Zoekresultaten 9691-9700 van de 48322 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3633

    Klacht tegen gynaecoloog ongegrond. Intra-uteriene-vruchtdood na 29 weken. Normaal verlopende zwangerschap zonder signalen voor aanvullend onderzoek of verwijzing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1257

    Klacht tegen huisarts. Klager is de broer van verweerster. De relatie tussen beiden is sinds enkele jaren ernstig verstoord. De klacht heeft betrekking op de inmiddels overleden vader van partijen. Beklaagde was niet de huisarts van haar vader. Zij heeft onder meer in het kader van de instelling van mentorschap ten behoeve van haar vader verklaard dat haar vader leed aan de ziekte van Alzheimer. Klager verwijt verweerster in de kern dat zij in haar rol van dochter van de patiënt valse verklaringen over de geestelijke gezondheid van haar vader heeft afgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:211 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-802/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk. De ingediende klachten zijn niet door klager persoonlijk geformuleerd, maar door ene heer M, zonder dat die laatste of klager dat kenbaar heeft gemaakt. De voorzitter kan niet vaststellen of dhr. M zijn eigen standpunten of die van klager heeft weergegeven. In het geval dhr. M zijn eigen standpunten weergeeft, geldt dat hij geen belang heeft bij de klacht. In het geval hij de standpunten van klager heeft weergegeven, geldt dat niet gebleken is dat hij daartoe gemachtigd is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1284

    Klacht van arts tegen anesthesioloog.De anesthesioloog is door de rechtbank tot deskundige benoemd in een strafzaak tegen een huisarts die wordt vervolgd voor de moord op zijn schoonmoeder en heeft in die strafzaak als deskundige een verklaring afgelegd. Over die strafzaak is in de krant een artikel verschenen met het bericht dat de anesthesioloog op de zitting had verklaard dat de palliatieve sedatie van de schoonmoeder terecht was omdat de schoonmoeder stervende was en dat er sprake was van een natuurlijke dood. Klaagster is niet praktiserend arts en docent geneeskunde. Klaagster heeft kennisgenomen van dit krantenartikel en heeft naar aanleiding daarvan een tuchtklacht tegen de anesthesioloog ingediend. Klaagster verwijt de anesthesioloog dat hij in de rechtbank een onzorgvuldige verklaring heeft afgelegd. Klaagster vindt dat zij rechtsreeks belanghebbende is bij de door haar ingediende klacht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster bij voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende rechtstreeks belang van klaagster. Het Centraal Tuchtcollege deelt dat oordeel en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:212 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-800/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief cassatieadvies weigert om cassatie in te stellen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:213 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-801/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief procesadvies heeft geweigerd om de bijstand in het pro forma ingestelde hoger beroep voort te zetten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1285

    Klacht tegen oogarts. Na een staaroperatie viel de gezichtsscherpte in het linkeroog tegen en had klaagster pijn- en irritatieklachten aan dat oog. Tijdens het controleconsult vond de TOA geen afwijkingen. De zoon van klaagster, zelf oogarts, heeft met instemming van de TOA zelf het oog bekeken en gaf aan cellen in het oog te zien. De TOA heeft deze bevindingen vervolgens met de behandelend oogarts besproken. De behandelend oogarts heeft niet zelf het oog van klaagster bekeken. De conclusie van de behandelend oogarts was dat het postoperatieve beleid en het druppelschema moesten worden afgemaakt. Klaagster verwijt de oogarts dat hij haar onheus heeft bejegend door haar niet zelf te onderzoeken, zijn eigen verantwoordelijkheid heeft miskend door af te gaan op de onderzoeksresultaten van de TOA, een onjuiste diagnose heeft gesteld en een verkeerde behandeling heeft ingezet en onvoldoende notities in het dossier heeft gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het beroep van klaagster slaagt deels. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de oogarts tuchtrechtelijk verweten kan worden dat hij niet zelf het oog van klaagster is komen onderzoeken en dat hij daarbij de slechte verstandhouding met de zoon van klaagster een rol heeft laten spelen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit deel gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:214 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-799/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die na een negatief cassatieadvies weigert om cassatie in te stellen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:195 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1253

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft eerder een tuchtklacht ingediend tegen de bedrijfsarts. Toen is een mondeling vooronderzoek gehouden, waarin beide partijen verklaringen hebben afgelegd. Die tuchtklacht is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard. Klager verwijt de bedrijfsarts in deze nieuwe tuchtprocedure dat zij destijds tijdens het mondeling vooronderzoek een leugenachtige, voor hem beledigende en kwetsende verklaring heeft afgeleid. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart deze klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing. Naar het oordeel van dit college is geen sprake van misbruik van tuchtrecht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:215 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-795/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening deels niet-ontvankelijk i.v.m. tijdsverloop en voor het overige kennelijk ongegrond.