Zoekresultaten 9961-9970 van de 48216 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:204 Raad van Discipline Amsterdam 22-289/A/A

    Raadsbeslissing; Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Van het bewust verstrekken van onjuiste informatie - als er al sprake zou zijn van onjuiste informatie, hetgeen in dit tuchtrechtelijk geschil in het midden kan blijven - is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:236 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-253/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Twee klachtonderdelen zijn kennelijk niet-ontvankelijk, omdat klager daar geen eigen rechtstreeks belang bij heeft. De andere twee klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond. Op grond van het klachtdossier kan niet worden vastgesteld dat verweerster onnodig en onredelijk lang de tijd heeft genomen om op berichten van klagers advocaat te reageren en om de procedure bij de rechtbank op te starten. Verder is de door klager bedoelde uitspraak van verweerster een algemene opmerking over de door haar cliënt ervaren sfeer tijdens de mediation met klager en bevat deze geen concrete, inhoudelijke, informatie waarvoor de geheimhouding bij mediation bedoeld is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:144 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-260/DB/ZWB

    Klagers zijn in een 12 SV niet-ontvankelijk verklaard, omdat de dochter van klagers aangifte had moeten doen. Dat het gerechtshof, alles overwegende, tot de conclusie is gekomen dat het vanwege onvoldoende bewijs aan de zijde van klagers, ervoor moest worden gehouden dat de dochter van klagers eigenaar van de auto was en daarom door de dochter aangifte had moeten worden gedaan, valt de advocaat tuchtrechtelijk niet aan te rekenen.Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:230 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-415/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. De reactie van verweerder op het handelen van klager is begrijpelijk. Dat verweerder buitenproportioneel geweld heeft gebruik is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4664

    Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk tegen een kinderarts. Klager is de ex-partner van verweerster. Geen sprake van een behandelrelatie. Verder is niet aannemelijk geworden dat verweerster informatie in juridische procedures over de zorg voor de kinderen van partijen als arts heeft ingebracht; zij zal dit gedaan hebben in haar hoedanigheid van echtgenote en moeder. Er zijn geen aanwijzingen dat zij zich heeft gepresenteerd als arts. Dit is dan ook geen zaak voor de tuchtrechter. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:145 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-259/DB/ZWB

    Advocaat heeft tweemaal een beroepstermijn laten verstrijken en vervolgens onvoldoende nazorg jegens klager betracht. Klacht gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:231 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-401/AL/MN

    Voorzittersbeslissing, Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat het door verweerder bereikte onderhandelingsresultaat en het advies om het schikkingsvoorstel te accepteren ondermaats is. Ook is niet gebleken dat klaagster door verweerder onder druk is gezet om het voorstel te accepteren. Dat verweerder niet respectvol met klaagster heeft gecommuniceerd is niet komen vast te staan.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3806

    Klaagster was thuis gevallen. In het ziekenhuis werd na onderzoek geen fractuur gezien. Klaagster verbleef vervolgens in een tehuis voor revalidatie, alwaar de SO werkzaam is. Klaagster hield pijnklachten. Na twaalf dagen heeft de SO klaagster naar het ziekenhuis verwezen. Op basis van een nieuwe röntgenfoto bleek dat alsnog sprake was van een heupfractuur. Klaagster verwijt de SO dat zij 1) de pijnklachten van klaagster niet serieus heeft genomen waardoor de fractuur te laat is vastgesteld, 2) heeft nagelaten excuses aan te bieden en dat 3) de interne klachtenprocedure niet naar behoren functioneerde en zij niet tijdig heeft gereageerd op de klacht.De SO heeft verweer gevoerd, maar erkent wel dat de interne klachtenprocedure niet goed functioneerde.Het college concludeert dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond is. Het handelen van de SO had op bepaalde punten beter gekund, maar het college acht dit niet zodanig dat een tuchtrechtelijk verwijt op zijn plaats is. De handelwijze van de SO valt binnen de marges van wat een SO in een dergelijke situatie mag worden verwacht. Verder is het organiseren van een goed en tijdig verlopende interne klachtenprocedure niet een professionele taak van de SO maar van de instelling. Het college heeft opgemerkt dat het goed is om te zien dat de SO uiteindelijk goed en serieus naar klaagster heeft geluisterd en dat aan de hand daarvan verbetermaatregelen zijn geformuleerd. Op die manier is lering getrokken uit hetgeen klaagster is overkomen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:232 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-409/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2254

    Klaagster is eerder bij voorzittersbeslissing niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht over de behandeling van haar overleden tante. Het CTG heeft geoordeeld dat het RTG klaagster ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard en heeft de zaak voor inhoudelijke beoordeling terugverwezen naar het RTG Amsterdam.Volgens klaagster heeft de klinisch geriater onzorgvuldig gehandeld, omdat zij onterecht de diagnose dementie en/of Lewy Body dementie heeft gesteld, zonder fatsoenlijk onderzoek. Daarnaast heeft zij niet op deze diagnose terug willen komen toen klaagster daarom vroeg. De klinisch geriater heeft gemotiveerd verweer gevoerd.Het college oordeelt dat de klinisch geriater van de juistheid van de eerder gestelde diagnose dementie uit mocht gaan, er was geen aanleiding om aan de reeds gestelde diagnose te twijfelen. Klaagster had aangegeven dat ook de specialist ouderengeneeskunde (SO) in het verpleeghuis twijfelde aan de diagnose. Het college kan de handelwijze van de klinisch geriater, om de testen te laten herhalen en de SO met haar contact op te laten nemen, volgen. Hoewel de klinisch geriater zelf contact had kunnen opnemen met de SO, levert het feit dat zij dit niet heeft gedaan nog geen tuchtrechtelijke verwijtbaarheid op. Hierin speelt mee dat klaagster ook geen contact meer heeft opgenomen met de klinisch geriater over de eventueel opnieuw uitgevoerde testen. Hierdoor heeft de klinisch geriater ook niet de kans gehad om patiënte opnieuw te beoordelen. Het college concludeert dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond is.