift in te dienen. Klager heeft in de periode waarin verzet kon worden ingesteld bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aangewend (naar het hof begrijpt onder meer tegen de afwijzende beslissing van verweerder 1 van 3 oktober 2025 op het bezwaarschrift van klager) en klager heeft de acht data (in de periode 9 oktober 2025 tot en met 23 oktober 2025) en achttien tijdstippen op deze data waarop hij volgens verweerders stukken heeft ingediend in de bestuursrechtelijke procedures niet weersproken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9104
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:32
Voorzittersbeslissing. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Klaagster is student verpleegkunde in opleiding (MBO niveau 4) en heeft een klacht ingediend tegen de verpleegkundige bij wie zij haar praktijkstage heeft gelopen. Zij klaagt over de totstandkoming en inhoud van de beoordeling van haar praktijkstage. De klacht valt niet onder de eerste tuchtnorm. Ook niet onder de tweede tuchtnorm omdat het handelen geen weerslag op de individuele gezondheidszorg heeft. Klaagster kennelijk niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:30 Hof van Discipline 's Gravenhage 250317
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:30
Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Deze heeft de juiste maatstaf gehanteerd en niet is gebleken dat hij van onjuiste of onvolledige feiten is uitgegaan. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. Het hof is niet gebleken dat verweerder zich in de behandeling van de klacht van klager over de deken heeft uitgelaten of gedragen op de wijze zoals klager in zijn verzet aanvoert. Verweerder heeft de klacht onderzocht en daarover een dekenstandpunt gegeven, waarna klager zijn klacht ter beslissing heeft laten voorleggen aan de raad van discipline ’s-Hertogenbosch waar nog een verzetprocedure loopt. In die procedure kan klager ook ingaan op het dekenstandpunt van verweerder en wat daarin volgens klager niet juist is.