ECLI:NL:TAHVD:2026:29 Hof van Discipline 's Gravenhage 250323
| ECLI: | ECLI:NL:TAHVD:2026:29 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 30-01-2026 |
| Datum publicatie: | 30-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | 250323 |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Verzet na afwijzende verwijzing niet-ontvankelijk. Uit de ingebrachte verklaringen van klager blijkt niet dat klager gedurende de verzettermijn niet in staat was om een verzetschrift in te dienen. Klager heeft in de periode waarin verzet kon worden ingesteld bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aangewend (naar het hof begrijpt onder meer tegen de afwijzende beslissing van verweerder 1 van 3 oktober 2025 op het bezwaarschrift van klager) en klager heeft de acht data (in de periode 9 oktober 2025 tot en met 23 oktober 2025) en achttien tijdstippen op deze data waarop hij volgens verweerders stukken heeft ingediend in de bestuursrechtelijke procedures niet weersproken. |
Beslissing van 30 januari 2026
in de zaak 250323
naar aanleiding van het verzet
tegen de beslissing van de voorzitter van het hof
van 9 oktober 2025 in de klacht van:
klager
tegen:
verweerder 1
verweerder 2
verweerder 3
1 DE PROCEDURE
1.1 Met de beslissing van 9 oktober 2025 heeft de voorzitter van het hof het verzoek van klager tot verwijzing van de klacht tegen verweerders afgewezen. Deze beslissing is onder ECLI:NL:TAHVD:2025:191 op tuchtrecht.nl gepubliceerd.
1.2 Het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter is op 25 oktober 2025 ontvangen op de griffie van het hof. Behalve het verzetschrift bevat het dossier de stukken die in verband met het verwijzingsverzoek aan het hof zijn verstrekt. Het dossier bevat daarnaast:
- het verweer
- repliek
- dupliek.
1.3 Het hof heeft het verzet behandeld in raadkamer.
2 DE VERZENDING VAN DE BESLISSING
2.1 De beslissing is op 9 oktober 2025 per aangetekende e-mail naar partijen gestuurd.
Voor verzending aan klager is daarbij gebruik gemaakt van [e-mailadres klager].
2.2 Uit het zogenaamde statusoverzicht aangetekende mail blijkt dat de e-mail van het hof met daarin de aankondiging van de beslissing op 9 oktober 2025 om 12.21 uur aan klager is verzonden, om 12.22 uur is afgeleverd en om 12.51 uur is de beslissing door klager opgevraagd. Deze beslissing is vervolgens om 12.51 uur aan klager verstuurd en om 12.52 uur afgeleverd.
3 BEOORDELING
3.1 Binnen veertien dagen na de verzending van de beslissing kan verzet tegen die beslissing worden ingesteld. Klager was daarvan op de hoogte, althans had daarvan op de hoogte kunnen zijn, omdat de termijn van verzet onderaan de beslissing van 9 oktober 2025 is vermeld.
3.2 De beslissing is verzonden op 9 oktober 2025. Dit betekent dat de termijn van verzet liep tot en met 23 oktober 2025. Het hof heeft het verzetschrift met bijlagen van klager in gedeelten ontvangen op 25 oktober 2025 om 10.44 uur, 10.50 uur, 11.12 uur, 11.19 uur en 12.44 uur.
3.3 Klager heeft in zijn e-mail van 25 oktober 2025 (10.50 uur) geschreven:
“Door mijn medische en sociale omstandigheden (dakloosheid, hartklachten en PTSS) heb ik het verzetschrift pas op het laatste moment kunnen afronden. Ik verzoek u daarom vriendelijk dit verzet als tijdig en ontvankelijk te beschouwen gelet op deze overmachtssituatie en het fundamentele recht op toegang tot de rechter (artikel 6 EVRM)”.
3.4 Verweerders hebben aangevoerd dat klager in de periode rond en op 23 oktober 2025 in andere lopende zaken tussen partijen stukken heeft ingediend. Hetgeen klager heeft aangevoerd over de termijnoverschrijding kan hem daarom niet baten, aldus verweerders.
3.5 Klager heeft in reactie hierop aangevoerd dat hij zich in de verzettermijn (10-23 oktober 2025) in een acute medische en maatschappelijke crisis bevond die objectief is vastgesteld door twee onafhankelijke overheidsinstanties: GGD Flevoland en Kwintes Bemoeizorg.
3.6 De stellingen van klager, hoezeer invoelbaar, kunnen volgens het hof niet leiden tot de conclusie dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het hof licht dit als volgt toe.
3.7 Het hof stelt voorop dat het hiervoor onder 2.1 genoemde e-mailadres correct is; het is het e-mailadres dat klager heeft gebruikt in zijn correspondentie met de deken en het hof. Uit de verklaringen van GGD Flevoland en Kwintes Bemoeizorg blijkt niet dat klager gedurende de verzettermijn niet in staat was om een verzetschrift in te dienen.
3.8 Klager heeft in de periode waarin verzet kon worden ingesteld bestuursrechtelijke
rechtsmiddelen aangewend (naar het hof begrijpt onder meer tegen de afwijzende beslissing
van verweerder 1 van 3 oktober 2025 op het bezwaarschrift van klager). Klager heeft
de acht data (in de periode 9 oktober 2025 tot en met 23 oktober 2025) en achttien
tijdstippen op deze data waarop hij volgens verweerders stukken heeft ingediend in
de bestuursrechtelijke procedures niet weersproken. Ten slotte is aan klager door
verweerder 1 bij aanwijzingsbesluit van 17 juli 2025 een advocaat aangewezen op grond
van artikel 13 Advocatenwet zodat klager niet verstoken is geweest van rechtsbijstand.
De omstandigheid dat klager zich niet kan vinden in de omschrijving van de aanwijzing
maakt dit niet anders en valt ook buiten het bereik van deze verzetprocedure.
In het licht van deze voornoemde feiten acht het hof niet aannemelijk dat klager
niet tijdig verzet had kunnen instellen.
3.9 Het hof komt dan ook tot de slotsom dat klager niet in zijn verzet kan worden
ontvangen.
4 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
verklaart het verzet van klager niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is genomen door mr. drs. P. Fortuin, plaatsvervangend voorzitter, mrs. V. Wolting en A. Groenendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.P.D. van Grondelle, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.
griffier voorzitter
De beslissing is verzonden op 30 januari 2026.