Zoekresultaten 641-650 van de 15426 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2852
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:33
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is moeder van twee kinderen. Klaagster en de vader van de kinderen zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. De huisarts van de vader (verweerster) heeft schriftelijke informatie verstrekt die door de vader in de echtscheidingsprocedure is ingediend. Ook heeft de huisarts in het kader van een raadsonderzoek informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming. Klaagster verwijt de huisarts dat zij: a) haar beroepsgeheim op meerdere vlakken heeft geschonden door het verstrekken van informatie over klaagster; b) de vader en zijn broer heeft aangezet tot het doen van een valse anonieme melding bij Veilig Thuis; c) zich onprofessioneel heeft uitgelaten in haar rapportages door haar eigen emoties en gedragingen te benoemen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen a) en c) gegrond, klachtonderdeel b) ongegrond en legt de huisarts de maatregel op van berisping. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts, dat uitsluitend ziet op de zwaarte van de opgelegde maatregel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2811
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:27
Gegrond verzet. Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De moeder van klaagster is in 2020 overleden. Klaagster klaagt over de wijze waarop de specialist ouderengeneeskunde haar moeder heeft behandeld. Daarnaast klaagt zij erover dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de zorg aan haar moeder en dat zij onheus is bejegend. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster deels niet-ontvankelijk, omdat er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat het uitgangspunt dat klaagster met haar klachten de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt niet geldt. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af. Het Centraal Tuchtcollege komt op grond van de behandeling van het verzet tot het oordeel dat voor de beantwoording van de vraag of klaagster met haar klacht over de behandeling van haar moeder de wil van haar moeder vertegenwoordigt het noodzakelijk is om beide partijen hierover te horen. Dit betekent dat de voorzitter van het Centraal Tuchtcollege niet zonder partijen te horen tot het oordeel kon komen dat het beroep van klaagster niet zal leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege. Het verzet is gegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2751
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:34
Klager klaagt tegen de chirurg die bij hem een besnijdenis heeft uitgevoerd. Klager stelt dat er geen sprake is geweest van informed consent, dat de chirurg de operatie opzettelijk verkeerd heeft uitgevoerd, dat de chirurg grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond en dat de chirurg heeft gelogen over eerdere prestaties. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat de in eerste aanleg ongegrond verklaarde klachtonderdelen in beroep alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2822
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:28
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster is gedurende acht maanden onder begeleiding geweest van de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij op veel punten tekortgeschoten is in de begeleiding, waarbij hij haar onder andere onterecht heeft doorverwezen en haar privacy heeft geschonden. Daarnaast maakt klaagster de bedrijfsarts verwijten over zijn dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de bedrijfsarts een berisping opgelegd. De bedrijfsarts heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van berisping komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8262
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:34
Kennelijk ongegronde klacht tegen arts, die als medisch adviseur op verzoek van de verzekeraar van de wederpartij van klaagster een medisch advies heeft uitgebracht. Zowel inhoudelijk als voor wat betreft de wijze van totstandkoming voldoet het advies aan de daarvoor geldende eisen. Contact met klaagster was niet nodig, inzage- en blokkeringsrecht zijn niet van toepassing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8184
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:35
Arts in opleiding tot verzekeringsarts (AIOS) heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek uitgevoerd in het kader van de WIA en daarvan een rapportage opgemaakt. Haar praktijkbegeleider was bij het onderzoek aanwezig en haar mentor heeft het rapport medeondertekend. Klaagster beklaagt zich over de inhoud van het rapport. Hoewel de woordkeuze op onderdelen anders en neutraler had gekund, is de arts niet buiten haar bevoegdheid getreden. Dat het rapport niet alles benoemt wat klaagster heeft gezegd, maakt het rapport niet onjuist of onvolledig. Dat klaagster het met bepaalde informatie niet eens is, maak deze informatie ook niet onjuist. Hoewel het college zich kan voorstellen dat klaagster bepaalde passages in het rapport als onaangenaam en zelfs kwetsend heeft ervaren, heeft de arts met haar woordkeuze geen tuchtrechtelijke grenzen overschreden en is van een onheuse bejegening van klaagster door de arts geen sprake. De - neutrale en objectieve - constatering in het rapport dat nog behandeling mogelijk is, is niet tegenstrijdig met de formulering ‘medisch niet kansrijk’ in een ander rapport. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:30 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2941
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:30
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klager is vanaf juli 2019 tot medio januari 2020 onvrijwillig opgenomen geweest in een verpleeghuis, op een gesloten afdeling voor mensen met dementie in een verpleeghuis. De specialist ouderengeneeskunde was betrokken in haar rol van BOPZ-arts. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde onder meer dat het te lang duurde voordat hij een second opinion kreeg en dat zij hem veel eerder uit het verpleeghuis had moeten ontslaan. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8360
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:29
Ongegronde klacht tegen oogarts. Patiënt, klager, verwijt verweerster onbekwaam en onbevoegd een oog-laserbehandeling te hebben uitgevoerd. Volgens klager heeft verweerster zijn linkeroog blind gemaakt en klager in de val gelokt. Ook zou verweerster zich niet professioneel maar theatraal hebben gedragen. Verweerster heeft het college verzocht om klager (kennelijk) niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de klacht (kennelijk) ongegrond af te wijzen. College: kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8283
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:30
Ongegronde klacht tegen oogarts. Patiënt, klager, verwijt verweerder dat hij opzettelijk een valse en angstaanjagende diagnose glaucoom heeft gesteld. Later besprak verweerder deze diagnose niet meer met klager en vormde deze diagnose een aanzet voor de uitvoering van een plan om klager blind te laten worden zodat een curator het vermogen van klager kon plunderen, aldus klager. Verweerder heeft volgens klager ook een diagnose gemist en geen contact opgenomen met een oogarts in een oogkliniek. Verweerder heeft het college verzocht om de klacht (kennelijk) ongegrond te verklaren. College: kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2757
- Datum publicatie: 11-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:26
Klacht tegen een psychiater. Klaagster werd al langere tijd behandeld wegens psychiatrische problematiek. Zij is in april 2021 in behandeling gekomen bij een FACT-team. De psychiater is gedurende een aantal maanden de regiebehandelaar van klaagster geweest. Klaagster verwijt de psychiater dat hij haar niet heeft verwezen naar een andere instelling en dat hij ervoor heeft gezorgd dat er vertraging in haar behandeling is ontstaan. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over vertraging in de behandeling gegrond en legt de psychiater een berisping op. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn, zodat de maatregel van berisping komt te vervallen.